← België

Arrest 250833 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.833 Rolnummer: A. 224027/IX-9201 Zaak: Arrest 250833 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 09/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-22 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.833 van 9 juni 2021 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 250.833 van 9 juni 2021 in de zaak A. 224.027/IX-9201 In zake: XXXX die woonplaats kiest bij de ACOD gevestigd te 1000 Brussel Fontainasplein 9-11 en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te 9000 Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen: de GEMEENTE KOKSIJDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 december 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde van 17 juli 2017, waarbij I.V.C. en J.D. met ingang van 1 september 2017 aangesteld worden als leerkracht lager onderwijs. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-9201-1/8 Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 mei
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Robin Beck, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is tijdens het schooljaar 2016-2017 als leraar lager onderwijs ‘anderstalige nieuwkomers’ aangesteld met een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) in de gemeentelijke basisscholen te Koksijde van de scholengemeenschap Strand & Polder. IX-9201-2/8 3.
  6. Op 15 juni 2017 wordt hij op de hoogte gebracht dat zijn betrekking zal aflopen ingevolge de sluiting van het opvangcentrum te Koksijde. Vervolgens wordt aan verzoeker een nieuwe opdracht binnen de scholengemeenschap aangeboden, rekening houdend met zijn voorrangsrecht als TADD, namelijk 15/24u te Snaaskerke, Gistel (GBS De Horizon) en 9/24u te Diksmuide (GBS Klavertje Vier). In de loop van de maanden juni, juli en augustus wordt bij verzoeker meermaals gepolst of hij de aangeboden betrekkingen aanvaardt. Hij antwoordt hierop steeds op dubbelzinnige wijze en blijft, hoewel uitgenodigd, afwezig op de personeelsvergadering. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Gistel beslist op 5 september 2017 om verzoeker niet aan te stellen in de gemeentelijke basisschool De Horizon wegens weigering van betrekking. Ook het college van burgemeester en schepenen van de stad Diksmuide beslist op 6 september 2017 om verzoeker niet aan te stellen in de gemeentelijke basisschool Klavertje Vier wegens weigering van betrekking. Verzoeker heeft die beslissingen niet aangevochten. 3.
  7. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde beslist op 17 juli 2017 om I.V.C. met ingang van 1 september 2017 tijdelijk aan te stellen als leerkracht lager onderwijs met een opdracht van 24/
  8. Ook op 17 juli 2017 beslist het college om J.D. met ingang van 1 september 2017 tijdelijk aan te stellen als leerkracht lager onderwijs met een opdracht van 12/24, een opdracht 10/24 en een opdracht 3/
  9. Dat zijn de in het inleidend verzoekschrift bestreden beslissingen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie IX-9201-3/8
  10. Volgens de verwerende partij is de beroepstermijn van zestig dagen om een beroep in te stellen tegen de beslissingen van 17 juli 2017 overschreden, aangezien verzoeker zelf aangeeft kennis te hebben gekregen van deze beslissingen op 21 september
  11. Verzoeker repliceert in de memorie van wederantwoord dat de e-mail van de gemeente Koksijde van 21 september 2017 waarmee hij kennis kreeg van de bestreden aanstellingsbesluiten geen mededeling bevat van de beroepsmogelijkheden, zodat hij zich voor de aanvang van de verjaringstermijn mag beroepen op artikel 19, tweede lid, RvS-Wet. Volgens verzoeker was het bestuur verplicht hem de bestreden beslissingen te betekenen daar ze zijn rechtstoestand wijzigen, “met name wordt het recht op TADD van verzoeker in de betrekkingen van de bestreden beslissingen miskend”.
  12. In zijn laatste memorie herhaalt verzoeker dat het bestuur verplicht was om hem de bestreden beslissingen te betekenen “daar zij een wijziging brengen aan zijn rechtstoestand, met name wordt het recht op TADD van verzoeker in de betrekkingen van de bestreden beslissingen miskend door ten onrechte de andere personen tijdelijk aan te stellen in die betrekkingen waarin verzoeker bij voorrang diende aangesteld te worden ingevolge zijn TADD-recht”. Verzoeker stelt recht te hebben op een formele kennisgeving van de tijdelijke aanstelling van de andere personen “omdat hij met zijn TADD-recht er voor die betrekkingen belang bij heeft de juridische invulling ervan te kennen”. Dit wijzigt zijn juridische situatie “aangezien dit hem confronteert met een impliciete weigeringsbeslissing om hem aan te stellen in die betrekkingen”. Beoordeling
  13. Vooraf mag worden opgemerkt dat het in de voorliggende zaak niet gaat om een betwisting over aanstellingen in de welbepaalde betrekking die IX-9201-4/8 verzoeker het voorafgaande schooljaar effectief uitoefende. Dat die betrekking is teloor gegaan ingevolge de sluiting van het opvangcentrum wordt niet betwist. Het geschil betreft de aanstelling in een andere betrekking, waarop verzoeker meent zijn voorrangsrecht als TADD te mogen doen gelden.
  14. Verzoeker beroept zich op artikel 23bis van het rechtspositiedecreet personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. Artikel 23bis, § 3, zevende lid, van dit decreet luidt: “Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, vóór 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief.”
  15. Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State moet het resultaat van een benoemingsprocedure in principe door de benoemende overheid ook aan al de niet-benoemde gegadigden die uitdrukkelijk hun kandidatuur voor de vacante betrekking hebben gesteld individueel worden meegedeeld, zelfs indien geen uitdrukkelijk voorschrift dit oplegt. Uit geen enkel stuk van het administratief dossier blijkt echter dat verzoeker zich kandidaat zou hebben gesteld op de bij het zo-even aangehaalde artikel 23bis voorgeschreven wijze. Hij beweert dit zelfs niet.
  16. Uit die vaststelling moeten de volgende gevolgen worden afgeleid. Alleen een uitspraak – expliciet of impliciet – over het gevolg dat aan een kandidaatstelling is gegeven, is van aard om de juridische situatie van IX-9201-5/8 die kandidaat te wijzigen of eventueel zo een wijziging te beletten. Uit de bestreden aanstellingen valt bijgevolg geen impliciete weigering tot aanstelling van verzoeker af te leiden, aangezien hij geen kandidaat ervoor was en nog daargelaten dat hij ingevolge dit verzuim “zijn [TADD] recht voor het volgende schooljaar” heeft verloren. Aan wie geen kandidaat is, hoeft voorts ook het resultaat van de aanstellingsprocedure niet formeel te worden kennisgegeven. De zienswijze van verzoeker dat de bestreden beslissingen zijn rechtstoestand wijzigen, minstens dat ze hem aangezegd moesten worden, faalt. Of die beslissingen een “recht op TADD” miskennen, houdt verband met de wettigheid van die beslissingen, niet met de vraag of ze de rechtstoestand van verzoeker beogen te wijzigen.
  17. Gelet op het voorgaande, vermag verzoeker zich niet te beroepen op artikel 19, tweede lid, RvS-Wet en loopt de verjaringstermijn vanaf de feitelijke kennisneming van de bestreden beslissingen.
  18. Verzoeker kreeg kennis van de aanstellingsbesluiten op 21 september 2021, zodat de verjaringstermijn van zestig dagen op datum van het instellen van zijn beroep verstreken was. De exceptie is gegrond. Het beroep is onontvankelijk ratione temporis. V. Uitbreiding van het voorwerp
  19. Het voorwerp van een beroep dat reeds op het ogenblik van indienen ervan laattijdig en onontvankelijk is, kan niet meer ontvankelijk worden uitgebreid tot een later tussengekomen beslissing. Dat de latere beslissing de eerst IX-9201-6/8 bestreden beslissing vervangt en hetzelfde materieel voorwerp heeft, doet niet anders besluiten. De in de memorie van wederantwoord geformuleerde vraag van verzoeker tot uitbreiding van het voorwerp is niet ontvankelijk. BESLISSING
  20. De Raad van State verwerpt het beroep.
  21. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  22. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter IX-9201-7/8 Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9201-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.833 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.