id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.630 Rolnummer: A. 231468/VII-40892 Zaak: Arrest 250630 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/05/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-05-25 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.630 van 20 mei 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.630 van 20 mei 2021 in de zaak A. 231.468/VII-40.892 In zake : Louis HERMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Johan Vanmuysen en Luc Beerden kantoor houdend te 3500 Hasselt Bampslaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN LIMBURG -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 5 augustus 2020, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1920-0966 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 30 juni 2020 in de zaak 1819-RvVb-0671-A. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 22 oktober 2020 is het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. VII-40.892-1/3 Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 15 maart 2021, samen met de mededeling, bedoeld in artikel 18, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting ingediend binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 18, § 1, eerste lid, van voormeld koninklijk besluit.
- Het vermoeden van afstand van geding is van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. VII-40.892-2/3
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig mei tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc VII-40.892-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div