← België

Arrest 251457 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 10/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.457 Rolnummer: A. 230452/XIV-38308 Zaak: Arrest 251457 - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan - 10/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-11 06:44 Fiche Arrest nr 251.457 van 10 september 2021 Openbaar ambt - Federale en lokale politie – Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 251.457 van 10 september 2021 in de zaak A. 230.452/XIV-38.308 In zake: Johan RENDERS woonplaats kiezend te 3360 Bierbeek Molensteenstraat 2 tegen: de POLITIEZONE 5391 BIERBEEK-BOUTERSEM-HOLSBEEK-LUBBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : Hans VANDERVEKEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Antwerpen (Edegem) Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 30 maart 2020, strekt tot de nietigverklaring van “1) het besluit van de politieraad van de politiezone Bierbeek-Boutersem-Holsbeek-Lubbeek om stilzwijgend te weigeren de heer Renders Johan te benoemen tot Commissaris van politie. 2) het besluit van de politieraad van de politiezone Bierbeek-Boutersem-Holsbeek-Lubbeek om de Heer Vanderveken Hans te benoemen tot Commissaris van politie.”. XIV-38.308-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 248.917 van 13 november 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de tweede bestreden beslissing verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 11 maart
  3. Op respectievelijk 5 juni 2021, 1 juni 2021 en 23 juni 2021 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2021, om 15u
  4. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Michel Van Dievoet, die loco advocaat Tom De Gendt verschijnt voor de verwerende partij en eveneens loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. XIV-38.308-2/4 Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als verzoeker partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  7. Ter terechtzitting voert verzoeker een aantal menselijke argumenten aan die volgens hem het niet indienen van een memorie van wederantwoord rechtvaardigen. Deze argumenten kunnen echter niet verhinderen dat het sanctiemechanisme van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent toepassing vindt.
  8. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. XIV-38.308-3/4 BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.308-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.457 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.917 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.