← België

Arrest 250895 - Varia (economische zaken) - 14/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.895 Rolnummer: A. 231828/XIV-38491 Zaak: Arrest 250895 - Varia (economische zaken) - 14/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-23 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:26 Fiche Arrest nr 250.895 van 14 juni 2021 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.895 van 14 juni 2021 in de zaak A. 231.828/XIV-38.491 In zake: de BV GPS LINE (voorheen: de NV GPS LINE) woonplaats kiezend te 2900 Schoten Heidebloemlei 48 tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van de “totaal verkeerde dossierbehandeling”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 mei 2021, om 14.00 uur. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Pieter Van Robaeys is gehoord. XIV-38.491-1/6 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Regelmatigheid van de rechtspleging
  4. De verzoekende partij is een besloten vennootschap (voorheen: de nv GPS Line) en laat zich ter terechtzitting vertegenwoordigen door een persoon, houder van een bijzondere volmacht. Hij legt ter terechtzitting een pleitnota neer. De bedoelde volmacht is gedagtekend 8 mei 2021 en werd verleend door “Gedelegeerd bestuurder De Roeck Stephaan”. Deze machtiging luidt: “Ondergetekende verleent hierbij volmacht aan Pieter Van Robaeys, wonende […] te 9140 Temse, En met rijksregisternummer […], om mij te vertegenwoordigen op de openbare terechtzitting van 12 mei 2021 om 14.00 uur. (Raad van State, Beschikking nr.1235-n, in de zaak G/A.231.828/XIV-38.491) […]”
  5. Niet blijkt dat betrokkene een orgaan is van de rechtspersoon, zodat de verzoekende partij ter terechtzitting niet in persoon verschijnt, maar vertegenwoordigd is (cfr. Arbitragehof 30 juni 2005, nr. 115/2005). Artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt evenwel dat de partijen voor de Raad van State zich mogen laten vertegenwoordigen of bijstaan door advocaten die ingeschreven zijn op de tabel van de Orde der Advocaten of op de lijst van de stagiairs alsook, volgens de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, door de onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie die gerechtigd zijn om het beroep van advocaat uit te oefenen. Deze advocaten hebben ook steeds het recht op de griffie kennis te nemen van het dossier en de diverse procedurestukken te ondertekenen en in te dienen. XIV-38.491-2/6 Hieruit volgt dat de vertegenwoordiging van de verzoekende partij door een andere persoon dan deze die in de genoemde wetsbepaling worden vermeld, niet rechtsgeldig is en dat de ter terechtzitting neergelegde pleitnota niet kan worden aanvaard.
  6. De Raad van State dient dan ook vast te stellen dat de verzoekende partij ter terechtzitting niet regelmatig vertegenwoordigd was en derhalve ook niet rechtsgeldig stukken of een pleitnota kon indienen. IV. Toepassing van de kortedebattenprocedure Ontvankelijkheid van het beroep - regelmatigheid van de beslissing om in rechte te treden
  7. Artikel 1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: de algemene procedureregeling) bepaalt dat een zaak bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State aanhangig wordt gemaakt door middel van een verzoekschrift ondertekend door de verzoekende partij of door een advocaat die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 19, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Wanneer het verzoekschrift, zoals te dezen, ingediend namens een rechtspersoon, niet door een advocaat wordt ondertekend maar door een persoon die zich bij ondertekening kenbaar maakt als “Reder Stephaan De Roeck, eigenaar GPS Line”, dient erover te worden gewaakt dat de akte werd ondertekend door het orgaan dat wettelijk en statutair ertoe bevoegd is te beslissen om in rechte te treden, wat een grondige analyse vereist. De Raad van State dient evenwel vast te stellen dat geen stuk voorligt waaruit blijkt dat “reder - eigenaar Stephaan De Roeck” aangesteld is als (gedelegeerd) bestuurder of orgaan van dagelijks bestuur (art. 5:70 WVV) van de XIV-38.491-3/6 besloten vennootschap GPS Line. De Raad van State beschikt weliswaar op grond van de hem door de verzoekende partij bijgebrachte stukken over statuten, verleden op 27 februari 2007, die de nv GPS Line betreffen en waaruit blijkt dat Stephaan De Roeck is benoemd “[t]ot gedelegeerd bestuurder van de naamloze vennootschap”: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid “STEPA” […] met als vaste vertegenwoordiger de heer De Roeck Stephaan”. Het aan de Raad van State overgelegde dossier omvat echter nog een (niet gedateerd) handgeschreven document, ondertekend door Peter Van Robaeys dat door de Raad van State is ontvangen op 15 juli 2020 en waarin wordt verklaard dat “[e]r […] onlangs fusie [werd] gedaan: nu GPS Line BV (BTW 0872 276 656) vroeger GPS Line NV”. Er ligt echter geen stuk voor waaruit die omvorming tot een besloten vennootschap blijkt, noch dat Stephaan De Roeck is aangesteld als (gedelegeerd) bestuurder van de besloten vennootschap GPS Line, daargelaten nog de vraag of de (gedelegeerd) bestuurder belast met het dagelijks bestuur [of orgaan van dagelijks bestuur (art. 5:70 WVV)] van de betrokken besloten vennootschap ook bevoegd is tot het instellen van een annulatieberoep bij de Raad van State, wat vooralsnog niet blijkt.
  8. Het auditoraatsverslag nodigt de Raad van State uit het verzoekschrift te verwerpen. In het auditoraatsverslag wordt gesteld dat in de stukken die bij het verzoekschrift zijn gevoegd geen document te vinden is (1.) dat kan worden gekwalificeerd als een bestreden beslissing, laat staan dat een beslissing wordt voorgelegd, die dateert van een tijdstip dat zich situeert binnen de termijn bepaald bij artikel 4, § 1, derde lid, van de algemene procedureregeling, waartegen met het verzoekschrift ontvankelijk ratione temporis een annulatieberoep zou zijn ingediend en, voorts, (2.) dat uit de bijgebrachte stukken blijkt dat de zaak betrekking lijkt te hebben op (een geschil omtrent) de uitvoering van een overeenkomst dat reeds een beslag heeft gekend bij de justitiële rechter, met een uitspraak van het Hof van Cassatie, in welk geval de Raad van State zonder rechtsmacht is. In het auditoraatsverslag wordt vervolgens besloten dat het om proceseconomische redenen volstaat te constateren dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk is omdat het ruimschoots buiten de XIV-38.491-4/6 beroepstermijn is ingediend, zonder een onderzoek te wijden aan andere ontvankelijkheidsvragen die zouden kunnen rijzen.
  9. Proceseconomische redenen – hoe opportuun ook –, vermogen evenwel niet te billijken dat een beroep wordt ingeleid (en door de Raad van State wordt onderzocht) door een persoon die ter zake geen kwaliteit of hoedanigheid heeft, wat vooralsnog niet blijkt. De vraag of de bv GPS Line regelmatig in rechte is getreden, wat moet worden concreet gemaakt aan de hand van pertinente stukken, is in het auditoraatsverslag evenwel niet betrokken. Die vraag moet eerst worden uitgeklaard alvorens de Raad van State zich over het ingediende beroep – in welke zin dan ook –, kan uitspreken.
  10. Uit wat voorafgaat volgt dat de Raad van State de conclusie van het auditoraatsverslag dat de zaak met korte debatten kan worden beslecht, niet bijvalt. De zaak dient voor de behandeling ten gronde dan ook te worden verwezen naar de gewone rechtspleging. BESLISSING
  11. De Raad van State heropent het debat.
  12. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. XIV-38.491-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-38.491-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.895 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.255.959 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.