id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.846 Rolnummer: A. 232264/VII-40957 Zaak: Arrest 250846 - Energie - 10/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.846 van 10 juni 2021 Economische zaken - Energie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.846 van 10 juni 2021 in de zaak A. 232.264/VII-40.957 In zake: de NV EUROPESE CONSTRUCTIES - CONSTRUCTIONS EUROPÉENNES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Maeseneer kantoor houdend te 3000 Leuven Brusselsesteenweg 62 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Damien Verhoeven, Bert Van Herreweghe en Linde Moons kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift
- Het verzoekschrift, ingediend op 29 oktober 2020, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaams Energieagentschap (hierna: VEA) van 30 juli 2020 waarbij aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 10.000 euro wordt opgelegd wegens het niet tijdig indienen van een EPB-aangifte voor het project “Verbouwen tot zorgcentrum, Waterloosesteenweg 83, 1640 Sint-Genesius-Rode” en van een dwangsom van “10 euro per kalenderdag dat de termijn van zestig dagen [voor het indienen van een EPB-aangifte] wordt overschreden”. VII-40.957-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement), en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Belinda Moschion, die loco advocaat Dirk De Maeseneer verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Laure Proost, die loco advocaten Damien Verhoeven, Bert Van Herreweghe en Linde Moons verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.957-2/6 III. Feiten
- Bij besluit van 30 juli 2020 legt het VEA aan de verzoekende partij een administratieve geldboete van 10.000 euro op wegens het niet tijdig indienen van een EPB-aangifte en een dwangsom van “10 euro per kalenderdag dat de termijn van zestig dagen [voor het indienen van een EPB-aangifte] wordt overschreden”. In fine van de bestreden beslissing wordt vermeld: “Binnen de dertig dagen na ontvangst van deze brief kan u nog per aangetekende zending uw tegenargumenten kenbaar maken aan het Vlaams Energieagentschap. Hierna kan het Vlaams Energieagentschap een nieuwe beslissing nemen omtrent uw dossier. Na het verstrijken van deze termijn is de beslissing echter definitief (artikel 13.4.8, § 1, tweede en derde lid van het Energiedecreet)”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
- De verwerende partij werpt de volgende exceptie op: “[…] Om ontvankelijk een annulatieberoep te kunnen indienen bij de Raad van State moet een verzoekende partij kunnen aantonen dat hij regelmatig het voorgeschreven administratief beroep uitgeput heeft[…]. Alleen in laatste administratieve aanleg genomen beslissingen zijn immers vatbaar voor een beroep of een vordering bij de Raad van State[…]. Een besluit waartegen nog een georganiseerd administratief beroep openstaat, is niet aanvechtbaar voor de Raad van State. Een georganiseerde beroepsprocedure impliceert dat het bestuur een nieuw onderzoek aan de zaak moet wijden, waarbij rekening wordt gehouden met de ingediende bezwaren. De in administratief beroep genomen beslissing, die in de plaats komt van de oorspronkelijke beslissing, is - als zij voor de betrokkene griefhoudend is - de uiteindelijk voor de Raad van State aanvechtbare eindbeslissing[…]. Procedureregels die inzake georganiseerde beroepen gelden, raken de openbare orde […]. […] De bestreden beslissing van 30 juli 2020, die door het VEA genomen VII-40.957-3/6 werd nadat Europese Constructies op 27 november 2019 haar tegenargumenten had ingediend, vormt een beslissing zoals bedoeld in artikel 13.4.8, §1, eerste lid Energiedecreet, waartegen een georganiseerd beroep openstond zoals bepaald in artikel 13.4.8, § 1, tweede en derde lid Energiedecreet. In overeenstemming met artikel 13.4.
- § 1 Energiedecreet kon Europese Constructies binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving van de geldboete, het VEA van zijn grieven en tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende brief[…]. De kennisgeving van de bestreden beslissing verwijst trouwens uitdrukkelijk naar die administratieve beroepsmogelijkheid bij het VEA, alsook naar het jurisdictioneel beroep dat vervolgens ten die beroepsbeslissing kan worden ingesteld bij uw Raad.[…] […] Europese Constructies heeft van die administratieve beroepsmogelijkheid geen gebruik gemaakt. Zij is na de originele boetebeslissing rechtstreeks naar Uw Raad gestapt, zonder eerst het administratieve beroep uit te putten. Zoals zij zelf toelicht in haar verzoekschrift […] was zij nochtans op de hoogte van die administratieve beroepsmogelijkheid, maar gaat zij uit van de (foute) premisse dat door het louter verstrijken van de administratieve beroepstermijn uw Raad kan worden gevat. […] Het is vaste rechtspraak van uw Raad dat het beroep in de zin van artikel 13.4.8, § 1 Energiedecreet te beschouwen is als een verplicht te doorlopen georganiseerde administratieve beroepsprocedure, niettegenstaande het moet worden ingesteld bij hetzelfde orgaan dat de beroepen beslissing genomen heeft, en dat het overslaan van het administratief beroep leidt tot een afwijzing van het beroep bij uw Raad.[…] Uw Raad bevestigde dienaangaande uitdrukkelijk dat de verplichting om de administratieve beroepsprocedure te doorlopen niet vervalt omdat de rechtszoekende (zoals hier) van oordeel is dat deze procedure hem geen genoegdoening kan verschaffen.[…]”. Beoordeling
- Artikel 13.4.8, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid (hierna: Energiedecreet), in de op het geding toepasselijke versie, bepaalt: “Het bedrag van de verschuldigde administratieve geldboete wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekende zending, met vermelding van de redenen waarom de boete wordt opgelegd en met verwijzing naar de artikelen die van toepassing zijn. In voorkomend geval wordt de berekening bijgevoegd. Indien de betrokkene het oneens is met de sanctie kan hij, binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, het VII-40.957-4/6 Vlaams Energieagentschap van zijn tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende zending. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief. Het Vlaams Energieagentschap kan zijn beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt binnen de dertig kalenderdagen na het ontvangen van de tegenargumenten van de betrokkene een nieuwe kennisgeving plaats”. Het in het tweede lid van voormelde bepaling bedoelde beroep is een georganiseerd administratief beroep, niettegenstaande het moet worden ingesteld bij hetzelfde orgaan dat de beroepen beslissing heeft genomen. Wanneer tegen een bestuurshandeling een georganiseerd administratief beroep open staat, moet dit in beginsel op ontvankelijke wijze worden uitgeput vooraleer de Raad van State kan worden geadieerd. Alleen tegen de in laatste aanleg genomen beslissing kan een vernietigingsberoep worden ingesteld. De verplichting om de administratieve beroepsprocedure te doorlopen vervalt niet ingeval de rechtzoekende van oordeel is dat deze procedure hem geen genoegdoening kan verschaffen.
- De bestreden beslissing vormt de beslissing bedoeld in artikel 13.4.8, § 1, eerste lid, van het Energiedecreet, waartegen een georganiseerd administratief beroep openstond zoals bepaald in artikel 13.4.8, § 1, tweede en derde lid, van het Energiedecreet. De bestreden beslissing vermeldt trouwens uitdrukkelijk deze administratieve beroepsmogelijkheid bij het VEA, alsook het jurisdictioneel beroep dat nadien “tegen die beslissing” kan worden ingesteld bij de Raad van State. De verzoekende partij blijkt de georganiseerde administratieve beroepsprocedure niet te hebben uitgeput.
- Het beroep is niet ontvankelijk. VII-40.957-5/6
- De zaak kan op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement met korte debatten definitief worden beslecht.
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Dienvolgens moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatieberoep, eveneens worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-40.957-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.846 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div