id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.447 Rolnummer: A. 229701/VII-40711 Zaak: Arrest 251447 - Dierenwelzijn - 09/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-20 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-11 06:40 Fiche Arrest nr 251.447 van 9 september 2021 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.447 van 9 september 2021 in de zaak A. 229.701/VII-40.711 In zake: Tatjana LEURS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kilian Stulens kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 december 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissing van het vervangend afdelingshoofd van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn (hierna: SID) van 14 oktober 2019 waarbij vijf honden, in toepassing van artikel 42, §2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ op bevel van de dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom worden gegeven aan een erkend dierenasiel, dat daarmee instemt. Op 18 augustus 2021 dient verzoekster een verzoekschrift tot schadevergoeding tot herstel in. VII-40.711-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 246.460 van 18 december 2019 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 2 september
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kilian Stulens, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Maxim Lecomte, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna RvS-wet). VII-40.711-2/9 III. Feiten 3.
- Naar aanleiding van een controle op 23 september 2019 beslist de inspecteur van de inspectiedienst Dierenwelzijn diezelfde dag over te gaan tot de feitelijke inbeslagname van vijf honden. 3.
- Deze feitelijke beslissing wordt bevestigd in de formele beslissing tot inbeslagname van 26 september
- 3.
- Op 14 oktober 2019 wordt de bestemmingsbeslissing genomen door het vervangend afdelingshoofd Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn, waarbij de dieren in volle eigendom worden overgedragen aan een erkend dierenasiel. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid Ratione temporis
- De bestreden beslissing werd genomen op 14 oktober 2019 en verstuurd via aangetekende zending en per gewone post aan betrokkene. Zoals verzoekster uiteenzet kan zij ten vroegste op 15 oktober 2019 kennis hebben genomen van de bestreden beslissing. Het verzoekschrift werd aangetekend verstuurd op 12 december
- Het verzoekschrift is tijdig ingediend. Belang
- De vijf in beslag genomen honden werden door het dierenasiel reeds afgestaan zodat de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing ten aanzien van deze vijf honden thans onmogelijk is. VII-40.711-3/9
- Uit het verzoekschrift blijkt dat de betrachting van het beroep bij de Raad van State erin bestaat om de honden terug te krijgen. Met deze omschrijving heeft verzoekster zelf de grenzen van haar belang omschreven.
- Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de plaatsing door het asiel van de honden in een adoptiefamilie, om de deze terug te geven aan verzoekster.
- Verzoekster heeft echter op 18 augustus 2021 een verzoekschrift tot schadevergoeding tot herstel ingediend.
- Artikel 11bis van de RvS-wet luidt: “Elke verzoekende of tussenkomende partij die de nietigverklaring van een akte, een reglement, of een stilzwijgend afwijzende beslissing vordert met toepassing van artikel 14, § 1 of § 3, kan aan de afdeling bestuursrechtspraak vragen om haar bij wijze van arrest een schadevergoeding tot herstel toe te kennen ten laste van de steller van de handeling indien zij een nadeel heeft geleden omwille van de onwettigheid van de akte, het reglement of de stilzwijgend afwijzende beslissing, met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en particulier belang. […]” Het instellen van de vordering tot schadevergoeding tot herstel plaatst de Raad van State in voorkomend geval voor de verplichting om toch -voor zover het ingestelde annulatieberoep initieel ontvankelijk was en voor zover het verlies van het belang niet het gevolg is van een handeling die de verzoekende partij zelf heeft gesteld of heeft nagelaten te stellen en die haar persoonlijk verwijtbaar is- een onderzoek van de middelen te verrichten en de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing vast te stellen voor zover dat nodig is om over de ingediende vordering tot schadevergoeding tot herstel uitspraak te kunnen doen. Aldus verschaft artikel 11bis van de RvS-wet aan een verzoekende partij, wier belang in de annulatieprocedure buiten haar tekortkoming om evolueerde van een belang bij de nietigverklaring naar een belang om de bestreden beslissing onwettig te horen verklaren met het oog op het verkrijgen van VII-40.711-4/9 een schadevergoeding, de mogelijkheid om toch nog een beoordeling door de Raad van State te verkrijgen van de middelen die zij in het kader van haar annulatieberoep aanvoerde. Verzoekster kan, met het instrument waarin artikel 11bis van de RvS-wet voorziet, zelf adequaat inspelen op de veranderde omstandigheden en haar belang, gelet op de gewijzigde inzet van het geschil, vrijwaren.
- Verzoekster heeft te dezen effectief van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door vóór de sluiting van het debat bij de Raad van State een vordering tot schadevergoeding tot herstel op grond van artikel 11bis van de RvS-wet in te dienen. In het kader van het annulatieberoep, dat ontvankelijk was op het ogenblik waarop het werd ingesteld en gezien het verlies aan actueel belang bij de nietigverklaring de verzoekende partij rekening houdend met de omstandigheden van de zaak niet verwijtbaar is, blijven in het huidige geval de aangevoerde middelen tot nietigverklaring nog te onderzoeken en de eventuele onwettigheid van de bestreden beslissing vast te stellen in zoverre dit onderzoek en de vaststelling nodig zijn om later, na een tegensprekelijk debat daarover, over de gevorderde schadevergoeding tot herstel uitspraak te kunnen doen. V. Onderzoek van de middelen Derde middel Standpunten van de partijen
- In een derde middel voert verzoekster in wezen aan dat het vervangend afdelingshoofd niet bevoegd is om de bestreden beslissing te nemen. VII-40.711-5/9 Artikel 42, §2, van de Dierenwelzijnswet stelt: “§2 De Dienst bepaalt de bestemming van het dier dat overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd genomen. Deze bestemming bestaat uit het al dan niet tegen waarborgsom teruggeven aan de verantwoordelijke van het dier, het verkopen, het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, het slachten of het zonder verwijl doden.” Aangezien het Decreet tot wijziging van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren in het kader van de zesde staatshervorming van 13 juli 2018 in artikel 32 een wijziging aanbrengt aan artikel 34 van de dierenwelzijnswet als volgt: “2° de statutaire en contractuele personeelsleden van de Dienst die worden aangewezen door de Vlaamse Regering. De contractuele personeelsleden van de Dienst leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie de eed af in handen van de Vlaamse Regering. De personeelsleden van de Dienst, vermeld in het eerste lid, hebben een legitimatiebewijs bij zich en tonen dat desgevraagd onmiddellijk. De Vlaamse Regering kan bepalen wie het legitimatiebewijs verleent, en wat het model en de inhoud van het legitimatiebewijs zijn.”
- Volgens de verwerende partij is het vervangend afdelingshoofd van de afdeling SID wel degelijk bevoegd. Het is aan de verzoekende partij om het tegendeel te bewijzen. De verwerende partij verwijst naar artikel 17 van het “Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen en van de intern verzelfstandigde agentschappen” waarbij het hoofd van het departement delegatie heeft om beslissingen te nemen over toezichts- , controle- en inspectietaken. Het besluit van 1 april 2017 van de secretaris-generaal ‘houdende vaststelling van de organisatiestructuur van het Departement Omgeving’ verdeelt het Departement Omgeving in verschillende afdelingen. VII-40.711-6/9 Overeenkomstig het “Besluit van 6 november 2018 van de secretaris-generaal van het departement Omgeving houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake Omgeving aan personeelsleden van het departement Omgeving” geldt er een delegatie van het hoofd van het departement naar de afdelingshoofden. Het afdelingshoofd was derhalve bevoegd om de bestreden beslissing te nemen. Beoordeling
- Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 “tot delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse Regering” luidt: “De leden van de Vlaamse Regering kunnen hun bevoegdheden overeenkomstig hoofdstuk 2, delegeren aan personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en de instellingen en rechtspersonen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ze kunnen die personeelsleden machtigen om, als ze daarvan kennis geven, die bevoegdheden verder te delegeren en te laten subdelegeren aan personeelsleden die onderworpen zijn aan hun hiërarchisch gezag. […] De delegaties die aan personeelsleden zijn verleend in aangelegenheden die aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn overgedragen, blijven gelden tot ze gewijzigd of opgeheven worden, binnen de grenzen bepaald door dit besluit.” In uitvoering van voornoemde bepaling is het besluit van de Vlaamse regering van 30 oktober 2015 aangenomen, dat in zijn artikel 17 bepaalt: “Het hoofd van het departement of agentschap heeft delegatie om beslissingen te nemen over : […] 6° toezichts-, controle- en inspectietaken; […]” Het besluit van de secretaris-generaal van het departement Omgeving van 6 november 2018 houdende delegatie van sommige bevoegdheden VII-40.711-7/9 inzake Omgeving aan personeelsleden van het departement Omgeving, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 december 2018, bepaalt op een gedetailleerde wijze de bevoegdheden van de afdelingshoofden. Geen enkele bepaling van dit besluit geeft aan een (vervangend) afdelingshoofd de bevoegdheid om een bestemmingsbeslissing inzake dieren te nemen. Er is geen enkele beslissing bekend waarbij de bevoegdheid om de bestreden bestemmingsbeslissing te nemen, wordt gedelegeerd aan bepaalde personeelsleden. De conclusie dringt zich dus op dat het toekwam aan de secretaris-generaal om, op basis van de vaststellingen van de inspecteur-dierenarts bij de inspectie Dierenwelzijn van het Departement Omgeving, een bestemmingsbeslissing te nemen. Het derde middel is gegrond.
- Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kunnen in het huidige geval de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. BESLISSING
- De Raad van State stelt de onwettigheid vast van de beslissing van het vervangend afdelingshoofd van het Vlaamse Gewest, Departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van 14 oktober 2019 waarbij vijf honden, in toepassing van artikel 42, §2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom worden gegeven aan een erkend dierenasiel, dat daarmee instemt. VII-40.711-8/9
- De Raad van State heropent het debat wat betreft de schadevergoeding tot herstel. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.711-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.447 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.460 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.105 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div