← België

Arrest 250806 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.806 Rolnummer: A. 221361/IX-9010 Zaak: Arrest 250806 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 07/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-14 Raadplegingen: 182 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.806 van 7 juni 2021 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 250.806 van 7 juni 2021 in de zaak A. 221.361/IX-9010 In zake: Benjamin LEYS woonplaats kiezend te 2580 Putte Vogelstraat 1 tegen: SKEYES (voorheen Belgocontrol) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Joris De Vos en Bob Martens kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 31 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van: - de vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor twee vergelijkende wervingsexamens zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 3 augustus 2016; - de beslissing waarbij de deelname van Benjamin Leys aan het eerste vergelijkende wervingsexamen wordt geweigerd; - de beslissing waarbij de deelname van Benjamin Leys aan het tweede vergelijkende wervingsexamen wordt geweigerd; - de beslissing waarbij de geslaagden worden bepaald van het eerste vergelijkende wervingsexamen; - de beslissing waarbij de geslaagden worden bepaald van het tweede vergelijkende wervingsexamen; IX-9010-1/16 - de beslissing waarbij kandidaten worden toegelaten in de hoedanigheid van aspirant-luchtverkeersleider, volgend uit het slagen in het eerste vergelijkende wervingsexamen; - de beslissing waarbij kandidaten worden toegelaten in de hoedanigheid van aspirant-luchtverkeersleider, volgend uit het slagen in het tweede vergelijkende wervingsexamen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei
  3. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Félix Leyman, die loco advocaten Joris De Vos en Bob Martens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari
  4. IX-9010-2/16 III. Feiten 3.
  5. Met ingang van 3 september 2007 wordt verzoeker na een vergelijkend wervingsexamen toegelaten in de hoedanigheid van aspirant-luchtverkeersleider bij Belgocontrol. Na het succesvol doorlopen van de eerste fase van de opleiding, de ‘Initial Training’, slaagt hij niet in de tweede fase, de ‘Unit Training’, voor het gedeelte ‘On the Job Training’, wat resulteert in de beslissing van de afgevaardigd bestuurder van Belgocontrol van 21 september 2012 om een einde te stellen aan de samenwerking met verzoeker. Nadat de Raad van State deze beslissing heeft vernietigd bij arrest nr. 230.690 van 30 maart 2015, beslist de afgevaardigd bestuurder van Belgocontrol op 18 augustus 2015 opnieuw om een einde te stellen aan de samenwerking met terugwerkende kracht tot 21 september
  6. Het annulatieberoep ingesteld door verzoeker tegen deze laatste beslissing, wordt verworpen bij arrest nr. 248.656 van 19 oktober
  7. 3.
  8. Op 15 maart 2016 beslist het paritair comité van de verwerende partij het volgende: “De vergadering is van oordeel dat het instellen van een maximum leeftijd van 25 jaar bij het aanwerven van aspirant-verkeersleiders een essentiële beroepsvereiste is op basis van volgende overwegingen, te weten

(1)de jonge leeftijd van de kandidaat garandeert in ruime mate het succesvol doorlopen van de opleiding en het opbouwen van voldoende jaren ervaring; een ervaring die op latere leeftijd noodzakelijk is om het verminderen van bepaalde capaciteiten te compenseren;
(2)de jonge leeftijd van de kandidaat garandeert een voldoende lange operationele loopbaan teneinde afdoende pensioenrechten te kunnen opbouwen. De elementen voornoemd – samen of op zichzelf – maken de leeftijdsvereiste van maximaal 25 jaar legitiem en evenredig ten aanzien van de nagestreefde doelstellingen. De vergadering beslist om met onmiddellijke ingang te voorzien in een maximum leeftijd van 25 jaar op datum van het afsluiten van de kandidaturen bij het aanwerven van aspirant-verkeersleiders. Deze beslissing wordt ter bevestiging voorgelegd aan de raad van bestuur.” IX-9010-3/16 Op 22 maart 2016 bevestigt de raad van bestuur de voornoemde beslissing van het paritair comité, op grond van volgende overwegingen: “Na bespreking op de raad van bestuur van 16 februari 2016, werd in het paritair comité van 15 maart 2016 een unaniem akkoord bereikt tussen alle aanwezigen om met onmiddellijke ingang te voorzien in een maximum leeftijd van 25 jaar op datum van het afsluiten van de kandidaturen bij het aanwerven van aspirant-luchtverkeersleiders. Deze beslissing wordt vandaag ter bevestiging voorgelegd aan de raad van bestuur. De raad neemt kennis van de beslissing bij unanimiteit van het paritair comité dd 15 maart 2016 om met onmiddellijke ingang te voorzien in een maximum leeftijd van 25 jaar op datum van het afsluiten van de kandidaturen bij het aanwerven van aspirant-luchtverkeersleiders. De raad bevestigt voorgaande beslissing, dewelke niet in de weg staat dat de Minister kortelings in een wetgevend initiatief zal voorzien.” 3.
  1. In het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2016 worden de vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor twee vergelijkende wervingsexamens daartoe bekendgemaakt. Eén van de deelnemingsvoorwaarden die vervuld moeten zijn ten laatste op de uiterste inschrijvingsdatum van het respectieve examen (dit is 9 september 2016 en 16 december 2016) luidt: “[m]instens 18 jaar en maximum 25 jaar oud zijn.” Een eerste examen zal worden georganiseerd met het oog op het starten van een opleiding voor aspirant-luchtverkeersleiders in november
  2. De laureaten die niet onmiddellijk worden opgeroepen om deel te nemen aan de opleiding in november 2016, worden geklasseerd in een recruteringsreserve geldig gedurende twee jaar met de mogelijkheid tot verlenging met één jaar. Een tweede examen zal worden georganiseerd met het oog op de samenstelling van een recruteringsreserve geldig gedurende twee jaar met de mogelijkheid tot verlenging met één jaar. De kandidaat kan zich slechts inschrijven voor één van beide examens. Dat is de eerste bestreden beslissing. IX-9010-4/16 3.
  3. Op 16 november 2016 keurt het directiecomité van de verwerende partij de ranking goed van de 32 laureaten van het eerste vergelijkend wervingsexamen. Dat is de vierde bestreden beslissing. 3.
  4. Bij e-mailbericht van 29 november 2016 deelt de verwerende partij aan verzoeker mee dat zijn kandidatuur voor het eerste vergelijkend wervingsexamen wordt geweigerd, omdat hij niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden “zoals gesteld in de publicatie van het Belgisch Staatsblad van 03.08.2016”. Dat is de tweede bestreden beslissing. 3.
  5. Op 30 november 2016 worden, bij afzonderlijke beslissingen van de afgevaardigd bestuurder van de verwerende partij, vijftien kandidaten toegelaten in de hoedanigheid van aspirant-verkeersleider. Dat is de zesde bestreden beslissing. 3.
  6. Bij e-mailbericht van 11 januari 2017 deelt de verwerende partij aan verzoeker mee dat zijn kandidatuur voor het tweede vergelijkend wervingsexamen wordt geweigerd, omdat hij niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden “zoals gesteld in de publicatie van het Belgisch Staatsblad van 03.08.2016”. Dat is de derde bestreden beslissing. 3.
  7. Op 23 januari 2017 antwoordt de verwerende partij op de brieven van verzoeker als volgt: “Wij melden u ontvangst van uw twee brieven van 13 januari 2017 die wij met bijzondere aandacht hebben gelezen. IX-9010-5/16 In antwoord op uw schrijven verwijzen wij naar onze emails dd. 29 november 2016 en 7 december 2016 (betreffende uw kandidatuur van 29 augustus 2016) en dd. 11 januari 2017 (betreffende uw kandidatuur van 5 december 2016) waarin wij u melden dat u niet voldoet aan de deelnemingsvoorwaarden zoals gesteld in de publicatie van het Belgisch Staatsblad van 3 augustus
  8. Voor de aanwerving van aspirant-luchtverkeersleiders maakt een maximum leeftijd van 25 jaar een essentiële beroepsvereiste uit. Het instellen van deze leeftijdsgrens wordt ingegeven vanwege de aard van de specifieke beroepsactiviteit van een luchtverkeersleider. Deze dient te allen tijde over de noodzakelijke ruimtelijke cognitieve capaciteiten te beschikken om zijn taak op een veilige manier uit te oefenen. Zowel diverse studies als de ervaring hebben aangetoond dat deze cognitieve capaciteiten op jonge leeftijd afnemen. Deze leeftijdsgrens heeft spijtig genoeg tot gevolg dat u niet in aanmerking komt voor de aanwerving als aspirant-verkeersleider. Wij begrijpen de teleurstelling terzake, doch wij wensen er uw aandacht op te vestigen dat de primaire en legitieme doelstelling van Belgocontrol erin bestaat om de veiligheid van het luchtverkeer in het Belgisch luchtruim te verzekeren. De leeftijdsgrens houdt rechtstreeks verband met de vereiste die op Belgocontrol rust om te garanderen dat iedere individuele luchtverkeersleider over voormelde cognitieve capaciteiten beschikt om bij te dragen tot het realiseren van deze veiligheidsdoelstelling. Voor het overige wat betreft uw verzoek naar informatie betreffende de oproep tot kandidaten verwijzen wij naar de vernoemde publicatie in het Belgisch Staatsblad.” 3.
  9. Op 5 april 2017 – dit is na het indienen van het inleidend verzoekschrift in de huidige zaak – keurt het directiecomité van de verwerende partij de ranking goed van de vijftien laureaten van het tweede vergelijkend wervingsexamen. Dat is de vijfde bestreden beslissing. 3.
  10. Op 2 mei 2017 worden, bij afzonderlijke beslissingen van de afgevaardigd bestuurder van de verwerende partij, drie kandidaten toegelaten in de hoedanigheid van aspirant-verkeersleider en op 2 februari 2018 nogmaals twaalf kandidaten. Deze vijftien beslissingen betreffen de zevende bestreden beslissing. IX-9010-6/16 3.
  11. Bij beschikking van 26 november 2019 oordeelt de Nederlandstalige arbeidsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kort geding, op verzoek van UNIA en met onder meer verzoeker als vrijwillig tussenkomende partij “dat de weigering om kandidaten toe te laten tot de selectie en/of opleiding van luchtverkeersleiders enkel omdat zij op het moment van de uiterste inschrijvingsdatum voor het vergelijkend wervingsexamen ouder dan 25 jaar zijn, dan wel omdat zij binnen de wervingsreserve ouder dan 25 jaar zijn, een directe discriminatie op grond van leeftijd vormt”. De voorzitter “beveelt de staking van de toepassing van de absolute leeftijdsgrens van 25 jaar in het kader van de werving, selectie en opleiding van kandidaat-luchtverkeersleiders en beveelt Skeyes om binnen 30 dagen na de betekening van de beschikking de absolute leeftijdsgrens van 25 jaar op te heffen, onder verbeurte van een dwangsom […]”. 3.
  12. In het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2020 worden opnieuw een vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor een vergelijkend wervingsexamen daartoe bekendgemaakt. Eén van de deelnemingsvoorwaarden die vervuld moeten zijn ten laatste op de uiterste inschrijvingsdatum van het examen luidt: “[m]instens 17 jaar en maximum 30 jaar oud zijn.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep - belang Standpunt van de partijen
  13. Verzoeker stelt in zijn inleidend verzoekschrift dat hij ten gevolge van de bestreden beslissingen geen aanspraak kan maken op de betrekking van aspirant-luchtverkeersleider, niet in dienst kan treden bij de verwerende partij, of niet kan worden opgenomen in een recruteringsreserve en geen opleiding kan starten voor aspirant-luchtverkeersleider. Hij heeft de intentie om deel te nemen aan het vergelijkend wervingsexamen en een opleiding te starten tot aspirant-luchtverkeersleider. IX-9010-7/16
  14. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid wegens gebrek aan belang op. Zij stelt in de eerste plaats dat de vordering laattijdig is voor zover gericht tegen de eerste bestreden beslissing, namelijk de beslissing tot vacantverklaring van de betrekkingen van (aspirant-)luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor twee vergelijkende wervingsexamens, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus
  15. Dit betreft geen beslissing met individuele strekking, zodat artikel 19, tweede lid, van de RvS-wet niet geldt. Voorts stelt zij dat verzoeker heeft nagelaten om de beslissing van het paritair comité van de verwerende partij van 15 maart 2016, bevestigd door de raad van bestuur van de verwerende partij op 22 maart 2016, aan te vechten. Het is met die beslissing dat de maximale leeftijdsgrens op 25 jaar wordt bepaald en waarvan verzoeker uiterlijk met de vacantverklaring in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2016 kennis heeft gekregen. Niet alleen is de annulatietermijn reeds lang verstreken, ook geldt dat verzoeker met zijn huidig beroep tot nietigverklaring niet kan bereiken dat hij zelf nog in aanmerking komt voor de opleiding tot luchtverkeersleider. Zelfs ingeval van een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen, blijft de beslissing aangaande de maximale leeftijdsgrens definitief bestaan. De verwerende partij wijst erop dat verzoeker in zijn inleidend verzoekschrift zelf onderstreept dat hij de intentie heeft om deel te willen nemen aan het vergelijkend wervingsexamen en een opleiding te starten tot aspirant-luchtverkeersleider. Dit is het enige belang dat verzoeker opwerpt. De vordering van verzoeker kan er evenwel niet toe leiden dat hij aan het wervingsexamen zou kunnen deelnemen, laat staan de opleiding zou kunnen starten. IX-9010-8/16
  16. Verzoeker antwoordt dat wanneer de verwerende partij hem weigert op grond van zijn leeftijd, zij zich schuldig maakt aan discriminatie en zich daarvoor beroept op een eigen uitgevaardigde oproep tot kandidaten (de eerste bestreden beslissing). Bij een eventuele vernietiging van de daaropvolgende bestreden beslissingen is het logische gevolg dat de oproep tot kandidaten opnieuw zal gebeuren aangezien de data in de huidige oproep zijn verstreken. Het staat geenszins vast dat een nieuwe oproep tot kandidaten dezelfde leeftijdsvoorwaarde dient te bevatten, doch de verwerende partij zal die voorwaarde bij een eventuele vernietiging door de Raad van State opnieuw moeten beoordelen. Verzoeker kan zich dan opnieuw kandidaat stellen. Zelfs indien de Raad van State oordeelt dat het beroep tegen de eerste bestreden beslissing niet tijdig is ingesteld en deze niet meer vatbaar is voor vernietiging, geeft dit de verwerende partij niet het recht om de overige beslissingen met onwettige handelingen op grond daarvan te rechtvaardigen. Dit logisch gevolg en deze samenhang van de bestreden beslissingen onderstrepen dat het hier gaat om een complexe handeling.
  17. In zijn laatste memorie benadrukt verzoeker dat hij de aanwervingsprocedure aanziet als een complexe handeling. De beslissingen van het paritair comité van 15 maart 2016 en de raad van bestuur van 22 maart 2016 zijn voorbereidend ten aanzien van de oproep tot kandidaten omdat ze een deelnemingsvoorwaarde, vervat in die oproep, bepalen. Verzoekers eerste middel is integraal gewijd aan deze voorbereidende beslissing tot het hanteren van een leeftijdsgrens, zoals beschreven in de oproep tot kandidaten (de eerste bestreden beslissing). De omstandigheid dat de bepaling van één van de voorwaarden in de oproep tot kandidaten ook in een andere beslissing had kunnen worden aangevochten, doet daar geen afbreuk aan. Bijkomend verwijst verzoeker naar de beschikking van 26 november 2019 van de arbeidsrechtbank te Brussel waarin de staking wordt bevolen van de toepassing van de absolute leeftijdsgrens van 25 jaar in het kader IX-9010-9/16 van de werving, selectie en opleiding van kandidaat-luchtverkeersleiders, op straffe van een dwangsom. Bijgevolg had verzoeker geen belang meer om na kennisname van de beslissingen van het paritair comité en de raad van bestuur, gevoegd bij het dossier in 2020, deze nog afzonderlijk aan te vechten. Overigens blijkt uit de oproep tot kandidaten van 21 februari 2020 dat de verwerende partij deze eigen beslissingen niet meer naleeft. Verzoeker heeft geen kennis van enige andere beslissing die de voorgaande vervangt en gaat er niet van uit dat een volgende werving of een werving na vernietiging een leeftijdsgrens zal bevatten. Verzoeker ziet niet in waarom hij zijn belang zou hebben verloren door ook niet de oproep tot kandidaten van 21 februari 2020 aan te vechten. Eerder het tegendeel is waar. Een nietigverklaring van deze laatste oproep zou hem geen voordeel meer opleveren ingeval de huidige bestreden beslissing wordt nietig verklaard. Verzoeker benadrukt dat hij specifiek wenst deel te nemen aan het vergelijkend wervingsexamen van 2016 aangezien de werving van 2016 een hogere rangschikking in anciënniteit met zich meebrengt. Bovendien is in de oproep van 2020 een opleidingsbeding opgenomen en is van een wervingsreserve geen sprake meer. Voorts heeft hij een groter belang bij de nietigverklaring van een oproep tot kandidaten uit 2016 dan een uit een recenter jaar, aangezien de verwerende partij meerdere leeftijdsgrenzen zal toetsen aan de antidiscriminatiewet. Hij heeft er dus belang bij zo jong mogelijk te zijn en dus de minst recente oproep aan te vechten. Verzoeker benadrukt dat hij zijn kritiek niet specifiek toespitst op de leeftijdsgrens van 25 jaar, doch dat dit getal er enkel is om de gehanteerde leeftijdsgrens te benoemen. Hij stelt zich niet in de plaats van het bestuur dat dient te bepalen welke grens objectief gerechtvaardigd kan worden. Een nieuwe oproep na een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen zal in ieder geval geen leeftijdsgrens van 25 jaar meer hanteren. Het lijkt niet onmogelijk dat de verwerende partij bij een nieuwe oproep afziet van het gebruik van een leeftijdsgrens (zoals zij sinds haar oprichting in 1954 tot 2016 deed), of nogmaals een hogere limiet (dan dertig jaar) hanteert. Ook is het mogelijk dat rekening wordt gehouden met de eerdere ervaring die kandidaten IX-9010-10/16 hebben opgedaan, zoals verzoeker die tussen 2007 en 2012 in dienst was bij de verwerende partij in een operationele positie van luchtverkeersleiding waardoor zijn cognitieve capaciteiten beter kunnen zijn. De vernietiging van de bestreden beslissingen opent bijgevolg de mogelijkheid op een gunstige beslissing, wat verzoeker belang geeft bij een vernietiging. Ondergeschikt benadrukt verzoeker dat de afwijzing enkel betrekking heeft op zijn leeftijd, wat een persoonlijke eigenschap is zodat zelfs een moreel belang hem voldoende lijkt.
  18. In haar laatste memorie herhaalt de verwerende partij dat, indien de Raad van State de bestreden beslissingen zou vernietigen, de beslissingen van het paritair comité van 15 maart 2016 en de raad van bestuur van 22 maart 2016 blijven bestaan en definitief zijn. Het voordeel dat verzoeker, ook blijkens zijn laatste memorie, beoogt, namelijk het alsnog kunnen deelnemen aan het wervingsexamen van 2016, kan hij bijgevolg niet verkrijgen gezien de betrokken deelnemingsvoorwaarde blijft bestaan. In zoverre verzoeker betoogt dat hij de beslissingen van het paritair comité van 15 maart 2016 en de raad van bestuur van 22 maart 2016 waarbij de leeftijdsgrens op 25 jaar werd bepaald niet moest aanvechten omdat dit slechts voorbereidende beslissingen zijn, onderdeel van een complexe administratieve rechtshandeling, antwoordt de verwerende partij dat deze beslissingen niet werden genomen uitsluitend ter voorbereiding van de beslissing die de complexe administratieve rechtshandeling beëindigt (welke beslissing dit ook moge zijn). Voornoemde beslissingen hebben een reglementair karakter waarbij op algemene wijze en dus niet specifiek met het oog op één welbepaalde wervingsprocedure, en voor onbepaalde duur werd beslist om met onmiddellijke ingang te voorzien in een maximumleeftijd van 25 jaar voor deelname aan een wervingsprocedure voor aspirant-luchtverkeersleiders. IX-9010-11/16 In zoverre verzoeker betoogt dat hij voornoemde beslissingen niet moest aanvechten omdat hij ze wel degelijk heeft aangevochten voor de arbeidsrechtbank, antwoordt de verwerende partij dat deze procedure niet werd ingeleid door verzoeker, en dat in die procedure de voornoemde beslissingen niet worden vermeld. Bovendien dateert de beschikking van de arbeidsrechtbank van na het indienen van het inleidend verzoekschrift in deze zaak, zodat hij op het ogenblik van het indienen ervan niet beschikte over het vereiste actueel belang. Tegen voormelde beschikking werd beroep aangetekend en deze procedure is nog steeds hangende. Voorts is het nadeel van verzoeker niet meer actueel gelet op de nieuwe vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de nieuwe oproep tot kandidaten bekendgemaakt op 21 februari 2020, waarbij een maximumleeftijd van dertig jaar wordt gehanteerd, en die verzoeker niet heeft aangevochten binnen de beroepstermijn, evenmin als de weigering om hem tot dit wervingsexamen toe te laten. Hieruit moet worden besloten dat verzoeker de leeftijdsgrens van dertig jaar niet grievend acht. Waar verzoeker argumenteert dat hij deze niet heeft aangevochten omdat hij specifiek wenst deel te nemen aan het wervingsexamen van 2016, is dit tegenstrijdig met zijn inschrijving tot deelname aan het wervingsexamen van
  19. De verwerende partij weerspreekt dat zij in het verleden nooit een leeftijdslimiet zou hebben gehanteerd: zij en haar rechtsvoorganger, de Regie der Luchtwegen, hebben tot 21 mei 1998 een leeftijdslimiet van 25 jaar gehanteerd. Ten slotte kan het bestaan van een moreel belang slechts worden aanvaard wanneer het rechtstreeks is verbonden met de bestreden handeling, terwijl het moreel belang waar verzoeker gewag van maakt, onmiskenbaar een indirect belang is dat an sich niet kan leiden tot een ontvankelijk annulatieberoep. IX-9010-12/16 Beoordeling a. gevolg van het niet aanvechten van de beslissingen van het paritair comité van 15 maart 2016 en de raad van bestuur van 22 maart 2016
  20. Daargelaten op welke wijze deze beslissingen van interne organen van de verwerende partij worden bekendgemaakt, volstaat de vaststelling dat de aldaar vastgestelde maximumleeftijdsvereiste van 25 jaar “bij het aanwerven van aspirant-verkeersleiders”, is opgenomen in de oproep tot kandidaten die is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus
  21. Het gaat te ver om van een verzoekende partij, die voor het eerst via de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad wordt geconfronteerd met een deelnemingsvoorwaarde waaraan zij niet voldoet, te verwachten dat zij de interne besluitvorming van de administratieve overheid, die eraan ten grondslag ligt en die er noodzakelijkerwijze aan voorafgaat – in dit geval méér dan vier maanden – opzoekt en eveneens aanvecht. In ieder geval wordt vastgesteld dat verzoekers beroep gericht tegen de vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor de twee vergelijkende wervingsexamens daartoe, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 3 augustus 2016, laattijdig is ingesteld en bijgevolg niet-ontvankelijk is.
  22. Anders dan hoe de verwerende partij het ziet, belet dit verzoeker evenwel geenszins om de onwettigheid van de leeftijdsgrens die in de voornoemde beslissingen is vervat, te allen tijde te kunnen inroepen in het kader van zijn (wel tijdig ingestelde) beroep gericht tegen de individuele weigering om zijn kandidatuur in aanmerking te nemen, omwille van die leeftijdsgrens. Hun reglementair karakter belet niet dat de onwettigheid van de voornoemde beslissingen overeenkomstig artikel 159 van de Grondwet ook buiten de IX-9010-13/16 beroepstermijn kan worden aangevoerd ter vernietiging van de weigeringsbeslissingen van 29 november 2016 en 11 januari
  23. Voorts betoogt verzoeker op overtuigende wijze dat hij zijn kritiek, zoals blijkt uit de drie aangevoerde middelen, niet – minstens niet steeds – specifiek toespitst op de leeftijdsgrens van 25 jaar, doch dat dit getal er enkel is om de gehanteerde leeftijdsgrens te benoemen; dat hij zich niet in de plaats van het bestuur stelt dat dient te bepalen welke grens objectief gerechtvaardigd kan worden.
  24. De exceptie faalt. b. gevolg van het niet aanvechten van de nieuwe vacantverklaring en oproep tot kandidaten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2020
  25. Volgens de verwerende partij is het nadeel van verzoeker evenmin nog actueel gelet op de nieuwe vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de nieuwe oproep tot kandidaten bekendgemaakt op 21 februari 2020, waarbij een maximumleeftijd van dertig jaar wordt gehanteerd, en die verzoeker niet heeft aangevochten binnen de beroepstermijn, evenmin als de weigering om hem tot dit wervingsexamen toe te laten.
  26. Verzoeker overtuigt opnieuw ervan dat, bij een eventuele vernietiging van de bestreden beslissingen, de verwerende partij in ieder geval geen leeftijdsgrens van 25 jaar meer zal kunnen hanteren; dat het niet onmogelijk is, naargelang het vernietigingsmotief, dat de verwerende partij bij een nieuwe oproep afziet van het gebruik van een leeftijdsgrens, of nogmaals een hogere limiet dan dertig jaar hanteert, of dat rekening wordt gehouden met de eerdere ervaring die kandidaten hebben opgedaan om de vermindering van de cognitieve capaciteiten, die gepaard gaat met het verhogen van de leeftijd, te compenseren. Bij een eventuele vernietiging door de Raad van State zal de verwerende partij het IX-9010-14/16 stellen van een leeftijdsvoorwaarde opnieuw moeten beoordelen. Verzoeker kan zich dan mogelijk opnieuw kandidaat stellen. De vernietiging van de bestreden beslissingen opent bijgevolg de mogelijkheid op een gunstige beslissing, wat verzoeker belang geeft bij een vernietiging. De omstandigheid dat verzoeker de meer recente vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en oproep tot kandidaten niet heeft bestreden, doet daar geen afbreuk aan. Er kan niet uit worden afgeleid, zoals de verwerende partij doet, dat verzoeker de leeftijdsgrens van dertig jaar niet grievend zou achten. Van een verzoekende partij die het bestaan van een leeftijdsvoorwaarde aanvecht, mag niet worden geëist dat zij elke navolgende oproep tot kandidaten die ook een leeftijdsvoorwaarde bevat, aanvecht om haar belang bij het beroep te behouden. Het niet aanvechten van die erop volgende oproepen kan in ieder geval niet worden beschouwd als een berusten in het bestaan van een leeftijdsvoorwaarde.
  27. Ook deze exceptie faalt.
  28. Het auditoraat heeft het onderzoek van de zaak beperkt tot de bespreking van de twee voornoemde excepties, die thans worden verworpen. Er is dan ook reden om het auditoraat te belasten met een aanvullend onderzoek van de zaak. V. Slotopmerking
  29. Om tot dit besluit te komen, heeft de Raad van State geen rekening moeten houden met het stuk dat verzoeker ter terechtzitting heeft neergelegd. Op de vraag van de verwerende partij om het uit het debat te weren, hoeft bijgevolg niet te worden ingegaan. IX-9010-15/16 BESLISSING
  30. De Raad van State verwerpt het beroep voor zover het is gericht tegen de vacantverklaring van de betrekkingen van aspirant-luchtverkeersleider en de oproep tot kandidaten voor twee vergelijkende wervingsexamens zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 3 augustus
  31. De Raad van State heropent het debat voor het overige.
  32. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9010-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.806 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.911 ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.737 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.