id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.761 Rolnummer: A. 224336/VII-40177 Zaak: Arrest 250761 - Milieuvergunningen - 02/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.761 van 2 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.761 van 2 juni 2021 in de zaak A. 224.336/VII-40.177 In zake : de gemeente BOCHOLT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Isabelle Verhelle kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 24 november 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 15 juni 2017, houdende het weigeren van de milieuvergunning aan de nv Egro voor een kippenhouderij, gelegen aan de Galgenbergstraat 25 te Bocholt, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de vergunning onder voorwaarden wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.177-1/6 Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De NV Egro exploiteert een pluimveebedrijf op een terrein gelegen aan de Galgenbergstraat 25 te Bocholt, kadastraal gekend als afdeling 1, sectie C, nrs. 1139C en 1142G
- De exploitatie is vergund voor het houden van 14.500 slachtkuikenouderdieren binnen twee stallen met traditionele huisvesting. 3.
- Op 30 november 2016 dient de NV Egro een aanvraag in voor de hernieuwing, uitbreiding en wijziging van deze kippenhouderij. 3.
- Bij besluit van 15 juni 2017 weigert de deputatie van de provincie Limburg de gevraagde vergunning over de hele lijn, met inbegrip van de gevraagde hernieuwing. VII-40.177-2/6 3.
- Op 26 juni 2017 tekent de NV Egro bij de verwerende partij een bestuurlijk beroep aan tegen deze weigering. 3.
- Bij besluit van 24 november 2017 verklaart de verwerende partij het beroep gedeeltelijk gegrond, heft zij de beroepen beslissing op en verleent zij de gevraagde vergunning. Dit is het bestreden besluit. 3.
- Op 23 februari 2018 dient de NV Egro bij de deputatie van de provincieraad van Limburg een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor “het bouwen van drie pluimveestallen”. 3.
- Bij besluit van 5 juli 2018 weigert de deputatie de omgevingsvergunning. Tegen deze beslissing tekent de aanvrager bestuurlijk beroep aan bij de bevoegde Vlaamse minister, die het bestuurlijk beroep op 10 december 2018 ontvankelijk en gegrond verklaart en een omgevingsvergunning verleent onder voorwaarden. Onder meer stelt de huidige verzoekende partij tegen deze vergunningsbeslissing een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De derde, vierde en zesde verzoekende partij in een zaak die bij de Raad van State gekend is onder rolnummer A/A. 224.527/VII-40.194 tekenen eveneens een beroep tot nietigverklaring aan bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, tegen dezelfde vergunningsbeslissing. Bij arrest nr. RvVb-A-1920-0775 van 21 april 2020 doet de Raad voor Vergunningsbetwistingen uitspraak over dit beroep tot nietigverklaring, en vernietigt hij de vergunningsbeslissing van 10 december
- De Raad beveelt de Vlaamse regering een nieuwe beslissing te nemen over het administratief beroep binnen een termijn van zes maanden, waarbij rekening moet worden gehouden met VII-40.177-3/6 de overwegingen in het “Bevel met toepassing van artikel 37 DBRC-decreet” in dat arrest, die onder meer als volgt luiden: “In het licht van wat voorafgaat acht de Raad het noodzakelijk dat de [Vlaamse regering] de [nv Egro] beveelt om een aanvullende geur- en stofstudie over te maken, waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de studie uitgevoerd in 2013 en deze van 2016”. Het beroep van de huidige verzoekende partij wordt bij arrest nr. RvVb-A-1920-0776, eveneens van 21 april 2020, verworpen bij gebrek aan voorwerp. 3.
- Op 12 oktober 2020 weigert de bevoegde Vlaamse minister de omgevingsvergunning. IV. Ontvankelijkheid Standpunten van de partijen
- In haar laatste memorie werpt de verwerende partij op dat de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundig handelen op 12 oktober 2020 definitief werd geweigerd, zodat de milieuvergunning met toepassing van artikel 5, § 2, vijfde lid, van het milieuvergunningsdecreet van rechtswege is vervallen, en de verzoekende partij haar belang heeft verloren.
- De verzoekende partij betoogt in haar laatste memorie dat het beroep daardoor zonder voorwerp is geworden. VII-40.177-4/6 Beoordeling
- Overeenkomstig artikel 5, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, dat op de in het geding zijnde milieuvergunningsaanvraag van toepassing is, vervalt de milieuvergunning voor een inrichting waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is van rechtswege vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg werd beslist de laatstbedoelde vergunning niet af te leveren. Het beroep is zonder voorwerp, en dus doelloos geworden.
- Aangezien het beroep tot nietigverklaring initieel niet onontvankelijk werd bevonden en het onderzoek ten gronde door de auditeur heeft geleid tot de conclusie dat het bestreden besluit moest worden nietig verklaard, past het de kosten van het geding, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. VII-40.177-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.177-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.761 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div