← België

Arrest 250859 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 10/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.859 Rolnummer: Zaak: Arrest 250859 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 10/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-17 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:32 Fiche Arrest nr 250.859 van 10 juni 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.859 van 10 juni 2021 in de zaken I. A. 232.395/VII-40.971 II. A. 232.458/VII-40.977 In zake: I. + II. Johan DENIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michael Verstraeten kantoor houdend te 9040 Gent Beelbroekstraat 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: I. + II. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Slegers, Pierre Bellemans en Margaux Kerkhofs kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 523 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 22 december 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : “De beslissing van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen, gewezen op 3 december 2020, waarbij werd beslist unaniem met eenparigheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden op de teamvergadering van 3 december 2020 krachtens art. 119§1,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen om het visum van dr. Johan Denis, RR 59012707966, in te trekken voor de duur van 8 dagen, eventueel te verlengen.” VII-40.971-40.977-1/14 en tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van : “De beslissing van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen, gewezen op 10 december 2020, waarbij werd beslist om krachtens art. 119§1,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, de intrekking van het visum van dr. Denis Johan, RR 59012707966, te verlengen vanaf 10 december
  2. Deze intrekking blijft geldig zolang de redenen die deze hebben verantwoord, namelijk het gevaar voor de patiënten of de Volksgezondheid, voortduren.” II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 249.265 van 16 december 2020 worden de zaken 232.395/VII-40.971 en 232.458/VII-40.977 gevoegd en verwerpt de Raad van State de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Michael Verstraeten, die verschijnt voor verzoeker, en advocaten Pierre Slegers en Pierre Bellemans, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  5. VII-40.971-40.977-2/14 III. Gegevens van de zaak
  6. In arrest nr. 249.265 van 16 december 2020 worden de feiten als volgt weergegeven : “4.
  7. De eerste bestreden beslissing luidt: ‘De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen heeft op haar Teamsvergadering van 3 december 2020 nopens dr. Johan Denis, RR 59012707966, volgende beslissing genomen krachtens art 119§1,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Gelet op de e-mail van 14-10-2020 van de politie van Balen Mol Dessel aan het RIZIV waaruit blijkt dat dr. Denis Johan een attest geschreven heeft aan dhr. S. Z. voor het niet dragen van een mondmasker. Gelet op de melding van het RIZIV van dit feit aan de Provinciale Raad van de Orde der Artsen van Antwerpen. Gelet op de melding van de Provinciale Raad van de Orde van Artsen van Antwerpen dd 24 november 2020 waaruit blijkt dat dr. Johan Denis gehoord werd op de onderzoekscommissie van de Provinciale Raad van de Orde van Artsen van Antwerpen en hij aldaar verklaarde dat hij het vreemd vindt dat de politie zijn attest in twijfel trekt, dat de Corona-pandemie ‘fraude’ is en één groot complot van de overheid. M.b.t. de maatregelen van de overheid verklaarde hij dat hij als arts zal doen wat hij wil en dat de overheid daar niets aan te zeggen heeft. Gelet op het telefonisch onderhoud dat de ondervoorzitter van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen had met dr. Johan Denis op 25 november 2020 en waaruit blijkt dat dr. Johan Denis het attest voor het niet dragen van een mondmasker geschreven heeft omdat dhr. S. Z. last zou hebben van benauwdheid, zwakte en duizeligheid en dat dit zou te wijten zijn aan hypercapnie met zuurstoftekort door het dragen van een mondmasker. Dr. Johan Denis zegt veel patiënten te zien met dergelijke klachten en op hun vraag een attest te geven voor vrijstelling van de mondmaskerplicht. Hij voegt eraan toe dat het niet aan hem is om deze klachten in vraag te stellen. Verder beweert dr. Johan Denis in ditzelfde telefonisch onderhoud dat de PCR-testen voor Covid 19 geen waarde hebben en dat personen die niet ziek zijn, geen andere personen kunnen besmetten. Gelet op de melding van de Provinciale Raad van de Orde van Artsen van Antwerpen dd 26 november 2020 betreffende de open brief met betrekking tot de waarde van de PCRtesten, de Prikkrant dd juni 2020 ondersteund door o.a. Johan Denis. In deze Prikkrant worden de veiligheid en het nut van vaccins volledig in twijfel getrokken. Verder wordt de ernst van Covid 19 en het nut van een Corona-vaccin in vraag gesteld. Er wordt beweerd dat de WHO een speelbal is van de farmaceutische industrie. VII-40.971-40.977-3/14 De leden van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen waren op de Teams-vergadering van 3 december 2020 van mening dat dr. Denis Johan een gevaar voor de Volksgezondheid is gelet op zijn beweringen dat de Corona-pandemie een complot van de overheid is. Hij handelt niet volgens de huidige stand van de wetenschap. Hij geeft toe attesten tot vrijstelling van mondmaskerplicht te schrijven op vraag van de patiënt zonder hun klachten in vraag te stellen en dit meermaals te doen. Hij houdt bijgevolg ook geen rekening met het feit dat deze personen die geen mondmasker dragen, anderen gemakkelijk kunnen besmetten. Door dit gedrag zet hij alle maatregelen om de Coronapandemie in te dijken op de helling. Hij beoefent geen evidence based medcine. Hij geeft aan niet akkoord te gaan met de door de overheid opgelegde maatregelen, zoals terug te vinden zijn op www.sciensano.be en te doen wat hij wil. Verder onderschrijft hij artikels die het nut en de veiligheid van vaccinaties in twijfel trekken en de Corona-pandemie zien als een complot van de overheid en lobby van de farmaceutische industrie. De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen is daarom ook van mening dat gezien dr. Johan Denis het niet noodzakelijk vindt om zijn patiënten te wijzen op de noodzaak tot dragen van een mondmasker en hen te wijzen op het risico voor zichzelf en de omgeving, maar zelfs op eenvoudige vraag van de patiënten, zonder de medische achtergrond na te gaan, lichtzinnige attesten schrijft, en gezien hij het testbeleid van de overheid en de PCR-testen niet navolgt en ontkent, hij aldus een imminent gevaar betekent voor de Volksgezondheid door de op dit ogenblik geldende wetenschappelijke standaarden en evidence based medcine niet toe te passen. Om die redenen beslist de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen unaniem met eenparigheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden op de teamvergadering van 3 december 2020 krachtens art. 119§1,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen om het visum van dr. Johan Denis, RR 59012707966, in te trekken voor de duur van 8 dagen,- eventueel te verlengen. Deze beslissing zal ingaan vanaf 4 december 2020 – 0u. Dr. Denis Johan zal in de periode van deze 8 dagen gehoord worden door de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen via een Teams-vergadering. Dit zal gebeuren op donderdag 10 december om 10u. De uitnodiging tot deze vergadering zal met een aparte e-mail gebeuren.’ 4.
  8. De tweede bestreden beslissing luidt: ‘De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen heeft op haar Teams-vergadering van 10 december 2020, waar Dr. Johan Denis gehoord werd in aanwezigheid van zijn raadsman Mr. Michael Verstraeten nopens dr. Johan Denis, RR 59012707966, volgende beslissing genomen krachtens art 119§l,2,i van de VII-40.971-40.977-4/14 gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Gelet op de beslissing van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen dd 3 december 2020 welke als volgt was : Om die redenen beslist de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen unaniem met eenparigheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden op de teamvergadering van 3 december 2020 krachtens art. 119§l,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen om het visum van dr. Johan Denis, RR 59012707966, in te trekken voor de duur van 8 dagen, eventueel te verlengen. Deze beslissing zal ingaan vanaf 4 december 2020-0u. Dr. Denis Johan zal in de periode van deze 8 dagen gehoord worden door de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen via een Teams-vergadering. Dit zal gebeuren op donderdag 10 december om 10u. De uitnodiging tot deze vergadering zal met een aparte e-mail gebeuren. Gelet op het feit dat dr. Denis Johan uitgenodigd werd op de Teams-vergadering van donderdag 10 december 2020 en online aanwezig was in aanwezigheid van zijn raadsman, Mr. Michael Verstraeten. Gelet op het feit dat de leden van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen zich behoorlijk hebben voorgesteld voorafgaandelijk aan het verhoor. Gelet op het feit dat de aanwezige leden van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen kennis hebben kunnen nemen van de stukken die door Mr. Michael Verstraeten overgemaakt werden op 7 december
  9. Gelet op het feit dat dr. Denis Johan ter zitting verklaart dat hij niet inziet waarom het schrijven van een attest tot vrijstelling tot het dragen van een mondmasker in strijd zou zijn met de Covid 19-maatregelen gezien dit in de wetgeving bij MB voorzien is. Hij beweert deze attesten alleen te maken voor patiënten die hij op zijn consultatie ziet en dit na anamnese naar de klachten van de patiënt. Dr. Denis spreekt niet over een klinisch onderzoek bij deze patiënten en zegt deze attesten ook voor te schrijven aan patiënten waarvan hij niet de GMD-houder van het dossier is. Dr. Denis Johan uit zich ook naar zijn collega’s toe tegen de mondmaskerplicht en vindt dat deze niet moet worden toegepast. Dr. Denis Johan werd door de Huisartsenkring Pallieterland en Omgeving geschorst aan deelname aan de wachtdienst omdat hij onder meer tijdens de wachtdienst op 15 augustus 2020 weigerde een mondmasker te dragen tijdens de consultatie. Dr. Denis Johan haalt aan dat hij de richtlijnen van de WHO met betrekking tot het dragen van mondmaskers opvolgt en niet de richtlijnen van sciensano. Dr. Denis Johan is van mening dat er wetenschappelijke bewijzen zijn waarom een mondmasker dragen niet verantwoord is en gevaarlijk kan zijn. Dr. Denis Johan is van mening op basis van buitenlandse studies dat PCR-testen gevaarlijk zijn omdat zij geen verschil meten tussen levend en VII-40.971-40.977-5/14 dood virus en deze PCR testen niets zeggen over de besmettelijkheid van een persoon. Hij verzet zich tegen deze PCR testen, ondanks het feit dat deze algemeen aanvaard worden in België om alzo de Covid 19 epidemie te bestrijden, omdat deze testen de rechten van de burgers aan banden zouden leggen. Wanneer hem gewezen wordt op het feit dat deze PCR testen in België aanzien worden als een wetenschappelijk instrument om de pandemie te bestrijden, antwoordt hij dat dat de rechten van de burgers ermee aan banden gelegd worden. Hij verklaart geen PCR testen af te nemen bij zijn patiënten in zijn praktijk en de patiënten ook niet door te verwijzen naar een triagecentrum. Dr. Denis stelt dat zijn kennis en wetenschappelijk inzicht onderdrukt wordt door de overheid en dat andersdenkenden niet gehoord worden. Hij wijst in dit verband op het schrijven dat door meer dan 500 artsen ondertekend werd en waar de maatregelen in twijfel getrokken worden. Dr. Denis geeft aan geen auteur te zijn van de Prikkrant maar wel zijn steun hieraan gegeven te hebben omdat hij vindt dat patiënten recht hebben op informatie. De Prikkrant is een middel om informatie te verstrekken aan de patiënten omdat dr. Denis vindt dat de huidige maatregelen niet conform zijn en niet samengaan met zijn taak als arts waarvoor hij de eed van Hippocrates heeft afgelegd. Mr. Verstraeten wijst er op dat dr. Denis de maatregelen niet heeft overtreden door attesten met betrekking tot vrijstelling van mondmaskerplicht te schrijven omdat hij geen attest geschreven heeft waaruit blijkt dat de patiënten ook geen alternatief mochten dragen om het gelaat te bedekken, zoals door een gelaatscherm of door een stuk stof. Mr. Verstraeten wijst ook op de vrije meningsuiting in België en op de beperkingen van de PCR test, die volgens hem voor 70% vals negatieve resultaten heeft. Dr. Denis stelt dat hij de Corona-maatregelen zal volgen daar waar deze gebaseerd zijn op evident based medcine en niet omdat ze gebaseerd zijn op politieke redenen. Mr. Verstraete past dit aan als zijnde dat dr. Denis de Corona-maatregelen zal volgen voor zover hij zelf de keuze kan maken of het al dan niet om evident based medcine gaat. Gelet op het feit dat Dr. Johan Denis en Mr. Michael Verstraeten hierna de Teams-vergadering verlaten en de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen verder beraadslaagt. De leden van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen zijn van oordeel dat dr. Denis Johan een gevaar voor de Volksgezondheid blijft betekenen. Hij wil de Covid 19-maatregelen van de overheid alleen opvolgen op zijn eigen voorwaarden en eisen. Hij wil zijn persoonlijke visie blijven volgen, hoewel hij zich in het belang van de Volksgezondheid van zijn persoonlijke visie moet distantiëren en de maatregelen van de overheid opvolgen. Zijn houding tijdens de wachtdienst bewijst ook dat hij het niet nodig acht om een mondmasker te dragen. Hij schrijft attesten zonder GMD houder te zijn, wat eerder wijst op welwillendheid. Zijn visie op de PCR testen is niet gebaseerd op wat algemeen wetenschappelijk aanvaard wordt door sciensano. Hij brengt patiënten maar ook de Volksgezondheid in gevaar door geen testen af te nemen of VII-40.971-40.977-6/14 door niet door te verwijzen. Besmette patiënten worden alzo niet gedetecteerd en de COVID epidemie kan zich verder verspreiden. De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen is van oordeel dat de persoonlijke mening van collega Denis met betrekking tot de maatregelen, die hij niet wetenschappelijk gefundeerd vindt, zich vertaalt in een handelen dat ervoor zorgt dat hij de opvolging van de COVID maatregelen aan zijn patiënten ontraadt. Zelfs mocht blijken dat hij zelf geen formeel juridische overtreding heeft begaan, is dit een gevaar voor de Volksgezondheid. Getuige daarvan zijn de meerdere klachten die zijn collega’s hieromtrent formuleren en waarbij hem de mogelijkheid is ontnomen nog deel te nemen aan de wachtregeling omdat hij weigert een mondmasker te dragen, de vaststelling van de politie met betrekking tot het uitschrijven van mogelijks ongegronde attesten om geen mondmasker te dragen en persoonlijke verspreidde communicaties die hij omtrent deze materie pleegt. Een arts wordt door zijn patiënten populatie als autoriteit beschouwd. Hiermee gaat ook een belangrijke voorbeeldfunctie gepaard. Gezien het de taak is van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen om zich ervan te vergewissen dat de beroepsbeoefenaars de maatregelen uitvoeren die door de Minister van Volksgezondheid zijn uitgevaardigd met betrekking tot de besmettelijke ziekten, kan men stellen dat dr. Denis Johan, op zijn minst een klimaat creëert waarbij hij ervoor zorgt dat de navolging van de Covid 19-maatregelen bij de bevolking bemoeilijkt worden. Zo zal hij ook maatregelen die erop gericht zijn polio, quarantaineziekten (gele koorts, pest, cholera) of overdraagbare ziekten (van bacteriële, virale, parasitaire,... oorsprong) te voorkomen of te bestrijden op die manier tegenwerken. Het is de taak van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen om dit te voorkomen. De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen is dan ook van mening dat dr. Denis Johan een gevaar voor zijn patiënten en de Volksgezondheid betekent. Om die redenen Beslist de Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen op haar Teams-vergadering van 10 december 2020 unaniem met eenparigheid van stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden om krachtens art. 119§l,2,i van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, de intrekking van het visum van dr. Denis Johan, RR 59012707966, te verlengen vanaf 10 december
  10. Deze intrekking blijft geldig zolang de redenen die deze hebben verantwoord, namelijk het gevaar voor de patiënten of de Volksgezondheid, voortduren. De Provinciale Geneeskundige Commissie van Antwerpen zal een einde aan deze maatregel van intrekking van visum maken, wanneer zij vaststelt dat de redenen die hem hebben verantwoord, verdwenen zijn, hetzij ambtshalve hetzij op verzoek van dr. Denis. VII-40.971-40.977-7/14 Dr. Denis Johan kan daartoe elke maand vanaf de uitspraak van de maatregel een verzoek indienen. Hij dient daartoe te bewijzen dat hij de Covid 19-maatregelen zonder beperkingen van zijnentwege, zal opvolgen. Deze beslissing wordt kenbaar gemaakt aan de Nationale en Internationale instanties zoals bepaald in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen’”. IV. Ontvankelijkheid Gebrek aan belang en voorwerp Standpunt van de verwerende partij
  11. De verwerende partij zet uiteen dat de schorsing van de tenuitvoerlegging niet meer kan bevolen worden eens de beslissing volledige uitwerking heeft gekregen. De verwerende partij verwijst naar arrest nr. 238.669 van 27 juni
  12. De eerste bestreden beslissing heeft uitwerking gekregen van 4 december 2020 tot en met 10 december
  13. Op de datum van de inleiding van huidig beroep heeft deze beslissing een volledige uitwerking gekregen en is deze uit de rechtsorde verdwenen. Overeenkomstig voormelde rechtspraak heeft de verzoekende partij geen belang meer bij de schorsing van de tenuitvoerlegging van een maatregel. Beoordeling
  14. Zoals de verwerende partij terecht aanvoert heeft een schorsingsarrest slechts uitwerking voor de toekomst en kan het arrest het nadeel dat door verzoeker reeds volledig werd geleden niet ongedaan maken. Verzoeker heeft dus geen belang meer bij de vordering tot schorsing van de eerste bestreden beslissing. Eén verzoekschrift tegen twee beslissingen Standpunt van de verwerende partij VII-40.971-40.977-8/14
  15. Volgens de verwerende partij is het verzoekschrift onontvankelijk in de mate het gericht is tegen de tweede bestreden beslissing omdat de vordering niet op ontvankelijke wijze gericht kon worden tegen beide bestreden beslissingen in één enkel verzoekschrift. Volgens de verwerende partij vertonen de beslissingen gelijkenissen maar zijn ze toch fundamenteel verschillend. Dit blijkt onder meer uit de aangevoerde middelen, uit de verschillende rechtsgrond en aard van de maatregelen. De beslissing over de ene beslissing heeft geen automatisch gevolg op de rechtmatigheid van de andere beslissing. Beide beslissingen zijn onafhankelijk van elkaar. Beoordeling
  16. Bij arrest nr. 249.265 van 16 december 2020 oordeelde de Raad dat het in het belang van een goede rechtsbedeling aangewezen is dat beide zaken, die onderling samenhangend zijn, worden gevoegd. Gelet op het voorgaande heeft verzoeker geen belang bij de schorsing van de eerste bestreden beslissing maar er zijn geen elementen voorhanden die ertoe leiden te besluiten dat beide zaken niet meer onderling samenhangend zouden zijn. Het verzoekschrift is ontvankelijk in de mate het gericht is tegen de tweede bestreden beslissing (hierna: de bestreden beslissing). V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  17. Luidens artikel 17, §1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te VII-40.971-40.977-9/14 spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de beslissing prima facie kan verantwoorden. Er kan geen rekening worden gehouden met wat over deze voorwaarden eventueel in latere stukken of op de terechtzitting nog wordt aangevoerd. De verwerende partij kan immers daarop niet meer schriftelijk reageren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de RvS-wet essentieel schriftelijk is. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
  18. Verzoeker zet uiteen : “Daarnaast kan de verzoeker door het de bestreden beslissingen zijn beroep niet meer uitoefenen. Op zijn leeftijd is het niet zo eenvoudig om zomaar van beroep te veranderen. De verzoeker heeft jarenlang gewerkt en gestudeerd om arts te kunnen worden. Dit is een roeping. Het feit dat hij dit beroep niet meer kan uitoefenen raakt hem zeer diep in zijn ziel. De verzoeker heeft met verscheidene patiënten een therapeutisch programma lopen met onder andere de toepassing van medicatie. Al deze programma’s worden door de bestreden beslissingen onderbroken. Deze patiënten moeten naar andere artsen, wat de continuïteit van hun therapie niet ten goede komt. Dit compliceert het werk van de verzoeker enorm. Een schorsing dringt zich op zodat de verzoeker in staat is zijn patiënten in een continue opvolging verder de lopende zorgen kan toedienen. De intrekking van de licentie van de verzoeker heeft voor de verzoeker bijzonder grote morele en materiële schade tot gevolg. De impact op het leven van de verzoeker en zijn latere reputatie als arts na een vernietigingsarrest kan misschien wel een gedeeltelijke geldelijke compensatie krijgen, maar deze beslissing zal de verzoeker altijd blijven achtervolgen indien zij niet spoedig wordt geschorst. Verlies op lange termijn aan reputatieschade en verlies aan patiënten is niet herstelbaar want nauwelijks begrootbaar. Gezien het onmogelijk is om in de toekomst te kijken en te voorspellen hoeveel patiënten de verzoeker zou gehad hebben zonder deze maatregelen, dreigt de verzoeker met onherstelbare VII-40.971-40.977-10/14 schade te worden geconfronteerd. In bijzonder in de actuele maatschappelijke situatie die heerst, is de verzoeker zeer bevreesd voor de reactie van zijn patiënten en van het publiek op deze schorsing en de indruk die het publiek over de verzoeker zal krijgen. De verzoeker dreigt het vertrouwen van zijn patiënten te verliezen en zich op korte en lange termijn in ernstige mate gehinderd te zien in de uitoefening van zijn beroep. De verzoeker dreigt ook het mikpunt te zijn van agressieve reacties ten aanzien van zijn persoon, wat door een schorsing van de bestreden beslissing ook kan worden vermeden.” Beoordeling
  19. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  20. Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een -voortdurende- tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties te willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de VII-40.971-40.977-11/14 spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  21. In de voorliggende zaak is een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen bij arrest nr. 249.265 van 16 december 2020 waarin wordt besloten dat niet is aangetoond dat de schorsing volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zou komen. Verzoeker voert grotendeels dezelfde argumenten aan als deze die in de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid werden aangevoerd, met uitzondering van het nadeel voor zijn patïenten.
  22. Met betrekking tot het aangevoerde morele nadeel oordeelde de Raad in voormeld arrest dat dit hersteld kan worden door een later tussen te komen annulatiearrest. Verzoeker voerde geen concrete omstandigheden aan die ertoe zouden nopen anders te beslissen. Er dient te worden vastgesteld dat verzoeker opnieuw geen concrete omstandigheden aanvoert die ertoe leiden in het huidige geval anders te beslissen. Verzoeker maakt ook nu niet aannemelijk dat de ingeroepen morele en imagoschade van dien aard zijn dat een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening zou kunnen verschaffen. VII-40.971-40.977-12/14
  23. In zoverre verzoeker een financieel nadeel aanvoert dient te worden vastgesteld dat hiervoor geen enkel concreet element wordt aangereikt. Een financieel verlies kan, behoudens tegenbewijs, eveneens worden hersteld na een annulatiearrest, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangevoerd zoals wanneer de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van de verzoekende partij op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer deze niet meer kan voorzien in haar eigen levensonderhoud of dit van het gezin. De verzoekende partij mag er zich niet toe beperken te stellen dat zij dit nadeel lijdt, zij moet gegevens verstrekken omtrent het bestaan en de omvang ervan. De verzoekende partij moet haar beweringen concreet maken en staven met de nodige overtuigingsstukken. De beweringen dat het verlies niet herstelbaar en nauwelijks begrootbaar is zijn geen gegevens die het bestaan en de omvang van het financieel nadeel aantonen.
  24. De elementen die worden aangevoerd in hoofde van de patïenten van verzoeker kunnen de spoedeisendheid in hoofde van verzoeker niet aantonen. Een nadeel dat geen betrekking heeft op verzoeker zelf kan de spoedeisendheid in zijn hoofde niet verantwoorden.
  25. Tot slot kan niet worden ingezien hoe verzoeker door de uitvoering van de bestreden beslissing het mikpunt dreigt te zijn van agressieve reacties.
  26. De verwerende partij kan worden bijgetreden wanneer zij stelt dat verzoeker zelf een einde kan stellen aan de nadelen die hij ondervindt ten gevolge van de uitvoering van de bestreden beslissing. Verzoeker kan maandelijks een verzoek indienen om de opgelegde maatregel te beëindigen wanneer de verwerende partij vaststelt dat de redenen die hem verantwoorden verdwenen zijn. Verzoeker dient daartoe te bewijzen dat hij de Covid 19-maatregelen zonder beperkingen zijnentwege zal opvolgen. VII-40.971-40.977-13/14
  27. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker nalaat de noodzakelijke specifieke gegevens aan te brengen die in concreto aantonen dat de zaak voor hem te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.
  28. Aldus is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.971-40.977-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.859 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.