← België

Arrest 250781 - Bewakingsondernemingen - 03/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.781 Rolnummer: A. 232791/VII-41015 Zaak: Arrest 250781 - Bewakingsondernemingen - 03/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.781 van 3 juni 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bewakingsondernemingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.781 van 3 juni 2021 in de zaak A. 232.791/VII-41.015 In zake: Alen DZANGAZIYEV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Jans kantoor houdend te 3600 Genk Jaarbeurslaan 17, bus 12 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 18 januari 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing van 16 november 2020 waarbij de identificatiekaart voor het uitoefenen van de functie van bewakingsagent wordt ingetrokken en de aanvraag tot afgifte van een nieuwe identificatiekaart wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 mei
  3. VII-41.015-1/6 Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Karel Jans, die verschijnt voor verzoeker, en jurist Peter Ide, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker beschikt over een identificatiekaart voor een uitvoerende functie in de vergunde bewakingsonderneming bv SECURIPRO. Op 7 juni 2019 dient de vergunde bewakingsonderneming bv SFINX SECURITY voor verzoeker een aanvraag in tot het verkrijgen van een identificatiekaart voor het uitoefenen van de functie van bewakingsagent bij deze onderneming. 3.
  6. Vanaf 9 juli 2019 wordt ten aanzien van verzoeker, die daarmee heeft ingestemd, een onderzoek uitgevoerd naar het voldaan zijn van de veiligheidsvoorwaarden, zoals vereist door de wet van 2 oktober 2017 ‘tot regeling van de private en bijzondere veiligheid’ (hierna: wet van 2 oktober 2017). 3.
  7. De Commissie onderzoeken naar de veiligheidsvoorwaarden stelt op 24 februari 2020 vast dat verzoeker niet meer voldoet aan de door de wet van 2 oktober 2017 voorgeschreven veiligheidsvoorwaarden en adviseert tot het aanvatten van een procedure tot intrekking of inhouding van zijn identificatiekaart. 3.
  8. Verzoeker wordt bij brief van 24 april 2020 op de hoogte gesteld van de hem ten laste gelegde feiten, van de maatregel die wordt overwogen, van het recht om inzage te nemen in het dossier en van het recht om zijn VII-41.015-2/6 verweermiddelen in te dienen. Ingevolge die kennisgeving dient hij op 29 mei 2020 zijn verweermiddelen in. 3.
  9. Een hoorzitting vindt plaats op 23 september
  10. 3.
  11. Op 16 november 2020 beslist de minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing dat verzoeker niet langer voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 61, 6°, van de wet van 2 oktober 2017 aangezien hij “niet voldoet aan het profiel zoals vastgelegd in artikel 64 van diezelfde wet”, dat bijgevolg “[d]e nog geldige identificatiekaart wordt […] ingetrokken” en de “in aanvraag zijnde identificatiekaart wordt […] geweigerd”. Dit is de thans bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de vordering
  12. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden. Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
  13. In zijn verzoekschrift geeft verzoeker de volgende uiteenzetting omtrent de spoedeisendheid van de zaak: “Verzoeker kan […] door de intrekking van de identificatiekaart zijn beroep als bewakingsagent niet meer uitoefenen. VII-41.015-3/6 Het betreft niet louter een financieel nadeel dat verzoeker lijdt ingevolge het verlies van loon. Verzoeker zijn werk is immers ook zijn passie, die hem ten onrechte wordt ontnomen. Daarenboven heeft verzoeker geen diploma en kan hij aldus ook enkel maar ongeschoolde arbeid gaan doen. Dit betekent dat verzoeker zijn leven zeer anders wordt, en hij elke dag met tegenzin ongeschoolde arbeid zal dienen te leveren, in plaats van zijn passie als bewakingsagent te kunnen uitvoeren. Tevens is het weinig waarschijnlijk dat de werkgever van verzoeker bereid zal zijn om verzoeker nog lang in dienst te houden aangezien verzoeker zijn beroep niet mag uitoefenen. Verzoeker dreigt dan ook definitief ontslagen te worden, hetgeen niet enkel een financiële impact heeft, doch tevens een grote sociale en psychologische impact”. Beoordeling
  14. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. VII-41.015-4/6
  15. De bestreden beslissing kan gewis een negatieve impact hebben op het (beroeps)inkomen van verzoeker. Echter maakt hij daarvan niet de hoofdinzet van zijn uiteenzetting, hetgeen te begrijpen valt, aangezien in het verslag van de auditeur erop gewezen wordt dat verzoeker zijn activiteiten als bewakingsagent uitoefent in bijberoep en dat hij daarnaast ook tewerkgesteld is als ramenwasser. Daargelaten de precieze verhouding van de onderscheiden beroepsinkomsten die verzoeker blijkt te vergaren, toont hij niet op overtuigende wijze aan dat het financiële nadeel door het verlies van zijn inkomen als bewakingsagent, een zodanige nadelige impact heeft dat zonder uitstel uitspraak moet worden gedaan over de wettigheid van de bestreden bestuurshandeling. Er zijn evenmin redenen om aan te nemen dat het beweerde moreel nadeel, verbonden aan de tijdelijke onmogelijkheid om de functie van bewakingsagent uit te oefenen, niet hersteld kan worden door een later tussen te komen vernietigingsarrest.
  16. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet aangetoond.
  17. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.015-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.015-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.781 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.025 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.