← België

Arrest 250766 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.766 Rolnummer: A. 231292/VII-40875 Zaak: Arrest 250766 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.766 van 2 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.766 van 2 juni 2021 in de zaak A. 231.292/VII-40.875 In zake : de LEIDEND AMBTENAAR VAN HET AGENTSCHAP WEGEN EN VERKEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 15 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-1920-0888 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 2 juni 2020 in de zaak 1819-RvVb-0631-A II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 3 september
  3. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. VII-40.875-1/7 Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State (hierna: cassatieprocedurebesluit). De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 mei
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Maarten Van Den Nieuwenhuijzen, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De deputatie van de provincieraad van Antwerpen (hierna: deputatie) verleent op 6 december 2018 een stedenbouwkundige vergunning “voor het plaatsen van een van binnenuit verlicht (LED-verlichting) publiciteitspaneel van 17 m² (type Blacklight) op voet”. 3.
  7. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van de verzoekende partij de vergunningsbeslissing van de deputatie. VII-40.875-2/7 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging Samenvattende memorie 4.
  8. Artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit bepaalt wat volgt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie”. Beoordeling 4.
  9. Uit deze bepaling volgt dat over de gegrondheid van het middel dat niet in deze samenvattende memorie is opgenomen, geen uitspraak dient te worden gedaan. 4.
  10. Te dezen neemt de toelichtende memorie van de verzoekende partij niet de vorm aan van een samenvattende memorie bedoeld in artikel 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit. De Raad van State kan voor de beoordeling van de gegrondheid van het middel enkel rekening houden met het in de toelichtende memorie opnieuw aangevoerde middel en de eventuele toelichting ervan. VII-40.875-3/7 V. Onderzoek van het middel Standpunt van de verzoekende partij 5.
  11. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 149 van de Grondwet en de artikelen 32, tweede lid, 35 en 37, § 2 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige bestuursrechtscolleges (hierna: DBRC-decreet). Zij stelt dat “in het bestreden arrest geen beoordeling voorligt van de RvVb mbt de toepassing van artikel 37, § 2 DBRC-decreet”. Zij licht toe dat het “niet te begrijpen [valt] waarom de RvVb […] ook geen toepassing heeft gemaakt van artikel 37, § 2 DBRC-Decreet hetgeen nochtans uitdrukkelijk werd verzocht door verzoekende partij in het ingediende beroep tot vernietiging. Dit verzoek werd in het met cassatie bestreden arrest gewoonweg niet ontmoet door de [RvVb]. Minstens is de [RvVb] in gebreke gebleven te motiveren waarom zij geen toepassing maakt van artikel 37, § 2 DBRC-Decreet. […] In casu leidt de vernietiging op basis van het eerste middel ertoe dat de [RvVb] heel duidelijk aanvaard en bevestigd heeft dat [de deputatie] over een zuiver gebonden bevoegdheid beschikt. De vernietiging van de bestreden beslissing wegens het vaststellen van een ongeoorloofde eigen beoordeling in strijd met het bindend ongunstig advies van de verzoekende partij leidt ertoe dat de [deputatie] niets anders kan dan het administratief beroep van de aanvrager afwijzen als zijnde ongegrond. Doch uit het reeds gereden processueel parcours in deze zaak is reeds komen vast te staan dat de [deputatie] niettegenstaande zij over een zuiver gebonden bevoegdheid beschikt toch telkenmale de vergunning opnieuw meent te kunnen verlenen met schending van haar op dat punt gebonden bevoegdheid zodat opnieuw telkenmale tegen deze beslissing een vernietigingsberoep zou (moeten) worden ingesteld door de leidend ambtenaar […]. Zulks kan niet de bedoeling zijn. Gelet op de zuiver gebonden bevoegdheid in hoofde van de [deputatie] na de vernietiging van de bestreden beslissing door de [RvVb] en om een einde te stellen aan het VII-40.875-4/7 procedurecarrousel had de [RvVb zijn] arrest met toepassing van artikel 37 § 2 DBRC-Decreet in de plaats moeten stellen van een herstelbeslissing, en had [hij] de vergunning moeten weigeren hetgeen [hij] in casu nagelaten heeft te doen. Nochtans heeft de [RvVb] reeds in identieke zaken wel toepassing gemaakt van [zijn] substitutiebevoegdheid […]. […] Er is geen enkele reden waarom in onderhavige zaak, in volkomen gelijkaardige omstandigheden, door de [RvVb] geen toepassing zou worden gemaakt van de substitutiebevoegdheid zoals decretaal verankerd in artikel 37, § 2 DBRC-Decreet”. Beoordeling 5.
  12. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van de verzoekende partij de vergunningsbeslissing van de deputatie na de gegrondverklaring van het eerste middel van de verzoekende partij. 5.
  13. Uit de gegevens van het dossier waarop de Raad van State acht mag slaan blijkt dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift toepassing heeft gevraagd van artikel 37, § 2 DBRC-decreet: “
  14. In casu leidt een vernietiging op basis van het eerste middel ertoe dat de verwerende partij over een zuiver gebonden bevoegdheid beschikt. Een vernietiging van de bestreden beslissing wegens het vaststellen van een ongeoorloofde eigen beoordeling in strijd met het bindend ongunstig advies van de verzoekende partij leidt er namelijk toe dat de verwerende partij niets anders zal kunnen dan het administratief beroep van de aanvrager afwijzen als zijnde ongegrond.
  15. Gelet op deze zuiver gebonden bevoegdheid in hoofde van verwerende partij na de vernietiging van de bestreden beslissing, vraagt verzoekende partij [de RvVb] om [zijn] arrest met toepassing van artikel 37, § 2 DBRC-decreet in de plaats te stellen van een herstelbeslissing”. 5.
  16. Het arrest van de RvVb moet overeenkomstig artikel 32, tweede lid DBRC-decreet met redenen worden omkleed. VII-40.875-5/7 De aan de RvVb opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren, heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteenzet -al ware die redengeving verkeerd of onwettig- die hem ertoe brengt de beslissing te nemen. Een gemis aan motivering maakt een schending uit van de aan de rechter opgelegde motiveringsverplichting. 5.
  17. Het bestreden arrest is beperkt tot de vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing op grond van de gegrondverklaring van het eerste middel van de verzoekende partij. Het verzoek van de verzoekende partij om toepassing van artikel 37, § 2 DBRC-decreet wordt door de RvVb impliciet afgewezen. In het bestreden arrest ontbreekt elke beoordeling van de RvVb van het uitdrukkelijke verzoek van de verzoekende partij. Het bestreden arrest zet bijgevolg niet duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteen voor het impliciet afwijzen van het verzoek van de verzoekende partij. 5.
  18. Het middel dat de schending aanvoert van artikel 35, tweede lid DBRC-decreet is gegrond. BESLISSING
  19. De Raad van State vernietigt arrest nr. RvVb-A-1920-0888 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 2 juni 2020 in de zaak 1819-RvVb-0631- A
  20. Dit arrest dient te worden overgeschreven in de registers van bovenvermelde Raad en melding ervan moet worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing.
  21. De zaak wordt verwezen naar de anders samengestelde Raad voor Vergunningsbetwistingen. VII-40.875-6/7
  22. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Pierre Lefranc VII-40.875-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.766 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.