← België

Arrest 250459 - Overheidsopdrachten - 29/04/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.459 Rolnummer: A. 231523/XII-8940 Zaak: Arrest 250459 - Overheidsopdrachten - 29/04/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-11 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.459 van 29 april 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 250.459 van 29 april 2021 in de zaak A. 231.523/XII-8940 In zake: de NV ALPHA CLASSICAL CLEANING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Gijssels kantoor houdend te 9900 Eeklo Gentsesteenweg 56 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Van Hyfte en Laurent Delmotte kantoor houdend te 1160 Brussel Hermann-Debrouxlaan 40 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA BELGO FACILITY SERVICES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Denis Philippe kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 12 augustus 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van ongekende datum van de Voorzitster van het Directiecomité van de FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER […] om de XII-8940-1/4 opdracht ‘schoonmaak van lokalen van de FOD Mobiliteit en Vervoer – Port Arthurlaan 12 – 9000 Gent’ te sluiten met BELGO FACILITY SERVICES” en van de impliciete weigering om die opdracht te gunnen aan de verzoekende partij. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 248.183 van 28 augustus 2020 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van ongekende datum van de Voorzitster van het Directiecomité van de FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER […] om de opdracht ‘schoonmaak van lokalen van de FOD Mobiliteit en Vervoer – Port Arthurlaan 12 – 9000 Gent’ te sluiten met BELGO FACILITY SERVICES”, en is de vordering voor het overige verworpen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 april
  3. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er XII-8940-2/4 in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IV. Kosten
  6. Bij besluit van het directiecomité van de FOD Mobiliteit en Vervoer van 4 september 2020 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij. BESLISSING
  7. De Raad van State heft de bij arrest nr. 248.183 van 28 augustus 2020 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
  8. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8940-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig april tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8940-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.459 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.183 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.