← België

Arrest 250515 - Arbeids- en beroepskaarten - 06/05/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.515 Rolnummer: A. 229415/XIV-38179 Zaak: Arrest 250515 - Arbeids- en beroepskaarten - 06/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-17 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.515 van 6 mei 2021 Economische zaken - Arbeids- en beroepskaarten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.515 van 6 mei 2021 in de zaak A. 229.415/XIV-38.179 In zake: de NV DALGA-TRANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luk Delbrouck kantoor houdend te 3500 Hasselt Maastrichterstraat 99 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 10 oktober 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing d.d. 07.08.2019 van de Vlaamse Minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport waarbij het beroepschrift van verzoekster ongegrond werd verklaard en de gevraagde toelating tot arbeid bepaalde duur (meer dan 90 dagen) met gecombineerde vergunning niet werd toegekend.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-38.179-1/3 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 januari
  3. Op 15 maart 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. XIV-38.179-2/3 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.179-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.515 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.