id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.749 Rolnummer: A. 224058/X-17084 Zaak: Arrest 250749 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 01/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-11 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.749 van 1 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.749 van 1 juni 2021 in de zaak A. 224.058/X-17.084 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 tegen : de STAD GERAARDSBERGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Vekeman kantoor houdend te 9500 Geraardsbergen Pastorijstraat 19 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 december 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Geraardsbergen van 5 september 2017 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: gemeentelijk RUP) ‘Zonevreemde bedrijven’. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. X-17.084-1/18 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 februari
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Roegiers, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Pierrot T’Kindt heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- In Geraardsbergen ligt het terrein van meerdere bedrijven krachtens het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978 vastgesteld gewestplan Aalst-Ninove-Geraardsbergen-Zottegem (deels) in natuurgebied of landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het gaat onder meer om de in de Dendervallei gelegen bedrijven Solva (Driesstraat 54), Galaxy (Voldersstraat 118) en Collier (Voldersstraat 257), het in de Markvallei gelegen bedrijf Poelaert (Heuvelstraat 24), de in de Molenbeekvallei gelegen bedrijven Van Der Schueren (Aalstsesteenweg 255) en Aldi (Astridlaan 36) en het in de Gelembeekvallei gelegen bedrijf De Lombaert (Groteweg 524). 4.
- In 2013 neemt de stad Geraardsbergen het initiatief om een gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde bedrijven’ op te maken dat onder meer betrekking heeft op de voornoemde bedrijven. Zij start het onderzoek naar het milieueffect van het voorgenomen plan met de opmaak van een milieueffectscreeningsnota (hierna: de screeningsnota). X-17.084-2/18 X-17.084-3/18 4.
- Wat het deelplan voor het bedrijf De Lombaert (Groteweg 524) betreft, wordt in de screeningsnota het volgende gesteld over de waterproblematiek: “Actuele situatie - Op de overstromingskaart zien we dat het terrein gelegen is in een gebied dat overstroombaar is door hemelwater. - De watertoetskaart toont ons dat het hele terrein slechts mogelijks overstromingsgevoelig is. - De bodemkaart toont voornamelijk antropogene gronden met in de omgeving vochtige leem en droge leem gronden. Nieuwe situatie Er wordt een buffer voorzien waarin ook ruimte is voor waterinfiltratie. De mogelijks te bebouwen ruimte wordt vergroot, zodat de logisch[e] lijnen worden gevolgd. Effecten Op basis van de algemene richtnota mag er vanuit gegaan worden dat het RUP ZVB [Zonevreemde Bedrijven] waarschijnlijk geen gevaar zal vormen voor wateroverlast.”
- Op 14 juli 2015 wordt een plenaire vergadering gehouden omtrent het voorontwerp van gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde bedrijven’.
- Bij besluit van 8 juli 2016 concludeert de dienst Milieueffectrapportage van het departement Omgeving van het Vlaamse Gewest op basis van de ingediende screeningsnota dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
- Op 29 augustus 2016 stelt de gemeenteraad van de stad Geraardsbergen het ontwerp van gemeentelijk RUP voorlopig vast. Het bevat de volgende deelplannen: - deelplan 1 ‘Covan’ (Heirweg 124); - deelplan 2 ‘Van Der Schueren’ (Aalstsesteenweg 255); - deelplan 3 ‘De Lombaert’ (Groteweg 524); - deelplan 4 ‘Driesstraat 54’; - deelplan 5 ‘Galaxy’ (Voldersstraat 118); - deelplan 6 ‘Collier’ (Voldersstraat 257); - deelplan 7 ‘Poelaert’(Heuvelstraat 24); X-17.084-4/18 - deelplan 8 ‘B&B De Muur’ (Oude Steenweg 105); - deelplan 9 ‘Aldi’ (Astridlaan 36) en - deelplan 10 ‘Astridlaan 106’.
- Tijdens het openbaar onderzoek, georganiseerd van 10 oktober tot 8 december 2016, dient onder meer de verzoekende partij – die een vereniging is die opkomt voor de landschappelijke en natuurlijke waarden in de Vlaamse Ardennen – een bezwaarschrift in. In dit bezwaarschrift betoogt de verzoekende partij dat de gevolgde werkwijze – waarbij in tabellen scores worden toegekend – onduidelijk is, dat meerdere deelplannen ingaan tegen het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Geraardsbergen (hierna: het GRS), dat het agentschap Natuur en Bos (hierna: het ANB) voor meerdere deelplannen een ongunstig advies heeft gegeven en dat herlocalisatie van de betrokken bedrijven aangewezen is.
- Het departement Ruimte Vlaanderen van het Vlaamse Gewest (hierna: het gewestelijk departement) geeft op 17 november 2016 volgend advies over deelplan 3 ‘De Lombaert’: “[…] Het perceel is gedeeltelijk mogelijks overstromingsgevoelig. Volgende opmerkingen worden meegegeven: De toelichtingsnota moet ingaan op de waterproblematiek. Dit kan betekenen dat de stedenbouwkundige voorschriften en het grafisch plan moeten worden gewijzigd.” 10.
- Op 8 februari 2017 geeft de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de stad Geraardsbergen (hierna: de Gecoro) een voorwaardelijk gunstig advies over het ontwerp van gemeentelijk RUP, waarin volgende verwerping van het bezwaarschrift van de verzoekende partij wordt voorgesteld: “Antwoord en aanpassingen:
- [De gevolgde] werkwijze [waarbij in tabellen scores worden toegekend] is slechts een deel van het onderzoek waaruit bepaald wordt of een bedrijf opgenomen wordt of niet. Deze werkwijze werd aanvaard door de hogere overheden en werd door het studiebureau reeds in een 10-tal RUP’s toegepast zonder opmerkingen. De Gecoro vraagt aan het studiebureau om eventueel aanvullende documentatie over deze werkwijze bij het RUP te X-17.084-5/18 voegen. […]
- Van Der Schueren: Dit deelplan moet worden aangepast zoals voorzien in het antwoord bij het advies van de provincie Oost-Vlaanderen. De keuzes hiertoe moeten goed worden onderbouwd. […]
- Driesstraat 54: De Gecoro blijft bij het standpunt om dit deelplan te behouden. De aanwezigheid van bedrijvigheid op deze locatie werd reeds verankerd in een BPA. Voorliggend RUP houdt enkel een verfijning/kleine aanpassing van dit BPA in. Het plan werd reeds aangepast aan de opmerkingen van het ANB.
- Poelaert: de Gecoro blijft bij het standpunt om dit deelplan te behouden.
- Aldi: De Gecoro blijft bij het standpunt om dit deelplan te behouden. Het plan werd reeds aangepast aan de opmerkingen van het ANB.
- Galaxy: De Gecoro blijft bij het standpunt om dit deelplan te behouden. Het plan werd reeds aangepast aan de opmerkingen van het ANB. In de paragraaf over de visies en concepten rond zonevreemde woningen [lees: bedrijven] (toelichtingsnota) wordt voor de ‘zonevreemde woningen [lees: bedrijven] binnen de rivier- en beekvalleien of in natuurverwevingsgebieden’ uitdrukkelijk vermeld dat per bedrijf een verdere afweging moet worden gemaakt, dat per bedrijf moet worden uitgemaakt of zij kunnen bestaan met of zonder mogelijkheden tot uitbreiding of zich effectief moeten herlocaliseren, en dit op basis van diverse selectiecriteria. Dit is voor de deelplannen Van Der Schueren, Driesstraat 54, Poelaert, Aldi en Galaxy ook effectief gebeurd zodat van een strijdigheid met de tekst in de toelichtingsnota geen sprake kan zijn.” 10.
- Met betrekking tot het hiervoor aangehaalde advies van het gewestelijk departement overweegt de Gecoro: “De waterproblematiek moet in de toelichtingsnota verder worden uitgewerkt. Dit kan betekenen dat de stedenbouwkundige voorschriften en het grafisch plan moeten worden gewijzigd.”
- Met een besluit van 23 mei 2017 stelt de gemeenteraad van de stad Geraardsbergen het gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde bedrijven’ definitief vast.
- Met een besluit van 12 juli 2017 schorst de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening het in het vorige randnummer genoemde besluit op grond van tekortkomingen in de deelplannen 2 ‘Van Der Schueren’ en 5 ‘Galaxy’. X-17.084-6/18 13.
- Bij besluit van 5 september 2017 stelt de gemeenteraad van de stad Geraardsbergen het aangepaste gemeentelijk RUP ‘Zonevreemde bedrijven’ definitief vast. Dit is het bestreden besluit. Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 oktober
- 13.
- Het bestreden besluit citeert de in randnummer 10.1 aangehaalde verwerping van het bezwaarschrift van de verzoekende partij. 13.
- De stedenbouwkundige voorschriften van het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP bevatten volgende algemene bepaling: “1.9 Waterhuishouding Bij het verlenen van een vergunning dient het omgaan met regenwater en afvalwater te gebeuren volgens de vigerende wetgeving en bijhorende zoneringsplannen. Bij woningen of bedrijven gelegen in overstroming- en/of erosiegevoelig gebied dient de stedenbouwkundige aanvraag duidelijk de maatregelen te bevatten die genomen zullen worden om de overstromingsgevoeligheid en de erosiegevoeligheid van de woning en de omgeving niet significant negatief te beïnvloeden. Hierbij dient in overstromingsgevoelige gebieden overstromingsveilig gebouwd te worden, dient ingenomen overstromingsruimte gecompenseerd te worden, dient nieuwe verharding waterdoorlatend te zijn en zijn reliëfwijzigingen niet toegelaten.” 13.
- In de bij het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP horende toelichtingsnota wordt het voorwerp van het bestreden gemeentelijk RUP als volgt omschreven: “Via voorliggend RUP [...] wenst de gemeente na te gaan in welke mate de zonevreemde bedrijven passen binnen hun omgeving en waar mogelijk creëert dit RUP een kader waarin het mogelijk wordt om de zonevreemde bedrijven te regulariseren. [...] Voor Geraardsbergen blijkt dat een aantal bedrijven als zonevreemd kunnen beschouwd worden en dringend een oplossing zoeken. De rechtsonzekerheid van deze bedrijven kan op korte termijn opgeheven worden door een RUP ZVB. Een regularisatie van deze zonevreemde bedrijven betekent dat de X-17.084-7/18 historische basis erkend wordt en dat er op basis van een ruimtelijke en socio-economische afweging een optimale landschappelijke inpassing wordt gecreëerd.” 13.
- De toelichtingsnota herhaalt wat over de waterproblematiek in het deelplan 3 ‘De Lombaert’ in de screeningsnota is gesteld (randnr. 4.2). IV. Ontvankelijkheid
- In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij op dat het beroep onontvankelijk is in zoverre het gericht is tegen deelplan 1 ‘Covan’. Zoals de verzoekende partij aangeeft in haar verzoekschrift, is zij uitsluitend gegriefd door de deelplannen voor bedrijven die in de onmiddellijke omgeving van een waterloop of een overstromingsgevoelig gebied gelegen zijn. Het bedrijf Covan – waarop deelplan 1 betrekking heeft – is evenwel niet in de onmiddellijke omgeving van een waterloop of een overstromingsgevoelig gebied gelegen.
- In haar memorie van wederantwoord antwoordt de verzoekende partij dat het inderdaad klopt dat zij niet gegriefd wordt door deelplan 1 ‘Covan’.
- De exceptie is gegrond. Het beroep is onontvankelijk in zoverre het gericht is tegen deelplan 1 ‘Covan’. V. Onderzoek van de middelen A. Het tweede middel Standpunt van de partijen 17.
- Het tweede middel is onder meer genomen uit de schending van de artikelen 1.1.4, 2.1.2 en 2.1.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), alsook van het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. X-17.084-8/18 17.
- De verzoekende partij betoogt dat voor de zonevreemde bedrijven in de Dender-, de Mark- en de Molenbeekvallei afgeweken is van de richtinggevende bepalingen van het GRS. Voor deze bedrijven is er geen ruimtelijke afweging gemaakt waar alle ruimtelijke facetten – en met name de natuur- en overstromingsfunctie – gelijktijdig bij werden betrokken. De verzoekende partij benadrukt dat het GRS bepaalt dat de zonevreemde bedrijven in de Dender- en de Markvallei geherlokaliseerd moeten worden. Ook in de Molenbeekvallei moet de natuurlijke structuur versterkt worden. Het gaat om ecologische infrastructuur van bovenlokaal belang. Volgens de verzoekende partij valt moeilijk in te zien hoe de deelplannen 2, 4 tot 7 en 9 daarmee verzoenbaar zouden zijn. Voor de zonevreemde bedrijven in de grote overstromingsgevoelige valleien dient herlokaliseren het uitganspunt te zijn, doch het blijkt niet dat dit heeft meegespeeld in het besluitvormingsproces van het bestreden gemeentelijk RUP. De ligging in de rivier- en beekvalleien wordt louter als feitelijk element vermeld. De verwerende partij heeft een algemene methodiek “sterk – zwak dynamisch” gehanteerd om na te gaan of de zonevreemde bedrijven passen binnen hun omgeving. Daarbij is in een tabel voor verschillende omgevingskenmerken een van de volgende scores toegekend: “A = wellicht verenigbaar”, “B = wellicht minder verenigbaar” en “C = wellicht conflictueus”. Meer uitleg ontbreekt. Uit niets blijkt hoe deze scores finaal in het besluitvormingsproces werden betrokken. Meerdere deelplannen werden behouden, niettegenstaande het feit dat er in de tabel een score “C = wellicht conflictueus” wordt vermeld. De ligging in de voor de natuur belangrijke valleien is helemaal niet meegenomen in de afweging.
- In haar memorie van antwoord wijst de verwerende partij er op dat er voor de Molenbeekvallei in het schorsingsbesluit van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening van 12 juli 2017 gewezen is op de mogelijke opmaak van een gewestelijk RUP in het kader van een nog te houden onderzoek voor de aanduiding van natuurverwevingsgebieden. Er kan niet worden ingezien op welke wijze het bestreden gemeentelijk RUP rekening zou moeten houden met X-17.084-9/18 voorschriften die nog moeten worden uitgeschreven. In het bestreden besluit is dan ook afdoende gemotiveerd dat het voorliggend gemeentelijk RUP de mogelijkheid tot de opmaak van een gewestelijk RUP – met eventueel afwijkende visie en dat het gemeentelijk RUP derhalve opheft – niet in de weg staat. Vervolgens stelt de verwerende partij dat het volstaat te verwijzen naar het hiervoor (randnr. 13.2) bedoelde citaat uit het bestreden besluit over het bezwaarschrift van de verzoekende partij. Tot slot wijst de verwerende partij er op dat het gewestelijk departement oordeelde dat het bestreden gemeentelijk RUP – behoudens deelplan 2 – verenigbaar is met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Beoordeling
- Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen.
- Artikel 1.1.4 VCRO luidt: “De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.” X-17.084-10/18 Artikel 1.1.4 VCRO bepaalt onder meer dat bij de ruimtelijke ordening de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar worden afgewogen. Uit de voormelde beginselbepaling volgt dat de diverse binnen artikel 1.1.4 VCRO bedoelde behoeften en de daarmee gepaard gaande aanspraken op de ruimte evenwichtig en gelijktijdig tegen mekaar moeten worden afgewogen en dat bij deze afweging onder meer rekening dient te worden gehouden met de gevolgen voor het leefmilieu. 21.
- In zijn te dezen toepasselijke versie stelt artikel 2.1.2, § 3 VCRO: “§
- Het richtinggevend gedeelte van een ruimtelijk structuurplan is het deel van het ruimtelijk structuurplan waarvan een overheid bij het nemen van beslissingen niet mag afwijken, tenzij omwille van onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten of omwille van dringende sociale, economische of budgettaire redenen. De uitzonderingsgronden voor een afwijking worden uitgebreid gemotiveerd. Ze mogen in geen geval een aanleiding zijn om de duurzame ruimtelijke ontwikkeling, de ruimtelijke draagkracht en de ruimtelijke kwaliteit van welk gebied ook in het gedrang te brengen.” 21.
- De te dezen relevante richtinggevende bepalingen van het GRS luiden: “Ruimtelijke concepten […] Concept 3: Rivier- en beekvalleien als groene kettingen in het landschap De beek- en riviervalleien zijn zeer kenmerkend voor Geraardsbergen én van ecologisch belang. Door de druk van de bebouwde ruimte en de intensieve landbouw gaat de ecologisch[e] kwaliteit van de beekvalleien achteruit. Het is belangrijk deze beekvalleien te vrijwaren van bebouwing en hun landschappelijke structuur te bewaren en te versterken. De Dendervallei is uiteraard zeer bepalend voor de structuur van Geraardsbergen. De andere structurerende beekvalleien zijn:
- De Markvallei en zijbeken
- De Molenbeek- Ophasseltbeek-Moenebroekbeek (in noorden)
- De Molenbeek – Kalsterbeek (in westen) […] De beekvalleien worden gevrijwaard van verdere bebouwing en de X-17.084-11/18 natuurlijke waarden worden versterkt. […] Ontwikkelings- en uitbreidingsmogelijkheden voor de zonevreemde bedrijvigheid […] De stad Geraardsbergen […] wenst […] voor de zonevreemde bedrijven […] een oplossing te bieden. Het beleid daarvoor is gebiedsgericht opgesteld. Afhankelijk van de desbetreffende deelruimte worden binnen de het sectorale RUP specifieke ontwikkelingsrichtingen per bedrijf vooropgesteld. Als algemeen kader voor het uitwerken van dit gebiedsgericht beleid worden hieronder reeds een aantal duidelijke standpunten ingenomen: - Zonevreemde bedrijven in of aan de rand van kernen Bedrijven die zich binnen of aanpalend aan een kern of een bestaande bedrijvenzone bevinden, kunnen een kwalitatieve bijdrage leveren, voor zover de uitgeoefende activiteit niet hinderlijk is voor de omgeving. Als toetssteen gelden de typische ruimtelijke kenmerken van de omgeving. […] - Zonevreemde bedrijven in het noordelijk doorsneden openruimtegebied Bedrijven in het noordelijk doorsneden openruimtegebied kunnen bestendigd worden mits een landschappelijke inkleding en mogen zich eveneens beperkt verder ontwikkelen mits een aantal randvoorwaarden […] - Zonevreemde bedrijven binnen de rivier- en beekvalleien of in natuurverwevingsgebieden Bedrijven gelegen binnen de Dender- of Markvallei en in het beboste heuvellandschap (buiten de kernen) moeten op termijn geherlokaliseerd worden naar ofwel een lokaal bedrijventerrein wanneer het een kleine onderneming betreft, ofwel een regionaal bedrijventerrein als het gaat om een groot bedrijf. Deze afweging per deelruimte biedt enkel een globaal kader. Binnen het RUP moet per bedrijf een verdere afweging gemaakt worden afhankelijk van de ruimtelijke impact, de activiteiten op zich en de eventuele grondgebondenheid. Per bedrijf moet uitgemaakt worden of zij kunnen bestaan met of zonder mogelijkheden tot uitbreiding of zich moeten herlokaliseren. […] De gewenste openruimtestructuur […] De volgende gebieden vormen de prioritaire gebieden voor natuur: - vallei van de Dender en de Mark […] Weerhouden natuurverwevingsgebieden (cfr. hypothese van afbakening door het Vlaams Gewest; suggestie van Geraardsbergen ten aanzien van het Vlaams Gewest voor opname in het IVON of Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk): - […] - Omgeving van de Steenborrebeek - Molenbeek – Bosbroekbeek: verweving van natuur, landbouw en (zachte) recreatie. […] Ook de talrijke kleinere beekvalleien in dit gebied (Hollebeek, Waarbeek, Bettenhoekbeek, Leibeesbeek, Steenborrebeek, Molenbeek) vormen aanknopingspunten voor verdere natuurontwikkeling. X-17.084-12/18 […] Participatie in de bovenlokale RUP’s ten aanzien van de rivier- en beekvalleien […] Voor […] beek- en riviervalleien [met bovenlokale natuurwaarde] is het Vlaams gewest of de Provincie bevoegd voor de opmaak van een RUP. De stad Geraardsbergen wenst zoveel mogelijk betrokken te worden bij de opmaak van deze bovenlokale RUP’s, zodat zij de opties uit haar GRS voor deze gebieden zoveel mogelijk kan vrijwaren. Concreet zal de stad de volgende algemene principes ten aanzien van de beekvalleien verdedigen: - De beekvalleien worden gevrijwaard van bebouwing, derwijze dat natuurlijke overstroming mogelijk blijft. - De natuurlijke overstromingsgebieden worden waar mogelijk hersteld. - Behoud van het natuurlijk meanderend verloop en behoud en herstel van de natuurlijke oeverstroken (bv. indijken en overwelven van de beek tegengaan en aanplant van de oeverstroken met groen). - Bijzondere aandacht moet gaan naar de aanplant van kleine landschapselementen KLE in de beekvalleien, waardoor de natuurwaarde en de landschappelijke waarde verder versterkt wordt. - Het scheuren van historische graslanden is niet toegestaan. - Wat de bestemming betreft, worden de snippers natuurgebied zoveel mogelijk verbonden tot een samenhangend geheel, in overeenstemming met de breedte van het valleigebied. - Behouden van de relatie tussen beekbegeleidende en kwelgebonden vegetaties en de hoger gelegen infiltratiegronden behouden.” 22.
- Voor zonevreemde bedrijven gelegen “binnen de Dender- of Markvallei en in het beboste heuvellandschap (buiten de kernen)” geldt als richtinggevende bepaling dat ze “op termijn geherlokaliseerd” moeten worden. Verder dienen, krachtens de richtinggevende bepalingen van het GRS, in de valleien van de Dender-, de Mark en de Molenbeek de natuurlijke waarden te worden versterkt. 22.
- Ondanks deze – met de woorden van het GRS zelf – “duidelijke standpunten”, blijkt niet dat bij de opmaak van het bestreden gemeentelijk RUP is nagegaan of het om de natuurlijke waarden in de betrokken valleien te versterken nodig is om enig bedrijf van de in het middel geviseerde bedrijven te herlokaliseren naar een terrein buiten deze valleien. Anders dan de verwerende partij laat uitschijnen, kan het X-17.084-13/18 voorbijgaan aan de in het vorige randnummer bedoelde richtinggevende bepalingen van het GRS niet verschoond worden door het enkele feit dat er niets aan in de weg staat dat er in de toekomst een gewestelijk RUP vastgesteld wordt dat ten opzichte het bestreden gemeentelijk RUP – met de woorden van de memorie van antwoord – uitgaat van de “afwijkende visie” om de natuurlijke waarden ter plaatse te versterken. Ten onrechte is de verwerende partij er van uitgegaan dat zij het – zonder tijdsbeperking – opheffen van de zonevreemdheid van de bestaande bedrijven louter kon verantwoorden door na te gaan of ze – met de woorden van de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP – “passen binnen hun omgeving” en er “een optimale landschappelijke inpassing [kan worden] gecreëerd”. Aldus zijn de gevolgen voor het leefmilieu van het behoud van de zonevreemde bedrijven op hun huidige locatie niet evenwichtig en gelijktijdig afgewogen tegen de economische en sociale wenselijkheid om een einde te maken aan de zonevreemdheid van deze bedrijven. De verwerende partij heeft niet gehandeld zoals van een zorgvuldig plannende overheid verwacht kon worden. Het blijkt niet dat er wettige motieven voorliggen om af te wijken van de laatstgenoemde richtinggevende bepalingen van het GRS.
- Aan de in het vorige randnummer gedane vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat het advies van het gewestelijk departement over de overeenstemming met het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen grotendeels gunstig was of door de argumenten die de Gecoro heeft aangewend om het bezwaarschrift van de verzoekende partij te verwerpen (randnr. 10.1).
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. X-17.084-14/18 B. Het eerste middel Standpunt van de partijen 25.
- Het eerste middel is onder meer genomen uit de schending van artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 ‘betreffende het integraal waterbeleid’ (hierna: DIWB), alsook van het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 25.
- De verzoekende partij betoogt dat er geen zorgvuldige watertoets is uitgevoerd. Het watersysteem heeft niet meegespeeld als ordenend principe. De verwerende partij is niet verder gekomen dan het tonen van de kaarten van de overstromingsgebieden per deelplan en het vaststellen van een algemeen voorschrift waarbij de uitvoering van de watertoets doorgeschoven wordt naar de vergunningverlenende overheid. Met name wat deelgebied 3 ‘De Lombaert’ betreft, is de screeningsnota zeer summier. Zoals blijkt uit de tekst van het bestreden besluit hebben zowel het gewestelijk departement als de Gecoro daar een opmerking over gemaakt. Vervolgens is bij de totstandkoming van het bestreden gemeentelijk RUP echter geen bijkomende watertoets uitgevoerd. Wel is voor de in het ontwerp-RUP langs het achterste gedeelte van het terrein voorziene groenbuffers, na het openbaar onderzoek de nabestemming wonen (rode arcering) toegevoegd. Het valt niet in te zien hoe door deze toevoeging tegemoet zou zijn gekomen aan de opmerkingen van het gewestelijk departement en de Gecoro.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het middel voornamelijk inhoudelijke kritiek uit op de uitgevoerde watertoets, terwijl de Raad van State – in de uitoefening van het hem opgedragen wettigheidstoezicht – zijn beoordeling inzake de watertoets niet in de plaats mag stellen van die van de bevoegde administratieve overheid. In casu werd de waterproblematiek onderzocht en geëvalueerd in de screeningsnota. Bovendien is bij de opmaak van het bestreden gemeentelijk RUP gevolg gegeven aan hetgeen de Vlaamse Milieumaatschappij in haar advies van 8 juli 2015 heeft gesteld. Een en ander blijkt voldoende uit artikel 1.9 van de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP waarin de nodige voorzorgsmaatregelen worden X-17.084-15/18 opgelegd betreffende het verminderen van het risico op waterschade en het voeren van een duurzame waterhuishouding. Voor zoveel als nodig, blijkt uit de rechtspraak van de Raad van State dat wanneer er inhoudelijk een behoorlijke watertoets werd uitgevoerd, een verzoekende partij geen nadeel kan ondervinden van een eventueel formeel gebrek met betrekking tot de waterparagraaf. Op planniveau komen de overwegingen in het dossier met betrekking tot de watertoets als voldoende voor, in acht genomen de omstandigheid dat bij het doorvoeren van deze toets de bevoegde overheid redelijkerwijze enkel rekening kan houden met elementen en omstandigheden die haar op dat ogenblik reeds bekend zijn of kunnen zijn. Beoordeling 27.
- Wat het materiëlemotiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel betreft, wordt verwezen naar het gestelde in randnummer
- 27.
- Het toentertijd geldende artikel 8, § 1, eerste lid, DIWB bepaalt onder meer dat de overheid die, zoals te dezen, over een plan moet beslissen, er zorg voor draagt, door het weigeren van het plan of door het opleggen van gepaste voorwaarden, dat geen schadelijk effect ontstaat of dat dit zoveel mogelijk wordt beperkt en, indien dit niet mogelijk is, dat het schadelijk effect wordt hersteld of, in bepaalde gevallen, gecompenseerd.
- Wat het deelplan 3 ‘De Lombaert’ van het bestreden gemeentelijk RUP betreft, blijkt niet dat er een zorgvuldige watertoets is uitgevoerd.
- Hoewel het gewestelijk departement en de Gecoro, respectievelijk op 17 november 2016 (randnr. 9) en 8 februari 2017 (randnr. 10.2) aangedrongen hebben om bijkomend onderzoek naar de effecten voor het watersysteem te doen, heeft de verwerende partij er zich toe beperkt in de toelichtingsnota bij het bestreden gemeentelijk RUP de overwegingen uit de vóór 8 juli 2016 opgemaakte screeningnota te herhalen (randnr. 13.5). X-17.084-16/18 Voor de bij het bestreden besluit van 5 september 2017 toegevoegde nabestemming wonen op het achterste deel van het terrein van het bedrijf Lombaert blijkt niet dat er een watertoets is uitgevoerd, daar deze nabestemming niet in de screeningsnota is onderzocht.
- Aan de in het vorig randnummer gedane vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door het door de verwerende partij aangehaalde element dat er gevolg is gegeven aan hetgeen de Vlaamse Milieumaatschappij in haar advies van 8 juli 2015 heeft gesteld.
- Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Conclusie
- De in het verzoekschrift aangevoerde middelen, die gericht zijn tegen de deelplannen 2 tot 7 en 9, verantwoorden de vernietiging van deze deelplannen. VII. Rechtsplegingsvergoeding
- De verzoekende partij vraagt om haar een passende rechtsplegingsvergoeding toe te kennen. De rechtsplegingsvergoeding is een tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Te dezen wordt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding ten behoeve van de verzoekende partij bepaald op het met 20 procent verhoogde minimum van 140 euro, gelet op het gebrek aan complexiteit van de zaak, althans voor de advocaat, wiens optreden ertoe beperkt was om de verzoekende partij ter zitting te vertegenwoordigen. BESLISSING X-17.084-17/18
- De Raad van State vernietigt het besluit van de gemeenteraad van de stad Geraardsbergen van 5 september 2017 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Zonevreemde bedrijven’ in zoverre het betrekking heeft op deelplan 2 ‘Van Der Schueren’, deelplan 3 ‘De Lombaert’, deelplan 4 ‘Driesstraat 54’, deelplan 5 ‘Galaxy’, deelplan 6 ‘Collier’, deelplan 7 ‘Poelaert’ en deelplan 9 ‘Aldi’. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 168 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.084-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.749 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div