id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.904 Rolnummer: A. 228019/X-17492 Zaak: Arrest 250904 - Plannen van aanleg - 15/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-22 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:29 Fiche Arrest nr 250.904 van 15 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 250.904 van 15 juni 2021 in de zaak A. 228.019/X-17.492 In zake : Sophia VOET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Reiner Tijs en Laura Van Dooren kantoor houdend te 2000 Antwerpen Stijfselrui 48/101 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE RUMST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kristof Hectors en Céline Bimbenet kantoor houdend te 2000 Antwerpen De Burburestraat 6-8/5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 30 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Rumst van 20 december 2018 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Het Laar’. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekester heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. X-17.492-1/15 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 mei
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Amber Simons, die loco advocaten Reiner Tijs en Laura Van Dooren verschijnt voor verzoekster en advocaat Céline Bimbenet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De gemeente Rumst wenst een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Het Laar’ (hierna: het gemeentelijk RUP) op te maken. Het gemeentelijk RUP heeft volgens de erbij horende toelichtingsnota de volgende doelstelling: “In het RUP dient een ontwikkelingsperspectief voor de langere termijn te worden uitgewerkt voor het Laarhof, evenals voor het andere bouwkundig erfgoed binnen het plangebied. Bovendien wordt ter hoogte van het Laarhof, de overgang van de kern naar het openruimtegebied gemaakt en is de afwerking van de kern hier belangrijk. De huidige uitbreidingsmogelijkheden volgens gewestplan voor de aanwezige begraafplaats worden onderzocht en de parkeerproblematiek wordt aangepakt. Verder dient te worden bekeken welke openruimtefuncties op termijn gewenst zijn en wat de mogelijkheden zijn voor recreatief medegebruik.” 3.
- Verzoekster is mede-eigenaar van een terrein, gelegen aan de Rumstsestraat 19 te Rumst. Dat terrein bevindt zich binnen het plangebied van het X-17.492-2/15 gemeentelijk RUP, en is kadastraal bekend als afdeling 3, sectie C, nrs. 32/x2, 32/y2 en 32/z2 (hierna: verzoeksters terrein). Verzoeksters terrein bevindt zich overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979 vastgesteld gewestplan Antwerpen grotendeels in agrarisch gebied. Hierna volgt een grafische weergave van het gewestplan, met een benaderende aanduiding van verzoeksters terrein (blauwe omranding): Naast verzoeksters terrein bevindt zich een begraafplaats. Deze begraafplaats is overeenkomstig het gewestplan gelegen in een zone voor ‘gemeenschapsvoorzieningen’. 3.
- Op 8 juni 2018 wordt een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van het gemeentelijk RUP ‘Het Laar’. 3.
- Op 12 september 2018 beslist de dienst bevoegd voor de milieueffectrapportage van de Vlaamse overheid dat er geen plan-milieueffectrapport opgesteld moet worden voor het gemeentelijk RUP. 3.
- Op 13 september 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Rumst het ontwerp van het gemeentelijk RUP voorlopig vast. X-17.492-3/15 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat van 21 september 2018 tot en met 19 november 2018 over het ontwerp van het gemeentelijk RUP wordt georganiseerd, dient verzoekster een bezwaarschrift in. 3.
- Op 29 november 2018 brengt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Rumst een advies uit over het voorgenomen gemeentelijk RUP. 3.
- Op 20 december 2018 stelt de gemeenteraad van de gemeente Rumst het gemeentelijk RUP definitief vast. Dit is het bestreden besluit, dat in zijn artikel 1 vermeldt: “Het college van burgemeester en schepenen doet afstand van het onteigeningsplan”. Die beslissing tot “afstand” steunt op de volgende motieven: “Uit juridisch nazicht blijkt dat de opmerking in het bezwaarschrift terecht is en dat de Anteagroup onder meer een afzonderlijke projectnota had moeten opmaken inzake de onteigening. Het voorlopig vastgestelde onteigeningsplan is bijgevolg niet wettig vastgesteld zodat het vatbaar is voor vernietiging. Het college doet bijgevolg afstand van het onteigeningsplan.” 3.
- Het gemeentelijk RUP herbestemt verzoeksters terrein deels tot ‘zone voor bouwvrij agrarisch gebied’ (artikel 6), deels tot ‘zone voor parkbegraafplaats’ (artikel 7). Deze laatste zone is op verzoeksters terrein voorzien van de overdruk ‘landschapsparking’, waarvoor de volgende stedenbouwkundige voorschriften gelden: “De zone aangeduid met deze overdruk is bestemd voor de inrichting van parkeerplaatsen en hun bijhorende groenvoorzieningen in functie van landschappelijke integratie. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan. Bij het berekenen van het maximaal aantal parkeerplaatsen dient de norm van minimum 30,00m² per bruto parkeerplaats te worden gehanteerd. De parkeerplaatsen zelf worden aangelegd in waterdoorlatende materialen, de ontsluitingswegen mogen in een gesloten verharding uitgevoerd worden. X-17.492-4/15 Voor elke 5 parkeerplaatsen moet minstens één laag- of hoogstamboom voorzien worden binnen deze zone, gelegen op de scheidingen tussen de parkeerstroken of tussen de parkeerplaatsen onderling. In zijn geheel is de beplanting over de ganse zone georganiseerd volgens een inplantingpatroon dat maximaal een gelijke en regelmatige spreiding van laag- en/of hoogstambomen nastreeft. Het gedeelte van de zone dat niet wordt ingericht als parking, krijgt een inrichting als groenzone. Voor het aanplanten van nieuwe straatbomen wordt gebruik gemaakt van bomen met een stamomtrek van min. 16/18.” Hierna volgt een weergave van het grafisch plan met een benaderende aanduiding van verzoeksters terrein: Verzoeksters terrein De bij het grafisch plan horende legende luidt: X-17.492-5/15 3.
- Met betrekking tot het alternatievenonderzoek voor de begraafplaats en de bijhorende parking wordt het volgende in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP gesteld: In versie 1 werd er uitbreiding voorzien van de begraafplaats naar het zuiden, achter de woningen, en een parking tussen de woningen en de begraafplaats. Versie 2 werd bijkomend voorgelegd op het participatiemoment en omvat een uitbreiding naar het noorden met de parking langsheen de weg in het noordelijke deel. Op basis van gemaakte opmerkingen werd versie 3 opgemaakt waarbij de begraafplaats niet uitbreidt en een parking wordt voorzien ten noorden, aansluitend met de begraafplaats. Op deze manier wordt mogelijke hinder voor de omwonenden maximaal vermeden.” X-17.492-6/15 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
- Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij zet uiteen dat een gedeelte van haar terrein tot ‘zone voor parkbegraafplaats’ en tot parkeerplaats bij de bestaande begraafplaats wordt bestemd. Dit terreingedeelte verkrijgt zodoende een publiek karakter, zonder dat tot onteigening wordt overgegaan. De herbestemming steunt op een zogenaamde “parkeerproblematiek” rondom de begraafplaats. Deze parkeerproblematiek wordt evenwel niet in conreto aangetoond of aannemelijk gemaakt. De toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP verwijst uitsluitend naar het Nederlandse CROW-richtlijnenboek 317 met parkeercijfers. Een deugdelijk onderzoek van de concrete problematiek ontbreekt evenwel. Dit had aan de hand van een mobiliteitsstudie kunnen gebeuren. De vermelding in de toelichtingsnota dat er slechts 1 parkeerplaats beschikbaar is, is daarenboven fout. Aan de ingang van de begraafplaats bevinden zich namelijk drie parkeerplaatsen, waarvan één voor mindervaliden. Daarnaast licht verzoekster toe dat het thans onbenutte deel van de ‘zone voor gemeenschapsvoorzieningen’ ten oosten van de begraafplaats door het gemeentelijk RUP tot ‘zone voor bouwvrij agrarisch gebied’ wordt herbestemd, terwijl haar herbevestigd agrarisch gebied naar een ‘zone voor parkbegraafplaats’ wordt omgezet. De parkeerplaats had achter de bestaande begraafplaats kunnen worden aangelegd. Deze mogelijkheid wordt niet onderzocht, net zomin als de mogelijkheid om vooraan naast de bestaande parkeerplaatsen bijkomende plaatsen in te richten. De parkeerplaats wordt op de meest hinderlijke locatie voorzien. Ter motivatie roept de plannende overheid in X-17.492-7/15 dat het gebied ten oosten van de begraafplaats niet wordt gebruikt omdat men de begraafplaats niet wil doorsnijden en het agrarisch gebied voor landbouw wil vrijwaren. Nochtans wordt deze ruimte wel als parkeerruimte benut tijdens het jaarlijks terugkerend evenement “Tomorrowland”. Indien de parkeergelegenheid achteraan de begraafplaats werkelijk onbruikbaar of moeilijk bereikbaar zou zijn, zou men deze evenmin voor dit evenement kunnen gebruiken. Het gegeven dat men de uitbreiding van de begraafplaats niet aan de oostelijke zijde wil realiseren omdat men niet wil insnijden in het open landbouwlandschap weegt volgens verzoekster niet op tegen de wijze waarop haar belangen zullen worden geschaad. Voorts meent verzoekster dat het alternatievenonderzoek op onzorgvuldige wijze is gebeurd. Het onderzoek is louter beschrijvend en toont niet aan dat het gekozen alternatief de bestaande situatie kan verbeteren. Twee andere mogelijke alternatieven, ten oosten van de begraafplaats en vooraan aan de bestaande parkeerplaatsen, worden niet onderzocht. 4.
- Verzoekster doet in haar laatste memorie nog gelden dat er tot op heden geen garanties of een concreet voornemen bestaan om de kwestieuze planbestemming op haar perceel daadwerkelijk te realiseren. De parkeerplaats blijkt aldus niet noodzakelijk te zijn. Beoordeling 5.
- Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat de opname van een gedeelte van verzoeksters terrein in een zone voor parkbegraafplaats niet noodzakelijk dient gepaard te gaan met de gelijktijdige vaststelling van een onteigeningsplan. Artikel 2.4.4, § 2, VCRO voorziet immers de mogelijkheid om uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van een RUP een onteigeningsplan ter verwezenlijking van dat RUP vast te stellen. Dat er vooralsnog geen concreet voornemen tot onteigening blijkt, toont nog niet aan dat de kwestieuze parkeerplaats niet noodzakelijk zou zijn. Het blijkt niet dat het onzorgvuldig was om te dezen geen onteigeningsplan op te maken zolang de wettigheid van het gemeentelijk RUP met huidig beroep in vraag wordt gesteld. X-17.492-8/15 5.
- Wat de noodzaak aan bijkomende parkeerplaatsen betreft, vermeldt de toelichtingsnota: “De parking wordt voorzien om op de parkeerproblematiek van de begraafplaats een antwoord te bieden. Momenteel is er maar 1 parkeerplaats aanwezig aan de inkom van de begraafplaats. Bij diensten (een 50-tal per jaar of gemiddeld 1x per week) en in het bijzonder de periode rond Allerheiligen, is de doorstroming op Rumstsestraat sterk belemmerd. Conform het CROW richtlijnenboek 317 is er voor een begraafplaats (randstedelijk en buitengebied) een behoefte aan 25 tot 35 parkeerplaatsen. De 28 mogelijke parkeerplaatsen passen binnen deze behoefteberekening. Door de aanleg van een parking kunnen enerzijds verkeersconflicten op de Rumstsestraat worden vermeden en kan de verkeersveiligheid zowel voor de deelnemers aan de “rouwstoet” als voor de andere weggebruikers verzekerd worden. Anderzijds kunnen de laanbomen worden gevrijwaard van verdichting van de ondergrond, zodat de vitaliteit van de bomen niet in het gedrang wordt gebracht. De omvang van de parking is daarbij zuiver gericht op het functioneren van de begraafplaats die als bestemming een belangrijke openbare functie voor de gemeenschap vervult. Door de parking voldoende groot te maken, is er bovendien een groene inrichting mogelijk zodat er een betere inpassing wordt gerealiseerd in het waardevolle landschap.” 5.
- Het gegeven dat de toelichtingsnota in het hierboven aangehaalde tekstfragment melding maakt van “1 parkeerplaats aanwezig aan de inkom van de begraafplaats”, is niet van aard om het bestreden gemeentelijk RUP te vitiëren. Uit de door verzoekster bijgebrachte foto blijkt dat aldaar slechts één parkeerplaats, bestemd voor mindervaliden, uitdrukkelijk is aangegeven. De foto toont niet aan hoeveel parkeerplaatsen er aan de inkom van de begraafplaats precies mogelijk zouden zijn. Elders in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP wordt vermeld dat “de ruimte aan de inkom […] maar een beperkt aantal wagens toe[laat]”. Verzoekster maakt niet aannemelijk dat deze beoordeling van het aantal mogelijke parkeerplaatsen aan de inkom van de begraafplaats onjuist zou zijn, of de grenzen van de redelijkheid zou te buiten gaan. 5.
- Met betrekking tot verzoeksters kritiek dat de parkeerproblematiek niet concreet is aangetoond of aannemelijk gemaakt, zij er vooreerst op gewezen dat de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP desbetreffend vermeldt dat “[b]ij diensten (een 50-tal per jaar of gemiddeld 1x per X-17.492-9/15 week) en in het bijzonder de periode rond Allerheiligen, […] de doorstroming op Rumstsestraat sterk belemmerd [is].” Voorts is het niet onredelijk of onzorgvuldig om aan te nemen dat bij een begrafenisdienst en in de periode rond Allerheiligen er nood is aan een 25 tot 35 parkeerplaatsen, zoals het door de verwerende partij gehanteerde CROW-richtlijnenboek voorschrijft. Gezien het voormelde en mede gelet op het feit dat de plannende overheid parkeren in de straat wil vermijden ter vrijwaring van de aanwezige “laanbomen”, overtuigt verzoekster er niet van dat de aanleg van een parking ten behoeve van de begraafplaats niet noodzakelijk zou zijn. 5.
- Verzoeksters kritiek op de voor de parkeerplaats gekozen locatie kan evenmin bijval vinden. Die keuze wordt in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP als volgt gemotiveerd: “Achter de bestaande begraafplaats bestaat er cf. de huidige gewestplanbestemming in principe de mogelijkheid om een parking te realiseren. Dit is echter niet gewenst gezien het achterliggend terrein niet bereikbaar is vanaf het openbaar domein zonder de begraafplaats volledig te doorsnijden. Doel is bovendien het bestaande achterliggende aaneengesloten en samenhangend agrarisch gebied te vrijwaren voor de landbouw en het oplossen van de parkeerproblematiek te realiseren aansluitend op het openbaar domein, nabij de inkom van de begraafplaats. Op deze wijze kan ook het beschermd landschap (kasteeldomein) en zijn onmiddellijke omgeving gevrijwaard blijven.” 5.
- Verzoeksters kritiek dat de plannende overheid voor de meest hinderlijke locatie heeft gekozen, nu het achterliggend gebied overeenkomstig het gewestplan reeds bestemd was als ‘gemeenschapsvoorzieningen’ en op haar terrein herbevestigd agrarisch gebied (HAG) verdwijnt, kan in het licht van de voormelde motieven niet overtuigen. Wat het verlies aan HAG op verzoeksters terrein betreft, wordt er in de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP bovendien op gewezen dat “zo’n 1,5 ha […] een landbouwbestemming krijgt (tegenover een inname van 0,8 ha)”, zodat “het ingenomen HAG […] dus ruimschoots gecompenseerd [wordt] in voorliggend RUP mits een planologische ruil.” X-17.492-10/15 Verzoeksters betoog dat het achterliggende terrein nu reeds jaarlijks als parking voor het evenement “Tomorrowland” wordt gebruikt, gaat eraan voorbij dat dit evenement slechts jaarlijks plaatsvindt, dat de toegang tot de parking geschiedt via een toegang over private landbouwgrond met betaling van een vergoeding, en dat het gebruik volgens de toelichtingsnota “geen negatieve impact op de landbouw” heeft. 5.
- Waar verzoekster bekritiseert dat het alternatief naast de bestaande parkeerplaatsen aan de inkom van de begraafplaats niet werd onderzocht, zij vooreerst opgemerkt dat verzoekster dit element niet in haar bezwaarschrift heeft aangebracht, ofschoon het alternatievenonderzoek in dat bezwaarschrift uitvoerig werd bekritiseerd. Daarenboven blijkt de plannende overheid een alternatief in overweging te hebben genomen waarbij de parking langsheen de weg is voorzien (alternatief 2). Verzoeksters kritiek is niet van aard het bestreden besluit te vitiëren. Hetzelfde geldt voor haar bewering dat het alternatievenonderzoek “louter beschrijvend” zou zijn. 5.
- Verzoekster toont gezien het voormelde geen schending van de aangevoerde rechtsregels aan. 5.
- Het middel wordt verworpen. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.
- Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan van artikel 1.1.4 VCRO, alsook van het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en materiëlemotiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij voert aan dat de planbestemming ‘zone voor parkbegraafplaats’ op haar terrein niet door haarzelf kan gerealiseerd worden, en dat er voor die realisatie evenmin een garantie of concreet voornemen van de plannende overheid blijkt te bestaan. Noch de toelichtingsnota, noch het bestreden X-17.492-11/15 besluit zet daaromtrent iets uiteen. Ten gevolge van “ernstige onwettigheden” werd bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP geen onteigeningsplan vastgesteld. Nochtans dient een zorgvuldig plannende overheid onmiddellijk bij de vaststelling van het gemeentelijk RUP na te gaan hoe de voorgenomen planbestemming kan worden uitgevoerd. Verzoekster meent dat zij op onrechtmatige wijze met een eigendomsbevriezing wordt geconfronteerd, zonder dat zij daarvoor op enige wijze wordt vergoed. 6.
- Verzoekster doet in haar laatste memorie gelden dat er nog steeds geen garantie of concreet voornemen blijkt om de bestemming op haar terrein te realiseren. Beoordeling 7.
- Zoals gezien (randnummer 5.1) voorziet artikel 2.4.4, § 2, VCRO uitdrukkelijk in de mogelijkheid om uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van een RUP een onteigeningsplan ter verwezenlijking van dat RUP vast te stellen. Gelet op deze mogelijkheid, maakt de omstandigheid dat er geen garanties op, of een concreet voornemen tot, realisatie van de kwestieuze parking zouden zijn, het bestreden besluit niet onzorgvuldig. Evenmin diende gemotiveerd te worden op welke wijze het gemeentelijk RUP kan gerealiseerd worden. Verzoeksters betoog dat er sprake is van een schending van artikel 1.1.4 VCRO omdat een gedeelte van haar terrein door het gemeentelijk RUP een bestemming met publiek karakter krijgt, zonder dat zij daarvoor op enige wijze wordt vergoed, kan evenmin bijval vinden, nu verzoekster daarbij eens temeer voorbijgaat aan de decretaal voorziene mogelijkheid tot onteigening, en de daarbij horende onteigeningsvergoeding. 7.
- Verzoekster toont gezien het voormelde geen schending van de ingeroepen rechtsregels aan. X-17.492-12/15 7.
- Het middel wordt verworpen. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel 8.
- Verzoekster voert in een derde middel de schending aan van artikel 1.1.4 VCRO, alsook van het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids-, materiëlemotiverings- en redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij bekritiseert dat het bestreden RUP voorziet in de inrichting van parkeerplaatsen op haar terrein. De afweging van belangen tussen, enerzijds, de bestaande woning en, anderzijds, de nieuw in te richten parkeerplaats vlak daarnaast is nergens onderzocht. De impact van de voorgenomen parkeerplaats ten aanzien van de naastliggende bewoning is nergens bij de beoordeling betrokken. Het is voor verzoekster duidelijk dat de plannende overheid de verschillende belangen en de ruimtelijke behoeften niet, of althans niet op zorgvuldige wijze, ten opzichte van elkaar heeft afgewogen. Het getuigt van onredelijk beleid en onzorgvuldig bestuur dat, enerzijds, de bestaande ‘zone voor gemeenschapsvoorziening’ wordt herbestemd tot ‘zone voor bouwvrij agrarisch gebied’ terwijl, anderzijds, een gedeelte van haar eigendom wordt bestemd tot ‘zone voor parkbegraafplaats’. Verzoekster vindt dit des te merkwaardiger, nu de ‘zone voor gemeenschapsvoorziening’ destijds precies ruimer werd voorzien. Bovendien wordt op dit achterliggende gedeelte reeds geparkeerd in functie van het evenement “Tomorrowland”. Nergens brengt de beoordeling in rekening dat de nieuw aan te leggen parkeerplaats ook voor het evenement “Tomorrowland” zal dienen. Zij wijst erop dat redelijkerwijs te verwachten hinderaspecten niet naar het niveau van de vergunningverlening kunnen doorgeschoven worden. 8.
- Verzoekster doet in haar laatste memorie nog gelden dat zij onmiskenbaar belang heeft bij het middel, nu zij mede-eigenaar is van het betrokken perceel. X-17.492-13/15 Beoordeling 9.
- Uit de toelichtingsnota bij het gemeentelijk RUP blijkt dat voor het vinden van een geschikte locatie voor de inplanting van de begraafplaats en parking een alternatievenonderzoek werd gevoerd (zie randnummer 3.10). Daaruit blijkt dat met de gekozen optie 3 de mogelijke hinder voor de omwonenden maximaal vermeden wordt. Verzoekster gaat op dit element van de toelichtingsnota niet in. Bovendien zij opgemerkt dat de bewoner van de naastliggende woning geen annulatieberoep tegen het gemeentelijk RUP blijkt te hebben ingediend. Verzoekster overtuigt er aldus niet van dat het hinderlijk karakter van de parkeer- en begraafplaats voor de naastliggende bewoning niet of niet afdoende bij de beoordeling betrokken zou zijn geweest. 9.
- In zoverre verzoekster betoogt dat het van onredelijk beleid en onzorgvuldig bestuur getuigt dat, enerzijds, de bestaande ‘zone voor gemeenschapsvoorzieningen’ wordt herbestemd tot ‘zone voor bouwvrij agrarisch gebied’ terwijl, anderzijds, haar eigendom met de bestemming HAG tot parkbegraafplaats wordt bestemd, volstaat het te verwijzen naar de beoordeling van het eerste middel. Hetzelfde geldt voor verzoeksters betoog met betrekking tot het gebruik van het achterliggende gebied als parking voor het evenement “Tomorrowland”. 9.
- Met haar loutere bewering dat het “er […] eerder naar uit [ziet]” dat de nieuwe parking in de toekomst niet alleen zal gebruikt worden voor de begraafplaats maar ook voor het evenement “Tomorrowland”, maakt verzoekster ten slotte niet aannemelijk dat een onredelijke inschatting van de te verwachten hinder werd gemaakt, en dat de beoordeling van bepaalde hinderaspecten naar “het niveau van de vergunningverlening” zou zijn doorgeschoven. 9.
- Gelet op wat voorafgaat, toont verzoekster geen schending van de aangevoerde rechtsregels aan. 9.
- Het middel wordt verworpen. X-17.492-14/15 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.492-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.904 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div