id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.505 Rolnummer: A. 228124/XII-8739 Zaak: Arrest 250505 - Overheidsopdrachten - 03/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-11 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.505 van 3 mei 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 250.505 van 3 mei 2021 in de zaak A. 228.124/XII-8739 In zake : de NV BOUWBEDRIJF VMG-DE COCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Geerts kantoor houdend te 9300 Aalst Bauwensplein 1 bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD SINT NIKLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willy Van der Gucht en Hilde Dhont kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34-36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 15 mei 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de stad Sint-Niklaas van 26 november 2018 tot gunning van de aanneming van werken, namelijk de interne verbouwing, uitbreiding met berging en vernieuwing van het buitenschrijnwerk van het kinderdagverblijf Driekoningen, aan de bvba PIC, van de beslissing tot het niet in aanmerking nemen van de offerte van de nv Bouwbedrijf VMG-De Cock als de laagst regelmatige offerte en van de impliciete weigeringsbeslissing om de werken te gunnen aan de nv Bouwbedrijf VMG-De Cock. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-8739-1/18 Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april 2021. Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Filip Geerts, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Kenneth Gijsel, die loco advocaten Willy Van der Gucht en Hilde Dhont verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als voorwerp “kinderdagverblijf Driekoningen: interne verbouwing, uitbreiding met berging en vernieuwen buitenschrijnwerk”. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 9 mei 2016. De gunningswijze is de open aanbesteding. Het bestek 2016/002aa is van toepassing. De opdracht wordt geraamd op 378.504,42 euro, btw inbegrepen. XII-8739-2/18 3.2. Er worden vijf offertes ingediend. De verzoekende partij dient de tweede laagste offerte in voor een bedrag van 344.850,00 euro, btw inbegrepen, en de bvba PIC de laagste voor een bedrag van 342.143,77 euro, btw inbegrepen. 3.3. Bij het nazicht van de prijzen stelt de verwerende partij bij de offerte van de bvba PIC vast dat deze inschrijver voor post 86-57.10B “keukenmeubelen – algemeen – voedselberging” een eenheidsprijs biedt van 266 euro terwijl het gemiddelde van de ingediende offertes 6.404,03 euro bedraagt. 3.4. Op 16 juni 2016 vraagt de verwerende partij een prijsverantwoording aan de bvba PIC wegens een abnormaal lage eenheidsprijs voor post 86-57.10B. 3.5. De bvba PIC antwoordt met een brief van 4 juli 2016 waarbij zij een bijlage van haar onderaannemer, de nv De Ruyver, van 13 juni 2016 voegt: “In het kader van uw vraag tot prijsverantwoording van post 86 hebben wij de prijzen van onze offerte grondig onderzocht. Wij stellen vast dat wij een zuiver materiële fout hebben begaan. Met name hebben wij de offerteprijzen van onze onderaannemer verkeerdelijk opgesplitst op onze inschrijving zie zijn offerte in bijlage. Wij verzoeken u vriendelijk om in toepassing van art. 96 KB Plaatsing deze materiële fout te verbeteren als volgt – zie de exacte opsplitsing en volledige prijsverantwoording hiervoor van onze onderaannemer in bijlage. Wij hadden volgende opsplitsing toegepast (afgerond): 44.24 bekledingspanelen + regelwerk+ folie 30.682,00 €+ 10 % winst= 33.750,00 € 57.10A meubelen algemeen keuken 4.720,00 € + 10 % winst =5.192,00 € 57.10B meubelen algemeen voedselberging 242,00 + 10% winst= 265,00 € 57.10C meubelen algemeen eindcorpus 840,00 € + 10% winst = 924,00 € Totaal : 40.131,00 € Verbeterde materiële fout (afgerond): 44.24 bekledingspanelen + regelwerk+ folie 28.506,00 € + 10 % winst= 31.357,00 € 57.10A meubelen algemeen keuken 4.975,00 E+ 10 % winst = 5.472,00 € 57.10B meubelen algemeen voedselberging 2.542,00 € + 10 % winst= 2.796,00 € 57.10C meubelen algemeen eindcorpus 460,00€ + 10% winst : 506,00 € Totaal : 40.131,00 € Als slot bevestigen wij dat al onze prijzen rekening houden en gebaseerd zijn met en op de prijzen van onze leveranciers.” 3.6. Op 12 juli 2016 vraagt de verwerende partij aan de bvba PIC een bijkomende verantwoording voor de kwestieuze post: XII-8739-3/18 “De ingediende prijsverantwoording laat niet toe om te zien hoe de prijs van de posten 57.10A, 57.1[0]B en 57.10C afzonderlijk is samengesteld. Is het mogelijk om duidelijkheid te brengen hoe de opsplitsing gebeurd is van de totale prijs van 7977,00 EUR naar respectievelijk 4975,00 EUR, 2542,00 EUR en 460,00 EUR zodat duidelijk wordt hoe elk van deze posten afzonderlijk is samengesteld? Er wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de gedetailleerde verantwoording van de prijs van artikel 57.10 B die, na deze aanpassing, nog steeds een grote afwijking vertoont ten opzichte van de andere ingediende prijzen.” 3.7. Op 14 juli 2016 geeft de bvba PIC nadere verantwoording aan de hand van een brief van haar onderaannemer, de nv De Ruyver, van 13 juli 2016. In deze brief van 13 juli 2016 geeft deze onderaannemer voor de posten 57.10A, 57.10B en 57.10C een uiteenzetting van de prijssamenstelling. 3.8. De verwerende partij vraagt aan inschrijver de bvba PIC op 8 augustus 2016 “een verduidelijking van de bijkomende prijsverantwoording”: “In de opgesplitste prijsverantwoording van 57.10 A, B en C valt de verhouding op tussen de kostprijs van deze verschillende artikels voor het onderdeel ‘kostprijs houtplaten HPL’. Er worden respectievelijk prijzen opgegeven van 1125, 410 en 245 euro. Deze komen overeen met respectievelijk ongeveer 63, 23 en 14% van de totaalprijs van 1780 euro. Als de benodigde oppervlakte plaatmateriaal artikels 57.10A, 57.10B en 57.10C met elkaar vergeleken worden, dan komt deze verhouding hierin helemaal niet terug. Kan er daarom een verduidelijking gegeven worden van dit onderdeel ‘kostprijs houtplaten HPL’ voor artikels 57.10A, 57.10B en 57.10C?” 3.9. Hierop antwoordt de bvba PIC op 12 augustus 2016: “Een correcte opsplitsing van de kostprijs HPL houtplaten is moeilijk op te maken omdat bij het aankopen en verwerken van HPL platen er geen rekening gehouden wordt met de opsplitsing keuken, voedselberging of eindcorpus en leggers. De platen worden op basis van de goedgekeurde tekeningen in een éénmalig order besteld en verwerkt. Met deze reden hebben wij in de eerste verantwoording alles in 1 verantwoording verantwoord. Het terug ‘recupereren’ ervan is een ommekeer, de facto overbodig proces, en geeft aanleiding tot kunstmatige en dus verwrongen uitkomsten, waarvan de vergelijking met andere ‘gebaised’ is. XII-8739-4/18 Wij hebben dus 1780 euro aan plaatmateriaal nodig om alles uit te voeren. In de opsplitsing hiervan hebben wij het materiaal verdeeld op basis van de kostprijs van het artikel, wat natuurlijk geen exacte weergave is van [de] prijs per artikel rekening houdend met de hierboven vermelde opmerking. Dit omdat verliezen van het plaatmateriaal van de keuken gebruikt kunnen worden bij de opdeling en fabricage van de voedselberging en corpus.” 3.10. Op 17 augustus 2016 wordt een gunningsverslag opgesteld. Hierin wordt over de problematiek van de prijsverantwoording vermeld: “Bijkomende motivering: Er werd prijsverantwoording gevraagd aan de inschrijver PIC voor volgend artikel: Post 86 - 57.10B : keukenmeubelen - algemeen - voedselberging. Binnen de wettelijke termijnen werd door deze inschrijver een gedetailleerde prijsverantwoording en extra verduidelijkingen bezorgd waarbinnen zij stellen een materie le vergissing begaan te hebben in de opsplitsing van de opgegeven totaalprijs van hun onderaannemer voor 4 artikels (waaronder het artikel waarvoor verantwoording werd gevraagd). Dit wordt gestaafd door een nieuwe opsplitsing, die in een latere verduidelijking nog verder werd gedetailleerd, tussen deze 4 verschillende artikels en de detaillering van elk artikel waarbij de verschillende benodigde materialen en de kosten voor de bijhorende werkuren en winstmarges toegelicht werden. Ook de prijzen van de artikels die PM stonden beschreven in het bestek bij deze artikels werden toegelicht. Ondanks het feit dat er voor deze 4 artikels dus een aangepaste prijs werd bezorgd, blijft de globale prijs van de offerte dezelfde. Er werd nog een extra verduidelijking gevraagd en opgegeven i.v.m. de kostprijs van het plaatmateriaal waaruit blijkt dat de opsplitsing van de kostprijs van het plaatmateriaal over [artikelen] 57.10A, B en C eerder kunstmatig werd gedaan aangezien de snijverliezen van het ene meubel in het andere gebruikt kunnen worden. Uit de combinatie van de nieuwe prijs voor artikel 57.10B, gedetailleerde prijsopgave van dit artikel en de andere artikels waarvoor de prijs is gewijzigd, en het feit dat snijverliezen van het ene meubel gebruikt kunnen worden in een ander meubel blijkt dat de offerte als regelmatig beschou[w]d mag worden. Alle opgegeven materiaal- en uitvoeringsprijzen verantwoorden afdoende de totaal opgegeven eenheidsprijzen van bovenstaand artikel. In de prijsverantwoording werd ook een fout opgemerkt van 1 euro. Deze is aangepast omdat een verschil van 1 euro geen uitspraak doet over het al dan niet abnormaal laag zijn van [...] de prijs. Verder werd de nieuw opgegeven prijs voor artikel 44.24 op[ge]geven als een totaalprijs i.p.v. een prijs per m². De totaalprijs werd omgerekend naar een prijs per m². Deze prijs per m² werd afgerond tot op 2 cijfers na de komma waardoor de totaalprijs van de offerte 75 cent verander[t].” XII-8739-5/18 Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de bvba PIC voor een bedrag van 342.183,80 euro, btw inbegrepen. 3.11. Op 3 oktober 2016 beslist de verwerende partij de opdracht te gunnen aan de bvba PIC. 3.12. Op 12 december 2016 stelt de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State tegen de gunningsbeslissing van 3 oktober 2016. Deze zaak is bij de Raad van State gekend onder het rolnummer A. 220.930/XII-8271. 3.13. Met een arrest nr. 239.922 van 21 november 2017 vernietigt de Raad van State de gunningsbeslissing van 3 oktober 2016. De Raad oordeelde daarbij als volgt: “Uit het verslag van nazicht en uit het verweer dient te worden afgeleid dat de verwerende partij haar beslissing inzake de regelmatigheid van de offerte van de bvba PIC in het kader van het prijsonderzoek, steunt op de aanvaarding van een materie le fout in hoofde van de bvba PIC. Deze laatste zou de offerte van haar onderaannemer, de nv De Ruyver, bij de redactie van haar meetstaat hebben uitgesplitst op een verkeerde manier; zij zou dit hebben rechtgezet na interpellatie van de verwerende partij met staving van haar werkwijze door middel van een verduidelijking vanwege de nv De Ruyver. […] Het verbeteren van offertes gebeurt in beginsel vóór het prijsonderzoek – artikel 99, § 1, van het koninklijk besluit Plaatsing luidt: ‘Na voorafgaand artikel 96 [inzake rekenfouten en zuiver materie le fouten in de offertes] te hebben toegepast, gaat de aanbestedende overheid over tot het prijsonderzoek overeenkomstig artikel 21’. De verwerende partij is niet uit eigen beweging overgegaan tot het verbeteren van de offerte van de bvba PIC maar pas tijdens het prijsonderzoek op aangeven van de gekozen inschrijver zelf. Met een zuiver materie le fout wordt in principe een verschrijving of vergissing bedoeld, begaan bij de materie le verrichtingen die gepaard gaan met het opstellen van een offerte zoals het uitschrijven, invullen en overbrengen van cijfergegevens; omtrent dergelijke fout lijkt nauwelijks discussie mogelijk. […] Te dezen gaat het niet om een zuiver materie le vergissing. Zoals de verzoekende partij terecht betoogt, toont de verwerende partij niet aan dat de bvba PIC bij de redactie van haar offerte met meetstaat, de door haar onderaannemer de nv De Ruyver opgegeven prijzen bij mistasten en onopzettelijk verkeerdelijk heeft ingevuld. Integendeel mag uit het administratief dossier en het verweer worden afgeleid dat de bvba PIC de XII-8739-6/18 opsplitsing van het totale bedrag van haar onderaannemer niet onopzettelijk en bij vergissing heeft gedaan. Het ‘rechtzetten’ van haar handelwijze, en dan nog aan de hand van stukken opgesteld na de vraag tot prijsverantwoording, geeft, wanneer een aanbestedende overheid dit aanvaardt, aanleiding tot de mogelijkheid van het vaststellen van een offerte met nieuwe prijzen, hier dus een nieuwe offerte, wat een onwettige werkwijze is. Conclusie is dan ook dat de aanbestedende overheid te dezen onterecht een zuiver materie le fout zoals bedoeld in artikel 96 van het koninklijk besluit Plaatsing heeft aanvaard bij de offerte van de bvba PIC. Dit houdt een schending in van het voornoemde artikel 96 en van de materie lemotiveringsplicht. Het gegrond bevinden van het middel heeft gevolgen voor de beoordeling van de offerte van de nv PIC zodat de verzoekende partij belang heeft bij het middel. De gunningsbeslissing dient te worden vernietigd. […] Sub 11 is vastgesteld dat de verwerende partij artikel 96 van het koninklijk besluit Plaatsing heeft geschonden alsook […] de materie le motiveringsplicht; de verwerende partij steunt haar gunningsbeslissing op een onwettig motief, namelijk het feit dat de bvba PIC een zuiver materie le fout in haar offerte zou hebben begaan. De verwerende partij zal na de nietigverklaring een nieuwe beslissing dienen te nemen en hierbij de beslissende overwegingen van het arrest moeten in acht nemen wanneer zij de offerte van de bvba PIC beoordeelt wat het prijsonderzoek betreft. In die mate zijn hier niet duidelijk de uitzonderlijke omstandigheden voorhanden waaruit zou moeten blijken dat de offerte van de verzoekende partij in elk geval de laagste regelmatige offerte is.” 3.14. Op 18 juni 2018 gaat de verzoekende partij over tot dagvaarding van de verwerende partij voor de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen met een vordering tot schadevergoeding. 3.15. Er wordt een nieuw gunningsverslag opgesteld. Het onderzoek van de prijsverantwoordingsproblematiek in dit nieuwe gunningsverslag ziet er als volgt uit (doorhalingen zoals in het origineel): “Bijkomende motivering: Er werd prijsverantwoording gevraagd aan de inschrijver PIC voor volgend artikel: Post 86 - 57.10B : keukenmeubelen - algemeen - voedselberging. Binnen de wettelijke termijnen werd door deze inschrijver een gedetailleerde prijsverantwoording en extra verduidelijkingen bezorgd waarbinnen zij stellen een ‘zuiver materie le fout’ begaan te hebben in de opsplitsing van de opgegeven totaalprijs van hun onderaannemer voor XII-8739-7/18 4 artikels (waaronder het artikel waarvoor verantwoording werd gevraagd). Dit wordt gestaafd door een nieuwe opsplitsing, die in een latere verduidelijking nog verder werd gedetailleerd, tussen deze 4 verschillende artikels en de detaillering van elk artikel waarbij de verschillende benodigde materialen en de kosten voor de bijhorende werkuren en winstmarges toegelicht werden. Ook de prijzen van de artikels die PM stonden beschreven in het bestek bij deze artikels werden toegelicht. Ondanks het feit dat er voor deze 4 artikels dus een aangepaste prijs werd bezorgd, blijft de globale prijs van de offerte dezelfde. Ondanks het feit dat de inschrijver voor deze 4 artikels een nieuwe opsplitsing van de prijzen maakt, blijft de globale prijs van de offerte dezelfde. Er werd nog een extra verduidelijking gevraagd en opgegeven i.v.m. de kostprijs van het plaatmateriaal waaruit blijkt dat de opsplitsing van de kostprijs van het plaatmateriaal over artikels 57.10A, B en C eerder kunstmatig werd gedaan aangezien de snijverliezen van het ene meubel in het andere gebruikt kunnen worden. Uit de combinatie van de nieuwe prijs voor artikel 57.10B, gedetailleerde prijsopgave van dit artikel en de andere artikels waarvoor de prijs is gewijzigd, en het feit dat snijverliezen van het ene meubel gebruikt kunnen worden in een ander meubel blijkt dat de offerte als regelmatig beschouwd mag worden. Alle opgegeven materiaal- en uitvoeringsprijzen verantwoorden afdoende de totaal opgegeven eenheidsprijzen van bovenstaand artikel. Uit de combinatie van de gedetailleerde prijsopgave van artikel 57.10B en de andere artikels die hiermee verband houden, en het feit dat snijverliezen van het ene meubel gebruikt kunnen worden in een ander meubel blijkt dat alle in dossier voorziene werken ook daadwerkelijk voorzien werden in het geheel van de offerte en dat de offerte dus als regelmatig beschouwd mag worden. Alle opgegeven materiaal- en uitvoeringsprijzen verantwoorden afdoende de prijs van artikel 57.10B en alle hiermee in verband staande artikels. In de prijsverantwoording werd ook een fout opgemerkt van 1 euro. Deze is aangepast omdat een verschil van 1 euro geen uitspraak doet over het al dan niet abnormaal laag zijn van de de prijs. Verder werd de nieuw opgegeven prijs voor artikel 44.24 opgeven als een totaalprijs i.p.v. een prijs per m2. De totaalprijs werd omgerekend naar een prijs per m2. Deze prijs per m2 werd afgerond tot op 2 cijfers na de komma waardoor de totaalprijs van de offerte 75 cent veranderd. Vermits er voldoende werd aangetoond dat alle werken voorzien zijn wordt de offerte aanvaard. De prijs en de eenheidsprijzen van de offerte worden niet gewijzigd. In de prijsverantwoording werd ook een fout opgemerkt van 1 euro. Deze wordt niet in beschouwing genomen omdat een verschil van 1 euro geen uitspraak doet over het al dan niet abnormaal laag zijn van de prijs.” Vervolgens wordt opnieuw voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de bvba PIC voor een bedrag van 342.183,80 euro, btw inbegrepen. XII-8739-8/18 3.16. Op 26 november 2018 beslist de verwerende partij, onder verwijzing naar het nieuwe gunningsverslag, om de opdracht opnieuw te gunnen aan de bvba PIC. Dat is de bestreden gunningsbeslissing. 3.17. De verzoekende partij krijgt naar eigen zeggen kennis van deze nieuwe gunningsbeslissing nadat ze als bijlage wordt gevoegd bij een conclusie gedateerd op 26 maart 2019 die de verwerende partij heeft neergelegd in het kader van de voornoemde procedure voor de rechtbank van eerste aanleg. IV. Voorwerp van het beroep 4.1. Naast de gunningsbeslissing van 26 november 2018 richt de verzoekende partij het beroep ook tegen “de beslissing tot het niet weerhouden van de offerte van de [nv Bouwbedrijf VMG-De Cock] als de laagst regelmatige offerte en […] de impliciete beslissing om de werken niet te gunnen aan de [nv Bouwbedrijf VMG-De Cock]”. In het verzoekschrift geeft de verzoekende partij de volgende toelichting bij het voorwerp van het beroep, in zoverre het beroep gericht is tegen de beslissing om de offerte van de verzoekende partij niet als de laagst regelmatige te rangschikken en tegen de impliciete weigering om de opdracht aan de verzoekende partij te gunnen: “Art. 24 van de Wet van 15 juni 2006 stipuleert dat de opdracht dient gegund te worden aan degene die de laagste regelmatige offerte heeft ingediend. In deze dient om de [in de middelen] uiteengezette redenen geoordeeld te worden dat de offerte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.