← België

Arrest 250854 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 10/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.854 Rolnummer: A. 230570/VII-40806 Zaak: Arrest 250854 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 10/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-17 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-20 00:52 Fiche Arrest nr 250.854 van 10 juni 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.854 van 10 juni 2021 in de zaak A. 230.570/VII-40.806 In zake: Emine Kübra OKUR KAVAK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hakan Hüsnü Erzurumlu kantoor houdend te 2890 Sint-Amands Halvemaanstraat 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 april 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Agentschap Zorg en Gezondheid van de Vlaamse overheid van 10 februari 2020 houdende weigering van de erkenning in de anesthesiologie. De verzoekende partij dient tevens een vordering tot schadevergoeding tot herstel in. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 25 september
  3. VII-40.806-1/4 Op 5 februari 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hakan Hüsnü Erzurumlu, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Veerle Huysman, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. VII-40.806-2/4 Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  7. Noch in haar verzoek om te worden gehoord, noch ter terechtzitting, voert verzoekster overtuigende elementen aan die overmacht of een onoverwinnelijke dwaling uitmaken die haar hebben verhinderd een memorie van wederantwoord in te dienen. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schadevergoeding tot herstel.
  9. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Het teveel betaalde rolrecht met bijdrage van 220 euro dient aan verzoekster te worden terugbetaald. VII-40.806-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.806-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.854 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.