← België

Arrest 251231 - Voedselveiligheid (FAVV) - 08/07/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.231 Rolnummer: A. 231752/VII-40919 Zaak: Arrest 251231 - Voedselveiligheid (FAVV) - 08/07/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-12 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-20 00:35 Fiche Arrest nr 251.231 van 8 juli 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 251.231 van 8 juli 2021 in de zaak A. 231.752/VII-40.919 In zake : de VZW GLOBAL ACTION IN THE INTEREST OF ANIMALS (GAIA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Godfroid kantoor houdend te 2970 ‘s-Gravenwezel Drijverslaan 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 14 september 2020, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing, van onbekende datum, genomen in het jaar 2020, die voorziet in een verlengde geldigheid van het aangiftebewijs voor thuisslachtingen in al de 3 gewesten van België in het kader van het offerfeest dat in 2020 plaatsvond van 30 juli 2020 tot en met 3 augustus 20[20]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. VII-40.919-1/14 De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
  3. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anthony Godfroid, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Febe Claeys, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 16 juli 2020 ontvangt de verzoekende partij een e-mailbericht getiteld “fête du sacrifice” met als inhoud: “Normal que l’afsca incite à la pratique de l’abattage musulman? Avec l’accord de la region wallonne et flamande!”. Aan dit bericht is een “communicatie aan de gemeentebesturen betreffende de geldigheid van de slachtaangiftebewijzen” gehecht, gedagtekend 1 juli 2020, die luidt: VII-40.919-2/14 “ VII-40.919-3/14 ". Dit is de bestreden beslissing. VII-40.919-4/14 3.
  6. Met een e-mailbericht van 22 juli 2020 laat de verwerende partij aan de verzoekende partij weten dat de brief van 1 juli 2020 “uitsluitend tot doel [had de gemeenten] te herinneren aan elementen met betrekking tot de geldigheidsduur van het slachtaangiftebewijs dat de gemeenten afleveren in geval van particuliere thuisslachting, die tot de bevoegdheid van het FAVV behoort”. 3.
  7. De verwerende partij brengt een verduidelijkende communicatie uit, gedagtekend 22 juli 2020 en opgesteld in de drie landstalen, met als inhoud: “ (...)”. VII-40.919-5/14 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Geen aanvechtbare rechtshandeling Standpunt van de verwerende partij
  8. De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord op dat de bestreden beslissing geen aanvechtbare rechtshandeling is, aangezien “de bestreden ‘beslissing’ niet beoogt om ook maar enig rechtsgevolg te sorteren”. Zij stelt: “Het doel van de bestreden beslissing wordt duidelijk gemaakt in de reactie van het FAVV op de ingebrekestelling van de verzoekende partij: ‘De brief van het FAVV aan de gemeenten was strikt administratief (het was geen openbare mededeling) en had uitsluitend tot doel hen te herinneren aan elementen met betrekking tot de geldigheidsduur van het slachtaangiftebewijs dat de gemeenten afleveren in geval van particuliere thuisslachting, die tot de bevoegdheid van het FAVV behoort.’ De interpretatie van wettelijke bepalingen, het commentaar erop of de parafrase van wettelijke bepalingen zijn - naar vaste rechtspraak van Uw Raad - geen administratieve rechtshandelingen. Bijgevolg is de bestreden 'beslissing', krachtens art. 14, § 1 van de Gecoördineerde wetten op de Raad van State, niet vatbaar voor vernietiging”. Beoordeling
  9. Om na te gaan of het beroep tegen een handeling ontvankelijk is, moet worden onderzocht of ermee wordt beoogd de rechtsorde te wijzigen of een wijziging ervan te beletten. Te dezen betwist de verzoekende partij dat de verwerende partij het bewijs voor aangiftes die werden gedaan van 11 tot en met 22 juli 2020, mocht verlengen. Een verlenging van de geldigheidsduur van een aangiftebewijs heeft als doel om de rechtsorde - meer bepaald de regeling inzake de geldigheidsduur van die bewijzen - te wijzigen, en gaat verder dan het louter vaststellen van het bestaan ervan, waardoor op ontvankelijke wijze beroep kan worden ingesteld tegen die beslissing. VII-40.919-6/14 De communicatie van 1 juli 2020 is te dezen het enige instrument waarover de verzoekende partij beschikt waarin de beslissing om de geldigheidsduur van de aangiftebewijzen te verlengen is geconcretiseerd en waardoor zij er kennis van heeft gekregen. Zij kan worden beschouwd als een aanvechtbare rechtshandeling. De exceptie wordt verworpen. Gebrek aan belang Standpunt van de verzoekende partij
  10. De verzoekende partij zet haar belang in het verzoekschrift als volgt uiteen: “
  11. Het voorzien in een langere geldigheidsduur voor het aangiftebewijs inzake een bij het gemeentebestuur aangegeven voorgenomen thuisslachting in het kader van het offerfeest, faciliteert manifest religieuze thuisslachtingen.
  12. Slachtingen die voorgeschreven zijn door een religieuze rite mogen echter enkel plaatsvinden in een slachthuis (zie Raad van State, GAIA t. FAVV, arrest van 14 juni 2018, in de zaak 220.659/VII-39825). De vaststelling is immers dat de aanhangers van de religieuze rite van de islam stellen dat het bedwelmen van het dier voorafgaand aan de keling het dier ‘schendt’ (‘haram’ maakt), reden waarom men, zeker bij een thuisslachting in het kader van het offerfeest, niet overgaat tot het voorafgaandelijk bedwelmen.
  13. Een slachting waarbij het dier niet voorafgaandelijk bedwelmd wordt, is pijnlijker dan een slachting waarbij het dier wel voorafgaandelijk bedwelmd wordt. Aangezien rituele thuisslachtingen niet plaatsvinden na toepassing van één van de wettelijke bedwelmingstechnieken ex Europese Verordening 1099/2009, leidt het beleid van het FAVV er daardoor toe dat thuisslachtingen aangemoedigd, minstens gefaciliteerd worden.
  14. Door een slachtmethode te faciliteren waarbij geen gebruik wordt gemaakt van de vereiste bedwelmingstechnieken, faciliteert het FAVV praktijken die leiden tot vermijdbare pijn voor dieren.
  15. GAIA heeft dan ook belang onder verwijzing naar haar statuten en, dan, met name, onder verwijzing naar de artikelen 4 en 5 van de statuten.
  16. GAIA heeft er met name belang bij dat de bestreden beslissing vernietigd wordt aangezien elke overheidsmaatregel, of, zoals in deze zaak, elke beslissing van de overheid waarbij thuisslachtingen het kader van een rite die onverdoofde slachtingen voorschrijft omdat de dieren anders 'haram' (onrein) zijn, niet in overeenstemming is met de belangen van de te slachten dieren. De dieren in kwestie dienen immers waardig behandeld te worden en mogen niet VII-40.919-7/14 ten prooi vallen van vermijdbaar leed. Het gaat immers om bijzonder kwetsbare levende wezens met gevoel. GAIA heeft dan ook in elk geval statutair belang bij vernietiging van de bestreden beslissing onder verwijzing naar artikel 4, § 1, eerste gedachtestreepje van haar statuten.
  17. Door de vernietiging na te streven van de bestreden beslissing handelt GAIA ook conform artikel 4, § 1, derde gedachtestreepje van haar statuten: ‘het opkomen voor de rechten van deze dieren, onder meer op waardig leven en sterven, op respectvolle behandeling en op de wettelijke bescherming van hun leven en welzijn.’
  18. Inderdaad, om na te gaan of GAIA een voordeel kan bekomen bij de vernietiging van de bestreden beslissing dient te worden nagegaan wat het maatschappelijk doel is van GAIA. GAIA wordt door het faciliterend pro-thuis-slacht-beleid van het FAVV getroffen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Artikel 4, § 1 van haar statuten stelt als maatschappelijk doel: - dieren als zijnde bijzonder kwetsbare levende wezens met gevoel te beschermen tegen menselijke wreedheid, mishandeling en misbruik, ongeacht of ze in gevangenschap gehouden worden dan wel in vrijheid leven - de noden en behoeften van deze dieren aan optimaal welzijn en hun belangen bij een optimale kwaliteit van leven te verdedigen - op te komen voor de rechten van deze dieren, onder meer op waardig leven en sterven, op respectvolle behandeling en op de wettelijke bescherming van hun leven en welzijn - op te komen voor personen – waaronder minstens begrepen de leden – met als doel of rechtstreeks gevolg dierenleed te verhinderen of te verminderen - de bestaande dierenbeschermende wetten te doen naleven en te ijveren voor regelgeving die steeds beter tegemoetkomt aan de belangen en de rechten van dieren zoals hoger vermeld. In dat opzicht stelt de vereniging zich ook tot doel bij te dragen tot de bewustwording dat deze dieren ethisch belangrijke en waardevolle levende wezens zijn, en tot een samenleving die voor deze dieren zorg draagt en deze wezens respecteert.
  19. Krachtens artikel 5 van haar statuten mag GAIA alle handelingen verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel: Zij kan om het even welke vorm van wreedheid, mishandeling en misbruik van dieren, zoals omschreven in art. 4 [van de statuten van GAIA] opsporen, met dien verstande dat dat zij prioriteiten bepaalt ter verwezenlijking van haar doel. In dat opzicht kan zij ijveren voor het opstellen van sluitende lokale, regionale, nationale en internationale wettelijke beschikkingen en de toepassing ervan vorderen. Zij kan ter verwezenlijking van haar doel de strikte toepassing eisen van iedere wettelijke beschikking van welke aard ook. Zij kan ter verwezenlijking van haar doel wetsovertredingen en misdrijven opsporen en alle nodige stappen ondernemen bij de bevoegde lokale, regionale, nationale en internationale overheden en controlerende instanties met het oog op een strikte toepassing van hoger bedoelde wettelijke beschikkingen. Zij kan ter verwezenlijking van haar doel alle initiatieven nemen met het oog op een internationale aanpak en deelnemen aan internationale initiatieven ter zake. Zij kan alle activiteiten uitoefenen die nodig blijken voor de financiering van haar maatschappelijk doel. VII-40.919-8/14 Zij kan toevluchtsoorden voor dieren oprichten en beheren, waaronder evenwel dient te worden verstaan dat prioritair die dieren in aanmerking komen die ofwel slechts tijdelijk opvang vereisen, vooraleer ze naar gespecialiseerde opvangcentra overgebracht worden, ofwel nergens anders terecht kunnen en om die reden definitief kunnen opgevangen worden.
  20. Artikel 4, § 2 van de statuten van GAIA stelt dan weer: ‘De vereniging heeft eveneens tot doel om haar doelstellingen in rechte te verdedigen en te verwezenlijken. Zij kan zowel in administratieve als in juridische procedures optreden, zowel op nationaal als op internationaal niveau, en kan alle rechtshandelingen stellen die noodzakelijk zijn teneinde haar doelstellingen te verdedigen en te verwezenlijken. De vereniging kan zowel optreden naar aanleiding van plaatselijke feiten of feiten met een ruimere impact[.] […] De vereniging kan vergoeding, stopzetting, voorkoming en herstel eisen van iedere vorm van morele of materiële schade, die voortvloeit uit de schade aan haar statutaire doelstellingen en/of haar vermogen, al dan niet gekoppeld aan flankerende maatregelen zoals ondermeer het verbeuren van een dwangsom. Zij kan een vergoeding eisen wegens schade die wordt toegebracht aan dieren, daar onder andere inbegrepen alle vormen van wreedheid, mishandeling, misbruik en gevangenschap.’
  21. Het voordeel dat GAIA wenst te bekomen met de vernietiging van de bestreden beslissing is dat er een einde komt aan het faciliteren van thuisslachtingen in het kader van het islamitische offerfeest. Het islamitische offerfeest behoort immers tot de islamitische ritus waarvan belangrijke Belgische aanhangers stellen dat dieren (met name runderen, kalveren en schapen) die verdoofd worden alvorens ze worden gekeeld, ‘haram’ (onrein) zijn, reden waarom het vlees ervan niet meer zou mogen geconsumeerd worden door islamitische (goede) gelovigen”.
  22. De verwerende partij werpt als exceptie op: “Volgens recente rechtspraak van Uw Raad beschikken milieuorganisaties in sommige gevallen over een voldoende belang om voor de Raad van State een ontvankelijk annulatieberoep te kunnen instellen. Dit neemt niet weg dat de klassieke voorwaarden in verband met het procesbelang, wel degelijk gelden. Zodoende moet het belang actueel, zeker, persoonlijk en rechtstreeks zijn. (...) In titel II van de statuten van de verzoekende partij wordt het maatschappelijk doel van de verzoekende partij uiteengezet. In de statuten valt onder meer te lezen dat verzoekende partij onder andere als doel heeft: - Op te komen voor de rechten van dieren, onder meer op waardig leven en sterven, op respectvolle behandeling en op de wettelijke bescherming van hun leven en welzijn - De bestaande dierenbeschermende wetten te doen naleven (…). (...) In het verzoekschrift tot nietigverklaring stelt verzoekende partij dat de bestreden ‘beslissing’ een slachtmethode faciliteert waarbij geen gebruik wordt VII-40.919-9/14 gemaakt van de vereiste bedwelmingstechnieken. Dit klopt geenszins. Zoals […] uiteengezet bepaalt artikel 15 van de Dierenbeschermingswet van 14 augustus 1986 zowel voor het Vlaamse gewest (sinds 01.01.2019) als het Waalse gewest (sinds 01.09.2019) dat dieren slechts mogen worden gedood dan na voorafgaande bedwelming. De redenering van de verzoekende partij komt in essentie neer op het volgende: Door de gemeenten in herinnering te brengen dat voor thuisslachtingen een slachtaangiftebewijs moet worden afgeleverd en moet worden geregistreerd, ‘faciliteert’ het FAVV particuliere slachtingen. Hieraan koppelt verzoekende partij zonder enige verdere motivatie dat bij deze particuliere slachtingen de dieren niet zouden worden bedwelmd. Deze redenering snijdt juridisch geen hout. Het is niet omdat er bij een particulier thuis zou worden geslacht, dat de dieren niet zouden worden bedwelmd. Bovendien is de thuisslachting slechts toegelaten voor bepaalde groepen van dieren en is het niet toegelaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ten slotte is vlees afkomstig van een thuisslachting slechts bestemd om in de behoeften van het huisgezin te voorzien. (...) De bestreden ‘beslissing’ wijst uitdrukkelijk op de wetgeving inzake dierenwelzijn, waarvoor niet het FAVV maar wel de gewesten bevoegd zijn. De verduidelijkende communicatie verwijst hier opnieuw uitdrukkelijk naar, en stelt dat het FAVV uiteraard geen afbreuk doet aan de wettelijke en reglementaire bepalingen ter zake, waaronder deze m.b.t. dierenwelzijn. Zij kan dat overigens ook helemaal niet… (...) Bijgevolg heeft verzoekende partij geen belang bij de vernietiging van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing heeft immers geen enkele implicatie (gehad) op het welzijn van dieren.”.
  23. De verzoekende partij betoogt in haar memorie van wederantwoord: “
  24. In de memorie van antwoord stelt het FAVV dat de bestreden beslissing geen enkele impact heeft gehad op het dierenwelzijn omdat GAIA slechts zou suggereren, maar niet bewijzen, dat religieuze thuisslachtingen in het kader van het offerfeest onverdoofd plaatsvinden. Ook beweert het FAVV dat het zou gaan om ‘particuliere’ slachtingen; ook dat is niet juist. Wat betreft particuliere slachtingen vereist artikel 6, § 1 van het KB van 1953 dat het moet gaan om slachtingen van dieren waarvan het vlees enkel bestemd is voor het eigen huisgezin. Welnu, het is net de kern van het offerfeest dat er ‘gedeeld’ wordt. Het betreft niet enkel een feest dat gecentreerd is rond het offer (cfr. het offer van (de zoon van) Abraham), maar evenzeer rond het delen (...), In het Frans wordt het offerfeest daarom ook vaak gezien als een ‘fête du partage’. Sprekend zijn bijvoorbeeld de woorden van Abdallah Zekri, de gedelegeerd bestuurder van de Conseil français du culte musulman. Op 21 augustus 2018 legt de heer Zekri aan journalisten van Franceinfo uit waar het offerfeest om VII-40.919-10/14 draait: ‘Elle commémore le sacrifice d’lbrahim ([Abraham dans la tradition judéo-chrétienne]. Ibrahim est parti pour égorger son fils à la suite d’un rêve où Dieu le lui avait ordonné. Alors qu’il allait le sacrifier, on lui a dit de le lâcher et de prendre un mouton. Il a égorgé l’agneau et c’est devenu un rituel annuel. Le sacrifice de l’Aïd, c’est une fête du partage. La plupart des gens qui sacrifient un mouton donnent une épaule ou un gigot à des voisins et à ceux qui n’en ont pas.’ Vrij vertaald: ‘Het offerfeest herdenkt het offer van Ibrahim [Abraham in de joods-christelijke traditie]. Na een droom waarin God hem dat had opgedragen, was Ibrahim vertrokken met de bedoeling om zijn zoon te kelen. Op het moment dat hij op het punt stond om hem (zijn zoon) te offeren, heeft men hem gezegd hem los te laten en een schaap in de plaats te nemen. Hij heeft daarop het lam gekeeld en dat is een jaarlijks ritueel geworden. Het offer van de Aïd, is een feest van het delen. De meerderheid van de mensen die een schaap offeren geven een schouder of bout aan buren of aan h[u]n behoeftigen.’ Het gaat in de eerste plaats dus al niet om slachtingen die uitsluitend bestemd zijn om in de behoeften van het huisgezin van de eigenaar van het dier te voorzien.
  25. Verder is het algemeen bekend, en ook gedocumenteerd, dat Belgische moslims het vlees van dieren die bedwelmd zijn alvorens de keling zien als ‘haram’. Dat is nog uitgebreid aan bod gekomen in de procedure die leidde tot het arrest van het Hof van Justitie van 17 december 2020 in de zaak C-336/
  26. In deze kan ook treffend verwezen worden naar een reportage op de RTBF van 21 augustus 2018 (tijdens het offerfeest van 2018 te Luik). Tijdens de reportage komen verschillende gelovigen aan bod. Wanneer ze ondervraagd worden door de journalist over hun wens om over te gaan tot religieuze thuisslachting, is er niet één enkele gelovige die stelt te zullen overgaan tot verdoving voorafgaand aan de keling.
  27. De reportage kan integraal bekeken worden door deze link te volgen: https://www.rtbf.be/info/regions/liege/detail_abattage-a-domicile-et-a-l-abatto ir-pour-la-fete-de-l-aid-el-kebir?id=
  28. RTL maakte ook een reportage over de Luikse thuisslachtingen tijdens het offerfeest van
  29. In die reportage komt een gelovige als volgt aan bod. Hij verklaart: ‘Moi-même, moi-même je peux tuer le mouton oui. Journalist: Ça se passe bien? Ça se passe bien merci. [Question du journaliste et réponse oui suit:] Non normalement il n’y a pas d’étourdissement. On ne frappe pas avec le marteau. ni rien. [...] On fait le rituel, ce qu’on fait depuis tout le temps, depuis toujours hein.’ Vrije vertaling: ‘Ikzelf, ikzelf mag het schaap slachten ja. Journalist: En gaat dat goed? Dat gaat goed ja, dank u. [Vraag van de journalist en het daaropvolgende antwoord:] We voeren het ritueel uit, zoals we het al altijd gedaan hebben hé.’
  30. Elk beleid dat rituele thuisslachtingen in het kader van het offerfeest faciliteert heeft daardoor wel degelijk een impact op het dierenwelzijn.
  31. Conclusie: GAIA heeft belang bij de bestreden beslissing”. VII-40.919-11/14
  32. In haar laatste memorie voegt de verzoekende partij nog toe dat in de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het arrest nr. 240.479 van 18 januari 2018 het belang van GAIA werd erkend om op te komen tegen een “Waals subsidiesysteem (dat) was gecreëerd ten behoeve van de gemeentes om de kosten op zich te nemen voor de verwerking van afval dat het gevolg is van thuisslachtingen”. Zij betoogt dat haar belang werd erkend ook al vielen de subsidies niet onder het dierenwelzijnsbeleid, en dat het subsidiebeleid “daarna ook wel degelijk (werd) vernietigd wegens het faciliteren van religieuze thuisslachtingen in het kader van het jaarlijks terugkerende offerfeest”. De verzoekende partij vervolgt dat de rechtsbescherming tegen de overheid in zaken van dierenbescherming zou worden uitgehold indien haar belang niet zou worden erkend, aangezien de overheden dan “namelijk rechtsgrondslagen zoals de bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid enz [zouden] kunnen inroepen waarbij de beslissingen in kwestie onaanvechtbaar zouden worden voor dierenrechtenorganisaties. Dit zou misbruiken in de hand werken, waarbij het recht op toegang tot de rechter in gevaar komt (wat in strijd zou zijn met artikel 6.1 van het EVRM)”. Ook in het licht van het arrest van het Europees Hof voor de bescherming van de rechten van de mens van 17 juli 2018 in de zaak Vermeulen tegen België, dient volgens de verzoekende partij het beroep ontvankelijk te worden verklaard. Beoordeling
  33. De verzoekende partij steunt haar belang bij het beroep op de bewering dat de bestreden beslissing religieuze thuisslachtingen faciliteert en zelfs aanmoedigt, waarbij moslims de dieren onverdoofd slachten, wat leidt tot een meer pijnlijke slachting. Artikel 4 van de statuten van de verzoekende partij luidt: “§
  34. De vereniging heeft tot doel: ● dieren als zijnde bijzonder kwetsbare levende wezens met gevoel te beschermen tegen menselijke wreedheid, mishandeling en misbruik, ongeacht of ze in gevangenschap gehouden worden dan wel in vrijheid leven, VII-40.919-12/14 ● de noden en behoeften van deze dieren aan optimaal welzijn en hun belangen bij een optimale kwaliteit van leven te verdedigen, ● op te komen voor de rechten van deze dieren, onder meer op waardig leven en sterven, op respectvolle behandeling en op de wettelijke bescherming van hun leven en welzijn, ● op te komen voor personen - waaronder minstens begrepen de leden - met als doel of rechtstreeks gevolg dierenleed te verhinderen of te verminderen, ● de bestaande dierenbeschermende wetten te doen naleven, zoals onder andere bepaald in art. 4bis, en te ijveren voor regelgeving die steeds beter tegemoetkomt aan de belangen en de rechten van dieren zoals hoger vermeld. In dat opzicht stelt de vereniging zich ook tot doel bij te dragen tot de bewustwording dat deze dieren ethisch belangrijke en waardevolle levende wezens zijn, en tot een samenleving die voor deze dieren zorg draagt en deze wezens respecteert. (...). §
  35. De vereniging heeft eveneens tot doel om haar doelstellingen in rechte te verdedigen en te verwezenlijken. Zij kan zowel in administratieve als in juridische procedures optreden, zowel op nationaal als op internationaal niveau, en kan alle overige rechtshandelingen stellen die noodzakelijk zijn teneinde haar doelstellingen te verdedigen en te verwezenlijken. De vereniging kan zowel optreden naar aanleiding van plaatselijke feiten of feiten met een ruimere impact (...). De vereniging kan vergoeding, stopzetting, voorkoming en herstel eisen van iedere vorm van morele of materiële schade, die voortvloeit uit de schade aan haar statutaire doelstellingen en/of haar vermogen, al dan niet gekoppeld aan flankerende maatregelen zoals onder meer het verbeuren van een dwangsom. Zij kan een vergoeding eisen wegens schade die wordt toegebracht aan dieren, daar onder andere inbegrepen alle vormen van wreedheid, mishandeling, misbruik en gevangenschap. (...)”. De bestreden beslissing faciliteert thuisslachtingen. Zij heeft trouwens uitdrukkelijk betrekking op het offerfeest. Zoals de verzoekende partij beweert, is de kans niet uitgesloten dat die slachtingen vaak plaatsvinden zonder bedwelming, waardoor het dierenleed vergroot. Bijgevolg kan worden aangenomen dat het collectief belang dat de verzoekende partij nastreeft door de bestreden beslissing ongunstig wordt geraakt. Dat de regeling die is uitgewerkt bij artikel 4 van de wet van 5 september 1952 en artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 9 maart 1953, de volksgezondheid voor ogen heeft door de vleeshandel te controleren, belet niet dat de verzoekende partij belang heeft bij het bestrijden van een maatregel die raakt aan haar statutair doel. VII-40.919-13/14 Het beroep is ontvankelijk.
  36. Aangezien het auditoraatsverslag is beperkt tot de vraag naar de ontvankelijkheid van het beroep is er grond tot het bevelen van een aanvullend onderzoek van de zaak. BESLISSING
  37. De Raad van State heropent het debat.
  38. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek van de zaak. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van acht juli tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.919-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.231 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.295 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.