← België

Arrest 250931 - Dierenwelzijn - 17/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.931 Rolnummer: A. 231774/VII-40921 Zaak: Arrest 250931 - Dierenwelzijn - 17/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-24 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:35 Fiche Arrest nr 250.931 van 17 juni 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.931 van 17 juni 2021 in de zaak A. 231.774/VII-40.921 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jelle Lammertyn kantoor houdend te 8570 Anzegem Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Valérie De Schepper kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 15 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid van 15 juli 2020 waarbij verzoeksters hond in toepassing van artikel 42, §2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het asiel ‘De Leiestreek’ dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 248.340 van 23 september 2020 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-40.921-1/4 Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 5 februari
  3. Op respectievelijk 17 mei 2021 en 7 mei 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. VII-40.921-2/4 Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
  7. Gelet op het bepaalde van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is er aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 140 euro. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoekster niet bekendgemaakt.
  10. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. VII-40.921-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.921-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.931 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.340 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.