id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.532 Rolnummer: A. 226934/X-17395 Zaak: Arrest 250532 - Plannen van aanleg - 07/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-18 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.532 van 7 mei 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 250.532 van 7 mei 2021 in de zaak A. 226.934/X-17.395 In zake :
- de NV G&V SERVICESTATIONS
- de NV G&V INVEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Loix kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de STAD HOOGSTRATEN die woonplaats kiest te 2320 Hoogstraten Vrijheid 149
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47/001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van : -“Het besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten dd. 27 augustus 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Transportzone Meer’.” -“Het besluit van de Vlaamse Overheid, departement Omgeving, afdeling Gebiedsontwikkeling, omgevingsplanning en -projecten, Milieueffect- rapportage dd. 3 augustus 2017 tot ontheffing van de opmaak van een plan-MER.” X-17.395-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Per e-mail van 13 april 2021 en in samenspraak met de auditeur-verslaggever, heeft de kamervoorzitter van de Xe kamer aan de partijen voorgesteld om de zaak te behandelen zonder openbare terechtzitting, voor zover zij daarmee akkoord gaan. De partijen hebben met dat voorstel ingestemd. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing kortedebattenprocedure
- De eerste bestreden beslissing werd ingetrokken bij besluit van de gemeenteraad van de stad Hoogstraten van 23 november
- Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden.
- De tweede bestreden beslissing is een voorbereidende handeling, die niet uit zichzelf de bestaande rechtsorde wijzigt maar zo een wijziging alleen voorbereidt. Ze is in principe niet voor vernietiging vatbaar. X-17.395-2/4 Weliswaar kan het, uitzonderlijk, anders zijn wanneer om haar vernietiging wordt gevraagd samen met die van de nagevolgde eindbeslissing én wanneer het onderzoek van het beroep tegen die eindbeslissing ervan doet blijken dat de voorbereidende beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze beslissing over te doen. Dit is te dezen niet het geval. Immers blijkt het beroep tegen de eindbeslissing, zijnde de eerste bestreden beslissing, onontvankelijk.
- Er is reden om het beroep in zijn geheel te verwerpen. IV. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het om het rolrecht ten laste van de eerste verwerende partij te leggen, evenals een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten behoeve van de verzoekende partijen. Van hun kant zijn de verzoekende partijen een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de tweede verwerende partij.
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.395-3/4
- De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De verzoekende partijen zijn, elk voor de helft, een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de tweede verwerende partij. De onterecht betaalde bijdrage ten bedrage van 20 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.395-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.532 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div