id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.554 Rolnummer: A. 233425/XII-9069 Zaak: Arrest 250554 - Overheidsopdrachten - 10/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-12 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.554 van 10 mei 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 250.554 van 10 mei 2021 in de zaak A. é.425/XII-9069 In zake: de NV VERKEERS- & VEILIGHEIDSSIGNALISATIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Coppenolle kantoor houdend te 3500 Hasselt Genkersteenweg 302 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Virginie Dor en Youri Musschebroeck kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 april 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 29 maart 2021 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Gewestelijke Overheidsdienst Brussel, Brussel Mobiliteit, Directie Onderhoud, aangaande bestek nummer BMB/DO-DE/E 20.078 […] en waarin de offerte van [de nv Verkeers- & Veiligheidssignalisatie] substantieel onregelmatig en nietig verklaard werd en waarbij wordt beslist om de overheidsopdracht voor leveringen [van snelheidsinformatieborden en toebehoren] te gunnen aan Trafiroad nv”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. XII-9069-1/13 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 mei 2021, om 15.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Frederick Van Coppenolle, die loco advocaat Dirk Van Coppenolle verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Youri Musschebroeck, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Frederick Ongena, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 14 januari 2020, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.1 Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp “Levering van snelheidsinformatieborden en toebehoren”. Op 15 oktober 2020 wordt de opdracht bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen. Op 20 oktober 2020 wordt de opdracht eveneens gepubliceerd in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. De opdracht wordt gegund met een openbare procedure. 3.
- Het toepasselijk bestek vermeldt de volgende gunningscriteria: - Het totale bedrag van de offerte: 75 punten; - De leveringstermijn: 10 punten; en - Opties en polyvalentie: 15 punten. XII-9069-2/13 Uit de technische bepalingen van het bestek blijkt dat de offerte, in post 16, een “Jaarlijks forfait per bord” (“Forfait entretien annuel par panneau”) moet bevatten. Deze post wordt als volgt beschreven: “Dit forfait omvat alle dienstverlening, met inbegrip van de uren en nodige verplaatsing voor het jaarlijks onderhoud van een bord om de goede algemene staat, de goede verschijning en de langetermijnwerking ervan te garanderen.” Naast dit jaarlijkse forfait bevat het bestek een post 17 voor “Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs”. Deze post is als volgt omschreven: “Onder deze rubriek kunnen alle tussenkomsten of alle elementen gefactureerd worden die niet in voorgaande posten inbegrepen zijn en waarvan de uitvoering of levering noodzakelijk zijn voor de goede werking van de borden. Het gaat doorgaans om ongeplande reparatie-interventies en wisselstukken. Alle facturaties op deze post moeten het voorwerp uitmaken van een voorafgaande goedkeuring door de aanbestedende overheid en moeten aangetoond worden aan de hand van een gedetailleerde factuur.” 3.
- Bij de opening van de offertes blijken acht ondernemingen een offerte te hebben ingediend, waaronder de verzoekende partij. 3.
- Het onderzoek van de regelmatigheid van de offertes brengt de verwerende partij tot een brief aan de verzoekende partij, gedateerd op 29 januari 2020 (lees: 2021), en per e-mailbericht bezorgd op 2 februari 2021, waarin de volgende vraag tot prijsverantwoording wordt gesteld: “Uit de analyse van uw inschrijving betreffende de opdracht BMB/DE-DO/E20.078 ‘Levering van snelheidsinformatieborden en toebehoren’, blijkt dat het bedrag van uw offerte en de post nr 16 abnormaal laag lijken. Daarom, in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 36, § 2 en § 3 van het K.B. van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren zoals gewijzigd, nodig ik u uit om de nodige rechtvaardigingen aan te leveren voor het rechtvaardigen van uw totale prijs en de eenheidsprijs van de post nr 16 ‘Forfait jaarlijks onderhoud per bord’. Kunt u ons de geleverde uitleg in uw offerte bevestigen en ons bevestigen dat, naast het reguliere onderhoud, de eenmalige interventies die toch nodig zouden blijken te zijn om ‘de goede algemene staat, het goede voorkomen XII-9069-3/13 en de blijvende werking op lange termijn’ van het bord te garanderen (zoals bijvoorbeeld het reinigen van graffiti) allemaal inbegrepen zijn in de hier ondervraagde nulprijs, en op welke basis? Uw antwoord dient in mijn bezit te zijn binnen 12 kalenderdagen vanaf de dag volgend op de verzendingsdatum van dit schrijven.” De verzoekende partij verstrekt op 10 februari 2021 de gevraagde verantwoording als volgt: “Hierbij bevestigen wij onze toelichting die bij deze offerte gegeven werd betreffende het onderhoud van de LED-borden uit post
- De LED-borden en hun onderdelen hebben bij normaal gebruik geen bijkomend onderhoud nodig. Wij willen bijkomend nog benadrukken dat graffiti beschouwd wordt als vandalisme, en dus niet inbegrepen is in de garantie. De kosten voor schoonmaak en herstelling die hiermee gepaard gaan vallen onder post 17 – ‘Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs’. Dit zijn kosten die niet jaarlijks retournerend zijn. Graffiti, en andere vormen van vandalisme, zien wij maar zelden voorkomen bij dit type borden. Bovendien is de slagvaste behuizing van deze borden vervaardigd uit polycarbonaat en is ze behandeld met een anti-corrosieafwerking waardoor de borden extra beschermd zijn tegen invloeden van buitenaf.” 3.
- De verwerende partij beslist op 29 maart 2021 de opdracht te gunnen aan de nv Trafiroad. De offerte van de verzoekende partij wordt onregelmatig verklaard, hetgeen als volgt luidt in de bestreden beslissing: “Prijsonderzoek Overwegende dat de globale prijs van de offerte van Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv 694.136,38 € incl. btw bedraagt, zijnde bijna 63% minder dan de raming van de aanbestedende overheid of bijna 45% minder dan het gemiddelde van de regelmatige offertes; Dat voor post nr. 16 van de inventaris: ‘Forfait jaarlijks onderhoud per bord: Dit forfait omvat alle dienstverlening, met inbegrip van de uren en nodige verplaatsing voor het jaarlijks onderhoud van een bord om de goede algemene staat, de goede verschijning en de langetermijnwerking ervan te garanderen.’ de inschrijver een nulprijs heeft opgegeven; Overwegende dat overeenkomstig artikel 36 van het voornoemde koninklijk besluit van 18 april 2017 de aanbestedende overheid van oordeel was dat het totaalbedrag van de offerte en het bedrag voor post nr. 16 abnormaal laag leken; Gelet op de vraag om informatie die op 02.02.2021 aan Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv werd gestuurd en hun antwoord op 10.02.2021, d.w.z. binnen de termijn van 12 dagen; XII-9069-4/13 Overwegende dat hieruit volgt dat Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv van mening is dat hun borden geen onderhoud vergen en dat zij bevestigen dat ze niet gecontroleerd zullen worden en dat de reinigingskosten deel uitmaken van post nr. 17 ‘Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs’; Overwegende dat de aangevoerde verantwoordingen van dien aard zijn dat gevreesd moet worden dat de uitvoering van de opdracht onvolledig zal zijn wegens het ontbreken van een controle, met name van het uiterlijk van de toestellen, en dat de prestaties ‘voor het jaarlijks onderhoud van een bord om de goede algemene staat, de goede verschijning en de langetermijnwerking ervan te garanderen’ niet kunnen worden uitgevoerd tegen de voorgestelde kostprijs van nul euro, aangezien een eventueel noodzakelijke reiniging aan de aanbestedende overheid in rekening lijkt te worden gebracht onder de post ‘Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs’; Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat het voorgestelde bedrag voor post nr. 16 abnormaal laag is en dat deze post niet als verwaarloosbaar kan worden beschouwd; Overwegende dat Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv niet gereageerd heeft op het abnormale karakter van het totaalbedrag van hun offerte en dat dit niet uitsluitend kan worden verklaard door het feit dat zij voor post nr. 16 een nulprijs hebben ingediend; Overwegende dat uit het voorgaande volgt dat het totaalbedrag van de offerte van Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv abnormaal laag is; In het licht van deze elementen wordt de offerte van de inschrijver Verkeers- en Veiligheidssignalisatie nv substantieel onregelmatig en nietig verklaard.” Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Met een aangetekende brief van 31 maart 2021 en een e-mailbericht van 2 april 2021 deelt de verwerende partij de hiervoor aangehaalde beslissing mee waarin de offerte van de verzoekende partij onregelmatig wordt verklaard. IV. Schorsingsvoorwaarden 4.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende XII-9069-5/13 noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 4.
- Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. V. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een eerste middel de schending aan van de artikelen 2, 43°, en 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: formelemotiveringswet), van “het legaliteitsbeginsel patere legem quam ipse fecisti” en van de beginselen van behoorlijk bestuur, “met inbegrip van de informatieplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel alsmede de materiële motiveringsplicht en het rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel”. XII-9069-6/13 De verzoekende partij benadrukt in de toelichting bij haar middel in de eerste plaats dat de in haar offerte opgegeven nulprijs voor post 16 gerechtvaardigd is omdat de LED-borden en onderdelen die zij voorstelt geen onderhoud behoeven bij normaal gebruik. Voorts meent de verzoekende partij dat de kosten, zoals het reinigen van graffiti, waarvan de verwerende partij meent dat ze in deze post moeten zijn begrepen, daarentegen onder post 17 “Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs” vallen. De verzoekende partij doet ten slotte gelden dat de verwerende partij in casu geen redelijke interpretatie aan het bestek heeft gegeven omdat zij “a posteriori de besteksbepalingen éénzijdig heeft gewijzigd en uitgebreid. Daar waar de besteksbepalingen onder post 16 enkel de vereiste van een jaarlijks onderhoud voorop stellen interpreteert Brussel Mobiliteit dit nu opeens als een jaarlijkse controleplicht”; de verwerende partij zou “géén voldoende verantwoording [geven] voor haar afwijkende interpretatie van de besteksbepalingen”. Beoordeling
- Ongeacht de vraag of de verzoekende partij belang heeft bij het aanvoeren van een schending van de formelemotiveringsverplichting, nu zij in haar verzoekschrift de materiële motieven van de bestreden beslissing bekritiseert en die dus lijkt te kennen, wordt in de aan de verzoekende partij medegedeelde beslissing verwezen naar de relevante bepalingen van het bestek en naar de gevraagde en gegeven prijsverantwoording. Dit stelde de verzoekende partij in elk geval in staat zich ter zake in rechte te verweren, waardoor het doel van de betrokken verplichting lijkt te zijn bereikt.
- Wat de vermeende “afwijkende” interpretatie van het bestek door de verwerende partij betreft inzake de voormelde posten 16 en 17, blijkt dat post 16 “Jaarlijks forfait per bord” omvat : “alle dienstverlening, met inbegrip van de uren en nodige verplaatsing voor het jaarlijks onderhoud van een bord om de goede algemene staat, de goede verschijning en de langetermijnwerking ervan te garanderen”. Naast dit jaarlijks forfait vraagt het bestek, in post 17, een prijs voor “Ongeplande dienstverleningen en/of leveringen met factuur als bewijs”. XII-9069-7/13 Uit de offerte van de verzoekende partij blijkt dat zij voor post 16 in een prijs van 0,00 euro voorziet. Gevraagd naar een verantwoording voor deze nulprijs stelt de verzoekende partij dat haar LED-borden bij normaal gebruik geen bijkomend onderhoud nodig hebben. Zij voegt hieraan toe dat zij graffiti als vandalisme beschouwt, en dus de kosten voor verwijdering ervan niet inbegrepen zijn in de garantie doch onder de voormelde post 17 vallen.
- Het komt in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid toe het bestek te interpreteren. Te dezen lijkt, op het eerste gezicht, uit de omschrijving van post 16 te moeten worden begrepen dat de aanbestedende overheid ervan uitging dat een jaarlijks onderhoud van de te leveren borden noodzakelijk is en dat de inschrijvers daarvoor een forfaitaire prijs per jaar dienden op te geven. De verwerende partij lijkt er dan ook terecht van uit te gaan dat het doel van dit jaarlijks onderhoud enkel kan worden bereikt door de diverse borden jaarlijks te controleren. Zij verwijst in haar nota naar een reeks anomalieën die tijdens die controle kunnen blijken en dan dienen te worden opgelost. Door het opgeven van een nulprijs lijkt de verzoekende partij de noodzaak tot jaarlijkse controle en onderhoud te betwisten. Uit de ingediende offerte blijkt op het eerste gezicht niet dat de verzoekende partij in een toelichting heeft voorzien die deze nulprijs verklaart. Geconfronteerd met een vraag tot prijsverantwoording beperkt de verzoekende partij zich ertoe te stellen dat de geleverde LED-borden “bij normaal gebruik geen bijkomend onderhoud nodig [hebben]”. De verzoekende partij verwijst daartoe naar de slagvaste behuizing van deze borden vervaardigd uit polycarbonaat en het feit dat ze behandeld zijn met een anti-corrosieafwerking waardoor de borden extra beschermd zijn tegen invloeden van buitenaf. Uit de offertes van de vier inschrijvers van wie de offerte regelmatig werd bevonden, blijkt dat zij allen wel een prijs hebben opgegeven voor post 16 met een grootte-orde variërend van 19.000 tot 49.000 euro. XII-9069-8/13 Het bestek omschrijft post 16 als een garantie die moet worden geboden voor de goede algemene staat, de goede verschijning van het bord en zijn langetermijnwerking. Met de verwerende partij lijkt, op het eerste gezicht, te mogen worden aangenomen dat met deze omschrijving de post 16 een verplichting inhoudt voor de opdrachtnemer om op geregelde tijdstippen te controleren of de geleverde borden nog in een goede algemene staat verkeren en of deze nog de gewenste verschijningsvorm hebben. De verwerende partij lijkt door daarvan uit te gaan de grenzen van haar beoordelingsruimte niet te hebben overschreden. De verzoekende partij geeft in elk geval niet overtuigend aan waarom geen enkel onderhoud nodig is voor de door haar geleverde borden; daartoe lijkt het niet te volstaan te verwijzen naar de vervaardiging uit polycarbonaat en de behandeling met een anti-corrosieafwerking. De grieven van de verzoekende partij worden aldus op het eerste gezicht niet aanvaard en zij toont bijgevolg niet aan dat de bestreden beslissing de in het eerste middel aangehaalde bepalingen en beginselen schendt.
- Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert in een tweede middel de schending aan van de artikelen 36, § 3, en 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet en van de beginselen van behoorlijk bestuur, “met inbegrip van […] het zorgvuldigheidsbeginsel [en] de formele en materiële motiveringsplicht”. De verzoekende partij doet daartoe gelden dat de verwerende partij ten onrechte heeft besloten dat het totaalbedrag van de offerte van de XII-9069-9/13 verzoekende partij abnormaal is. Zij wijst erop dat zij een technische toelichting gaf die de verwerende partij in staat stelde om een volledige toetsing van de algehele prijszetting door te voeren en dat deze technische uitleg ook op de globale prijszetting van de offerte betrekking had. Aldus is het volgens haar onterecht dat haar wordt verweten niet te hebben gereageerd op het abnormaal karakter van haar totaalprijs. Zij benadrukt tevens dat, omdat zij in een nulprijs voorziet voor post 16, “het globale kostenplaatje [wordt] gedrukt”. Zij heeft “in haar prijsverantwoording dan ook géén specifieke verantwoording voor de totaalprijs gegeven, nu er geen vraagstukken aan de orde waren”. De verzoekende partij licht ook nog toe dat zij als enige inschrijver een ander toestel heeft aangeboden “met weliswaar de vereiste technische kenmerken doch met een andere aankoopprijs”. Nu zij dit niet kon weten op het ogenblik van de vraag tot prijsverantwoording, kon zij haar prijs ook niet in deze zin motiveren. De verwerende partij had echter in haar aanbestedingsdossier wél alle vereiste informatie voorhanden “om het verschil in prijszetting te kunnen toewijzen aan het verschil in aangeboden toestellen”. Voor zoveel als nodig deelt de verzoekende partij de offerte van haar leverancier als vertrouwelijk stuk mee. Volgens haar blijkt daaruit dat haar leverancier gelet op de grote bestelling een gunstige aankoopprijs voorstelt en ook dat zij een correcte marge hanteert op die voorgestelde aankoopprijs. Ten slotte meent de verzoekende partij dat de beslissing niet afdoende gemotiveerd is nu zij maar kan “gissen naar de reden waarom de offerte in haar totale prijszetting als substantieel onregelmatig wordt beschouwd”. Beoordeling
- De aanbestedende overheid beschikt bij de toepassing van artikel 36, § 3, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 in beginsel over beoordelingsruimte om de in het kader van de toepassing van dat artikel gegeven prijsverantwoordingen al dan niet te aanvaarden. De Raad van State mag zich, gesteld voor de toetsing van een dergelijke beoordeling, niet in de plaats stellen van het bestuur en zelf de beoordeling van de prijsverantwoording overdoen. Het komt hem enkel toe om een onrechtmatige beoordeling te sanctioneren. XII-9069-10/13
- Uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij een prijsverantwoording vroeg omdat werd vastgesteld dat onder meer de totaalprijs van de offerte van de verzoekende partij abnormaal laag leek. De globale prijs van de offerte van de verzoekende partij bleek namelijk bijna 63 % minder te bedragen dan de raming van de aanbestedende overheid of bijna 45 % minder dan het gemiddelde van de regelmatige offertes. In dit verband moet eraan worden herinnerd dat een vraag tot prijsverantwoording een ernstige aangelegenheid is en dat een om prijsverantwoording gevraagde inschrijver op een overheidsopdracht dient te weten dat hij het risico loopt dat zijn offerte onregelmatig wordt verklaard. Hij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient zijn vermoedelijk abnormaal lage totaalprijs specifiek, concreet onderbouwd en zo volledig mogelijk gestaafd te verantwoorden. De bewijslast inzake de normaliteit van de prima facie abnormaal laag bevonden totaalprijs ligt bij de betrokken inschrijver. De prijsverantwoording die de verzoekende partij op 10 februari 2021 verstrekt, lijkt op het eerste gezicht uitsluitend in te gaan op de nulprijs van post
- Volgens de verwerende partij kan de abnormale lage totaalprijs echter niet uitsluitend worden verklaard door het feit dat voor post 16 een nulprijs is ingediend. Dit is ook de reden waarom zij de prijsverantwoording wat de totale prijszetting betreft niet aanvaardt.
- Voor zover de verzoekende partij in het verzoekschrift betoogt dat de technische toelichting die zij in haar prijsverantwoording gaf de verwerende partij in staat moest stellen om ook een volledige toetsing van de algehele prijszetting door te voeren, lijkt de verzoekende partij op het eerste gezicht aan te geven dat de verantwoording die zij bezorgde voor de nulprijs van post 16 ook moet worden beschouwd als de verantwoording voor de als abnormaal aangemerkte totaalprijs. Uit de bespreking van het eerste middel blijkt echter reeds dat de verwerende partij mocht besluiten dat de prijsverantwoording van post 16 niet afdoende was om de schijn van abnormaliteit die over deze post hing, weg te nemen. XII-9069-11/13 Deze vaststelling, in combinatie met de afwezigheid van een concrete, gestaafde en becijferde prijsverantwoording die de totaalprijs moet verantwoorden, doet er op het eerste gezicht van blijken dat de verwerende partij mocht aannemen dat ook het totaalbedrag van de offerte van de verzoekende partij abnormaal was. Het aanvaarden van een prijsverantwoording die door de betrokken inschrijver op generlei wijze in concreto wordt toegelicht, gestaafd of becijferd, zou immers een handelwijze uitmaken die niet mag worden aangenomen van een zorgvuldig handelende aanbestedende overheid.
- De verzoekende partij maakt aldus op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de verwerende partij te dezen ten onrechte zou hebben besloten om de prijsverantwoording van de verzoekende partij voor haar abnormaal lage totale offerteprijs niet te aanvaarden. Dit motief, dat de verwerende partij voldoende kenbaar heeft gemaakt in de bestreden beslissing, lijkt reeds op zich te volstaan om het haar niet als een onrechtmatigheid toe te rekenen in zoverre zij de offerte van de verzoekende partij als substantieel onregelmatig verwierp.
- Het tweede middel is niet ernstig. VI. Besluit
- Geen van beide middelen is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9069-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-9069-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.554 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.