← België

Arrest 250817 - Overheidsopdrachten - 08/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.817 Rolnummer: A. 229160/XII-8802 Zaak: Arrest 250817 - Overheidsopdrachten - 08/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.817 van 8 juni 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 250.817 van 8 juni 2021 in de zaak A. 229.160/XII-8802 In zake : de NV SPIE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD KORTRIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 september 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de Stad Kortrijk van 15 juli 2019 waarbij wordt beslist om de opdracht “Raamovereenkomst preventief onderhoud, herstellingen en extra dienstverlening voor alle HVAC installaties van het stedelijk patrimonium 2019-2023 (2019_GR_00096 – 2019/1944)” te gunnen aan de bvba Vergote en niet aan de nv Spie Belgium. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-8802-1/14 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april 2021, om 11.30 uur. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De stad Kortrijk schrijft een opdracht voor diensten uit met als voorwerp “Raamovereenkomst preventief onderhoud, herstellingen en extra dienstverlening voor alle HVAC installaties van het stedelijk patrimonium 2019-2023”. Het gaat om een openbare procedure. XII-8802-2/14 De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 25 april 2019 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie van 26 april
  5. 3.
  6. In het bijzonder bestek dat de opdracht beheerst, zijn de gunningscriteria bepaald, namelijk de prijs op 76 punten en de kwaliteit van het onderhoud en de herstellingen op 24 punten. 3.
  7. Acht inschrijvers dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij en de bvba Vergote. 3.
  8. De verwerende partij vraagt met een e-mailbericht van 20 juni 2019 aan de bvba Vergote een prijsverantwoording voor de post
  9. In dat bericht is te lezen: “Op 28 mei 2019 heeft u bij ons bestuur een offerte ingediend voor bovenvermelde overheidsopdracht. Bij nazicht van de offerte blijkt dat u met een inschrijvingsbedrag van 500.346,00 euro (excl. btw), meer dan 15 % onder het gemiddelde van de ingediende offertes ligt. Om uw offerte te kunnen aanvaarden en om alle ingediende offertes correct te kunnen vergelijken vragen wij u, per kerende, uw inschrijvingsprijs en de eenheidsprijzen van onderstaande posten toe te lichten en te motiveren: Post 1 : Vast uurtarief (op basis (220 werkdagen x 8u x 4 jaar) : EHP offerte : 45,00 euro Rekening houdend met artikel 36 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren verzoeken wij u om een verantwoording te verstrekken binnen de 12 kalenderdagen”. De bvba Vergote antwoordt per e-mailbericht van 24 juni 2019: “Ons regie tarief is 47€/u voor interventies ed bij particulieren. Doordat wij bij dit project constant iemand kunnen inzetten kunnen we een uurtarief hanteren van 45€/u. Dit uurtarief dekt de volledige kost voor deze interventies/onderhouden van dit projekt . Het uurtarief van 45€/u is bij deze juist”. XII-8802-3/14 3.
  10. In het verslag van nazicht is te lezen: “Via een schrijven van de firma Vergote bvba werd de ingediende eenheidsprijs bevestigd”. De offerte wordt als regelmatig beschouwd. De bvba Vergote wordt uiteindelijk als eerste gerangschikt met een score van 92 %, terwijl de verzoekende partij als tweede wordt gerangschikt met een score van 90,73 %. Er wordt voorgesteld om de opdracht te gunnen aan de bvba Vergote. 3.
  11. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk beslist op 15 juli 2019 om de opdracht te gunnen aan de bvba Vergote. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
  12. De verwerende partij betoogt dat het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang aangezien “het enkele doel” ervan is om een titel tot schadevergoeding te verkrijgen. De verzoekende partij heeft geen vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend binnen de wettelijke en door de verwerende partij in de kennisgeving gestelde termijn van 15 dagen. Hierdoor heeft zij zichzelf de kans ontnomen om een herstel in natura te verkrijgen in de vorm van het zelf uitoefenen van de opdracht. De raamovereenkomst is immers reeds gesloten met de belanghebbende partij. Het is de klassieke rechtspraak van de Raad van State dat inleiden van een annulatieberoep met de enkele bedoeling om een titel tot schadevergoeding te verkrijgen onontvankelijk is.
  13. In de laatste memorie wijst de verwerende partij op de overwegingen

(27)en
(28)van de Richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 ‘tot wijziging van de Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de XII-8802-4/14 doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten’ (hierna: richtlijn 2007/66/EG) waaruit blijkt dat de Europese regelgever de bedoeling had om van de kortgedingprocedure de regel te maken. Te dezen werd enkel een vernietigingsberoep ingesteld, klaarblijkelijk met de enkele bedoeling zichzelf een schadetitel te kunnen verschaffen. Voorts heeft de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de belangvereiste voor de Raad van State, waarbij het “lijkt te volstaan dat het ‘niet uitgesloten is dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing de verzoeker nog een direct en persoonlijk voordeel kan verschaffen, hoe miniem ook’”, geen betrekking op overheidsopdrachten, waarin “het bewijs van de UDN is weggenomen én waarin de uitvoering van de opdracht wordt opgeschort om de niet-gekozen inschrijver de kans te geven om de opdracht zelf uit te voeren”. Voorts maakt de verzoekende partij zich volgens de verwerende partij schuldig aan rechtsmisbruik door een annulatieberoep in te stellen “zonder dat verweerster (lees: verzoekende partij) middels een UDN-procedure zichzelf de kans heeft gegeven om de opdracht uit te voeren en zonder dat de overheid de kans werd gegeven om schade te vermijden”, en door aldus een beroep in te stellen waarbij de veroorzaakte schade buiten verhouding staat tot het voordeel dat de houder van dat recht nastreeft of heeft verkregen. Beoordeling
  1. De omstandigheid dat inschrijvers de mogelijkheid wordt geboden om een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen vóór het sluiten van de overeenkomst en dat de richtlijn 2007/66/EG die mogelijkheid aanbeveelt – overweging 28 van de voormelde richtlijn verklaart dat de verhoging van de doeltreffendheid van de nationale beroepsprocedures de betrokkenen ertoe moet aanzetten om meer gebruik te maken van de beroepen in kort geding vóór het sluiten van de overeenkomst – verhindert niet dat zij alsnog een annulatieberoep met dezelfde, nieuwe of anders geformuleerde middelen kunnen instellen. XII-8802-5/14 Daarenboven mag een dergelijk beroep worden ingesteld los van een eventueel voorafgaande vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, zonder dat dit de rechtszekerheid in de weg staat. De sluiting en zelfs de uitvoering van de overeenkomst verhinderen de nietigverklaring van de voorafgaande gunningsbeslissing niet. Ten slotte licht de verwerende partij niet toe, wat het door haar aan de verzoekende partij verweten rechtsmisbruik betreft, op welke wijze het beroep tot nietigverklaring buiten verhouding zou staan tot het voordeel dat de verzoekende partij bij een eventuele nietigverklaring zou verkrijgen, noch welke buiten verhouding staande schade de verwerende partij had kunnen vermijden indien de verzoekende partij eveneens een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid had ingesteld.
  2. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen
  3. In het verzoekschrift voert de verzoekende partij in een enig middel de schending aan van artikel 81 en 84 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016), van artikel 5 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet) van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van de artikelen 36 en 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2017), van het gelijkheidsbeginsel, het beginsel van non-discriminatie en het zorgvuldigheidsbeginsel en van de formelemotiveringsplicht. De verzoekende partij betoogt in het verzoekschrift dat voornoemde bepalingen en beginselen werden geschonden: XII-8802-6/14 “Doordat verwerende partij de opdracht heeft gegund aan Vergote bvba en diens offerte als regelmatig heeft beschouwd na het aanvaarden van een prijsverantwoording die klaarblijkelijk louter bestond uit een bevestiging van de bevraagde eenheidsprijs; Dat verwerende partij in de bestreden beslissing op geen enkele wijze motiveert op grond waarvan de prijsverantwoording van Vergote bvba mocht worden aanvaard; Terwijl de loutere bevestiging door de inschrijver van een eenheidsprijs waarvoor prijsverantwoording werd gevraagd, geen prijsverantwoording uitmaakt; Dat verwerende partij de prijsverantwoording van Vergote bvba niet mocht aanvaarden en diende vast te stellen dat de offerte van Vergote bvba behept was met een substantiële onregelmatigheid zodat zij deze offerte nietig diende te verklaren; Dat verwerende partij sowieso diende te motiveren waarom de prijsverantwoording van Vergote bvba aanvaard kon worden; Dat de opdracht derhalve aan verzoekende partij had gegund moeten worden nu de offerte van verzoekende partij met een prijs van 689.566,90 EUR (en 24/24 punten voor kwaliteit) de economisch meest voordelige regelmatige offerte was; Zodat de bestreden beslissing de in het middel aangehaalde wetsbepalingen en beginselen schendt”. De verzoekende partij licht toe dat aan de bvba Vergote een prijsverantwoording werd gevraagd omdat voor post 1 een klaarblijkelijk laag “vast uurtarief” van 45 euro per uur werd aangeboden, dat 21,19 % lager lag dan de gemiddelde eenheidsprijs van 57,10 euro per uur. De door de bvba Vergote gegeven prijsverantwoording bestond enkel uit een loutere bevestiging van de aangeboden prijs, zonder cijfermatige verantwoording of andere elementen die deze kunnen verantwoorden. De verwerende partij mocht deze “bevestiging” niet aanvaarden als afdoende prijsverantwoording, en heeft zodoende manifest onzorgvuldig gehandeld. Het gaat te dezen ook niet om een “verwaarloosbare” post, aangezien in de inventaris een hoeveelheid van 6.400 uur (in VH) is bepaald, zodat aan een uurtarief van 45 euro het gaat om een totaal van 288.000 euro op een totaal offertebedrag van 605.418,66 euro. Bovendien motiveert de verwerende partij niet op grond van welke elementen zij de door de bvba Vergote aangeleverde “verantwoording” die in se een loutere bevestiging betreft, mocht aanvaarden, zodat de formelemotiveringsplicht zonder meer is geschonden. XII-8802-7/14
  4. De verwerende partij betoogt in de memorie van antwoord dat de bvba Vergote heeft toegelicht dat het aangeboden tarief maar 2 euro lager ligt dan haar gebruikelijk tarief voor particulieren en dat deze korting mogelijk is omdat een fulltime werknemer kan worden ingezet voor deze opdracht. In het financieel plan van de bvba Vergote van 24 oktober 2017 wordt rekening gehouden met “1800 productieve uren aan 45euro/uur”, dat twee jaar later klaarblijkelijk is verhoogd naar 47euro/uur. De bescheiden korting van 2 euro klinkt geheel logisch, aldus de verwerende partij, nu de organisatie en de verplaatsingen bij particulieren ongetwijfeld zwaarder wegen dan bij de verwerende partij. De motivering is weliswaar kort, maar voldoende.
  5. In de memorie van wederantwoord repliceert de verzoekende partij in de eerste plaats dat de verwerende partij slechts in de memorie van antwoord een motivering geeft op grond waarvan de prijsverantwoording zou kunnen worden aanvaard. Zij kan evenwel een gebrek in de motivering niet rechtzetten door a posteriori een motivering toe te voegen. De motivering moet in de bestreden beslissing zelf zijn opgenomen. De motivering in de bestreden beslissing zelf geeft op geen enkele wijze inzicht in de redenen waarom de klaarblijkelijk abnormale inschrijvingsprijs plots alsnog als normaal mocht worden beschouwd. Voorts kan ook de voor het eerst in de memorie van antwoord gegeven “prijsverantwoording” bezwaarlijk als een afdoende verantwoording worden beschouwd die het abnormaal karakter van de prijs wegneemt. Het bestek bepaalt onder “5.
  6. Vast uurtarief preventief onderhoud” dat de dienstverlener in zijn prijsofferte een vast tarief met een prijs per werkuur geeft, inclusief de verplaatsingskosten en onderstaande (niet limitatief):
  7. het geheel van gereedschap nodig voor een kwalitatieve uitvoering van de opdracht;
  8. de documentatie, noodzakelijke vorming die met de diensten verband houdt;
  9. in voorkomend geval, de maatregelen die door de wetgeving inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers worden opgelegd voor de uitvoering van hun werk, en voorts dat de prestaties zullen gebeuren tussen 08u en 17u, via het principe van glijdende uren, en dat wordt gerekend met een gemiddelde jaarlijkse XII-8802-8/14 prestatie van 200 werkdagen x 8u per dag voor een combinatie van de technieker storing en onderhoud. De bvba Vergote vermeldt in de prijsverantwoording niets in verband met de normaal voorziene of aanrekenbare kosten voor verplaatsingen, gereedschap, documentatie dan wel maatregelen inzake veiligheid en gezondheid en welke deze dan zouden zijn, waarvan het bestek in punt 5.1 nochtans voorschrijft dat deze onder meer moeten inbegrepen zijn in het vast uurtarief “preventief onderhoud”. Zonder nadere detaillering wordt louter gesteld dat het aangeboden uurtarief de voornoemde zaken wel dekt. De bedoeling van een prijsverantwoording is dat in concreto en cijfermatig wordt aangetoond dat de prijs aangeboden voor deze post, in het kader van de gegeven omstandigheden, correct en niet abnormaal is. De door de bvba Vergote verstrekte verantwoording blijkt echter nietszeggend. Voorts herhaalt de verzoekende partij dat de post 1 niet als een “verwaarloosbare post” kan worden beschouwd. Dat een prijs van 45euro/uur in plaats van 47euro/uur “geheel logisch” is nu een vaste medewerker constant kan worden ingezet, is niet relevant, aangezien dit niet aantoont dat de aangeboden prijs niet abnormaal is. In zoverre het verweer steunt op het financieel plan van de bvba Vergote van 24 oktober 2017, mag hiermee geen rekening worden gehouden aangezien dit noch bij de prijsverantwoording, noch bij de offerte was gevoegd, en hiernaar ook niet wordt verwezen. Overigens blijkt uit de toevoegingen door de verwerende partij in de memorie van antwoord dat de motivering in het verslag van nazicht zonder meer gebrekkig is.
  10. In de laatste memorie benadrukt de verwerende partij dat de prijs van de bvba Vergote amper 2 euro of minder dan 5% lager ligt dan de prijzen voor particulieren en dat er geen sprake kan zijn van abnormaal lage prijzen indien het bedrijf duurzaam werkt aan deze prijzen, wat wordt bevestigd door het financieel plan van dit bedrijf. De beperkte afwijking van de standaardprijzen voor XII-8802-9/14 particulieren wordt voldoende verantwoord door het feit dat permanent iemand kan worden ingezet, terwijl interventies voor particulieren veel meer planning en verplaatsingstijd vergen. Beoordeling
  11. De aanbestedende overheid beschikt over een aanzienlijke beoordelingsruimte om de in het kader van een onderzoek naar abnormale prijzen gegeven verantwoording al dan niet te aanvaarden. Het komt niet aan de Raad van State toe om een eigen beoordeling in de plaats van deze van het bestuur te stellen, doch enkel om desgevraagd na te gaan of de betrokken motieven in rechte ter verantwoording van de bestreden beslissing in aanmerking mogen worden genomen, wat onder meer vereist dat ze naar behoren zijn bewezen en dat daarbij het bestuur zijn beoordelingsruimte niet te buiten is gegaan. Een inschrijver die een verzoek tot prijsverantwoording ontvangt, moet weten dat dit een ernstige aangelegenheid is en hij dient zich ervan bewust te zijn dat hij zijn prijzen concreet en onderbouwd dient te verantwoorden aangezien hij het risico loopt dat zijn offerte onregelmatig wordt verklaard. Een inschrijver mag zich in dergelijk geval niet beperken tot vaagheden en algemeenheden.
  12. Punt “5.
  13. Vast uurtarief preventief onderhoud” in het bestek, luidt: “
  14. Prijsbepaling 5.
  15. Vast uurtarief preventief onderhoud De dienstverlener geeft in zijn prijsofferte een vast tarief met een prijs per werkuur, inclusief de verplaatsingskosten en onderstaande (niet-limitatief):
  16. het geheel van gereedschap nodig voor een kwalitatieve uitvoering van opdracht;
  17. de documentatie, noodzakelijke vorming die met de diensten verband houdt;
  18. in voorkomend geval, de maatregelen die door de wetgeving inzake de veiligheid en de gezondheid van de werknemers worden opgelegd voor de uitvoering van hun werk. De prestaties zullen gebeuren tussen 08u en 17u, via het principe van glijdende uren. Er wordt gerekend met een XII-8802-10/14 gemiddelde jaarlijkse prestatie van 200 werkdagen x 8u per dag voor een combinatie van de technieker storing en onderhoud.”
  19. De gekozen inschrijver heeft zoals hierboven reeds vastgesteld op de vraag tot prijsverantwoording voor post 1 “Vast uurtarief” geantwoord: “Ons regie tarief is 47€/u voor interventies ed bij particulieren. Doordat wij bij dit project constant iemand kunnen inzetten kunnen we een uurtarief hanteren van 45€/u. Dit uurtarief dekt de volledige kost voor deze interventies/onderhouden van dit projekt . Het uurtarief van 45€/u is bij deze juist”.
  20. In het verslag van nazicht is hieromtrent te lezen: “Berekening abnormale eenheidsprijzen (excl. btw) Er werd een prijsverantwoording gevraagd voor: - Offerte nr.: 7 van Vergote bvba Post 1: Vast uurtarief (op basis 220 werkdagen x 8u x 4 jaar): 45,00 euro (gemiddelde: 57,10 euro; afwijking: -21,19%) Via een schrijven van de firma Vergote bvba werd de ingediende eenheidsprijs bevestigd.”
  21. De enkele verwijzing naar het door haar gehanteerde uurtarief voor interventies bij particulieren met een korting van 2 euro wegens het constant kunnen inzetten van iemand voor deze opdracht, en de loutere bevestiging dat dit uurtarief de volledige kost voor deze interventies/onderhouden van dit project dekt, volstaan niet als afdoende prijsverantwoording. Er wordt daarbij immers geen inzicht gegeven in de wijze waarop de aangeboden eenheidsprijs van 45 euro/uur, die een afwijking van – 21,19% voor die post inhoudt, is opgebouwd. Een loutere verwijzing naar de door haar gehanteerde regieprijs voor andere opdrachten – te dezen voor particulieren – waarbij dezelfde prijzen werden gehanteerd, is geen afdoende prijsverantwoording, aangezien ook voor deze prijs geen verantwoording wordt gegeven. XII-8802-11/14
  22. De verwerende partij blijkt er zich mee te hebben vergenoegd vast te stellen dat de gekozen inschrijver de eenheidsprijs voor post 1 heeft bevestigd, zoals blijkt uit het verslag van nazicht dat is beperkt tot de vaststelling: “Via een schrijven van de firma Vergotebvba werd de ingediende eenheidsprijs bevestigd.” De verwerende partij blijkt dan ook de gevraagde prijsverant- woording niet met de vereiste zorgvuldigheid te hebben onderzocht en beoordeeld.
  23. Met het voor het eerst in de memorie van antwoord aangevoerde financieel plan van de gekozen inschrijver, dat is opgesteld op 24 oktober 2017, en de daaruit geputte argumentatie mag geen rekening worden gehouden, nu niet blijkt dat dit plan bij het onderzoek en de aanvaarding van de verantwoording voor de eenheidsprijs voor post 1 werd betrokken.
  24. Om de voormelde redenen volstaat de motivering in het besluit niet om de schijn van abnormaliteit weg te nemen die ingevolge de toepassing van artikel 37, § 4, van het koninklijk besluit plaatsing 2017 van rechtswege over de totaalprijs hing.
  25. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. VI. Wat het beroep tegen de impliciete weigeringsbeslissing betreft Standpunt van de partijen
  26. De verwerende partij betoogt in de memorie van antwoord dat het beroep in zoverre het is gericht tegen de tweede bestreden beslissing dient te worden verworpen aangezien niet wordt ingezien waarom na vernietiging “geen hermotivering van het prijsonderzoek door de verwerende partij” kan komen, en er bovendien bij de verzoekende partij ook twee abnormale eenheidsprijzen zijn, namelijk voor de posten 5 en 6, zodat er geen enkele zekerheid is dat de opdracht aan de verzoekende partij had mogen worden gegund. XII-8802-12/14
  27. De verzoekende partij repliceert in de memorie van wederantwoord dat, indien verwerende partij tot intrekking wenst over te gaan alsook tot het nemen van een nieuwe beslissing die dan “gehermotiveerd” wordt, deze nieuwe beslissing uiteraard kenbaar zal moeten worden gemaakt aan de inschrijvers. Vanaf deze nieuwe kennisgeving beschikken deze inschrijvers dan opnieuw over de aan hen ter beschikking staande verhaalmiddelen. Wat de door de verwerende partij voor het eerst in de memorie van antwoord aangevoerde abnormale eenheidsprijzen voor de posten 5 en 6 van de offerte van de verzoekende partij betreft, moet worden vastgesteld dat aan de verzoekende partij hieromtrent nooit een prijsverantwoording werd gevraagd, en dan ook moet worden besloten dat de prijzen van verzoekende partij niet abnormaal waren en zijn. Beoordeling
  28. Overeenkomstig de rechtspraak van de Algemene Vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, arresten nrs. 222.357 en 222.358 van 1 februari 2013, moet de jurisprudentiële techniek van de nietigverklaring van de impliciete weigeringsbeslissing worden voorbehouden aan uitzonderlijke gevallen. Deze uitzonderlijkheid, aldus de Algemene Vergadering, moet steeds op overtuigende, afdoende wijze beargumenteerd worden door de verzoekende partij. De verzoekende partij doet zulks te dezen in het geheel niet. Zij geeft integendeel zelf aan dat de verwerende partij haar beslissing kan hermotiveren. Het komt de Raad van State niet toe om vooruit te lopen op de beslissing die de verwerende partij na vernietiging van de bestreden gunningsbeslissing zal nemen.
  29. Deze reden volstaat om het beroep in zoverre het is gericht tegen de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen, te verwerpen. BESLISSING XII-8802-13/14
  30. De Raad van State vernietigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk van 15 juli 2019 waarbij de opdracht “Raamovereenkomst preventief onderhoud, herstellingen en extra dienstverlening voor alle HVAC installaties van het stedelijk patrimonium 2019-2023 (2019_GR 00096 – 2019/1944)”, wordt gegund aan de bvba Vergote.
  31. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  32. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-8802-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.817 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.