id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.288 Rolnummer: A. 234009/XII-9105 Zaak: Arrest 251288 - Overheidsopdrachten - 19/07/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-07-20 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-20 00:35 Fiche Arrest nr 251.288 van 19 juli 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 251.288 van 19 juli 2021 in de zaak A. 234.009/XII-9105 In zake: de BVBA EURO-MOUSSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijn Van Nooten kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 65, bus 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie Tussenkomende partij : de NV SAMPLI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim De Pooter kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Edelareberg 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 30 juni 2021, strekt tot de schorsing, “op straffe van een dwangsom van 500 euro per geleverde matras, laken, deken of hoofdkussen”, bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de gewijzigde gunningsbeslissing van verwerende partij, genomen dd. 10/06/2021, aan verzoekster per email en per aangetekend schrijven verzonden op 15/06/2021, strekkende tot het afsluiten van een meerjarige open overeenkomst (2021-2024) voor de vervanging van beddengoed (matrassen, lakens, dekens en hoofdkussens) in de logementen van Defensie inclusief gebruik in Ops […], alsmede meteen de schorsing van een eventueel reeds genomen gunningsbeslissing XII-9105-1/13 ingevolge de overheidsopdracht strekkende tot het afsluiten van een meerjarige open overeenkomst (2021-2024) voor de vervanging van beddengoed (matrassen, lakens, dekens en hoofdkussens) in de logementen van Defensie inclusief gebruik in Ops”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 14 juli 2021 heeft de nv Sampli gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 juli 2021, om 10.30 uur. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marijn Van Nooten, die verschijnt voor de verzoekende partij, luitenant Pieter-Jan Tuts, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Leonie Degroote, die loco advocaat Wim De Pooter verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Frederick Ongena heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp “een meerjarige open overeenkomst (2021-2024) voor de vervanging XII-9105-2/13 van beddengoed (matrassen, lakens, dekens en hoofdkussens) in de logementen van Defensie inclusief gebruik in Ops”. 3.
- Op 12 november 2020 wordt de opdracht bekendgemaakt in het Belgisch Bulletin der Aanbestedingen en op 17 november 2020 in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie. 3.
- Het toepasselijke bestek nr. MRMP-I/A Nr. 21IA254 voorziet dat de opdracht wordt gegund volgens de openbare procedure. 3.
- Uiterlijk op 15 januari 2021 dienen vijf inschrijvers een offerte in. 3.
- Op 12 april 2021 beslist de verwerende partij, op basis van het nazicht van de offertes, om de nv Sampli aan te duiden als de inschrijver met de economisch meest voordelige regelmatige offerte. In deze beslissing wordt de offerte van de verzoekende partij als onregelmatig gekwalificeerd omdat deze offerte voor bepaalde pisten niet aan substantiële technische eisen voldoet. 3.
- De verzoekende partij stelt tegen de tenuitvoerlegging van deze beslissing op 27 april 2021 een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. Deze zaak is gekend onder het nummer A. é.522/XII-
- Met arrest nr. 250.631 van 20 mei 2021 verwerpt de Raad van State de vordering bij gebrek aan voorwerp, minstens omdat de verzoekende partij haar belang bij de vordering heeft verloren. Met een beslissing van 6 mei 2021 blijkt dat de bestreden beslissing immers wordt ingetrokken. 3.
- Op 10 juni 2021 beslist de verwerende partij om de offerte van de verzoekende partij onregelmatig te verklaren en om de nv Sampli aan te duiden als de inschrijver die de economisch meest voordelige regelmatige offerte heeft ingediend. XII-9105-3/13 Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Op 15 juni 2021 stelt de verwerende partij de verzoekende partij, zowel per e-mail als per aangetekend schrijven, in kennis van de bestreden beslissing. Deze kennisgeving vermeldt artikel 8 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet) als rechtsgrond voor de kennisgeving en geeft de volgende motieven voor de onregelmatigverklaring van de offerte van de verzoekende partij: XII-9105-4/13 “ XII-9105-5/13 XII-9105-6/13 ”. XII-9105-7/13 IV. Tussenkomst
- De nv Sampli blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken 5.
- De verwerende partij vraagt om een aantal stukken als vertrouwelijk te behandelen. 5.
- In de huidige stand van het geding stemt de Raad met toepassing van artikel 26 van de rechtsbeschermingswet in met het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van deze stukken. De partijen voeren hieromtrent overigens geen betwisting. De Raad mag deze stukken wel in zijn beoordeling betrekken. VI. Ontvankelijkheid van de vordering 6.
- In de nota met opmerkingen werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid op. De verwerende partij meent dat de verzoekende partij geen belang heeft bij haar vordering. Volgens de verwerende partij uit de verzoekende partij kritiek op de kennisgeving van de gunningsbeslissing maar niet op de gunningsbeslissing zelf. De verzoekende partij werpt bij de bespreking van het belang en bij de ontwikkeling van het enige middel evenwel op dat haar het controlerecht op de gunningsbeslissing werd ontnomen. Indien zij geen controle op de gunningsbeslissing kan uitoefenen, zou de verwerende partij op een wijze hebben gehandeld die tot de onwettigheid van de bestreden beslissing zou kunnen leiden. 6.
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. XII-9105-8/13 VII. Schorsingsvoorwaarden 7.
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 7.
- Te dezen is evenwel ook de rechtsbeschermingswet van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden. VIII. Onderzoek van het enige middel Uiteenzetting van het middel 8.
- De verzoekende partij voert in het enige middel de schending aan van artikel 8 van de rechtsbeschermingswet. XII-9105-9/13 De verzoekende partij voert aan dat dit artikel is geschonden doordat in de kennisgeving van de bestreden beslissing weliswaar de motieven voor de wering van diens offerte zijn vermeld maar elk uittreksel van de gemotiveerde gunningsbeslissing ontbreekt. Er wordt immers niet eens vermeld of er zelfs al maar een gunningsbeslissing werd genomen. In die zin wordt aan de verzoekende partij elke controlemogelijkheid omtrent de regelmatigheid van de uiteindelijke gunningsbeslissing ontnomen. Beoordeling 8.
- Artikel 8, § 1, eerste lid, 2°, van de rechtsbeschermingswet bepaalt: “§
- Onmiddellijk na het nemen van de gemotiveerde gunningsbeslissing deelt de aanbestedende instantie het volgende mee: […] 2° aan elke inschrijver van wie de offerte onregelmatig of niet-conform is bevonden, de motieven voor de wering, in de vorm van een uittreksel van de gemotiveerde beslissing; […]”. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 23 december 2009 ‘tot invoeging van een nieuw boek betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten’ (Parl.St. Kamer, 2009-10, nr. 52-2276/1, 20), waarvan de bepalingen betreffende de informatie en kennisgeving aan de inschrijvers identiek zijn aan de bepalingen zoals ze voorkomen in de rechtsbeschermingswet blijkt dat de wetgever ervoor heeft gekozen om de aanbestedende dienst één enkele gunningsbeslissing te laten opstellen waaruit uittreksels worden gehaald en meegedeeld aan de inschrijvers in functie van de beoordeling van hun eigen situatie. De meegedeelde informatie kan beperkt blijven tot het toelichten van de individuele situatie van de geadresseerde. XII-9105-10/13 Uit de aangehaalde bepaling zelf blijkt dat één gunningsbeslissing wordt genomen en dat aan de inschrijvers wiens offerte onregelmatig is verklaard enkel de motieven van hun wering – bij uittreksel – ter kennis wordt gebracht. Deze bepaling vereist niet dat de aanbestedende dienst de integrale gemotiveerde gunningsbeslissing meedeelt aan de inschrijver wiens offerte onregelmatig is verklaard. 8.
- Uit de kennisgeving van 15 juni 2021 blijkt dat de verzoekende partij uitdrukkelijk in kennis werd gesteld van de motieven die ten grondslag liggen van de onregelmatigheid van haar offerte. De verzoekende partij erkent dat die kennisgeving de motieven voor de wering vermeldt. De kennisgeving vermeldt ook uitdrukkelijk dat “bij wijze van een uittreksel uit de gemotiveerde beslissing” wordt kennis gegeven van de motieven die aanleiding hebben gegeven tot de beslissing van wering. Uit het administratief dossier, en meer bepaald de integrale gunningsbeslissing, blijkt dat de aan de verzoekende partij bij uittreksel meegedeelde motieven voor de onregelmatigheid van de offerte van de verzoekende partij zijn opgenomen in de gemotiveerde gunningsbeslissing. Aldus lijkt, op het eerste gezicht, dat de verwerende partij artikel 8, § 1, eerste lid, 2°, van de rechtsbeschermingswet niet heeft geschonden door de verzoekende partij uitsluitend in kennis te stellen, bij uittreksel, van de motieven die de grondslag vormen voor de wering van haar offerte. 8.
- Voor zover de verzoekende partij meent dat de verwerende partij de integrale gunningsbeslissing had moeten ter kennis brengen, vindt deze stelling geen steun in de rechtsbeschermingswet. Voor zover de verzoekende partij meent dat haar elke controlemogelijkheid op de rechtmatigheid van de gemotiveerde gunningsbeslissing is ontnomen, vindt ook deze stelling op het eerste gezicht geen XII-9105-11/13 steun in de rechtsbeschermingswet. Als inschrijver wiens offerte als onregelmatig werd geweerd, werd de verzoekende partij in kennis gesteld van de motieven die die onregelmatigheid verantwoorden. Bovendien voert de verzoekende partij geen kritiek aan tegen die motieven en lijkt zich aldus neer te leggen bij het onregelmatig karakter van haar offerte. Hierdoor lijkt voor de verzoekende partij elke mogelijkheid om de opdracht zelf uit te voeren verloren. Voor zover de verzoekende partij kritiek uit op de in het bestek bepaalde technische eisen, blijkt op het eerste gezicht dat de verzoekende partij geen middel ontwikkelt tegen het bestek zelf of tegen de daarin vervatte technische eisen. De bewering als zou slechts één onderneming kunnen voldoen aan de technische eisen van het bestek vindt op het eerste gezicht geen steun in het administratief dossier. Uit dat administratief dossier blijkt immers dat verschillende inschrijvers voldoen aan de door de verzoekende partij bekritiseerde technische eisen. IX. Besluit
- Het middel is niet ernstig gebleken. De vorderingen tot schorsing en tot het opleggen van een dwangsom bij uiterst dringende noodzakelijkheid dienen dan ook te worden verworpen. BESLISSING
- Het verzoek van de nv Sampli tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vorderingen.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-9105-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien juli tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Pierre Lefranc XII-9105-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.288 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div