id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.027 Rolnummer: A. 232490/IX-9817 Zaak: Arrest 251027 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-29 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-20 00:34 Fiche Arrest nr 251.027 van 23 juni 2021 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 251.027 van 23 juni 2021 in de zaak A. 232.490/IX-9817 In zake: An TIREZ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Walter Van Steenbrugge en Pieter-Bram Lagae kantoor houdend te 9030 Mariakerke Durmstraat 29 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Tijs Lust kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen Van Praet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 december 2020, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 12 oktober 2020 van de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie waarbij aan An Tirez voor de evaluatieperiode van 1 januari 2019 tot 21 december 2019 de eindvermelding ‘onvoldoende’ wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9817-1/12 Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Berfin Altinisik, die loco advocaten Walter Van Steenbrugge en Pieter-Bram Lagae, verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij , zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoekster is statutair ambtenaar in dienst van de verwerende partij. Sedert 2014 is zij tewerkgesteld als penitentiair beambte in de gevangenis van Beveren. 3.
- Voor de evaluatieperiode van 1 januari 2019 tot 21 december 2019 vindt op 27 januari 2020 een evaluatiegesprek met verzoekster plaats. Op 11 februari 2020 wordt aan verzoekster de eindvermelding ‘onvoldoende’ toegekend, wat wordt gemotiveerd als volgt: “Prestatiedoelstellingen […] Tirez heeft slechts 1 doelstelling gehaald, de tweede is slechts gedeeltelijk behaald en de derde werd niet gehaald. Zij heeft de doelstellingen, zo blijkt uit het gesprek, niet ter harte genomen. We zien daarbij een soortgelijke trend in de evaluatie van de cyclus van 2018, waar destijds ondanks een ‘behaald’ gegeven was op de doelstelling rond kennis IX-9817-2/12 namen van een specifiek draaiboek.. Het blijkt echter uit de uitleg dat ook hier het draaiboek in kwestie niet was doorgenomen door […] Tirez. Ontwikkelingsdoelstellingen [Tirez] beschikt niet over de nodige competenties om haar functie op een betrouwbare manier uit te oefenen. De competenties in team werken, betrouwbaarheid tonen, respect tonen, zich aanpassen en objectieven behalen zijn in grote mate onderontwikkeld. Doelstellingen met betrekking tot de beschikbaarheid voor de gebruikers van de dienst [Tirez] blijft het moeilijk hebben om beslissingen die op een hogere niveau besloten zijn loyaal uit te voeren, ze blijft zaken in vraag stellen met haar visie op wat het zou moeten zijn. Ze neemt hierin ook conclusies die volgens ons niet correct zijn maar ze wijkt daar niet van. Ze blijft daarbij dan ook steeds iedereen in vraag stellen over hun kunnen, gaande van collega’s pba’s of nieuwe rosseta’s tot Pbap, Pa’s of directie. Doelstellingen met betrekking tot de bijdrage aan de teamprestaties We blijven vaststellen dat de negatieve houding van [Tirez] en de communicatie die daar blijft bij horen op dezelfde manier blijft aanhouden. De communicatie of werkhouding tegenover haar medecollega’s of directe leidinggeven is quasi onveranderd en heeft zich opgeworpen tot stramien waarbij men op voorhand aan haar vraagt om het rustig te houden zodat de directe leidinggevende en collega’s de shift op een rustige manier zouden kunnen voltrekken. [Tirez] geeft op geen enkel moment blijk dat ze wenst te werken aan een positieve werksfeer of ze stappen wil zetten om de collegialiteit te verbeteren, integendeel alle opmerkingen die ze krijgt legt ze naast zich neer aangezien zij haar visie heeft op wat collegialiteit moet zijn en ze wenst daar niet van af te wijken. [Tirez] vindt dat ze de job op een voortreffelijke manier uitoefent en laat hierbij geen bijsturing toe. De manier waarop ze steeds op ieder ander neerkijkt en effectief benoemt dat al de rest van de collega’s / leidinggevenden hun job niet naar behoren doen of op zijn minst niet hun best doen. De bijdrage aan de teamprestaties wordt beschouwd als een verzwarend element.” 3.
- Op 26 februari 2020 stelt verzoekster bij de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie beroep in tegen haar evaluatie en de toegekende eindvermelding ‘onvoldoende’. Zij betwist ten stelligste geen kennis te hebben van belangrijke draaiboeken, externe diensten rechtstreeks te hebben benaderd met het doel de PI Beveren imagoschade te berokkenen en bevelen te hebben geweigerd vanuit een tekort aan respect voor oversten/leidinggevenden. Zij stelt dat integendeel haar hele functioneren getuigt van een grote betrokkenheid bij haar werk en dat indien zij zich kritisch opstelt, dit IX-9817-3/12 nooit persoonlijk is, maar steeds ten behoeve van de werking in de instelling en justitie in het algemeen. 3.
- Na verzoekster en haar hiërarchisch meerdere op 8 september 2020 te hebben gehoord, adviseert de interdepartementale beroepscommissie inzake evaluatie op 21 september 2020 om de aan verzoekster toegekende eindvermelding ‘onvoldoende’ niet te behouden en haar de eindvermelding ‘te verbeteren’ toe te kennen. Dit wordt gemotiveerd als volgt: “Overwegende dat de evaluatiecyclus betrekking heeft op de periode van 1 januari 2019 tot 31 december, en dat de eindvermelding ‘onvoldoende’ werd toegekend; Gezien de functiebeschrijving en het verslag van het functiegesprek op 22 oktober 2014, het verslag van het planningsgesprek op 19 maart 2019, het verslag van het functioneringsgesprek op 9 september 2019 en het verslag van het evaluatiegesprek op 27 januari 2020; Overwegende dat de doelstellingen in het planningsgesprek kort en bondig doch meetbaar zijn omschreven en een goed beeld geven van het takenpakket en de professionele verwachtingen; dat inzake de teamprestaties de 2 niet-behaalde doelstellingen uit de vorige evaluatiecyclus bijkomend worden opgenomen; Overwegende dat de nieuwe functionele chef driemaandelijkse gesprekken vooropstelt en dit naar aanleiding van een mail van […] Tirez gericht aan de vakorganisatie omtrent veilig werken en onderbemanning, die door de hiërarchie als ongepast werd ervaren; Overwegende dat in het evaluatieverslag nagenoeg alle doelstellingen als niet-behaald worden aangeduid; dat er incidenten en situaties worden omschreven waaruit blijkt dat het […] Tirez moeilijk valt om bevelen en regels van hogerhand te aanvaarden en deze volgens eigen inzichten invult; dat haar communicatie gekenmerkt wordt door negativiteit en ze zich soms op denigrerende wijze uitlaat jegens collega’s en hiërarchie; Overwegende dat zowel in het dossier als ter zitting wordt aangegeven dat er voordien tevredenheid was over de prestaties van […] Tirez maar dat een incident in 2016 – waarbij ze weigerde een rapport te ondertekenen – als een keerpunt wordt gezien en het begin van een neerwaartse spiraal die niet meer bleek gekeerd te kunnen worden; Overwegende dat […] Tirez aangeeft dat er veel spanning heerst in de gevangenis van Beveren; dat haar gehele functioneren evenwel getuigt van een grote betrokkenheid bij haar werk, dat ze een grote menselijkheid hanteert naar de gedetineerden toe en daar veel respect voor terugkrijgt; dat ze de aangehaalde situaties en incidenten weerlegt en daarenboven aangeeft dat deze met de beste bedoelingen werden verricht en bedoeld waren om oplossingen aan te reiken zowel voor de gedetineerden als voor de collega’s en hiërarchie; IX-9817-4/12 Overwegende dat de hiërarchie het technisch functioneren van […] Tirez niet in vraag stelt maar dat er sprake is van een moeilijke samenwerking en eigengereid optreden; dat zich dit ondermeer vertaalt in het naast zich neerleggen van bevelen; dat dezelfde werkpunten reeds jarenlang terugkomen doch dat er geen verbetering werd vastgesteld maar dat de incidenten zich integendeel bleven opstapelen; dat er sprake is van een groot wantrouwen van […] Tirez en dat haar houding en individuele acties de indruk geven dat de collega’s en hiërarchie niet competent zouden zijn en bovendien imagoschade veroorzaken aan de inrichting; dat vele taken en opdrachten als penitentiair bewakingsassistent passen in een wettelijk kader en dat deze niet steeds ter discussie kunnen worden gesteld; Overwegende dat de Beroepscommissie vaststelt dat […] Tirez een zeer gedreven persoonlijkheid is die haar functie met hart en ziel en een grote menselijkheid ten aanzien van de gedetineerden vervult; dat haar functie zich afspeelt in conflicterende omstandigheden op alle vlak en dit samen met urgentie en steeds wisselende toestanden; dat hierdoor mag worden verwacht dat de instructies ten allen tijde worden opgevolgd teneinde de veiligheid in de inrichting te garanderen; dat samenwerking en collegialiteit primordiaal zijn en eigen initiatieven die taakoverschrijdend zijn daarbij verstorend kunnen uitdraaien voor de algehele werking van de inrichting; dat de initiatieven die ze neemt getuigen van idealisme, inzet en betrokkenheid maar dat wel degelijk de geijkte weg dient te worden gevolgd en dat de hiërarchie daarin voorafgaandelijk gekend moet worden;” 3.
- Op 12 oktober 2020 beslist de voorzitter van het directiecomité van de federale overheidsdienst Justitie om de aan verzoekster op 27 januari 2020 toegekende eindvermelding ‘onvoldoende’ te behouden. Dat is de bestreden beslissing. Ze is als volgt gemotiveerd: “Overeenkomstig artikel 32 van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt, heb ik de beslissing genomen om de eindvermelding ‘onvoldoende’ die aan u werd gegeven door uw hiërarchische meerdere op het evaluatiegesprek van 27/01/2020 voor de evaluatieperiode van 1 januari tot 21 december 2019 te behouden. Ik heb het advies van de Beroepscommissie om de eindvermelding te veranderen naar ‘te verbeteren’ niet gevolgd. Deze beslissing steunt op het argument dat aan de criteria voor de eindvermelding ‘onvoldoende’ die in artikel 15 van het koninklijk besluit van 24 september 2013 staan, voldaan zijn. In dit artikel staat dat u deze vermelding krijgt wanneer het personeelslid ofwel minder dan 50 % van zijn prestatiedoelstellingen heeft gerealiseerd, ofwel niet de competenties heeft ontwikkeld die noodzakelijk zijn om zijn functie uit te oefenen, ofwel niet beschikbaar was voor de gebruikers van de dienst. Er is slechts één van deze criteria nodig om een ‘onvoldoende’ toe te kennen. Bij u kunnen we deze eindvermelding toekennen op basis van zowel het tweede als het derde criterium. IX-9817-5/12 Wat het tweede criterium betreft blijkt uit het evaluatieverslag dat u de ontwikkelingsdoelstelling niet behaalde. Er werd eveneens opgemerkt dat u een aantal competenties uit het generieke competentieprofiel niet ontwikkeld heeft, namelijk: ‘In team werken: PBA Tirez slaagt er niet in zich te onthouden van negatieve opmerkingen. Zij brengt collega’s en hiërarchie voortdurend in diskrediet. Zij overlegt niet met haar collega’s en slaagt er niet in om conflicten op te lossen. Wat in haar hoofd bedoeld is als een ondersteunende en corrigerende opmerking, komt bij andere als pure kritiek over. Ze houdt voet bij stuk en staat niet open voor de mening van anderen. Bovendien leert ze niet uit eerder gemaakte fouten en blijft dit gedrag sinds 2017 stellen, ondanks de veelvuldige opmerkingen. Respect tonen: PBA Tirez respecteert de interne procedures en richtlijnen niet. Ze lijkt het steeds beter te weten. Bovendien weigert ze de opdrachten die ze van haar hiërarchie krijgt uit te voeren. Ze is niet loyaal t.a.v. de directie, noch van de organisatie. Ze neemt op eigen initiatief contact met instanties buiten FOD Justitie (bv. SURB en NICC) zonder dit eerst met haar hiërarchie te overleggen. Hierdoor brengt ze de directie in diskrediet en schaadt ze het imago van de organisatie. Zich aanpassen: […] Tirez slaagt er niet in om zich vlot te integreren binnen de gevangenis van Beveren. Ze is rigide in haar aanpak en kan zich niet aanpassen aan de richtlijnen die binnen de gevangenis van Beveren gelden. Dit maakt samenwerken met […] Tirez bijzonder moeilijk. Ze speelt niet adequaat in op moeilijke en onvoorziene omstandigheden. Ze doet de dingen op haar manier, zonder de geldende richtlijnen en procedures te respecteren. Betrouwbaarheid tonen: PBA Tirez behandelt haar collega’s en oversten niet met het nodige respect. Ze brengt hen in diskrediet en kan zich niet onthouden van denigrerende opmerkingen. Omdat […] Tirez de procedures niet naleeft, kan er geen vertrouwen in haar gesteld worden. Ze blijft het moeilijk hebben om de beslissingen van haar oversten op een loyale manier uit te voeren en geeft dat ook mondeling toe tijdens diverse gesprekken met het inrichtingshoofd. Objectieven behalen: Ondanks herhaaldelijke feedback over haar functioneren heeft PBA Tirez geen enkele actie ondernomen om dit bij te sturen. Sinds 2017 komen steeds dezelfde opmerkingen terug. Ze neemt geen verantwoordelijkheid in haar takenpakket en legt de schuld steeds bij de hiërarchie en de procedures.’ Dit maakt dat u niet de nodige competenties heeft ontwikkeld om uw functie op een bevredigende wijze uit te oefenen terwijl u die ontwikkelingsdoelstelling kreeg toegewezen tijdens het planningsgesprek. Wat betreft het derde criterium kan worden vastgesteld dat u de doelstelling in verband met de beschikbaarheid van de dienst niet behaalde. Deze doelstelling is ‘loyaal zijn in het uitdragen van beslissingen die door collega’s of door oversten worden gemaakt’. Er worden verschillende voorbeelden gegeven die illustreren dat u niet aan deze doelstelling voldoet. Er werd geen rekening gehouden met het weigeren van het opmaken van een schaderapport op 02/11/2019 en het laten ondertekenen van het document sociale tabak op 04/11/2019 aangezien dit deel uitmaakt van een tuchtprocedure. Er werd wel rekening gehouden met: IX-9817-6/12 - een melding op een observatiefiche waarbij u stelt dat een gedetineerde terug naar het open regime mocht ten gevolge van zijn connecties met de directie; - de mail van 08/09/2019 waarin het initiatief neemt om de onveilige context aan te kaarten waarin u meent te werken. De stijl van communicatie is weinig constructief. Het valt op dat niemand anders van de collega’s met een opmerking komt, ook niet de vakbondsafgevaardigden die aanwezig zijn. - de mail van 01/10/2019 waarin u het functioneringsgesprek gebruikt om de PI Beveren in vraag te stellen omdat ze niet in staat zouden zijn om met moeilijke gevallen te kunnen werken. U besluit dan dat u een totaal andere kijk heeft op wat voor u professioneel teamwerk is, dan diegene die u evalueren. - de mail van 19/10/
- U doet de melding dat er op wandeling allerhande zaken gebeurt, dit meldt u ook aan uw leidinggevende, die beslist op zijn beurt volgens u hier geen gevolg aan te geven wegens personeelstekort. Er werden RAD’s voorzien. In de mail maakt u dan uw conclusies en stelt u niet alleen uw directe leidinggevende, maar de hele organisatie in vraag. De beroepscommissie oordeelde hierover dat verwacht wordt dat de instructies ten allen tijde worden opgevolgd teneinde de veiligheid in de inrichting te garanderen. De beroepscommissie zegt ook dat de initiatieven die u neemt getuigen van idealisme, inzet en betrokkenheid maar dat wel degelijk de geijkte weg dient te worden gevolgd en dat de hiërarchie daarin voorafgaandelijk gekend moet worden. De beroepscommissie bevestigt dus dat u de instructies niet altijd opvolgt en dat u niet altijd de juiste weg volgt wanneer u acties onderneemt. De beroepscommissie houdt rekening met uw inzet en betrokkenheid, maar dit neemt niet weg dat de criteria om een onvoldoende toe te kennen vervuld zijn. Bovendien behaalde u geen enkele doelstelling betreffende de bijdragen aan de teamprestaties. Dit wordt als een verzwarend element gebruikt. Ook de beroepscommissie zegt hierover dat samenwerking en collegialiteit primordiaal zijn en eigen initiatieven die taakoverschrijdend zijn daarbij verstorend kunnen uitdraaien voor de algehele werking van de inrichting.” IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. IX-9817-7/12 V. Spoedeisendheid Uiteenzetting door verzoekster
- Verzoekster motiveert de spoedeisendheid van de vordering in haar verzoekschrift als volgt: “
- Om ontvankelijk te zijn moet een vordering tot schorsing aan twee voorwaarden voldoen : 1) de zaak is te spoedeisend voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en 2) er wordt ministens één middel aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden (art. 17§1,tweede lid, R.v.St. Wet).
- De bestreden beslissing heeft verstrekkende gevolgen. Het toepasselijke KB dd. 24.09.2013 betreffende de evaluatie van het openbaar ambt bepaalt immers in art. 34: ‘Indien in de drie jaren na de toekenning van de eerste vermelding ‘onvoldoende’ een tweede vermelding ‘onvoldoende’ wordt gegeven, zelfs als ze niet opeenvolgend zijn, ontslaat de leidend ambtenaar het personeelslid omwille van beroepsongeschiktheid of stelt hij dit voor aan de overheid die de benoemingsbevoegdheid heeft of waaraan de benoemingsbevoegdheid overgedragen werd.’ Indien verzoekster de gewone vernietigingsprocedure (die niet schorsend werkt) dient te doorlopen dan zal er niet tijdig een beslissing zijn vooraleer een nieuwe evaluatieverslag wordt opgesteld. Het toepasselijke KB stelt immers dat dit jaarlijks dient te gebeuren. Het evaluatiegesprek en de toegekende eindvermelding die in casu wordt aangevochten en die heeft geleid tot de bestreden beslissing dateert van 11.02.
- Verzoekster riskeert dus binnenkort opnieuw - ten onrechte - dezelfde tekortkomingen ten laste gelegd te worden, wat kan leiden tot een tweede ‘onvoldoende’, en dus tot een ontslag omwille van ‘beroepsongeschiktheid’. Verzoekster die met hart en ziel en met grote betrokkenheid voor de gedetineerden haar job uitvoert, dreigt zo op oneervolle wijze van haar broodwinning beroofd te worden, met uiteraard ook een onuitwisbare stempel op haar verdere beroepsloopbaan. Er dreigen dus zeer zware repercussies voor haar verdere professionele toekomst (met weerslag op de thuissituatie die al zwaar is wegens de mantelzorg: zie hoger met verwijzing naar stuk 1, 1).” Beoordeling
- Zoals sub 4 hiervóór in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing IX-9817-8/12 van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”.
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
- Om de spoedeisendheid aan te tonen, volstaat het niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepsindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. 9.
- Verzoekster situeert de spoedeisendheid in essentie in de dreiging dat haar bij een volgende evaluatie dezelfde tekortkomingen ten laste worden gelegd, wat kan leiden tot een tweede evaluatie ‘onvoldoende’, waarna haar met toepassing van artikel 34, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 september 2013 ‘betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt’ IX-9817-9/12 (hierna: het koninklijk besluit van 24 september 2013) het ontslag wegens beroepsongeschiktheid zal worden opgelegd. 9.
- Artikel 34, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 september 2013, luidt: “Indien in de drie jaren na de toekenning van de eerste vermelding ‘onvoldoende’ een tweede vermelding ‘onvoldoende’ wordt gegeven, zelfs als ze niet opeenvolgend zijn, ontslaat de leidend ambtenaar het personeelslid omwille van beroepsongeschiktheid of stelt hij dit voor aan de overheid die de benoemingsbevoegdheid heeft of waaraan de benoemingsbevoegdheid overgedragen werd.” 9.
- In casu moet worden vastgesteld dat slechts een eerste evaluatie met vermelding ‘onvoldoende’ voorligt. Wat verzoekster als schade aanvoert – het ontslag omwille van beroepsongeschiktheid – is het gevolg van een tweede evaluatie met vermelding ‘onvoldoende’. De door verzoekster aangevoerde schade wordt dus niet door de thans bestreden beslissing veroorzaakt, maar impliceert dat haar binnen de drie jaren in het kader van een evaluatie nog een tweede vermelding ‘onvoldoende’ wordt toegekend. Het is op dit ogenblik onzeker dat dit ook daadwerkelijk het geval zal zijn. Dergelijke hypothetische schade vermag niet tot het besluit te leiden dat verzoekster zich in een toestand met onherroepelijke schadelijke gevolgen zal bevinden wanneer het resultaat van de procedure ten gronde tegen de thans bestreden beslissing zou worden afgewacht. Daarbij komt nog dat overeenkomstig artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals vervangen bij wet van 20 januari 2014, een verzoek tot schorsing op elk moment van de procedure ten gronde kan worden ingediend en nieuwe elementen in verband met de urgentie dan mede kunnen bepalen of het nieuwe verzoek kan worden aangenomen. 10.
- Verzoekster doet ook nog gelden dat indien zij de gewone vernietigingsprocedure moet doorlopen, er niet tijdig een beslissing zal zijn vooraleer een nieuw evaluatieverslag wordt opgesteld. IX-9817-10/12 10.
- Zoals hiervoor reeds is uiteengezet, volstaat het kortweg stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht, niet om de spoedeisendheid van de vordering aan te tonen. Van een verzoekende partij wordt verwacht dat zij concrete, precieze en pertinente gegevens aanbrengt die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht.
- Verzoekster toont niet aan dat haar zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.
- Aldus is niet voldaan aan alvast één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9817-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-9817-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.027 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.736 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div