← België

Arrest 250936 - Milieuvergunningen - 17/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.936 Rolnummer: A. 225305/VII-40285 Zaak: Arrest 250936 - Milieuvergunningen - 17/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-24 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-20 00:31 Fiche Arrest nr 250.936 van 17 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 250.936 van 17 juni 2021 in de zaak A. 225.305/VII-40.285 In zake:

  1. Carlo VAN HOVE
  2. Dirk VANSTEENKISTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Coryn kantoor houdend te 9000 Gent Fortlaan 77 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BVBA VANHAECKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Astère Patyn kantoor houdend te 9940 Evergem Schoonstraat 64 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 28 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 27 maart 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 14 september 2017, VII-40.285-1/5 houdende het verlenen van een milieuvergunning voor onbepaalde duur aan de bvba Vanhaecke voor het exploiteren van een pluimveehouderij, gelegen aan Otteca 16a te Oostrozebeke, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De bvba Vanhaecke heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 21 augustus
  5. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 19 januari
  6. Op respectievelijk 30 maart 2021 en 6 april 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende en tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Noch de verwerende, noch de tussenkomende partij hebben gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. VII-40.285-2/5 III. Beoordeling
  8. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  9. In het auditoraatsverslag wordt de nietigverklaring voorgesteld wegens de vaststelling dat de verwerende partij op grond van de motivering van de bestreden beslissing, niet tot haar conclusie kon komen zonder daarbij het zorgvuldigheidsbeginsel te schenden.
  10. De verwerende en de tussenkomende partij hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk kunnen zij zich vinden in de beoordeling van het auditoraatsverslag.
  11. Ook de Raad van State ziet geen reden om deze beoordeling niet bij te vallen. Het derde middel is gegrond. IV. Kosten
  12. De kosten dienen ten laste van de verwerende partij te worden gelegd. Deze kosten omvatten het rolrecht van 200 euro per verzoekende partij en een bijdrage van 20 euro per verzoekende partij, zoals bepaald bij artikel 66, 6°, van het algemeen procedurereglement. VII-40.285-3/5 Bij arrest nr. 22/2020 van 13 februari 2020 heeft het Grondwettelijk Hof evenwel in het kader van het beroep tot vernietiging van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’ en van de wet van 26 april 2017 ‘houdende de regeling van de oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand voor wat de Raad van State en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft’, de woorden “per verzoekende partij” vernietigd in artikel 4, § 4, eerste en derde lid, van de wet van 19 maart 2017, zoals het is ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 26 april
  13. Bijgevolg is er, op grond van de erga omnes en retroactieve werking van het voormelde arrest, aanleiding om de terugbetaling te bevelen van de onterecht betaalde bijdragen. BESLISSING
  14. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 27 maart 2018 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 14 september 2017, houdende het verlenen van een milieuvergunning voor onbepaalde duur aan de bvba Vanhaecke voor het exploiteren van een pluimveehouderij, gelegen aan Otteca 16a te Oostrozebeke, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.
  15. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  16. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekers. VII-40.285-4/5 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. De onterecht betaalde bijdrage van 20 euro dient aan de verzoekende partijen te worden terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.285-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.936 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.