id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.751 Rolnummer: A. 229651/X-17624 Zaak: Arrest 250751 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 01/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-11 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.751 van 1 juni 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 250.751 van 1 juni 2021 in de zaak A. 229.651/X-17.624 In zake:
- de CVBA CN-HEALTH18
- Shuyun WANG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thierry L’Allemand kantoor houdend te 2000 Antwerpen Britselei 47-49, bus 5 en 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD MORTSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A, bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 november 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de stad Mortsel van 24 september 2019 tot vaststelling van een politieverordening ‘betreffende inrichtingen waarvoor een exploitatietoelating vereist is’. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 247.272 van 10 maart 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. X-17.624-1/4 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 5 februari
- Op 6 april 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. X-17.624-2/4 De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing. IV. Kosten
- Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4 § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017 “tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand”, zoals het is ingevoegd bij de wet van 26 april
- Dit betekent dat de bijdrage, bedoeld in voormeld artikel slechts éénmaal is verschuldigd per verzoekschrift, ongeacht het aantal partijen. Bijgevolg is er aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdrage. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.
- De verzoekende partijen worden elk voor de helft verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De door de verzoekende partijen onterecht betaalde bijdrage van 20 euro wordt aan hen terugbetaald. X-17.624-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.624-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.751 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.272 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div