id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.887 Rolnummer: A. 228524/XIV-38098 Zaak: Arrest 250887 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 14/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-23 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.887 van 14 juni 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 250.887 van 14 juni 2021 in de zaak A. 228.524/XIV-38.098 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A tegen : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annik Haegeman kantoor houdend te 1081 Brussel Kasteellaan 22/15 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 juli 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 222.120 van 29 mei 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 13.451 van 4 september
- XIV-38.098-1/4 De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 mei 2021, om 15.45 uur. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Brecht Heirman, die loco advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Annik Haegeman, die verschijnt voor verweerder, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verweerder dient op 19 juni 2018 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als ouder van een Belgisch minderjarig kind. XIV-38.098-2/4 Op 18 december 2018 neemt de minister van Asiel en Migratie in hoofde van verweerder een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden zonder bevel om het grondgebied te verlaten. Verweerder stelt op 1 februari 2019 tegen deze beslissing een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 29 mei 2019 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing van 18 december
- Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar advocaat van 12 februari 2021 deelt de verzoekende partij mee dat verweerder op 18 december 2019 in het bezit is gesteld van een F-kaart, geldig tot 16 december
- Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief is een stavingsstuk gevoegd. Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden zonder bevel om het grondgebied te verlaten in hoofde van verweerder XIV-38.098-3/4 werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. V. Kosten
- Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-38.098-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.887 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div