id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.750 Rolnummer: A. 226226/X-17332 Zaak: Arrest 250750 - Milieu bescherming - Reglementen - 01/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-11 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.750 van 1 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieu bescherming - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.750 van 1 juni 2021 in de zaak A. 226.226/X-17.332 In zake :
- Martin COSTENOBLE
- Lodewijk DEBEDTS
- Suzanne VANDAMME
- Paul HAEGEBAERT
- Nicole VERMEIRE
- Pierre LEURIDAN
- Katrien VAN HECKE
- Mathias LOWAGIE
- Pierre THOMAS
- Theresia BONTINCK
- Jacqueline PEUSSENS
- Henri PEUSSENS
- Monique VAN DAMME
- Heidi NACHTEGAELE
- Sandra NACHTEGAELE
- Frederik NACHTEGAELE
- Paul VAN DE VIJVER
- Georgine VAN DE VIJVER
- Anne VAN DE VIJVER
- Lutgart VAN DE VIJVER
- Nicole VAN DE VIJVER
- NV NOVUS
- NV BREMHOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Verbist kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE (WVI) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jacky D’Hoest en Gilles Dewulf kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen 17.332-X-1/5 Tussenkomende partij: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de WVI van 22 maart 2018, houdende verwerping van het verzoek van de verzoekende partijen om tot zelfrealisatie over te gaan van het bij het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 2017 definitief vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge-herneming”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 13 november 2018 . De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 februari
- 17.332-X-2/5 Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies, behoudens wat de kosten betreft, gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Met een besluit van 27 oktober 2017 stelt de Vlaamse regering het GRUP ‘afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge, herneming’ definitief vast en wordt aan de WVI de machtiging tot onteigening verleend voor de zones “Gebied voor stedelijke activiteiten Blankenbergse Steenweg” (artikel 2) en “Gemengd bedrijventerrein Blankenbergse Steenweg” (artikel 3) van dit GRUP. Eerste tot eenentwintigste verzoekers zijn eigenaars van een substantieel deel van de laatstgenoemde GRUP-zones. Met het oog op de ontwikkeling van hun percelen, hebben zij samenwerkingsovereenkomsten gesloten met de tweeëntwintigste en de drieëntwintigste verzoekende partij.
- Op 19 februari 2018 wordt namens de verzoekende partijen een verzoek tot zelfrealisatie van hun deel van de meergenoemde GRUP-zones aan de verwerende partij gericht.
- Met het bestreden besluit verwerpt de verwerende partij het laatstgenoemde verzoek.
- Bij arrest nr. 248.469 van 6 oktober 2020 (zaak A. 224.262/X-17.108) vernietigt de Raad van State het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 2017 houdende de definitieve vaststelling van het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Brugge-herneming” onder meer in zoverre het betrekking heeft op de zones “Gebied voor stedelijke activiteiten 17.332-X-3/5 Blankenbergse Steenweg” (artikel 2) en “Gemengd bedrijventerrein Blankenbergse Steenweg” (artikel 3). IV. Onderzoek
- Terecht merken de verzoekende partijen in hun laatste memorie op dat door het laatstgenoemde vernietigingsarrest de onderliggende aanleiding voor het geweigerde verzoek tot zelfrealisatie evident is weggevallen: daar er voor hun percelen geen GRUP meer is, rijst de vraag naar de mogelijkheid om de daarin voorziene bestemmingen al dan niet zelf te realiseren niet meer.
- Ten gevolge van het vernietigingsarrest nr. 248.469 beschikken de verzoekende partijen niet langer over het rechtens vereiste belang bij hun beroep. Na een gebeurlijke nietigverklaring zou de verwerende partij immers onmogelijk gunstig kunnen beschikken over hun verzoek tot zelfrealisatie.
- Anders dan de verzoekende partijen in hun laatste memorie voorhouden, is het niet “aangewezen” het bestreden besluit te vernietigen “ter wille van de rechtszekerheid”. De bestreden weigeringsbeslissing creëert immers niet de minste rechtsonzekerheid. V. Kosten
- Noch de verzoekende partijen, noch de verwerende partij kunnen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding, daar geen van hen te aanzien is als de in het gelijk gestelde partij.
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de 17.332-X-4/5 onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden elk voor een drieëntwintigste verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 4600 euro en een bijdrage van 20 euro. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 440 euro wordt aan hen terugbetaald. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust. 17.332-X-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div