id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.609 Rolnummer: A. 220901/VII-39854 Zaak: Arrest 250609 - Dierenwelzijn - 17/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-21 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.609 van 17 mei 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.609 van 17 mei 2021 in de zaak A. 220.901/VII-39.854 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dina Ayoubi kantoor houdend te 3220 Holsbeek Leuvensebaan 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de inspecteur-dierenarts bij de dienst Dierenwelzijn van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid van 10 oktober 2016 waarbij vijf geiten en 27 schapen in toepassing van artikel 42, § 1 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren (hierna: dierenwelzijnswet) in beslag worden genomen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. VII-39.854-1/5 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dina Ayoubi, die verschijnt voor verzoeker, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaten Jan Bergé en Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Artikel 42 van de dierenwelzijnswet bepaalde op het ogenblik van de bestreden beslissing het volgende : “§
- Wanneer de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen een inbreuk op deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of Europese verordeningen of beschikkingen/besluiten vaststellen en deze inbreuk over levende dieren gaat, kunnen zij deze dieren administratief in beslag nemen en indien nodig onderbrengen in een geschikte opvangplaats. Zij kunnen tevens dieren in beslag nemen wanneer deze gehouden worden in weerwil van een in toepassing van artikel 40 uitgesproken verbod. § 1/
- In de in § 1 bedoelde gevallen wordt een kopie van het in artikel 34, § 3, bedoelde proces-verbaal bezorgd aan de federale overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn. §
- De federale overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom VII-39.854-2/5 teruggeven aan de eigenaar, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden. §
- Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname. §
- De in artikel 34 bedoelde overheidspersonen kunnen eveneens de kadavers, het vlees of de voorwerpen die het voorwerp vormen van de inbreuk of die gediend hebben om de inbreuk te plegen of die bestemd waren om de inbreuk te begaan, administratief in beslag nemen en eventueel vernietigen. §
- De kosten verbonden aan de op grond van de paragrafen 1, 2 en 4 genomen maatregelen worden gedragen door de eigenaar. Indien de in het eerste lid bedoelde kosten door de federale overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn of het openbaar ministerie worden voorgeschoten, worden zij verhaald op de eigenaar. Indien de dieren of hun karkassen worden verkocht, wordt de aldus ontvangen som bij voorrang gebruikt om de in het eerste lid bedoelde kosten te dekken. Het eventuele saldo wordt aan de eigenaar overgemaakt. §
- Dode dieren of op bevel van de federale overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn gedode dieren worden verwijderd overeenkomstig de voorschriften van de bevoegde overheid. De eventuele kosten hiervoor ten laste van de federale overheidsdienst bevoegd voor dierenwelzijn worden verhaald op de eigenaar. §
- Dit artikel is niet van toepassing op de controles die zijn verricht met toepassing van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.” 3.
- Gelet op de in de bestreden beslissing opgenomen vaststellingen en overtredingen en gelet op het feit dat bij een vorige administratieve inbeslagname slechts twee van de 59 dieren konden worden teruggevonden, worden de vijf geiten en 27 schapen van verzoeker in beslag genomen in toepassing van artikel 42, § 1, van de eerder vermelde wet. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
- Op 7 december 2016 wordt een bestemmingsbeslissing genomen. Die beslissing, gestoeld op artikel 42, § 2, van dezelfde wet, wordt door verzoeker eveneens bij de Raad van State aangevochten (zaak gekend onder nr. A.221.403/VII-39.909). VII-39.854-3/5 IV. Ontvankelijkheid
- Zoals uit het feitenoverzicht blijkt, werd eveneens een bestemmingsbeslissing genomen. Daardoor wordt op grond van het eerder vermelde artikel 42, § 3, van de dierenwelzijnswet het eerder opgelegde beslag van rechtswege opgeheven. Zelfs al zou dit niet het geval zijn, dan nog moet worden vastgesteld dat sedert de inbeslagname meer dan twee maanden zijn verstreken waardoor het beslag eveneens van rechtswege is opgeheven. Het onderhavige beroep heeft dan ook geen voorwerp meer. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. VII-39.854-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-39.854-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div