← België

Arrest 251132 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.132 Rolnummer: A. 232194/VII-40952 Zaak: Arrest 251132 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-12 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:36 Fiche Arrest nr 251.132 van 29 juni 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 251.132 van 29 juni 2021 in de zaak A. 232.194/VII-40.952 In zake :

  1. Dirk VANDENBOSSCHE
  2. Greet DECOSTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het cassatieberoep, ingesteld op 4 november 2020, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb-A-2021-0081 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 24 september 2020 in de zaak 1819-RvVb-0787-A. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking van 23 december
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.952-1/8 Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juni
  6. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter Jongbloet, die verschijnt voor de verzoekende partijen, is gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Bij besluit van 28 maart 2019 verleent de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant (hierna: deputatie) een omgevingsvergunning “voor de renovatie en herbestemming van ‘villa Servais’, de bouw van een tuinpaviljoen en de uitvoering van omgevingswerkzaamheden”. 3.
  9. Het bestreden arrest verwerpt de vordering van de verzoekende partijen tot vernietiging van de vergunningsbeslissing van de deputatie. VII-40.952-2/8 IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Standpunt van de verzoekende partijen
  10. De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 20.2 van de voorschriften van het bij ministerieel besluit van 16 mei 2007 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 37 ‘Dynastiewijk’ (hierna: BPA). Zij betogen dat “het BPA duidelijk voorschrijft dat uitbreidingen ‘buiten de bestaande volumes’ niet zijn toegestaan” en dat dit voorschrift “alle uitbreidingen omhelst, dus tevens uitbreidingen die los staan van het bestaande volume”. Uit het inrichtingsvoorschrift kan enkel worden afgeleid dat de bebouwing van het perceel beperkt moet blijven tot de op het ogenblik van de goedkeuring van het BPA op het terrein bestaande bouwvolumes en dat deze niet mogen worden uitgebreid “zodat a fortiori de creatie van nieuwe bouwvolumes niet kan worden vergund zonder dit inrichtingsvoorschrift te schenden”. Het bestreden arrest schendt artikel 20.2 van het BPA door te beslissen dat de deputatie dat voorschrift correct heeft geïnterpreteerd en dat de bestreden vergunningsbeslissing het stedenbouwkundig voorschrift niet schendt door “het tuinpaviljoen, dat niet als een uitbreiding van de villa begrepen kan worden, te vergunnen”. Beoordeling
  11. Het middel gaat terug op de verwerping door de RvVb van het eerste middel van de verzoekende partijen.
  12. Artikel 20 van het BPA bevat de stedenbouwkundige voorschriften voor de “zone voor restauratie villa Servais” en luidt: VII-40.952-3/8 “20.
  13. Bestemming Deze zone is bestemd voor de restauratie van het bestaande gebouw ‘Villa Servais’ met inbegrip van pleinen, parkeerruimte en groenvoorzieningen. Stedelijke functies en gemeenschapsvoorzieningen kaderend in de woonomgeving zijn toegelaten. Hieronder worden onder meer verstaan: socio-culturele voorzieningen met openstelling voor het publiek, kleinschalige winkelhuizen en kantoren, horeca, verzorgende en administratieve diensten. Deze opsomming is niet limitatief maar de nieuwe functies mogen de draagkracht van het gebouw en de omgeving niet overschrijden en dienen te passen in het historisch en architecturaal karakter. Het gebouw moet dienst kunnen doen voor culturele activiteiten die kaderen in de opwaardering van de figuur Servais en het thema muziek in de ruime zin. Hoger genoemde voorzieningen mogen niet van aard zijn om het rustige karakter en de gezondheid van de omgeving aan te tasten of te schaden. Eén woongelegenheid voor de uitbater/toezichthouder is toegelaten binnen het bestaande gebouw, maximaal 100 m
  14. 20.
  15. Inplanting Het bestaande gebouw dient geherwaardeerd te worden conform de volumes en kenmerken van het historische goed zoals opgenomen in het klasseringsbesluit. Uitbreidingen buiten de bestaande volumes zijn principieel niet toegelaten, tenzij om technische en sociale redenen (beperkte constructies voor brandbeveiliging, voor mindervaliden, energiemaatregelen,…) Voor de herwaardering van deze site is voorafgaandelijk advies met de afdeling Monumenten en Landschappen vereist. 20.
  16. Gabariet en bouwmaterialen Het oorspronkelijke gabariet van de gebouwen en materiaalgebruik dienen hersteld te worden. 20.
  17. Parkeren In de directe omgeving van Villa Servais is parkeren slechts beperkt toegelaten teneinde het historische karakter en de draagkracht niet te overschrijden. Maximaal 10 plaatsen zijn toegelaten. 20.
  18. Overige bepalingen De villa Servais is een bestaand, historisch en geklasseerd gebouw dat dient gehandhaafd te worden met inbegrip van de aanpalende open ruimten. Herbestemming dient te gebeuren met respect voor het monument, de draagkracht ervan mag niet overschreden worden. De omgeving moet mee in het restauratiedossier van de gebouwen worden opgenomen. Herwaardering van de omgeving dient te gebeuren door inrichting van tuinruimten, pleinstructuren en zichtrelaties met de pleinstructuur in de omgeving van het station en de Sint-Rochusstraat”.
  19. Het eerste lid van artikel 20.2 van het BPA heeft betrekking op “het bestaande gebouw […] zoals opgenomen in het klasseringsbesluit”, terwijl het tweede lid van dezelfde bepaling betrekking heeft op de site. VII-40.952-4/8 Uit de gegevens van het dossier waarop de Raad van State acht mag slaan, blijkt dat het ministerieel besluit van 23 maart 1987 dat genomen werd op grond van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, de “villa Servais” als monument beschermt.
  20. Het middel dat van een andere rechtsopvatting over dat artikel 20.2 van het BPA uitgaat, faalt naar recht.
  21. Het bestreden arrest verwerpt het eerste middel van de verzoekende partijen waarin zij onder meer de schending van artikel 20.2 van het BPA hebben aangevoerd, met volgende overwegingen: “Artikel 20.2 van het BPA schrijft voor dat het ‘bestaande gebouw’ geherwaardeerd wordt ‘conform de volumes en kenmerken van het historische goed zoals opgenomen in het klasseringsbesluit’. Het voorschrift vervolgt en preciseert dat uitbreidingen ‘buiten de bestaande volumes’ principieel niet toegelaten zijn, tenzij om technische en sociale redenen. Waar artikel 20.2 van het BPA uitbreidingen buiten ‘de bestaande volumes’ niet toelaat, moet dat aan het bestaande gebouw worden gerelateerd. Het artikel verbiedt principieel een uitbreiding van het bestaande pand en houdt geen verbod in op nieuwe, vrijstaande constructies. Ook uit de gegeven voorbeelden van de toegelaten beperkte constructies, zoals voor brandbeveiliging en mindervaliden, blijkt dat het voorschrift betrekking heeft op aansluitende, met het pand verbonden constructies. De verwerende partij heeft artikel 20.2 van het BPA correct geïnterpreteerd. Door het tuinpaviljoen, dat niet als een uitbreiding van de villa begrepen kan worden, te vergunnen, schendt de bestreden beslissing dat stedenbouwkundig voorschrift niet”.
  22. Door aldus te beslissen heeft het bestreden arrest het stedenbouwkundig voorschrift van artikel 20.2 van het BPA niet geschonden. B. Tweede middel Standpunt van de verzoekende partijen
  23. De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 149 van de Grondwet, artikel 20.4 van de voorschriften van het BPA en artikel 32, VII-40.952-5/8 tweede lid, van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (hierna: DBRC-decreet). Zij betogen dat de RvVb “in zijn arrest enkel motiveert waarom […] de schending van artikel 4.4.
  24. VCRO en de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur ijdel worden opgeworpen, maar niet […] waarom hij van oordeel is dat het legaliteitsbeginsel niet geschonden zou zijn” in de mate er werd afgeweken van geldende stedenbouwkundige voorschriften die specifiek met het oog op de restauratie en herbestemming van de villa Servais werden vastgesteld. Zij stellen dat zij de schending van het legaliteitsbeginsel hebben aangevoerd, meer bepaald omwille van “het feit dat de vergunningverlenende overheid middels toepassing van artikel 4.4.
  25. VCRO bij de behandeling van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot een beschermd monument voorbijging aan geldende BPA voorschriften die specifiek met het oog op de restauratie en de herbestemming van dit monument zijn vastgesteld, zonder ook maar op enige wijze te motiveren waarom deze voorschriften voor de restauratie en de herbestemming van het monument niet meer dienstig zou zijn”. Beoordeling
  26. Het middel gaat terug op de verwerping door de RvVb van het derde middel waarin de verzoekende partijen onder meer hebben aangevoerd dat artikel 4.4.6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) de mogelijkheid biedt om af te wijken van voorschriften van een BPA voor zonevreemde monumenten terwijl er te dezen geen sprake is van zonevreemdheid, het nooit de bedoeling is geweest om middels artikel 4.4.6 VCRO af te wijken van bepalingen van een BPA dat specifieke voorschriften oplegt met betrekking tot de restauratie van een op dat ogenblik al als monument beschermd gebouw, en de vergunningverlenende overheid in toepassing van het legaliteitsbeginsel bij de beoordeling van een aanvraag tot restauratie van een monument niet zonder dit beginsel te schenden kan voorbijgaan aan de bindende en verordenende voorschriften van een BPA dat werd opgemaakt op een ogenblik dat het voorwerp VII-40.952-6/8 van de aanvraag reeds was beschermd, waarin het ruimtelijk kader wordt geschetst waarbinnen de restauratie van dit monument dient te gebeuren en waarbij specifieke voorschriften worden vastgelegd waarmee bij de restauratie van dit monument rekening moet worden gehouden.
  27. Het middel dat de schending aanvoert van artikel 20.4 van het BPA zonder uiteen te zetten hoe het bestreden arrest deze bepaling schendt, is niet ontvankelijk.
  28. De bij de aanhef van het middel aangehaalde grondwetsbepaling en decretale bepaling opgelegde verplichting aan de RvVb om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren, heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de RvVb duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet -al waren ze verkeerd of onwettig- die hem ertoe brengen zijn beslissing te nemen. Bij de beoordeling of deze bepalingen werden nageleefd, is bijgevolg niet de vraag aan de orde of in de beslissing een juiste dan wel verkeerde beoordeling van de feitelijke gegevens is uitgedrukt. Wanneer de motivering een verkeerde gevolgtrekking in rechte maakt, kan dit een schending van de wet uitmaken, maar is er nog geen sprake van een motiveringsgebrek. Het gaat er dan ook niet om of de motivering omstandig of juist is. Alleen een gemis aan motivering of daarmee gelijkgestelde gevallen, zoals tegenstrijdigheid in de motieven, maken een schending uit van artikel 149 van de Grondwet en artikel 32, tweede lid, DBRC-decreet.
  29. Het bestreden arrest overweegt onder meer ter verwerping van het derde middel van de verzoekende partijen dat het vergunningverlenend bestuur op grond van artikel 4.4.6 VCRO kan afwijken van alle stedenbouwkundige voorschriften, niet alleen van bestemmingsvoorschriften, dat het toepassingsgebied van die decretale bepaling “ook niet beperkt [is] tot beschermde monumenten die met de bestemmingsvoorschriften in strijd zijn” en dat de specifieke regeling in artikel 20 van het BPA de toepassing van artikel 4.4.6 VCRO niet principieel uitsluit. VII-40.952-7/8
  30. Het middel dat gemis aan motivering aanvoert, mist feitelijke grondslag. BESLISSING
  31. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  32. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-40.952-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.132 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.