← België

Arrest 250834 - Schooltucht - 09/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.834 Rolnummer: A. 226288/IX-9403 Zaak: Arrest 250834 - Schooltucht - 09/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-22 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.834 van 9 juni 2021 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 250.834 van 9 juni 2021 in de zaak A. 226.288/IX-9403 In zake: Peter KRONENBERGER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Van Essche kantoor houdend te 2000 Antwerpen Baron Dhanislaan 20 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de ERASMUSHOGESCHOOL BRUSSEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristof Roox kantoor houdend te 1000 Brussel Joseph Stevensstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 27 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van beroep inzake tucht van de Erasmushogeschool Brussel van 31 mei 2018, waarbij aan Peter Kronenberger de tuchtstraf van één maand schorsing wordt opgelegd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld. IX-9403-1/8 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 mei
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Judith Bussé, die loco advocaat Kristof Roox verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Verzoeker is vast benoemd deeltijds onderzoeker aan de Erasmushogeschool Brussel. Bij de thans bestreden beslissing van 31 mei 2018 spreekt het college van beroep inzake tucht van de Erasmushogeschool zich uit over verzoekers beroep tegen een hem door de directeur van zijn departement opgelegde tuchtmaatregel. Deze beslissing laat zich in extenso als volgt lezen: “Met een ter post aangetekende brief dd. 09 maart 2018 heeft [verzoeker], personeelslid van het departement Gezondheidszorg en Landschapsarchitectuur aan de Erasmushogeschool Brussel, beroep aangetekend tegen de tuchtsanctie die mevrouw [Y], departementaal IX-9403-2/8 directeur GL, op 22 februari 2018 heeft uitgesproken (schorsing van 2 maanden) ten aanzien van zijn persoon. Door de partijen werden geen leden van het College van Beroep gewraakt. Er werd geen vraag ontvangen tot het oproepen van getuigen. De verzoeker vraagt niet om de zitting van 31.05.2018 met gesloten deuren te houden.
  6. Over de gegevens van de zaak [Verzoeker] is sedert 01 mei 2000 verbonden aan de Erasmushogeschool Brussel. Met een brief dd. 12 december 2017 werd [verzoeker] uitgenodigd door de departementaal directeur voor een hoorzitting die plaatsvond op 12 januari 2018 in het kader van een tuchtonderzoek voor de volgende tenlasteleggingen:
  7. Niet-loyale houding ten aanzien van collega’s;
  8. Niet professionele houding ten aanzien van studenten;
  9. Verbaal ongepast gedrag ten aanzien van collega’s;
  10. Fysieke agressie ten aanzien van de heer [X];
  11. Dienstverzuim ten gevolge van afwezigheid op vergaderingen. De beslissing van de departementaal directeur dd. 12 januari 2018 waarbij aan [verzoeker] de tuchtstraf van twee maanden schorsing werd opgelegd, werd aan de betrokkene betekend met een ter post aangetekende zending dd. 22 februari
  12. Het is tegen die beslissing dat [verzoeker] beroep heeft ingesteld met een brief die op 9 maart 2018 werd verstuurd en ontvangen in de hogeschool op 12.03.
  13. Over de ontvankelijkheid van het beroep Het beroep is binnen de termijn en naar de vorm regelmatig ingediend. Het College van Beroep stelt vast dat wegens overmacht geen beslissing binnen de termijn voorzien in artikel 31 van het tuchtreglement werd getroffen. Het College van Beroep oordeel dat deze termijn evenwel geen vervaltermijn is en bijgevolg de rechten van de beide partijen om gehoord te worden, moet gerespecteerd worden.
  14. Over de gegrondheid van het beroep Het College van Beroep oordeelt dat het beroep gedeeltelijk gegrond is omwille van: • de niet-loyale houding ten aanzien van collega’s; • de niet professionele houding ten aanzien van studenten; • het verbaal ongepast gedrag ten aanzien van collega’s; • de fysieke agressie ten aanzien van de heer [X]; BESLISSING Gelet op de artikelen V.101 ev van de Vlaamse codex; Gelet op het Tuchtreglement van de Erasmushogeschool Brussel, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur met de beslissing RvB/2011/037 d.d. 28 april 2011; Gelet op akkoordprotocol 183 afgesloten met het Hogeschoolonderhandelingscomité waarbij het Huishoudelijk Reglement van het College van Beroep inzake Tucht voor de personeelsleden van de Erasmushogeschool Brussel d.d. op 9 oktober 2009 werd [goedgekeurd]; IX-9403-3/8 Gelet op de hoorzitting van 31 mei 2018; Na beraadslaging door de voorzitter en de leden; Artikel 1 De beslissing van de departementaal directeur van het departement GL waarbij aan [verzoeker] een schorsing van twee maanden wordt uitgesproken, wordt vernietigd. Artikel 2 Aan [verzoeker] wordt de tuchtstraf schorsing van één maand opgelegd.” IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel
  15. Een eerste middel is onder meer geput uit een schending van de rechten van verdediging.
  16. In het auditoraatsverslag wordt in verband hiermee het volgende vastgesteld. Verzoeker heeft belang bij het middelonderdeel. De verwerende partij heeft voor het college van beroep een “verweerschrift” ingediend dat niet uit het debat is geweerd. Het ontbreken van een proces-verbaal van de hoorzitting mag niet in verzoekers nadeel worden uitgelegd, zodat zijn bewering dat – zonder enige motivering – niet is ingegaan op zijn vraag om uitstel van de hoorzitting om van de inhoud van het verweerschrift kennis te nemen en erop te kunnen antwoorden, voor bewezen moet worden gehouden. Verzoeker voert terecht aan dat hij in de concrete omstandigheden van het verloop van de procedure, inzonderheid door slechts op de hoorzitting met voormeld verweerschrift te zijn geconfronteerd, niet in de gelegenheid was om zich daartegen te verweren op een nuttige wijze – hierin begrepen: rekening houdend met een redelijke voorbereidingstijd. IX-9403-4/8 De rechten van verdediging van verzoeker zijn in de aangegeven mate geschonden.
  17. De verwerende partij heeft haar laatste memorie niet benut om de zienswijze van het auditoraat te weerspreken; zij heeft enkel naar haar vroegere procedurestukken verwezen.
  18. In die omstandigheden mag de Raad van State ermee volstaan, na onderzoek van de zaak, om vast te stellen dat hij de bevindingen van het auditoraat volkomen bijvalt en zich eigen maakt.
  19. Het middel is in de zo-even aangegeven mate gegrond. B. Derde middel
  20. In het derde middel voert verzoeker onder meer de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’.
  21. In het auditoraatsverslag wordt in verband met de formelemotiveringsplicht vastgesteld “dat de bestreden beslissing niet duidelijk maakt dat het beroepsorgaan zijn verweermiddelen in ogenschouw heeft genomen, laat staan hoe het die grieven heeft beoordeeld en waarom de argumenten van verzoeker het college niet – of slechts ten dele, want één tuchtfeit wordt niet langer vermeld in de bestreden beslissing – hebben kunnen overtuigen”.
  22. De verwerende partij heeft haar laatste memorie niet benut om de zienswijze van het auditoraat te weerspreken; zij heeft enkel naar haar vroegere procedurestukken verwezen. IX-9403-5/8
  23. In die omstandigheden mag de Raad van State ermee volstaan, na onderzoek van de zaak, om vast te stellen dat hij de bevindingen van het auditoraat volkomen bijvalt en zich eigen maakt. De formelemotiveringsplicht is geschonden.
  24. Het middel is gegrond. C. Overige middelen
  25. Het auditoraatsverslag bevat de volgende slotopmerking: “De overige middelen zijn, zeker in het licht van het gegrond te bevinden eerste onderdeel van het eerste middel, voorbarig. Ofwel heeft verzoeker die kritiek ook al in zijn beroepschrift opgenomen en ligt het op de weg van het college van beroep inzake tucht om zich daarover eerst uit te spreken, ofwel hebben de grieven betrekking op aspecten van de zaak die minder ver teruggaan dan de – ingevolge de tussen te komen vernietiging – nieuw te organiseren hoorzitting.” Verzoeker, die geen laatste memorie heeft ingediend, verzet zich niet ertegen dat de afdeling Bestuursrechtspraak zich ertoe bepaalt uitspraak te doen over de conclusies van het auditoraatsverslag. BESLISSING
  26. De Raad van State vernietigt de beslissing van het college van beroep inzake tucht van de Erasmushogeschool Brussel van 31 mei 2018, waarbij aan Peter Kronenberger de tuchtstraf van één maand schorsing wordt opgelegd.
  27. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9403-6/8 IX-9403-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9403-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.834 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.