← België

Arrest 251369 - Sluitingen van vestigingen - 12/08/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 augustus 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.369 Rolnummer: A. 234289/X-17978 Zaak: Arrest 251369 - Sluitingen van vestigingen - 12/08/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-08-13 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-20 00:31 Fiche Arrest nr 251.369 van 12 augustus 2021 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER nr. 251.369 van 12 augustus 2021 in de zaak A. 234.289/X-17.978 In zake : de BV HS-TRADING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Chris Schijns kantoor houdend te 3600 Genk Grotestraat 122 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marga Caproni kantoor houdend te 1000 Brussel Lloyd Georgeslaan 7 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 10 augustus 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[de] beslissing van de burgemeester van de Stad Bree van 6 augustus 2021 waar de voorlopige sluiting van horecazaak Ragnarok, gevestigd te Bree, Ziepstraat 1 bus 2 wordt bevolen, gedurende een periode 1 maand, en dit vanaf 08.08.2021 om 01u00 tot 07.09.2021 om 24u00”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2021, om 14.00 uur. X-17.978-1/5 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Chris Schijns, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Marga Caproni, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. De bestreden beslissing beveelt de tijdelijke sluiting van horecazaak Ragnarok te Bree, gedurende een periode van één maand en dit vanaf 8 augustus 2021 tot 7 september
  5. IV. Onderzoek van de uiterst dringende noodzakelijkheid
  6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. X-17.978-2/5
  7. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  8. Niet minder dan het geval is in de gewone schorsingsprocedure, moet een verzoekende partij in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. De voorwaarde van spoedeisendheid ligt met andere woorden in die van de uiterst dringende noodzakelijkheid besloten.
  9. Verzoekster wéét – want zij schrijft het zelf – dat bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid van haar “precieze en concrete gegevens” worden gevraagd die aannemelijk maken – nog steeds met haar eigen woorden – “dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing onherroepelijk te laat zal komen om de door verzoekers gevreesde nadelige gevolgen te verhinderen”. X-17.978-3/5 Volgens verzoekster staat de uiterst dringende noodzakelijkheid vast omdat het bestreden uitbatingsverbod “pal in de zomervakantie” valt, zij “met een aanzienlijk omzetverlies geconfronteerd [zal] worden”, er “ontslagen onder het personeel zullen volgen” en “door een liquiditeitsprobleem de betalingen in het gedrang zullen komen” en ook de naam en faam van de inrichting te lijden zal hebben. Verzoekster dreigt “in grote financiële nood gestort te worden”.
  10. Van al deze beweringen ligt evenwel niet de minste becijfering voor, laat staan ook maar één overtuigingsstuk dat het beweerde kan schragen. Van enige “precieze en concrete gegevens” is dus elk spoor zoek. Specifiek aan verzoeksters persoonlijke situatie gerelateerd nadeel wordt niet inzichtelijk gemaakt.
  11. Een financieel nadeel is in beginsel herstelbaar. Het inkomensverlies van één maand omzet verantwoordt op zich dus niet de spoedeisendheid, tenzij de verzoekende partij concreet kan aantonen hierdoor in een zodanige penurie terecht te komen, dat zij de normale afloop van de procedure niet kan afwachten – bewijs dat verzoekster in deze zaak alvast niet eens poogt te leveren. Dat is des te meer opvallend, nu verzoekster wel in staat is gebleken om op korte tijd een verzoekschrift van niet minder dan dertig bladzijden op te stellen waarin zij vier middelen aanvoert en omstandig adstrueert en dat zij aanvult met negenentwintig bijlagen, maar blijkbaar slechts enkele niet gestaafde gemeenplaatsen geschreven krijgt voor de evenwaardige schorsingsvereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid.
  12. Er is niet voldaan aan de besproken schorsingsvoorwaarde. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt de vordering. X-17.978-4/5
  14. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 augustus tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren X-17.978-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.369 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.148 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.