← België

Arrest 250858 - Dierenwelzijn - 10/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.858 Rolnummer: A. 232231/VII-40955 Zaak: Arrest 250858 - Dierenwelzijn - 10/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-17 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.858 van 10 juni 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.858 van 10 juni 2021 in de zaak A. 232.231/VII-40.955 In zake: de BV MEERLE DOGS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan De Monie kantoor houdend te 2390 Malle Blommerschot 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 13 november 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Vlaamse Minister bevoegd voor Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand van 15 september 2020 betreffende de intrekking van de erkenningen als kwekerij van en handelskwekerij in honden met nummers HK13105084 en HK14106287. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. VII-40.955-1/9 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni 2021. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lotte Arkens, die loco advocaat Jan De Monie verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Valérie De Schepper, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.1. De verzoekende partij is een professionele hondenkwekerij en is sinds 2 juni 2014 als dusdanig erkend. 3.2. Op 28 oktober 2015 voert de verwerende partij een eerste controle uit. Er worden nadien nog meerdere controles uitgevoerd. 3.3. Naar aanleiding van de vaststellingen werden met een beslissing van 15 september 2020 de erkenningen als kwekerij voor honden ingetrokken: “[…] Wordt met toepassing van artikel 2, § 8 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren, besloten om de u toegekende erkenning met nummers HK13105084 en HK14106287 voor het uitbaten van respectievelijk een beroepskwekerij en een handelskwekerij voor honden op het adres Voort 40 te 2328 Meerle, met ingang van 1 november 2020 in te trekken. VII-40.955-2/9 Verder wordt u in toepassing van artikel 5, § 4, tweede lid, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, een verbod opgelegd om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen en dit tot 1 november 2021. Dit betekent dat u tussen 1 november 2020 en 1 december 2021 geen overeenkomstig artikel 5, § 1 van voornoemde wet erkenningsplichtige inrichting mag beheren noch er een direct toezicht mag uitoefenen op de dieren.” Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden. Er kan in beginsel geen rekening worden gehouden met wat over deze voorwaarden eventueel in latere stukken of op de terechtzitting nog wordt toegevoegd. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de RvS-wet essentieel schriftelijk is. V. Spoedeisendheid Standpunt van de partijen 5. In het verzoekschrift is er geen afzonderlijke uiteenzetting met betrekking tot de spoedeisendheid. VII-40.955-3/9 Over de ontvankelijkheid zet de verzoekende partij uiteen: “Naast het vernietigingsberoep, wat hierna verder zal uiteengezet worden, wordt eveneens de vordering tot schorsing ingeroepen door verzoekster. Zoals in het feitenrelaas weergegeven werd verzoekster vroeger dan aangegeven door verweerder van de lijst met erkende hondenkwekerijen geschrapt. Los van het feit dat een schrapping an sich verregaande nadelige gevolgen heeft voor verzoekster, geeft deze vervroegde schrapping aanleiding tot bijkomende schade in hoofde van verzoekster (stuk 17 email van afgehaakt klant.) Verzoekster is dan ook om meerdere redenen genoodzaakt om eveneens de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te vorderen en heeft hiertoe alle belang gezien de genomen beslissing rechtstreeks gericht is aan verzoekster. Om een verzoek tot schorsing te horen bevelen dient (

  1. i)aangetoond te worden dat een spoedeisend karakter heeft en niet kan wachten totdat het beroep tot nietigverklaring wordt behandeld. Dit is in casu duidelijk het geval. Een verdere uitvoering van de beslissing brengt ernstige en onherstelbare gevolgen met zich mee, nl. euthanaseren van de aanwezige honden, ontslag van personeel, faillissement van verzoekster, … […]. Het gaat om ernstige gevolgen die onomkeerbaar zijn.” Ook in de “middelen tot schorsing” voert de verzoekende partij elementen aan om de spoedeisendheid aan te tonen. Zo zet zij uiteen dat zij nog meer omzetverlies lijdt doordat zij reeds op 7 oktober 2020 van de lijst van erkende hondenkwekers werd geschrapt. Zij blijft zitten met 78 puppy’s die aan waarde verliezen naarmate ze ouder worden en met 84 fokdieren die beide kosten met zich meebrengen. Zo zou er sprake zijn van plaatstekort en zou de verzoekende partij zelf dienen in te staan voor de socialiseren van de pups. Hiervoor zou extra personeel moeten worden ingeschakeld wat extra kosten met zich meebrengt. Zij voert zowel aan dat de dieren zullen worden geëuthanaseerd als dat de dieren niet zullen worden geëuthanaseerd. Ofwel lijdt dit tot schade omdat de bloedlijnen verdwijnen ofwel betekent dit dat de kosten doorlopen. Voorts wordt verwezen naar de loonkost van de personeelsleden. VII-40.955-4/9 De verzoekende partij betoogt dat als de beslissing niet wordt geschorst, dan wel indien het vernietigingsberoep wordt afgewezen zij minstens genoodzaakt zal zijn om haar personeel te ontslaan en dieren te euthanaseren. Ook wordt verwezen naar aanzienlijke financiële schade. Er wordt verwezen naar een proef- en saldi balans op 30 september 2020 en de BTW-aangiftes van kwartalen 1 tot en met 3/2020. 6. De verwerende partij zet het gebrek aan spoedeisendheid als volgt uiteen: “17. Verzoekende partij stelt in haar verzoekschrift louter dat het in casu duidelijk een geval van spoedeisendheid zou zijn. Een verdere uitvoering van de beslissing zou volgens verzoekende partij ernstige en onherstelbare gevolgen met zich meebrengen, nl het euthanaseren van de aanwezige honden, ontslag van personeel en faillissement van verzoekende partij. De omvang zou dermate zijn dat verzoekende partij de duur van de annulatieperiode niet zou kunnen overbruggen. 18. Verwerende partij roept in dat verzoekende partij zich beperkt tot het poneren van summiere vermeldingen. Dit volstaat uiteraard niet als het aanvoeren van concrete elementen. Verzoekende partij voert geen dienstige, precieze of specifieke gegevens aan. Verzoekende partij maakt helemaal niet in concreto aannemelijk waarom een behandeling van het beroep in een procedure tot nietigverklaring te laat zou komen om bepaalde schadelijke gevolgen, minstens een ernstig nadeel, te voorkomen. Dit volstaat reeds om de vordering tot schorsing te verwerpen bij gebrek aan spoedeisendheid. 19. Verwerende partij stelt daarenboven vast dat verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift geen afzonderlijke uiteenzetting heeft met betrekking tot de spoedeisendheid van de vordering. Zij bespreekt de spoedeisendheid zeer kort – zonder concrete elementen – in het kader van de ontvankelijkheid van de vordering. Er zou dus al doorheen het verzoekschrift op zoek moeten worden gegaan of er feiten voorhanden zijn die de spoedeisendheid van de vordering zouden kunnen verantwoorden. Hieronder toont verwerende partij aan dat dergelijke feiten er niet zijn. Verzoekende partij spreekt over het euthanaseren van de honden als een ernstig en onherstelbaar gevolg. Dit kan echter niet worden aangenomen als een feit dat de spoedeisendheid van de vordering kan verantwoorden. Verzoekende partij stelt immers verder in haar verzoekschrift dat de dieren niet geëuthanaseerd zullen worden omdat dit haar wens niet is. Vervolgens spreekt verzoekende partij over het ontslag van het personeel als tweede ernstig en onherstelbaar gevolg. Dit kan evenmin worden VII-40.955-5/9 aangenomen als een feit dat de spoedeisendheid van vordering kan verantwoorden. Verzoekende partij stelt immers verder in haar verzoekschrift dat ze twee personeelsleden heeft en dat ze net meer personeel moet aannemen om alle puppy’s te verzorgen. Ten slotte spreekt verzoekende partij over een faillissement als laatste ernstig en onherstelbaar gevolg. Een financieel nadeel volstaat in beginsel niet om de spoedeisendheid te verantwoorden. Dit kan slechts in uitzonderlijk anders zijn, indien de verzoekende partij bijzondere redenen aanvoert waaruit onmiskenbaar blijkt dat de omvang van dat financieel nadeel een zodanige impact heeft op haar situatie dat zij dit niet kan lijden tot de uitspraak over het beroep tot nietigverklaring. Verzoekende partij spreekt van een omzetverlies omdat ze nog nauwelijks honden kan verkopen. Wanneer de site van verzoekende partij wordt bezocht, staat bij elke hond te lezen dat er geen puppy’s te koop zijn. Verzoekende partij toont op geen enkele manier aan dat zij in tussentijd haar financiële verplichtingen niet meer zal kunnen nakomen. Een omzetverlies toont geen nakend faillissement aan. 20. Verwerende partij vraag uw Raad dan ook de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing te verwerpen bij gebrek aan spoedeisendheid. Verzoekende partij laat na concrete gegevens aan te brengen die de spoedeisendheid kunnen aantonen. Daarenboven zijn er geen feiten voorhanden die de spoedeisendheid kunnen verantwoorden.” Beoordeling 7. Luidens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december 1991. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisendheid is, gelet op de gevolgen van een -voortdurende- tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situatie willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij VII-40.955-6/9 spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. 8. Het gegeven dat de verzoekende partij reeds op 7 oktober 2020 van de lijst van erkende hondenkwekers werd geschrapt volstaat niet om aan de vereiste van de spoedeisendheid te voldoen. De bestreden beslissing lijkt op het eerste gezicht niet in te houden dat de verzoekende partij reeds op 7 oktober 2020 diende te worden geschrapt. Voorts toont dit niet aan dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. 9. De verzoekende partij voert ook aan dat de honden dienen geëuthanaseerd te worden indien de beslissing niet wordt geschorst “dan wel indien het vernietigingsberoep wordt afgewezen […]” . De kwestie van de noodzaak om de honden te euthanaseren lijkt op het eerste gezicht niet helemaal duidelijk. De verzoekende partij zet zowel uiteen dat de honden zullen worden geëuthanaseerd, en dat ze niet zullen worden geëuthanaseerd, waarbij zowel verwezen wordt naar de schorsing als de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Vooreerst kan worden opgemerkt dat de bestreden beslissing niet oplegt om de dieren te euthanaseren. Dit zou een eigen keuze zijn van de verzoekende partij. Bovendien verwijst de verzoekende partij zelf naar de eventuele verwerping van het beroep tot nietigverklaring als de oorzaak of het moment dat er tot VII-40.955-7/9 euthanasie zou moeten worden overgegaan. Dit toont niet aan dat de verzoekende partij de uitkomst van de procedure tot nietigverklaring niet zou kunnen afwachten. 10. Voorts wijst de verzoekende partij op de socialisatieperiode van de pups. Zij zet uiteen dat de extra werklast in verband met socialisatie van de pups niet past in haar schema. De keuze om als professioneel hondenkweker niet te willen instaan voor de socialisatie van de pups is geen element dat de spoedeisendheid in hoofde van de verzoekende partij aantoont. Het is louter een eigen keuze met betrekking tot de werklast. 11. Hoewel het aannemelijk is dat de bestreden intrekking van de erkenning voor de verzoekende partij ingrijpende gevolgen heeft op financieel vlak, dan nog is vereist dat de verzoekende partij, wil zij spoedeisendheid verantwoorden, concreet aantoont aan de hand van verifieerbare gegevens en stavingstukken dat de eventuele nietigverklaring van de bestreden beslissing onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen of de belangen van de verzoekende partij veilig te stellen. Een financieel-economisch nadeel verantwoordt immers in de regel de spoedeisendheid niet tenzij de verzoekende partij concreet kan aantonen in een zodanige situatie te zitten dat zij de normale afloop van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten. Zij dient aan de hand van concrete gegevens en stukken een globaal en betrouwbaar inzicht te geven in de bestaande financiële toestand zodat de Raad van State met kennis van zaken dit kan beoordelen. Zij mag zich niet beperken tot het enkel overleggen van stukken zonder verdere toelichting. Uit de BTW-aangifte en de proef en saldi balans op 20 september 2020 kan niet worden afgeleid dat de verzoekende partij het resultaat van de gewone procedure ten gronde niet kan afwachten. 12. In de mate dat de verzoekende partij ook doet gelden dat de bestreden beslissing tot gevolg zou hebben dat zij haar personeel moet ontslaan betreft dat een nadeel dat geen betrekking heeft op de verzoekende partij zelf, doch op het personeel. 13. De verzoekende partij toont niet aan dat er voldaan is aan de voorwaarde van de spoedeisendheid. VII-40.955-8/9 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.955-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.858 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.367 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.