id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.568 Rolnummer: A. 229838/IX-9662 Zaak: Arrest 250568 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 11/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-25 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.568 van 11 mei 2021 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 250.568 van 11 mei 2021 in de zaak A. 229.838/IX-9662 In zake: Luc GOOSSENS die woonplaats kiest bij de ACOD gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen: de CVBA VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING, DE WATERGROEP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Mertens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Bart GOFFINGS woonplaats kiezend te 3400 Landen Interleuvenlaan 10 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de cvba Vlaamse maatschappij voor Watervoorziening van 27 september 2019 houdende de bevordering van Bart Goffings, G.V. en S.M. tot de graad van sectorchef bij de directie Productie en Opslag. IX-9662-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bart Goffings heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 3 maart
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 3 juli
- De verzoekende partij heeft op 3 september 2020 een memorie van wederantwoord ingediend. Op respectievelijk 15 september 2020 en 21 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Philippe Dreesen, die loco advocaat Wim Mertens verschijnt voor de verwerende partij, en de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Joke Goris heeft advies gegeven. IX-9662-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
- Uit de stukken van het dossier blijkt dat verzoeker in kennis is gesteld van de memorie van antwoord met een brief van de griffie van de Raad van State die op 2 juli 2020 is verstuurd. In zijn vraag om te worden gehoord en ter terechtzitting wijst verzoeker er terecht op dat die brief zelf als datum 3 juli 2020 vermeldt. De wijze waarop de kennisgeving van de memorie van antwoord door de griffie van de Raad van State is gedaan, heeft bijgevolg mede veroorzaakt dat verzoeker heeft gedwaald over de startdatum voor de berekening van de termijn. In die concrete omstandigheden van de zaak is er dan ook geen reden om het vermoeden waarin artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State voorziet, toe te passen. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. IX-9662-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Patricia De Somere IX-9662-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.568 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.067 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div