id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.929 Rolnummer: A. 223622/VII-40118 Zaak: Arrest 250929 - Milieuvergunningen - 17/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-24 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:35 Fiche Arrest nr 250.929 van 17 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 250.929 van 17 juni 2021 in de zaak A. 223.622/VII-40.118 In zake :
- de WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE VLIEGVELD WEVELGEM-BISSEGEM, thans de NV ILKW
- de STAD MENEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Arnold Gits en Elias Gits kantoor houdend te 8500 Kortrijk President Kennedypark 31 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Bram Van den Berghe kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV W-KRACHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151 B/41 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 23 augustus 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 23 februari 2017, houdende weigering van de milieuvergunning aan de nv W-kracht voor het exploiteren van een windmolenpark, gelegen aan de Boerendreef 80 te Menen, VII-40.118-1/6 gegrond wordt verklaard en de vergunning onder voorwaarden wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De nv W-Kracht heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 8 januari
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partijen en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Veerle Huysman, die loco advocaten Jürgen Vanpraet en Bram Van den Berghe verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-40.118-2/6 III. Feiten 3.
- Op 19 juli 2016 heeft de tussenkomende partij een milieuvergunning aangevraagd voor het exploiteren van een windmolenpark gelegen aan de Boerendreef ter hoogte van nr. 80 in Menen, op de kadastrale percelen afdeling 2, sectie B, perceelnummer 203b en afdeling 2, sectie C, perceelnummer 13a, omvattende twee transformatoren van elk 3.200 kVA en twee windturbines van elk 3 MW. 3.
- De aangevraagde windturbines hebben een nominaal vermogen van elk maximaal 2,3 MW, een masthoogte van 108,4 meter, een rotordiameter van 82 meter en een maximale tiphoogte van 149,4 meter. Het windturbinepark zal een vermogen hebben van maximaal 4,6 MW. 3.
- Gelet op de lijst van bijlage III bij het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage, bevat de aanvraag een project-m.e.r.-screeningsnota. 3.
- De inrichting is luidens het gewestplan Kortrijk gelegen in een agrarisch gebied. De aangevraagde windturbines bevinden zich naast de A19, op circa 1 km van woongebied. De dichtste woningen zijn gelegen in agrarisch gebied op circa 175 meter van WT1 en op circa 260 meter van WT
- 3.
- Op 23 augustus 2016 wordt de milieuvergunningsaanvraag ontvankelijk en volledig verklaard. De milieuvergunningsaanvraag verkrijgt de vereiste publiciteit, conform artikel 17 van Vlarem I. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek, dat loopt van 2 september 2016 tot en met 2 oktober 2016, worden 1360 bezwaren ingediend. 3.
- Op 30 januari 2017 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambenaar een stedenbouwkundige vergunning voor de inrichting. VII-40.118-3/6 3.
- Op 23 februari 2017 weigert de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning. 3.
- De tussenkomende partij dient op 24 maart 2017 tegen dit besluit beroep in. 3.
- In graad van beroep worden volgende adviezen verleend: - het Vlaams Energieagentschap (5 april 2017): gunstig advies; - het directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer (24 april 2017): bevestiging van het eerdere voorwaardelijk gunstige advies; - de Dienst Waterlopen van de provincie West-Vlaanderen (27 april 2017): bevestiging van het eerdere voorwaardelijk gunstig advies; - de Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten, Milieuvergunningen, van het Departement Omgeving (5 mei 2017): voorwaardelijk gunstig advies; - de Afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten, Ruimte, van het Departement Omgeving (11 mei 2017): gunstig advies. - nadat de tussenkomende partij is gehoord door de GMVC, adviseert deze deze op 16 mei 2017 voorwaardelijk gunstig. 3.
- Op 23 augustus 2017 verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het beroep gegrond en verleent zij de gevraagde vergunning. Bij de na te leven algemene en sectorale voorwaarden wordt onder meer afdeling 5.20.6 en de bijlage 5.20.6.
- opgenomen. Tevens worden de volgende bijzondere voorwaarden opgenomen: “
- Geluid: Het geluidsvermogen van de windturbines is beperkt tot maximaal 102 dB(A); Tijdens de avond- en nachtperiode wordt het geluidsvermogen van WT1 beperkt tot maximaal 99 dB(A). Binnen een termijn van 6 maanden na de ingebruikname van de turbines, wordt een geluidsmeting ter controle uitgevoerd door een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen, deeldomein geluid, ter hoogte van de meest kritische plaatsen voor geluidshinder; de resultaten VII-40.118-4/6 hiervan worden ten laatste 7 maanden na de ingebruikname bezorgd aan de afdeling Milieuvergunningen en de afdeling Milieu-inspectie.
- Trillingsdempers worden geplaatst op de hoogspanningslijnen conform de aanwijzingen van de nv Elia Asset.
- De windturbines worden voorzien van bebakening conform de circulaire GDF-03; er wordt steeds voldaan aan de eisen zoals opgenomen in het subadvies van het directoraat-generaal Luchtvaart van 24 april 2017, onder andere met betrekking tot de melding van de start van de werkzaamheden, de melding van defecten en de herstelling van defecten.” Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Onder meer de huidige eerste verzoekende partij tekent tegen de door de stedenbouwkundig ambtenaar verleende vergunning voor stedenbouwkundig handelen beroep aan. Bij arrest met nummer RvVb-A-1819-1352 van 27 augustus 2019 vernietigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen deze beslissing. 3.
- Op 5 maart 2020 weigert de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning. IV. Ontvankelijkheid Ambtshalve 4 Overeenkomstig artikel 5, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, dat op de in het geding zijnde milieuvergunningsaanvraag van toepassing is, vervalt de milieuvergunning voor een inrichting waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is van rechtswege vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg werd beslist de laatstbedoelde vergunning niet af te leveren. Het beroep is zonder voorwerp, en dus doelloos geworden. Gelet op de omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste te leggen van het Vlaamse Gewest. VII-40.118-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.118-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.929 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div