id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.760 Rolnummer: A. 224527/VII-40194 Zaak: Arrest 250760 - Milieuvergunningen - 02/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.760 van 2 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.760 van 2 juni 2021 in de zaak A. 224.527/VII-40.194 In zake :
- Willy CRAENEN
- André JOOSTEN
- Hugo SCHEELEN
- Marieanne STAMMEN
- Theo VEUSKENS
- Pierre VANGOMPEL
- Guy JANSSEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Roggen kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 303, bus 40 - Corda A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Isabelle Verhelle kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 24 november 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 15 juni 2017, houdende het weigeren van de milieuvergunning aan de nv Egro voor een kippenhouderij, gelegen aan de Galgenbergstraat 25 te Bocholt, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de vergunning onder voorwaarden wordt verleend. VII-40.194-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Thewis, die loco advocaat Jan Roggen verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De nv Egro exploiteert een pluimveebedrijf op een terrein gelegen aan de Galgenbergstraat 25 te Bocholt, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie C, nrs. 1139C en 1142G
- De exploitatie is vergund voor het houden van 14.500 slachtkuikenouderdieren binnen twee stallen met traditionele huisvesting. VII-40.194-2/6 3.
- Op 30 november 2016 dient de nv Egro een aanvraag in voor de hernieuwing, uitbreiding en wijziging van deze kippenhouderij. 3.
- Bij besluit van 15 juni 2017 weigert de deputatie van de provincie Limburg de gevraagde vergunning over de hele lijn, met inbegrip van de gevraagde hernieuwing. 3.
- Op 26 juni 2017 tekent de nv Egro bij de verwerende partij een bestuurlijk beroep aan tegen deze weigering. 3.
- Bij besluit van 24 november 2017 verklaart de verwerende partij het beroep gedeeltelijk gegrond, heft zij de beroepen beslissing op en verleent zij de gevraagde vergunning. Dit is het bestreden besluit. 3.
- Op 23 februari 2018 dient de nv Egro bij de deputatie van de provincieraad van Limburg een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor “het bouwen van drie pluimveestallen”. 3.
- Bij besluit van 5 juli 2018 weigert de deputatie de omgevingsvergunning. Tegen deze beslissing tekent de aanvrager bestuurlijk beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister, die dit beroep op 10 december 2018 ontvankelijk en gegrond verklaart en een omgevingsvergunning verleent onder voorwaarden. Onder meer de derde, vierde en zesde verzoekende partij stellen tegen deze vergunningsbeslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb). VII-40.194-3/6 De verzoekende partij in een zaak die bij de Raad van State gekend is onder rolnummer G/A. 224.336/VII-40.177 tekent eveneens een beroep tot nietigverklaring aan bij de RvVb, tegen dezelfde vergunningsbeslissing. Bij arrest nr. RvVb-A-1920-0775 van 21 april 2020 doet de RvVb uitspraak over het beroep tot nietigverklaring van huidige derde, vierde en zesde verzoekende partij, en vernietigt hij de vergunningsbeslissing van 10 december
- De Raad beveelt de Vlaamse regering een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep binnen een termijn van zes maanden, waarbij rekening moet worden gehouden met de overwegingen in het “Bevel met toepassing van artikel 37 DBRC-decreet” in dat arrest, die onder meer als volgt luiden: “In het licht van wat voorafgaat acht de Raad het noodzakelijk dat de [Vlaamse regering] de [nv Egro] beveelt om een aanvullende geur- en stofstudie over te maken, waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de studie uitgevoerd in 2013 en deze van 2016”. Het beroep van de verzoekende partij in de zaak die bij de Raad van State gekend is onder rolnummer G/A 224.336/VII-40.177, wordt bij arrest nr. RvVb-A-1920-0776, eveneens van 21 april 2020, verworpen bij gebrek aan voorwerp. 3.
- Op 12 oktober 2020 weigert de bevoegde Vlaamse minister de omgevingsvergunning. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunten van de partijen
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundig handelen op 12 oktober 2020 definitief werd geweigerd, zodat de milieuvergunning met toepassing van artikel 5, § 2, vijfde lid, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna: milieuvergunningsdecreet) van rechtswege is vervallen, en de verzoekende partijen hun belang hebben verloren. VII-40.194-4/6
- De verzoekende partijen betogen in hun laatste memorie dat door de nv Egro bij de RvVb beroep werd aangetekend tegen de weigeringsbeslissing van 12 oktober 2020, en dat deze beslissing mogelijk door de RvVb zal worden vernietigd, waarna de bevoegde Vlaamse minister een nieuwe beslissing zal moeten nemen, hetzij een vergunningsbeslissing, hetzij een weigeringsbeslissing. In de hypothese dat de bevoegde Vlaamse minister een nieuwe omgevingsvergunning aflevert, zou de bestreden beslissing, aldus de verzoekende partijen, alsnog van essentieel belang kunnen zijn in het kader van de uitvoerbaarheid van de nieuwe omgevingsvergunning. Zij besluiten dat zij beschikken over het rechtens vereiste belang en dat het “essentieel” is dat de Raad van State “zich uitspreekt over het verzoek tot vernietiging”. Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 5, § 2, van het milieuvergunningsdecreet, dat op de in het geding zijnde milieuvergunningsaanvraag van toepassing is, vervalt de milieuvergunning voor een inrichting waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is van rechtswege vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg werd beslist de laatstbedoelde vergunning niet af te leveren. Het gegeven dat de aanvrager tegen deze weigeringsbeslissing een annulatieberoep heeft ingediend bij de RvVb, heeft volgens de tekst van deze decretale bepaling geen implicatie op het verval van de bestreden milieuvergunning. Het beroep zou dus zonder voorwerp en bijgevolg doelloos zijn geworden. VII-40.194-5/6
- De verzoekende partijen wijzen in hun laatste memorie echter op de eigenaardige juridische situatie die zou ontstaan wanneer de RvVb de weigeringsbeslissing op verzoek van de aanvrager zou vernietigen. Het is in de gegeven omstandigheden onduidelijk wat dan het lot wordt van de thans bestreden vergunningsbeslissing. Het past dan ook het debat te heropenen en de zaak uit te stellen tot wanneer de RvVb definitief over het beroep van de nv Egro uitspraak zal hebben gedaan. BESLISSING De Raad van State heropent het debat. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.194-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.760 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.138 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div