← België

Arrest 250627 - Dierenwelzijn - 20/05/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.627 Rolnummer: A. 231004/VII-40848 Zaak: Arrest 250627 - Dierenwelzijn - 20/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-21 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.627 van 20 mei 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.627 van 20 mei 2021 in de zaak A. 231.004/VII-40.848 In zake: Jurek VANDEWAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steve Geerdens kantoor houdend te 3560 Lummen Linkhoutstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van 31 maart 2020 van de Vlaamse Overheid, Afdeling Strategie, internationaal beleid en dierenwelzijn, Inspectie dierenwelzijn, waarbij in toepassing van artikel 42, §2 van de dierenwelzijnswet de hond met chipnummer 967000009686967 definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het dierenasiel dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 249.125 van 3 december 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-40.848-1/3 Het genoemde arrest is op 17 december 2020 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 18 maart 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. VII-40.848-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.848-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.627 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.