id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.972 Rolnummer: A. 231198/XII-8926 Zaak: Arrest 250972 - Overheidsopdrachten - 18/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-29 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 250.972 van 18 juni 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 250.972 van 18 juni 2021 in de zaak A. 231.198/XII-8926 In zake: de NV ORANGE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk De Keuster en Uschi Steurs kantoor houdend te 2980 Sint-Antonius – Zoersel Handelslei 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de NV BPOST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens en Andi Zrza kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 7 juli 2020, strekt tot de nietigverklaring van de “[b]eslissing van 15 juni 2020 waarbij de raamovereenkomst tot aanneming van diensten inzake leveren van mobiele spraak en data diensten (bijzonder bestek nr. 2019-1-032) wordt gegund aan Proximus NV”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 248.083 van 24 juli 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 29 juli 2020 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. XII-8926-1/3 Op 29 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit. XII-8926-2/3
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8926-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.972 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.