id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.465 Rolnummer: A. 234363/XII-9123 Zaak: Arrest 251465 - Overheidsopdrachten - 14/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-14 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-11 06:48 Fiche Arrest nr 251.465 van 14 september 2021 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 251.465 van 14 september 2021 in de zaak A. 234.363/XII-9123 In zake:
- de NV MODERO GERECHTSDEURWAARDERS ANTWERPEN (MODERO ANTWERPEN)
- de BV GERECHTSWAARDERSKANTOOR JAN WOUTERS (MODERO MECHELEN), samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE BONHEIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert, kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BV EQUALIS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2600 Antwerpen-Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 20 augustus 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van : “- [de b]eslissing van 3 augustus 2021 vanwege de gemeente Bonheiden XII-9123-1/17 houdende de goedkeuring van het verslag van nazicht van de offertes van 28 juli 2021 voor de opdracht ‘Debiteurenbeheer openstaande vorderingen via gerechtsdeurwaarder’, alsmede de gunning van de opdracht ‘Debiteurenbeheer openstaande vorderingen via gerechtsdeurwaarder’ aan de [bv] Equalis […] - [d]e impliciete weigeringsbeslissing dd. 3 augustus 2021 tot gunning aan de nv Modero Gerechtsdeurwaarders Antwerpen en de bv Gerechtsdeurwaarderskantoor Jan Wouters”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 2 september 2021 heeft de bv Equalis gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting die heeft plaatsgevonden op 9 september 2021, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Andy Hoedenaeken, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Flora Wauters, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Sven Frankard, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XII-9123-2/17 III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp “Debiteurenbeheer openstaande vorderingen via gerechtsdeurwaarder”. Zij kiest voor de plaatsingswijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. 3.
- In het bestek worden de volgende zeven gunningscriteria en hun weging bepaald: Gunningscriteria Punten
- Algemene aanpak en methodologie van de opdracht 30
- Plan van aanpak voor vorderingen kleiner dan 200 euro 15
- Samenwerking en informatie-uitwisseling 20
- Het digitaal platform voor dossieropvolging 15
- Wanneer worden de geïnde gelden overgemaakt naar de 10 schuldeiser?
- Biedt de gerechtsdeurwaarder gratis extra dienstverlening aan 5 in de fase van minnelijke invordering?
- Worden er kosten aangerekend voor bijkomend advies? 5 Luidens het bestek zal “[o]p basis van de afweging van al deze criteria rekening houdende met het gewicht dat er aan werd toegekend” de opdracht worden gegund aan de inschrijver die de economisch voordeligste offerte heeft ingediend. Het eerste gunningscriterium “Algemene aanpak en methodologie van de opdracht”, dat in de voorliggende procedure van belang is, wordt als volgt geformuleerd: “Ongeacht de wettelijk vastgelegde tarieven dient de inschrijver het bewijs te leveren van het toepassen van een efficiënte, doordachte en kostenbesparende werkwijze teneinde de effectieve inning van dossiers te realiseren met een minimum aan niet recupereerbare kosten. Alvorens tot gedwongen uitvoering over te gaan dient steeds voorafgaand nog een minnelijke aanmaning te worden verstuurd. XII-9123-3/17 Geef minimaal een omschrijving van: - Welke acties worden er ondernomen bij een nieuw dossier; - Binnen welke termijn worden nieuwe dossiers behandeld en wordt er een eerste stap ondern[o]men in het dossier en wat houdt deze juist in; - Worden dossiers waar nodig samen gevoegd om kosten te drukken; - Hoe wordt er omgegaan met loonbeslag; - Hoe wordt er omgegaan met beslag op goederen en openbare verkoping en de kosten hieraan verbonden (PV aanplakking, effectief ophalen, minnelijk voorstel om ophaling te vermijden, hoeveel pogingen, herhalingen?) - Hoe wordt er omgegaan met buitenlandse dossiers via confraters; - Worden er bezoek[en] afgelegd en hoe wordt dit aangepakt; - Hoe wordt er een inschatting gemaakt of de vordering gerecupereerd kan worden (verwachte recuperatie, resultaten uit vorige dossiers, niet-solvabele debiteuren, onvindbare debiteuren, ... ). Hoe wordt er rekening gehouden met de sociale realiteit van debiteuren? - Wordt aan de schuldenaar meegedeeld dat hij/zij terecht kan bij het OCMW of CAW bij financiële problemen?” 3.
- De verwerende partij nodigt vijf gerechtsdeurwaarderskantoren uit tot het indienen van een offerte. Drie daarvan dienen een offerte in: de verzoekende partijen, gerechtsdeurwaarders Discart-Suykens, en de bv Equalis. 3.
- Op 28 juli 2021 stelt de verwerende partij een verslag van nazicht van de offertes op. De drie offertes worden substantieel regelmatig verklaard. Vervolgens worden ze getoetst aan de gunningscriteria. Wat het eerste gunningscriterium betreft, worden aan de offerte van de bv Equalis 25 punten toegekend, op grond van de volgende beoordeling: “Alvorens tot betekening/bevel over te gaan, tracht men minnelijk betaling te bekomen. Grote focus op minnelijke fase. Verloop van invorderingsproces wordt bepaald op basis van solvabiliteitsonderzoek door gebruik van 4 scores gebaseerd op duidelijke en objectief vastgelegde parameters die voortdurend worden gemonitord en aangepast. Gebruik van kostenbesparende maatregelen als samenvoeging, gemeengemaakt beslag, bericht van verzet, roerend beslag zoveel als mogelijk minnelijk, uitvoerend beslag te allen tijde trachten te vermijden en na overleg met gemeente Bonheiden. Frustratoire kosten ten laste van Equalis. Efficiënt systeem van schuldbewaking voor onvindbare debiteuren, CSR en tijdelijk opgeschorte vorderingen, met regelmatige controle. Veel aandacht voor sociale realiteit van debiteuren: huisbezoek XII-9123-4/17 met focus op bemiddeling, specifiek uitgewerkt sociaal traject, equalis mediation, toeleiding naar en samenwerking met OCMW/CAW, beperking inningsrechten door afbetalingen van €24,99 i.p.v. €
- [B]ehandeling van buitenlandse dossiers via partnerkantoren en connex[x]eu.” Wat datzelfde gunningscriterium betreft, worden aan de offerte van de verzoekende partijen 24 punten toegekend, op grond van de volgende beoordeling: “Alvorens tot betekening bevel over te gaan wordt er alsnog minnelijk aangemaand. De nadruk ligt op bemiddeld optreden met het oog op volledige betaling. Verloop van het verdere proces is gesteund op solvabiliteitsonderzoek dat gebaseerd is op 3 solidscores met een eigen profiel, welk permanent wordt aangepast aan bijkomende info. [I]n de gerechtelijke fase onderscheiden procedure naargelang de aard van de vordering. Gebruik van kostenbesparende maatregelen zoals samenvoeging, bericht van verzet, gemeengemaakt beslag, zo veel mogelijk vermijden van reële uitvoering[,] systeem van schuldbewaking voor tijdelijk insolvabelen, onvindbare debiteuren, CSR[.] Veel oog voor sociale realiteit van de debiteur: focus op bemiddeling in communicatie, bemiddelingsdienst, modero one, doorverwijzing naar sociale partners, beperking inningsrechten door afbetalingen van € 24,95 ipv €
- [U]itgebreid internationaal netwerk van kantoren en Just-in.” Voor de zeven andere gunningscriteria behalen de verzoekende partijen en de tussenkomende partij evenveel punten, zodat bij de finale rangschikking de bv Equalis als eerste wordt gerangschikt met een score van 92 %, de verzoekende partijen als tweede met een score van 91 % en gerechtsdeurwaarders Discart-Suykens als derde met een score van 84 %. Er wordt dan ook voorgesteld om de opdracht aan de bv Equalis te gunnen. 3.
- Op 3 augustus 2021 keurt de verwerende partij het verslag van nazicht van de offertes goed en beslist zij de opdracht aan de bv Equalis te gunnen. Dit is de bestreden gunningsbeslisssing. XII-9123-5/17 IV. Tussenkomst
- De bv Equalis blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissingen en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Ontvankelijkheid van de vordering
- De tussenkomende partij werpt op dat het beroep onontvankelijk is nu het volgens haar enkel uitgaat van de “tijdelijke handelsvennootschap”, die echter geen rechtspersoonlijkheid heeft en dus geen ontvankelijke vordering kan instellen. Daarbij merkt zij op dat de inventaris zoals aangehecht aan het inleidend verzoekschrift, geen melding maakt van enige statuten.
- Het verzoekschrift is ingediend door de twee voornoemde vennootschappen, waarvan de statuten door hun raadsman werden nagestuurd. Dat in het verzoekschrift voorafgaand “[d]e tijdelijke handelsvennootschap” staat vermeld, en de verzoekende partijen zichzelf aanwijzen als “[v]erzoekster” in het enkelvoud, doet niet anders oordelen. De exceptie wordt verworpen. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met artikel 15 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: rechtsbeschermingswet), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel of een klaarblijkelijke XII-9123-6/17 onwettigheid wordt aangevoerd. VII. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- In een eerste middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 4, 1°, en 5, 8° en 9°, van de rechtsbeschermingswet, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en het daarin vervatte beginsel van gelijke behandeling van de kandidaten, en “[d]e algemene beginselen van behoorlijk bestuur met name het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht”. Zij stellen dat zij op grond van de motivering niet kunnen achterhalen waarom bij de beoordeling van het eerste gunningscriterium de offerte van de gekozen inschrijver met één punt beter werd gequoteerd dan haar offerte. Toegelicht in een schematisch overzicht doen de verzoekende partijen gelden dat de bestreden beslissing gebrekkig is gemotiveerd doordat elementen in de offerte van de gekozen inschrijver positief werden geëvalueerd, terwijl deze niet of slechts onvoldoende werden besproken wat hun offerte betreft, niettegenstaande ze aldaar wel uitgebreid werden uiteengezet, en doordat eenzelfde aanbod beter wordt beoordeeld voor de offerte van de gekozen inschrijver, terwijl er objectief gezien geen verschil is. Meer nog, volgens de verzoekende partijen biedt hun offerte voor sommige elementen zelfs meer aan terwijl dit niet wordt gehonoreerd. In het voornoemd schematisch overzicht vermelden de verzoekende partijen een gebrekkige motivering in het verslag van nazicht wat, onder meer, de volgende “[m]inimaal bij te brengen elementen” betreft: XII-9123-7/17 “Hoe wordt er een inschatting gemaakt of de vordering gerecupereerd kan worden (verwachte recuperatie, resultaten uit vorige dossiers, niet-solvabele debiteuren, onvindbare debiteuren,…)”? De verzoekende partijen stellen dat zij inzake het solvabiliteitsonderzoek een score aanbieden van 0 tot 100 en deze “Solid-score” is onderverdeeld in drie categorieën. Het door hen aangeboden solvabiliteitsonderzoek is bijgevolg veel ruimer dan de vier categorieën van solvabiliteit die de gekozen inschrijver aanbiedt, terwijl in de motivering de indruk wordt gewekt dat het solvabiliteitsonderzoek van die laatste beter of superieur is. Wat het aspect van onvindbare debiteuren betreft, hebben zij in hun offerte hun werkwijze beschreven, dit is het principe van schuldbewaking en bijhorende agendering voor onder meer debiteuren die (tijdelijk) spoorloos zijn, alsook de opvolging van tijdelijke opschorting van de uitvoering en van de herneming van de procedure na herroeping/afstand van collectieve schuldenregeling of na ontvangst van deelbetalingen bij beslagen onder derden. De verwerende partij motiveert niet waarom voor dit aspect de offerte van de gekozen inschrijver beter zou zijn dan hun offerte, niettegenstaande zij een uitgebreide uiteenzetting geven omtrent dit aspect. De offerte van de gekozen inschrijver wordt ogenschijnlijk voor dit aspect als efficiënt beschouwd, terwijl hun offerte wordt beoordeeld als “kostenbesparende maatregelen”, wat nietszeggend is, laat staan een afdoende motivering inhoudt. “Hoe vermijdt u niet-recupereerbare kosten voor de gemeente”? Volgens de verzoekende partijen wordt dit aspect onder zowel het eerste als het tweede gunningscriterium gevraagd, doch wordt het in het gunningsverslag enkel in de beoordeling van het eerste gunningscriterium besproken. De verzoekende partijen betogen dat in zoverre de “frustratoire kosten”, die de gekozen inschrijver volgens het gunningsverslag ogenschijnlijk ten laste neemt, dienen te worden gelezen als “niet-recupereerbare kosten”, dit deontologisch en wettelijk niet toegelaten is op grond van “artikel 2, 4° KB 1976”, terwijl de gekozen inschrijver hiervoor punten ontvangt. De verwerende partij verschaft in het gunningsverslag geen enkele motivatie omtrent de beoordeling van de offerte van de verzoekende partijen aangaande de niet-recupereerbare kosten, niettegenstaande zij dit aspect uitgebreid hebben toegelicht in hun offerte. XII-9123-8/17 “Worden er bezoek[en] afgelegd en hoe wordt dit aangepakt”? De verzoekende partijen hebben in hun offerte een uitgebreide toelichting gegeven van wat zij daaromtrent aanbieden, onder meer ook om aan bemiddeling te doen bij de debiteur thuis, alsmede een sociale werker langs te sturen. In het gunningsverslag wordt voor de offerte van de gekozen inschrijver “huisbezoek met focus op bemiddeling” vermeld, terwijl voor de offerte van de verzoekende partijen ook hier niets in het gunningsverslag wordt vermeld. De verzoekende partijen concluderen dat de opgegeven motieven niet pertinent en correct zijn, en evenmin afdoende. Uit de motieven blijkt niet dat de verwerende partij een minutieus en uitgebreid onderzoek heeft verricht van de offertes. Er worden geen bijzondere motieven gegeven waarom een waarderingscijfer van 25 en 24 wordt toegekend aan respectievelijk de offerte van de tussenkomende partij en die van de verzoekende partijen.
- In haar nota merkt de verwerende partij op dat de beoordeling van het eerste gunningscriterium in haar geheel dient te worden gelezen en niet, zoals de verzoekende partijen doen, kan worden opgedeeld in verschillende “deelbeoordelingen”. Het puntenverschil van één punt dient dan ook in het licht van de globale beoordeling van dit gunningscriterium te worden begrepen. Op de punctuele kritiek van de verzoekende partijen, zoals hiervoor uiteengezet, antwoordt de verwerende partij als volgt: “Hoe wordt er een inschatting gemaakt of de vordering gerecupereerd kan worden (verwachte recuperatie, resultaten uit vorige dossiers, niet-solvabele debiteuren, onvindbare debiteuren,…)”? De verzoekende partijen onderscheiden in hun offerte slechts drie verschillende categorieën inzake solvabiliteit, terwijl de gekozen inschrijver vier categorieën aanbiedt, gekoppeld aan verschillende invorderingsmethodes. Zij bewijzen volgens de verwerende partij niet waarom hun kwaliteitsonderzoek veel ruimer zou zijn. Wat het aspect van onvindbare debiteuren en het (tijdelijk) opschorten van de uitvoering betreft, is de opgegeven motivering in het gunningsverslag voor de offerte van de XII-9123-9/17 verzoekende partijen volgens de verwerende partij ruimer dan de term “kostenbesparende maatregelen”; ze is voor beide offertes, met uitzondering van het aspect “frustratoire kosten”, quasi gelijklopend. Frustratoire of nodeloze kosten dienen te worden onderscheiden van niet-recupereerbare kosten. Het feit dat de gekozen inschrijver in haar offerte uitdrukkelijk aangeeft de frustratoire kosten op zich te zullen nemen, verantwoordt volgens de verwerende partij op zich al het puntenverschil. “Hoe vermijdt u niet-recupereerbare kosten voor de gemeente”? De verwerende partij benadrukt dat frustratoire of nodeloze kosten dienen te worden onderscheiden van niet-recupereerbare kosten, en met betrekking tot dit laatste aspect in de motivering in het kader van de beoordeling van het eerste gunningscriterium voor geen van beide offertes iets wordt vermeld. “Worden er bezoeken afgelegd en hoe wordt dit aangepakt”? Volgens de verwerende partij is de motivering met betrekking tot het aspect “aandacht voor sociale realiteit van debiteuren” voor beide offertes quasi identiek. Het feit dat het door de verzoekende partijen aangeboden huisbezoek niet uitdrukkelijk in de motivering wordt vermeld, heeft volgens haar geen invloed op de quotering gehad. Samenvattend stelt de verwerende partij dat in het gunningsverslag duidelijk wordt aangegeven dat de gekozen inschrijver vier in plaats van drie categorieën inzake solvabiliteit hanteert, en in zijn offerte, in tegenstelling tot de verzoekende partijen, uitdrukkelijk aangeeft de frustratoire kosten op zich te zullen nemen. Deze aspecten verantwoorden volgens haar reeds het puntenverschil. In het bijzonder het solvabiliteitsonderzoek vormt de basis bij uitstek voor een efficiënt invorderingsbeleid, en de criteria/parameters voor de berekening van de solvabiliteitsscore, waaronder het gebruik van artificiële intelligentie, werden door de verwerende partij transparanter bevonden in de offerte van de gekozen inschrijver.
- De tussenkomende partij merkt op dat motieven waarom zij net iets beter scoorde kunnen worden gedistilleerd uit het verslag van nazicht. Uit de XII-9123-10/17 beoordelingen opgenomen in het verslag van nazicht volgt volgens haar een verschillende appreciatie wat de minnelijke fase betreft (zo verzendt de tussenkomende partij indien nodig een tweede kosteloze aanmaning), het solvabiliteitsonderzoek (vier scores of codes ten aanzien van drie scores waardoor zij meer maatwerk en precisie kan aanbieden), en het systeem voor onvindbare debiteuren (uit de bewoordingen “efficiënt” blijkt dat haar offerte als bijzonder goed wordt beoordeeld). Aangezien het verschil in score slechts één punt bedraagt, is niet vereist dat er op een heel aantal zaken beter of slechter moet worden gescoord. Zeker wanneer rekening wordt gehouden met de globale beoordeling van het eerste gunningscriterium, dat niet is opgedeeld in subcriteria, is het volgens haar niet onredelijk om haar één punt meer te geven dan de verzoekende partijen. Beoordeling
- De formelemotiveringsplicht lijkt te vereisen dat de niet-gekozen inschrijver op grond van de gegeven motivering weet waarom de aanbestedende overheid, in het licht van de gunningscriteria en de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen offerte, de voorkeur gaf aan die offerte, dan wel waarom die offerte met betrekking tot een bepaald gunningscriterium hoger werd gequoteerd. De Raad van State mag zich inzake de inhoudelijke beoordeling van de offertes en hun toetsing aan de gunningscriteria, niet in de plaats stellen van de aanbestedende overheid. In de uitoefening van het hem opgedragen rechtmatigheidstoezicht vermag hij wel desgevraagd na te gaan of deze beoordeling berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven en of het bestuur daarbij zijn beoordelingsruimte niet te buiten is gegaan.
- Uit het verslag van nazicht blijkt dat de offertes werden vergeleken en aan elk van de offertes een waardebepaling werd toegekend op XII-9123-11/17 grond van een woordelijke motivering wat vervolgens aanleiding gaf tot de toekenning van een score. Wat het eerste gunningscriterium betreft, bevat het verslag van nazicht een beschrijving per offerte van de verscheidene in het bestek opgesomde beoordelingselementen, maar wordt er slechts één score toegekend per offerte. De verwerende partij stelt dat zij een “globale” beoordeling heeft uitgevoerd van het kwestieus gunningscriterium, en dus niet gepreciseerd per beoordelingselement. Toch lijken op het eerste gezicht, zoals de verzoekende partijen aangeven, dezelfde elementen systematisch en puntsgewijs te worden vermeld zowel bij de beoordeling van de offerte van de gekozen inschrijver als bij de beoordeling van de offerte van de verzoekende partijen. In ieder geval moeten de weergegeven gunstige en minder gunstige elementen eigen aan elke offerte, de verkregen score voor het eerste gunningscriterium kunnen verantwoorden.
- In de nota van de verwerende partij wordt betoogd dat volgende aspecten, al dan niet op zich, het puntenverschil verantwoorden: het aspect dat de tussenkomende partij uitdrukkelijk aangeeft de frustratoire kosten op zich te zullen nemen, (hetzij of samengenomen met) het aspect dat de tussenkomende partij vier categorieën van solvabiliteit hanteert in plaats van drie, en het aspect dat de tussenkomende partij uitdrukkelijk vermeldt dat een tweede aanmaning eveneens kosteloos is. Wat dit laatste aspect betreft, kan dit niet uit de beschrijvende motivering worden afgeleid, zodat niet lijkt te zijn voldaan aan de formelemotiveringsplicht. Overigens stellen de verzoekende partijen ter terechtzitting dat ook zij in hun offerte iets vergelijkbaars aanbieden, wat de verwerende partij op het eerste gezicht niet lijkt tegen te spreken. Met “frustratoire” kosten worden bedoeld nodeloze of overbodige kosten. Aangezien deze kosten die worden veroorzaakt “door toedoen van een ministerieel ambtenaar” overeenkomstig artikel 866 van het Gerechtelijk Wetboek in ieder geval ten laste lijken te vallen van de gerechtsdeurwaarder, valt op het eerste gezicht niet in te zien waarom dat gegeven enkel bij de gekozen XII-9123-12/17 inschrijver wordt gehuldigd, meer zelfs, waarom dat gegeven überhaupt wordt gewaardeerd. Daarbij valt ten overvloede op te merken dat ook de verzoekende partijen in hun offerte, weliswaar onder het tweede gunningscriterium maar wel in algemene bewoordingen, hebben gesteld dat zij de frustratoire kosten op zich nemen. Ten slotte zou alsdan de onderverdeling van solvabiliteit in vier categorieën bij de gekozen inschrijver in plaats van drie bij de verzoekende partijen nog moeten kunnen verklaren waarom de gekozen inschrijver één punt beter scoorde. Blijkens de beide offertes, vertrouwelijk neergelegd maar waarop de Raad van State niettemin acht mag slaan, lijken de door de twee hier betrokken inschrijvers aangeboden solvabiliteitsonderzoeken evenwel op het eerste gezicht gelijkwaardig. Ook al is in de offerte van de tussenkomende partij sprake van vier codes, blijkt op het eerste gezicht dat code 1 en 2 behoren tot eenzelfde categorie “behoorlijke of goede solvabiliteit”, naast de categorie “slechte solvabiliteit” en “vermoedelijk volledige insolvabiliteit”, zodat er feitelijk eveneens sprake is van in totaal drie categorieën, vergelijkbaar met de categorieën “problematische solvabiliteit”, “eerder beperkte, kwetsbare solvabiliteit”, en “voldoende solvabel” in de offerte van de tussenkomende partijen. Minstens lijkt, in dat licht, de in het verslag van nazicht opgenomen motivering niet afdoende om aan te nemen dat de onderverdeling van de solvabiliteit op zich zou volstaan voor het puntenverschil. De uiteenzetting in de nota dat de criteria of parameters voor de berekening van de solvabiliteitsscore, waaronder het gebruik van artificiële intelligentie, in de offerte van de tussenkomende partij transparanter werden bevonden, is een nieuw en post-factummotief waarmee bijgevolg geen rekening mag worden gehouden.
- In het verweer van de tussenkomende partij wordt bijkomend nog gesteld dat uit de bewoording “efficiënt” blijkt dat haar offerte als bijzonder goed werd beoordeeld wat het aspect “systeem van onvindbare debiteuren” betreft. Uit het verslag van nazicht lijkt te kunnen worden afgeleid dat het verschil zich situeert in de “regelmatige controle[s]” die enkel bij de offerte van de tussenkomende partij worden gewaardeerd. Nochtans is ook in de offerte XII-9123-13/17 van de verzoekende partijen te lezen dat de dossiers in schuldbewaking regelmatig worden geëvalueerd, en wordt ook daar ingegaan op de opvolging van tijdelijke opschorting van de uitvoering, waarbij via schuldbewaking een reactivering van het dossier mogelijk is. De verwerende partij partij betoogt bovendien dat, wat het aspect “systeem van schuldbewaking” betreft, de opgegeven motivering, met uitzondering van het aspect frustratoire kosten, quasi gelijklopend is voor beide offertes, zodat uit de bewoording “efficiënt” geen motief voor het puntenverschil lijkt te kunnen worden afgeleid.
- De verzoekende partijen lijken op het eerste gezicht nog terecht op te merken dat in het verslag van nazicht geen wezenlijk verschil tussen beide offertes wordt vermeld betreffende het aspect “rekening [houden] met de sociale realiteit van debiteuren”, behalve het aspect van de huisbezoeken, die enkel bij de gekozen inschrijver worden gewaardeerd. Niettemin beschrijven zij in hun offerte dat in het kader van een bemiddelingsaanpak huisbezoeken worden verricht door een sociaal werker, zodat ook hieruit geen motief voor het puntenverschil lijkt te kunnen worden afgeleid.
- Gelet op al het voorgaande moet worden vastgesteld dat de beoordeling van de offerte van de verzoekende partijen voor het eerste gunningscriterium, zoals opgenomen in het verslag van nazicht, voor een deel van de motieven gesteund lijkt op gegevens waarvan het feitelijk bestaan niet naar behoren is bewezen, dan wel dat de in aanmerking genomen gegevens niet afdoende formeel werden gemotiveerd. Minstens lijkt op die punten de verwerende partij de offerte van de verzoekende partijen onvoldoende zorgvuldig te hebben onderzocht. Gelet op het beperkte puntenverschil leiden deze overwegingen aldus tot de conclusie dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de opdracht werd gegund aan de economisch meest voordelige offerte. Het middel is in de besproken mate ernstig. XII-9123-14/17 XII-9123-15/17 VIII. De impliciete weigeringsbeslissing
- De verzoekende partijen zetten niet uiteen, en tonen bijgevolg in de huidige stand van de procedure ook niet aan, dat het in de aangegeven mate hiervoor ernstig bevonden middel ook tot de uitzonderlijke vaststelling zou moeten leiden dat de verwerende partij geen andere keuze meer had dan de opdracht aan hen te gunnen. De vordering is bijgevolg niet ontvankelijk voor zover ze is gericht tegen de beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partijen te gunnen. IX. Besluit
- Het eerste middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd, wat de bestreden gunningsbeslissing betreft. BESLISSING
- Het verzoek van de bv Equalis tot tussenkomst wordt ingewilligd.
- De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden van 3 augustus 2021 om de overheidsopdracht voor diensten ‘Debiteurenbeheer openstaande vorderingen via gerechtsdeurwaarder’ aan de bv Equalis te gunnen.
- De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige. XII-9123-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Patricia De Somere XII-9123-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.465 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.255.136 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.