id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.841 Rolnummer: A. 232533/XII-9011 Zaak: Arrest 250841 - Overheidsopdrachten - 10/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-10 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:27 Fiche Arrest nr 250.841 van 10 juni 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 250.841 van 10 juni 2021 in de zaak A. 232.533/XII-9011 In zake: de BV JOHFRA CLEANING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim Dierynck kantoor houdend te 8500 Kortrijk Loofstraat 39 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE WEVELGEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 23 december 2020, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissingen van [het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wevelgem] dd. 9 december 2020 […] om de opdracht ‘Ramenwas gebouwen gemeente en OCMW Wevelgem 2021-2024 – Perceel 1 : ramenwas gemeentelijke gebouwen’ te gunnen aan [de bv ICS Services]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 249.557 van 22 januari 2021 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. XII-9011-1/3 Het genoemde arrest is op 27 januari 2021 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 17 maart 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-9011-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-9011-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.841 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.