← België

Arrest 250529 - Uitleveringen - 06/05/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.529 Rolnummer: A. 231305/XIV-38420 Zaak: Arrest 250529 - Uitleveringen - 06/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-17 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.529 van 6 mei 2021 Vreemdelingen - Uitleveringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.529 van 6 mei 2021 in de zaak A. 231.305/XIV-38.420 In zake: Kris GROFFEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Millen kantoor houdend te 3730 Hoeselt Tongersesteenweg 4/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de ordemaatregel waarin concluant ontslagen werd in de schrijnwerkerij van de gevangenis van Leuven Centraal die op 19 mei 2020 werd genomen door de gevangenisdirecteur van Leuven Centraal.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Aan verzoeker is op 26 november 2020 ter kennis gebracht dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen. Verzoeker heeft geen toelichtende memorie ingediend. Op respectievelijk 19 en 20 maart 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, XIV-38.420-1/3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft om een memorie van antwoord in te dienen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 8, juncto 7, van voormeld besluit van de Regent.
  5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. XIV-38.420-2/3 BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep.
  7. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.420-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.529 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.