id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.876 Rolnummer: A. 233810/X-17951 Zaak: Arrest 250876 - Handelsvestigingen - 11/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-18 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.876 van 11 juni 2021 Economische zaken - Handelsvestigingen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 250.876 van 11 juni 2021 in de zaak A. é.810/X-17.951 In zake :
- Dirk DE MEERLEER
- Marc ROELS
- Gerard DENECKERE
- Frieda OLTMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te 9000 Gent Congreslaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD AALST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra De Cuyper kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV CASH POT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Arne Vandaele kantoor houdend te 1540 Herne Kwatemstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 5 juni 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “het Besluit van het College van Burgemeester en Schepenen [van de stad Aalst] d.d. 21 mei 2021 houdende de goedkeuring van het evenement met nummer 2021_CBS_02521”. X-17.951-1/11 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 9 juni 2021 heeft de bv Cash Pot gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op woensdag 9 juni 2021, om 10 uur, en is voortgezet op 11 juni 2021, om 9.30 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Leandra De Cuyper, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Arne Vandaele, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord op de terechtzitting van 9 juni
- Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Leandra De Cuyper, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Arne Vandaele, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord op de terechtzitting van 11 juni
- Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-17.951-2/11 III. Feiten
- Op 10 maart 2021 dient de BV Cash Pot via het evenementenloket van de stad Aalst een aanvraag in voor de organisatie van ‘Zomerbar Bar Baron’, een “[g]ezellige pop-up zomerbar voor jong en oud in een groen en historisch kader”, meer bepaald op het domein van Kasteel ter Linden te Aalst. Het evenement heeft plaats van 10 juni 2021 tot 15 september 2021, en beoogt tot 220 aanwezigen. Verzoekers wonen vlak bij het kasteeldomein. Het initiatief wordt op 21 april 2021 besproken door de evenementencel van de stad Aalst. Op 5 mei 2021 bespreekt de evenementencel een aangepast voorstel. Ze adviseert de aanvraag kennelijk gunstig. Dat doet op 7 mei 2021 ook de veiligheidscel van de stad Aalst. Met de bestreden beslissing van 21 mei 2021 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst toestemming voor de betrokken organisatie, met dien verstande dat het geluidsdrukniveau “op Concreet houdt dit onder meer in dat de zomerbar alleen tot 22 u open is, dat het publiek hoofdzakelijk zittend is en dat er tot maximaal 220 aanwezigen mogen zijn, dat de manager van dienst in het oog houdt of en wanneer dat maximum bereikt is, in welk geval dat wordt meegedeeld aan “de ingang” en de ingang wordt afgesloten, dat bij verwachte drukte in security wordt voorzien, dat nog vóór de opening “[e]en parkeerplan (voor optimale spreiding) moet gemaakt worden” en dat gespreid parkeren via alle communicatiekanalen moet worden gestimuleerd, dat acties worden ondernomen opdat bezoekers te voet komen of de fiets of het openbaar vervoer gebruiken, dat er alleen achtergrondmuziek mag zijn, en wat de achtertuin betreft enkel in de tenten, dat X-17.951-3/11 er aan de uitgang bordjes worden geplaatst waarop wordt gevraagd om de rust van de buurtbewoners te eerbiedigen, en dat de buren een rechtstreeks contactnummer moeten hebben met de organisatie. IV. Tussenkomst
- De BV Cash Pot is de begunstigde van de bestreden beslissing. Zij vraagt terecht in de procedure te mogen tussenkomen. V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VI. Schorsingsvoorwaarde van een ernstig middel A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoekers leiden een eerste middel af uit de schending van het onpartijdigheidsbeginsel, doordat de eigenares van het kasteel een schepen is. Het (financiële) welslagen van het evenement is een belang dat zij deelt met de organisatie. Het college van burgemeester en schepenen had, gelet op de (schijn van) partijdigheid, de zaak aan de deputatie of de gemeenteraad moeten voorleggen. X-17.951-4/11 Beoordeling
- Vooralsnog blijkt uit niets dat de betrokken schepen op enigerlei wijze heeft meegewerkt aan en bijgedragen tot de bestreden beslissing. Het middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- Een tweede middel, afgeleid uit de schending van het patere legem-beginsel, het zorgvuldigheids- en redelijkheidsbeginsel, de formele- en de materiëlemotiveringsplicht, viseert de afwezigheid van een duidelijk parkeerplan. Nochtans moet het bestuur volgens het convenant Pop-up horeca daarover beschikken. Het bestuur is onzorgvuldig geweest door geen beperkingen te hebben opgelegd wat bijvoorbeeld het aantal bezoekers of de schaal van het evenement betreft en door niet tot “situering en evaluering” van de horeca- activiteit “in het kader van het terrasreglement en de Convenant” te zijn overgegaan. Gelet op de onvoldoende parkeergelegenheid, is het in strijd met het redelijkheidsbeginsel dat geen aanzienlijke beperking van het aantal toegelaten deelnemers is opgelegd. Op geen enkele wijze motiveert de verwerende partij in welke zin de afwezigheid van een parkeerplan geen probleem vormt. Zij ging niet na wat de parkeerproblematiek en de bijhorende hinder zouden zijn. Beoordeling
- Op 23 juni 2020 keurde de gemeenteraad van de stad Aalst een convenant voor pop-up-horecazaken goed. Beoogd werd hiermee om “een gelijk speelveld” te creëren voor tijdelijke en permanente horeca, en om ervoor te zorgen dat de overlast van tijdelijke horecazaken beperkt blijft. Punt 7 van het convenant luidt: “De aanvraag moet een duidelijk parkeerplan bevatten, waarin X-17.951-5/11 de mogelijke impact op de omgeving en voorgestelde oplossingen worden besproken”.
- Anders dan verzoekers lijken te menen, blijkt op het eerste gezicht niet dat de verwerende partij geen aandacht heeft besteed aan de parkeerproblematiek ten gevolge van het evenement van de tussenkomende partij en aan de gemeenteraadsbeslissing over het convenant. Niet alleen werd op de vergadering van de evenementencel van 21 april 2021 de parkeerproblematiek besproken, bovendien werd de tussenkomende partij onder meer vanwege het ontbreken van een parkeerplan gevraagd haar aanvraag aan te vullen tegen de vergadering van 5 mei
- Met het oog op die vergadering heeft de tussenkomende partij een parkeerplan bijgebracht. Zij lichtte daarbij toe dat gepoogd werd de weide op het einde van de Sylvain van Der Guchtlaan te huren om daar een extra parking te organiseren en dat, als het niet zou lukken, “er sowieso minimaal spreidingsplan [wordt] opgemaakt voor parking en geplaatst op [de] website”. Bovendien werd aangekondigd dat er fietsrekken op de binnenkoer zouden worden geplaatst, met toezicht, “om bezoekers zonder wagen aan te trekken”, en dat er “maximaal gestuurd [zou] worden om met de fiets te komen of te voet”. In een overlastpreventieplan en een powerpointpresentatie werd benadrukt dat het parkingplan of de parkeeropties zouden worden gecommuniceerd op de webpagina en de sociale media. De evenementencel noteerde op 5 mei 2021 dat getracht werd een weide in de Sylvain van Der Guchtlaan te huren en dat er nog een parkeerspreidingsplan zou worden opgesteld. Het belette haar niet om, zoals de bestreden beslissing vermeldt, een “algemeen positief advies” te formuleren, op voorwaarde dat “nog voor de opening” onder andere in orde werd gebracht wat volgt: “Een parkeerplan (voor optimale spreiding) moet gemaakt worden én via alle communicatiekanalen moet gespreid parkeren worden gestimuleerd X-17.951-6/11 om de overlast te beperken. Er wordt aanbevolen om acties te ondernemen om via fiets, te voet of met openbaar vervoer te komen.” Finaal heeft de verwerende partij op 21 mei 2021 met het evenement, waarop maximaal 220 aanwezigen zijn toegelaten, ingestemd op de uitdrukkelijke voorwaarde dat het advies van de evenementencel “strikt” wordt opgevolgd.
- Rekening houdend met wat de tussenkomende partij ter terechtzitting van 11 juni 2021 bijbrengt en doet gelden, lijkt daar wat de parkeervoorwaarde aangaat ook effectief aan voldaan. Stuk 19b van het administratief dossier, zijnde een advies van de politie, bevestigt dat: “De aangegeven en berekende capaciteit in de omgeving zou moeten volstaan om de parkeerdruk van een zomerbar met capaciteit van 220 personen op te vangen”.
- In de gegeven omstandigheden valt de Raad van State in de huidige stand van de procedure niet bij dat de verwerende partij de in het middel aangevoerde rechtsregels heeft geschonden door bij de beoordeling van de aanvraag van de tussenkomende partij onvoldoende aandacht te hebben geschonken aan de parkeer- en mobiliteitsproblematiek en geen parkeerplan te hebben vereist. Het middel is niet ernstig. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
- In een derde middel voeren verzoekers de schending aan van het gelijkheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, en de formele- en materiëlemotiveringsplicht. Toegelicht wordt in de eerste plaats dat het terrasreglement in de mogelijkheid voorziet dat het college van burgemeester en schepenen X-17.951-7/11 voorwaarden oplegt en de vergunning voor een terras weigert, in het bijzonder om reden van de openbare veiligheid, rust, gezondheid, overlast en de ligging van het terras. Verzoekers mogen ervan uitgaan dat de verwerende partij gelijkaardige criteria hanteert in geval van tijdelijke evenementen met een “tijdelijk” terras, gedurende de gehele zomer. Te dezen heeft het evenement plaats in een residentiële wijk, amper op een steenworp van verschillende tuinen en woningen van verzoekers. Zij verliezen niet alleen “een groot deel van privacy in hun tuin”, maar ook wordt het omgevingsgeluid verstoord “door het toelaten van een horde van 200 tot 400 mensen (of meer), die drank nuttigen (waaronder sterke dranken) met bijkomende muziek”. Zelfs indien de muziek niet luider gaat dan 85 decibel, is dit nog veel te luid. Er wordt met betrekking tot de geluidshinder geen rekening gehouden met de ligging van het evenement en de plaatsgesteldheid. De motivering beperkt zich ter zake tot een pro forma-motief. Ten slotte zou geen enkele overheid een evenement zoals dat van de tussenkomende partij, waardoor verzoekers “een massa van minstens 200 à 400 mensen”, “uitbundiger dan normaal”, gedurende de gehele zomer in hun achtertuin moeten tolereren, toestaan zonder het opleggen van beperkingen omtrent het toegelaten aantal deelnemers of wat het schenken van alcohol betreft. Beoordeling
- Het in het middel aangevoerde “terrasreglement” is de verordening voor de privatieve ingebruikname van het openbaar domein voor het plaatsen van horecaterrassen. De verordening betreft uitsluitend de ingebruikname van het openbaar domein. Ze is niet van toepassing op de locatie die de tussenkomende partij beoogt en die louter privaat is.
- Het klopt dat blijkens die verordening het college van burgemeester en schepenen, wat de in die verordening bedoelde terrasvergunningen betreft, op elk moment bijkomende voorwaarden kan opleggen in de vergunning en de vergunning kan weigeren om redenen van openbare veiligheid, rust, gezondheid, overlast en om redenen die te maken hebben met de ligging van het terras. X-17.951-8/11 Ten minste in de huidige stand van de procedure blijkt evenwel niet dat de verwerende partij van mening zou zijn geweest dat hetzelfde niet ook geldt ten aanzien van de instemming met het evenement van de tussenkomende partij, waarop overigens maximaal 220 aanwezigen zijn toegelaten.
- Wat specifiek de geluidsproblematiek betreft, waarop verzoekers in het middel de focus leggen, had de tussenkomende partij een geluidsdrukniveau van “>85 dB(A) maar kleiner of gelijk aan 95 dB(A)” gevraagd. Dat werd door de dienst Milieu en Natuur “niet opportuun in de druk bewoonde omgeving” geacht. Een geluidsniveau kleiner of gelijk aan 85 dB(A) werd voldoende beoordeeld voor achtergrondmuziek. Finaal wordt door de bestreden beslissing een geluidsdrukniveau opgelegd van “ “Tevens dienen de organisatoren bij de opstelling van de geluidsinstallatie rekening te houden met de voortplanting van het geluid, de spreiding van het geluid en de richting van de opstelling zodat de buurt géén hinder ondervindt van het evenement. Bij niet-naleving van deze voorwaarden of klachten kan er bij tussenkomst van de politie of toezichthouders steeds een andere geluidscategorie opgelegd worden.”
- Voorts behoren tot de voorwaarden waaronder de bestreden beslissing de zomerbar toelaat en die strikt na te leven zijn, ook de maatregelen waarin het overlastplan van de tussenkomende partij voorziet. Inzake “overmatig alcoholgebruik” gaat het bijvoorbeeld om het verbod om eigen drank mee te brengen, de doorgedreven briefing van het personeel “op +16 en +18 regels voor alcohol”, de weigering van de toegang of van bediening van personen die duidelijk te veel op hebben, het verbod om eigen muziekboxen mee te brengen, en de afwezigheid van feestmuziek “om sfeer makkelijker rustig te houden”. X-17.951-9/11
- Uit het voorgaande wordt geconcludeerd dat de onwettigheden die in het middel worden aangevoerd op het eerste gezicht geen nietigverklaring kunnen verantwoorden. Ook het derde en laatste middel is niet ernstig. Vermits aldus alvast één van de cumulatieve grondvoorwaarden voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid niet is vervuld, is er reden de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING
- Het verzoek van de BV Cash Pot tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
- Verzoekers worden elk voor een vierde verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op het rolrecht van 800 euro en een bijdrage van 20 euro. Het recht van 150 euro voor de tussenkomst is ten laste van de tussenkomende partij, die gelet op artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de Raad van State-wet niet in aanmerking komt voor de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. X-17.951-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van elf juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust. X-17.951-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.876 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.