← België

Arrest 250442 - Varia (onderwijs en cultuur) - 27/04/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.442 Rolnummer: A. 233443/IX-9875 Zaak: Arrest 250442 - Varia (onderwijs en cultuur) - 27/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-04-29 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.442 van 27 april 2021 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.442 van 27 april 2021 in de zaak A. é.443/IX-9875 In zake: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Impact bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Len Augustyns kantoor houdend te 2000 Antwerpen Brusselstraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 april 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse regering van 26 maart 2021 houdende de weigering van de aanvraag tot programmatie van: - 2de graad ASO doorstroom economische wetenschappen, atheneum Eureka, Torhout - 2de graad ASO doorstroom economische wetenschappen, KTA Brugge, Brugge - 2de graad TSO dubbele finaliteit sport, atheneum Maerlant, Blankenberge - 2de jaar van de eerste graad (2BVL) voeding en horeca, middenschool Maerlant, Blankenberge - 3de graad ASO doorstroom Latijn-moderne talen, atheneum Jan Fevijn, Brugge IX-9875-1/5 - 3de graad ASO doorstroom Latijn-wiskunde, atheneum Jan Fevijn, Brugge - 2de graad TSO doorstroom bedrijfswetenschappen, atheneum Maerlant, Blankenberge - 2de graad TSO dubbele finaliteit maatschappij en welzijn, atheneum Eureka, Torhout - 2de graad TSO dubbele finaliteit taal en communicatie, atheneum Jan Fevijn, Brugge (toekomstig verhaal samen met Stamina) - 2de graad BSO arbeidsmarktgericht organisatie en logistiek, atheneum Eureka, Torhout - 2de graad BSO arbeidsmarktgericht restaurant en keuken, atheneum Maerlant, Blankenberge. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april 2021, om 10.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Godfroid, die loco advocaat Len Augustyns verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Bart Staelens en Veerle Huysman, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. IX-9875-2/5 III. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
  5. Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, moet een verzoekende partij in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. De voorwaarde van spoedeisendheid ligt met andere woorden in die van de uiterst dringende noodzakelijkheid besloten.
  6. Verzoeker stelt dat hij het resultaat ten gronde niet kan afwachten omdat hij de programmatieaanvraag doet voor het volgende schooljaar. Hij beweert dat hij “een reeks samenhangende keuzes” heeft gemaakt, “die de goede werking en het voortbestaan van de betrokken scholen moeten garanderen”. De bestreden weigering maakt een leerlingenwerving in de geweigerde studierichtingen onmogelijk voor het schooljaar 2021-
  7. De inschrijvingen starten de eerste dinsdag na de paasvakantie. Het schoolbestuur bevindt zich “in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen”. Het verlies aan leerlingenpotentieel dient nu voorkomen te worden. IX-9875-3/5
  8. De uiteenzetting van verzoeker blijft beperkt tot enkele feitelijke vaststellingen over de gevolgen van de betrokken weigering en tot het aankondigen van groot leed. Ter terechtzitting relativeert de raadsman van verzoeker de stelling – nochtans te lezen in het verzoekschrift – dat de bestreden beslissing het voortbestaan van de betrokken scholen in het gedrang brengt. Zulke bewijsvoering vereisen vormt, volgens hem, een te hoge horde om de spoedeisendheid aan te tonen. Waar verzoeker echter hoe dan ook met geen woord over rept, is de reden waaróm hij noodzakelijk volgend schooljaar reeds de aangevraagde structuuronderdelen moet kunnen organiseren – met andere woorden, welke schade hij dan wel concreet en effectief dreigt te lijden ingevolge de weigering en waarom die schade een dergelijke omvang of impact heeft, dat van hem niet kan worden verwacht dit te moeten dragen totdat een uitspraak ten gronde volgt. Gewis zijn hierover in de uiteenzetting in het verzoekschrift enkele algemene beschouwingen te lezen, maar verzoeker concretiseert niet de schadelijke gevolgen van de bestreden beslissing tot weigering van programmatie van bepaalde structuuronderdelen, waarbij het huidige studieaanbod behouden blijft, op zijn schoolorganisatie. Hij laat na ook maar enige becijfering te doen over of beschrijving te geven van de impact van de onmogelijkheid om leerlingen te werven in een bepaalde nieuwe richting. Zo preciseert hij niet welke richtingen hierdoor zullen verdwijnen, hoeveel leerlingen hij hierdoor potentieel zal verliezen, wat de weerslag daarvan is op de inzet van uren-leraar. Dit klemt des te meer omdat, zoals ook de verwerende partij aangeeft in haar nota, een groot aantal van de aanvragen geen verlies van leerlingen voor de scholengemeenschap impliceert maar een verzelfstandiging van het aanbod betreft dat nu reeds door de scholengemeenschap wordt aangeboden op dezelfde locatie maar als vestigingsplaats van een andere school. IX-9875-4/5 Het kan best meer doelmatig zijn om vestigingsplaatsen af te bouwen, het aanbod te reorganiseren en het te stroomlijnen, maar welke ondraaglijke nadelen het oplevert als dit niet reeds volgend schooljaar kan gebeuren, wordt niet geduid.
  9. Verzoeker toont bijgevolg de spoedeisendheid niet aan, laat staan de uiterst dringende noodzakelijkheid. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9875-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.442 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.849 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.