id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.129 Rolnummer: A. 233747/VII-41129 Zaak: Arrest 251129 - Dierenwelzijn - 29/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-30 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-20 00:31 Fiche Arrest nr 251.129 van 29 juni 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.129 van 29 juni 2021 in de zaak A. é.747/VII-41.129 In zake: Nathalie FRACHOWICZ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liselotte Rector kantoor houdend te 3000 Leuven Jan-Pieter Minckelersstraat 164 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 mei 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “[d]e beslissing tot beslagname van de Vlaamse overheid - departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn van 6 april 2021 waarbij [verzoeksters] hond in toepassing artikel 42, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend dierenasiel, dat daarmee instemt”. VII-41.129-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni 2021, om 14.30 uur. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthieu Generet, die loco advocaat Liselotte Rector verschijnt voor verzoekster en advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Gegevens van de zaak 3.
- De bestreden beslissing luidt: “Gelet op de vaststellingen in PV nr. G-20-5648/AnS/6-4-2021: - Er hangt een zeer muffe geur in de woning; - De hond heeft geen drinken ter beschikking; - De hond bevindt zich in een bench; - De hond bevindt-zich in een slanke conditie; - De huisvesting van de hond is ongewijzigd sinds de eerste controle door de lokale politie. Gelet op het feit dat deze vaststellingen erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de fysiologische en ethologische behoeften van de dieren waardoor haar welzijn erg geschaad was; Nota: Dierenwelzijn wordt vaak getoetst aan de hand van de 'vijf vrijheden’. Wanneer aan deze vrijheden wordt voldaan hebben dieren een goed welzijn. • dieren zijn vrij van honger en dorst. Ze hebben gemakkelijk toegang vers VII-41.129-2/6 water en een adequaat rantsoen. • dieren zijn vrij van ongemak. Ze hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak en een comfortabele rustplaats. • dieren zijn vrij van pijn, verwonding en ziekte. Er is sprake van preventie en een snelle diagnose en behandeling. • dieren zijn vrij van angst en stress. Er is zorg voor voorwaarden en behandelingen die geestelijk lijden voorkomen. • dieren zijn vrij om normaal gedrag te vertonen. Ze hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten. Gelet op het feit dat er niet onmiddellijk een aanvaardbare oplossing is om de hond correct te huisvesten, en deze niet in zulke omstandigheden kan blijven zitten; Gelet op het feit dat betrokkene niets veranderd heeft aan de huisvesting van de hond sinds de eerste controle van de lokale politie”. 3.
- Deze beslissing werd, volgens hetgeen in het verzoekschrift wordt vermeld, per aangetekend schrijven van 6 april 2021 verzonden aan verzoekster. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VII-41.129-3/6 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
- Verzoekster zet uiteen: “Door de bestreden beslissing wordt Bo in volle eigendom gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. Het asiel is met andere woorden gerechtigd om Bo af te staan aan een derde, waardoor verzoekster Bo op definitieve wijze kan verliezen. Dit dient te allen tijde vermeden te worden. Onderhavige procedure heeft als hoofddoel om Bo te recupereren. Verzoekster wenst zo snel mogelijk met Bo herenigd te worden. Voor zover Bo zou worden ondergebracht bij een derde, dan zal verzoekster Bo definitief verliezen.” Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. Het komt aan de verzoekende VII-41.129-4/6 partij toe om aan de hand van concrete feiten te overtuigen van de urgentie van de zaak.
- De verzoekende partij toont met haar vage en algemene uiteenzetting niet aan dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met onherroepelijk schadelijke gevolgen. Zij maakt niet aannemelijk dat zij een nadeel lijdt en zet evenmin uiteen waarom daaraan dringend moet worden verholpen.
- Bovendien werd op 10 mei 2021 een bestemmingsbeslissing genomen, waarbij de hond werd toevertrouwd aan een dierenasiel, zodat teruggave niet meer mogelijk is en een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing aan verzoekster niet het nagestreefde voordeel kan opleveren. De raadsman van verzoekster lijkt dit ter terechtzitting te beamen, doch verzoekster, die eveneens is verschenen, dringt er op aan haar hond terug te krijgen.
- Er is niet voldaan aan de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen bevelen Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. VII-41.129-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-41.129-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.129 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.253.191 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.