← België

Arrest 251268 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/07/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.268 Rolnummer: A. 232423/X-17852 Zaak: Arrest 251268 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 15/07/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-20 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-20 00:33 Fiche Arrest nr 251.268 van 15 juli 2021 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 251.268 van 15 juli 2021 in de zaak A. 232.423/X-17.852 In zake: Marnix ARSCHOOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151 B bus 41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de HULPVERLENINGSZONE 1 WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Met een verzoekschrift, ingediend op 9 december 2020, vraagt verzoeker de nietigverklaring van: “1 de beslissing van het zonecollege van de hulpverleningszone 1 West Vlaanderen van 28 september 2020 waarbij verzoeker werd toegewezen aan de functie van polyvalent medewerker C1-C3 op de formatie 2 de beslissing van de zoneraad van de hulpverleningszone 1 West Vlaanderen van 26 oktober 2020 waarbij verzoeker werd toegewezen aan de functie van polyvalent medewerker C1-C3 op de formatie, de standplaats is Zandvoorde.” Tevens vraagt verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beslissingen, en de oplegging van nog een andere voorlopige maatregel onder verbeurte van een dwangsom. II. Verloop van de rechtspleging X-17.852-1/4
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: het procedurereglement), en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 april
  3. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Veerle Huysmans, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. X-17.852-2/4 III. Onderzoek van het beroep tot nietigverklaring
  5. De bestreden beslissingen volgen op de – uit een brief van 7 juli 2017 blijkende – weigering van de verwerende partij om verzoeker de functie van technisch medewerker, uit te oefenen in de werkplaats te Brugge, toe te wijzen. Ze houden een bevestiging van die weigering in. Nadat deze weigering door de Raad van State bij arrest nr. 249.155 van 7 december 2020 is vernietigd, trekt de zoneraad bij besluit van 25 januari 2021 de tweede bestreden beslissing in. Tevens beslist de zoneraad op die dag dat verzoeker met onmiddellijke ingang aan de slag kan als technisch medewerker in de werkplaats van post Brugge, binnen de directie Uitrusting.
  6. Volgens het auditoraatsverslag volgt uit een en ander dat het voorliggende beroep onontvankelijk is geworden, wat de tweede bestreden beslissing betreft bij gebrek aan voorwerp en wat de eerste bestreden beslissing betreft bij gebrek aan belang. De Raad van State valt dat bij. IV. Onderzoek van de vordering tot schorsing en tot oplegging van nog een andere voorlopige maatregel
  7. De, hierna in het dictum uit te spreken, verwerping van het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissingen brengt de verwerping mee van de voorlopige maatregelen die verzoeker in afwachting van de uitspraak over het beroep tot nietigverklaring opgelegd wilde zien. X-17.852-3/4 V. Kosten Er is, gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, reden de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. De rechtsplegingsvergoeding blijft overeenkomstig artikel 67, § 2, laatste lid van het procedurereglement beperkt tot 700 euro. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en tot het bevelen van een schorsing en nog een andere voorlopige maatregel.
  9. De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juli tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.852-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.268 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.