id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.987 Rolnummer: A. 232363/XIV-38536 Zaak: Arrest 250987 - Niet begeleide minderjarigen - 18/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-30 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-20 00:36 Fiche Arrest nr 250.987 van 18 juni 2021 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 250.987 van 18 juni 2021 in de zaak A. 232.363/XIV-38.536 In zake: Yahye HASSAN MOHAMED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Louise Zwart kantoor houdend te 1060 Brussel Roemeniëstraat 26 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Oud-Heverlee Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Verzoeker dient met een enig verzoekschrift op 1 december 2020 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 2 oktober 2020 waarbij wordt beslist verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. XIV-38.536-1/10 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 juni 2021, om 14.25 uur. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelore Vangenechten, die loco advocaat Louise Zwart verschijnt voor verzoeker, en advocaat Ine De Cneudt, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker komt België binnen en hij dient op 8 oktober 2019 een verzoek om internationale bescherming in. Hij verklaart alsdan van Somalische nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 18 oktober
- De dienst Vreemdelingenzaken uit twijfels over de leeftijd van betrokkene. XIV-38.536-2/10 Op vraag van de dienst Voogdij ondergaat verzoeker op 16 oktober 2019 in het Universitair Ziekenhuis Sint-Rafaël te Leuven een medisch onderzoek om na te gaan of hij al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De arts besluit dat verzoeker meer dan 18 jaar is. Op 21 oktober 2019 beslist de dienst Voogdij dat verzoeker meer dan 18 jaar is. 3.
- Verzoekers advocaat bezorgt de verwerende partij op 11 september 2020 drie stukken uit Somalië, namelijk een identiteitsbewijs, een geboorteakte en een verklaring van geboorte. De dienst Voogdij beslist op 2 oktober 2020 verzoeker te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoeker geen voogd zal krijgen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
- Verzoeker werpt in een enig middel de schending op van de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van administratieve bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), van de artikelen 2, 3 en 7 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet (I) van 24 december 2002 (hierna: de voogdijwet), van artikel 3 van het internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind, van “het algemeen beginsel van voorzichtigheid” en van “het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, van redelijkheid en zorgvuldigheid”. XIV-38.536-3/10 In een eerste middelonderdeel voert verzoeker aan dat naar luid van artikel 7, § 3, van de voogdijwet in geval van twijfel over de uitslag van het medisch onderzoek, rekening wordt gehouden met de jongste leeftijd. Volgens verzoeker zijn de op hem uitgevoerde onderzoeken, te weten een radiografie van de tanden, een radiografie van de sleutelbeenderen en een hand-polsradiografie, “zowel wetenschappelijk als politiek gezien twijfelachtig en dubieus” om een leeftijd te schatten. Hij citeert daartoe een bijdrage uit een juridisch tijdschrift en een rapport van de Raad van Europa en hij wijst op een zaak die hangend is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Verzoeker laat gelden dat inhoudelijk twijfel bestaat over de uitgevoerde medische tests waar te dezen de hand-polsradiografie “wijst in de richting van een persoon met een matuur skelet”, de radiografie van de sleutelbeenderen een leeftijd aangeeft van “waarschijnlijk rond 20 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar” en het tandheelkundig onderzoek een leeftijd aangeeft “tussen de 18.8 en 25 jaar”. Volgens verzoeker geeft de verwerende partij niet aan waarom zij van mening is dat verzoeker een minimumleeftijd heeft van 21,5 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar, terwijl de medische tests aantonen dat het niet zo is. Daarom acht verzoeker de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, artikel 7, § 3, van de voogdijwet en de aangehaalde beginselen van behoorlijk bestuur geschonden. In een tweede middelonderdeel voert verzoeker aan dat de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 zijn geschonden omdat het medisch verslag hem niet tegelijk met de bestreden beslissing ter kennis werd gesteld. In een derde middelonderdeel voert verzoeker aan dat hij geen Nederlands, Frans of Engels doch enkel Somalisch verstaat en dat noch een voogd noch een tolk aanwezig was toen de medische tests werden uitgevoerd. In die omstandigheden kan geen sprake zijn van toestemming voor een bepaald klinisch onderzoek vermits verzoeker hierover niet uitgebreid werd geïnformeerd in een XIV-38.536-4/10 taal die hij begrijpt. Zodoende acht verzoeker de motivering van de bestreden beslissing illegaal. In een vierde middelonderdeel voert verzoeker aan dat hij ten onrechte als een meerderjarige wordt behandeld, ook tijdens de procedure van zijn asielaanvraag, dat geen voogd wordt aangesteld om hem bij te staan en dat de rechten van de minderjarige dus niet als doorslaggevende leidraad hebben gediend bij het nemen van de bestreden beslissing. Verzoeker acht derhalve artikel 2, § 2, van de voogdijwet en artikel 3 van het internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind geschonden. In een vijfde middelonderdeel voert verzoeker aan dat de bestreden beslissing voor hem moeilijk te begrijpen is. Hij kan moeilijk vatten dat de Belgische Staat twijfelt aan zijn leeftijd en volgens hem past het de bestreden beslissing te vernietigen. In een zesde middelonderdeel voert verzoeker aan dat zijn advocaat een identiteitsbewijs, een geboorteakte en een verklaring van geboorte, alle uit Somalië, heeft overgelegd doch dat de verwerende partij deze stukken niet in aanmerking wenste te nemen nu erin wordt bevestigd dat verzoeker is geboren op 18 oktober
- Volgens de verwerende partij is het verschil tussen de resultaten van de medische test en leeftijd volgens de voormelde documenten, te dezen 3,5 jaar, te groot. Nochtans bedraagt de standaarddeviatie bij de medische tests 2,5 jaar en is in het tandheelkundig onderzoek sprake van een leeftijd tussen 18,8 en 25 jaar. Vermits verzoeker Somaliër is, moet op grond van artikel 34 van het WIPR Somalisch recht worden toegepast op de staat van de persoon. Op grond van artikel 27 van het WIPR moet bewijswaarde worden toegekend aan de voormelde stukken. Het identiteitsdocument primeert dan ook op het leeftijdsonderzoek. XIV-38.536-5/10 Beoordeling
- Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Verzoeker weidt uit over de (on)betrouwbaarheid van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling en verwijst in het bijzonder naar een standpunt in de rechtsleer en een zaak die hangende is voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hij beperkt zich tot algemene kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Het medisch verslag bevat een uitgebreide uiteenzetting betreffende de gebruikte methodologie. Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Uit het verslag van het medisch onderzoek blijkt dat de arts zich steunt op een drieledig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of XIV-38.536-6/10 verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen wordt in de eindconclusie van het medisch onderzoek besloten tot “een leeftijd […] van 21,5 jaar met een standaarddeviatie van 2 jaar”. Anders dan verzoeker voorhoudt, valt niet in te zien waarom deze conclusie in strijd zou zijn met de resultaten van de afzonderlijke onderzoeken. Zo wordt met betrekking tot de handpols-radiografie aangegeven dat er “een volledige fusie is van de distale diaphyse en epiphyse van de radius, wat overeenkomt met een biologisch matuur skelet”, hetgeen neerkomt op “een leeftijd van minstens 18 jaar”. Uit de beide andere onderzoeken blijkt geen leeftijd, jonger dan 18 jaar. Verzoeker beperkt zich tot het in vraag stellen van de eindconclusie doch hij brengt geen concrete en wetenschappelijk onderbouwde elementen aan waaruit kan blijken dat die eindconclusie, na een weging van de verschillende onderzoeksresultaten, willekeurig, foutief of onbetrouwbaar zou zijn. Het eerste middelonderdeel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
- Verzoeker blijkt kennis te hebben van het medisch verslag vermits hij er een kopie van bij het verzoekschrift tot nietigverklaring voegt en hij gedetailleerde kritiek geeft op de inhoud ervan. Hij heeft wat dat betreft derhalve geen belang bij het inroepen van een mogelijke schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli
- Hoe dan ook is de bestreden beslissing, wat het medisch onderzoek betreft, formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Te dezen geeft de bestreden beslissing de conclusie van dat onderzoek weer, waaruit blijkt dat verzoeker meer dan 18 jaar oud is. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing XIV-38.536-7/10 eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Het tweede middelonderdeel is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.
- Noch de voogdijwet noch het uitvoeringsbesluit voorziet de verplichte aanwezigheid van een tolk bij de uitvoering van de medische onderzoeken. Uit de fiche niet-begeleide minderjarige, die deel uitmaakt van het administratief dossier, blijkt dat verzoeker op de hoogte werd gesteld van de twijfel van de dienst Vreemdelingenzaken aan verzoekers voorgehouden leeftijd, dat verzoeker documenten heeft ontvangen over het verloop van de leeftijdstest en dat verzoeker zich niet verzette tegen de uitvoering van de leeftijdstest. Verder blijkt uit het medisch verslag dat verzoeker zijn medewerking heeft verleend aan de uitvoering van de onderzoeken. Het derde middelonderdeel is ongegrond.
- Daargelaten de vraag naar de directe werking van artikel 3 van het internationaal verdrag inzake de Rechten van het Kind in het Belgische recht, blijkt uit de bestreden beslissing dat verzoeker meer dan 18 jaar is. Verzoeker toont de onwettigheid van deze vaststelling niet aan, zodat hij zich niet op die verdragsbepaling kan beroepen, noch op artikel 2, § 2 van de voogdijwet. Het vierde middelonderdeel is niet-ontvankelijk.
- Enkel met de kritiek dat de bestreden beslissing “moeilijk te begrijpen” is, toont verzoeker geen onwettigheid ervan aan, a fortiori niet nu zijn overige kritiek in het middel, voor zover ontvankelijk, ongegrond is bevonden, in het bijzonder wat de formele motivering van de bestreden beslissing betreft. XIV-38.536-8/10 Het vijfde middelonderdeel is niet-ontvankelijk, minstens ongegrond.
- Anders dan verzoeker voorhoudt, moet de dienst Voogdij een buitenlands identiteitsbewijs, geboorteakte en verklaring van geboorte niet laten primeren op de resultaten van het medisch leeftijdsonderzoek. Hiervoor kan onder meer worden gewezen op artikel 28, § 2 van het WIPR, naar luid waarvan het tegenbewijs van de door de buitenlandse overheid vastgestelde feiten met alle middelen mag worden aangebracht. Het resultaat van een medische leeftijdsbepaling vormt dergelijk (tegen)bewijsmiddel en verzoekers kritiek daartegen is ongegrond bevonden. Zoals reeds bij de behandeling van het eerste middelonderdeel is uiteengezet, heeft de wet zelf immers het medisch onderzoek als bewijsmiddel ingesteld. Het zesde middelonderdeel is ongegrond. V. Over de vordering tot schorsing
- Deze zaak vereist slechts korte debatten zodat er grond is om toepassing te maken van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Er is bijgevolg geen grond meer om de vordering tot schorsing verder te onderzoeken. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een XIV-38.536-9/10 rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, waarnemend voorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-38.536-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.250.987 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div