← België

Arrest 251563 - Examens (onderwijs) - 21/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.563 Rolnummer: A. 234502/IX-9937 Zaak: Arrest 251563 - Examens (onderwijs) - 21/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-22 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-11 07:29 Fiche Arrest nr 251.563 van 21 september 2021 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 251.563 van 21 september 2021 in de zaak A. 234.502/IX-9937 In zake: Svenja VAN DRIESSCHE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wim Mertens en Philippe Dreesen kantoor houdend te 3580 Beringen Paalsesteenweg 81 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Logie kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 8 september 2021, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts van 25 augustus 2021 waarbij het beroep van Svenja Van Driessche ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij op het examen 133 op 240 punten behaalde en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9937-1/21 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september 2021, om 10.00 uur. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij, advocaat Philippe Dreesen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Sofie Logie, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördi- neerd op 12 januari 1973. III. Regelgeving en feiten 3.1. De Vlaamse Regering organiseert jaarlijks een toelatingsexamen voor de opleiding tot arts (artikel II.187, § 6, 1° en 3°, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 ‘houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts’). Dat toelatingsexamen beoogt het toetsen van de bekwaamheid van de studenten om een geneeskundige opleiding met succes af te ronden. Een gunstige rangschikking op grond van dit examen geldt als een “bijkomende toelatingsvoorwaarde” voor inschrijving in een bacheloropleiding in het studiegebied Geneeskunde (artikel II.187, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs). Het examen bestaat uit twee onderdelen: vooreerst een onderdeel ‘wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en IX-9937-2/21 wiskunde (KIW)’ (hierna: ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’) en voorts een onderdeel ‘generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van artsen (GC)’ (hierna: ‘generieke competenties’) (artikel II.187, § 5, van de Codex Hoger Onderwijs en artikel 22, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Deze twee onderdelen van het examen hebben hetzelfde gewicht (artikel 27, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). Het examen is vergelijkend van aard. De kandidaten die ten minste de helft van de bepaalde punten behalen op alle onderdelen van het examen zijn geslaagd. De geslaagde kandidaten worden gerangschikt in volgorde van de behaalde numerieke score. De geslaagde kandidaten met de hoogste behaalde scores worden gunstig gerangschikt, rekening houdend met het vooropgestelde quotum, dat thans 1276 bedraagt (besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2020 ‘tot vastlegging van het startquotum voor de opleiding arts en voor de opleiding tandarts’). Is het aantal geslaagde kandidaten hoger dan het vooropgestelde quotum, dan wordt een cesuur getrokken. Dit gebeurt principieel tussen de kandidaten met een verschillend examenresultaat (artikel II.187, §§ 3 en 4, van de Codex Hoger Onderwijs). Alle vragen van het toelatingsexamen zijn meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden per vraag. Slechts één antwoordmogelijkheid per vraag is juist. Een juist antwoord levert positieve punten op, een fout antwoord levert negatieve punten op en geen antwoord levert nul punten op (artikel 27, vierde lid, 1° en 2°, van het voornoemde besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018). 3.2. Nadere voorschriften met betrekking tot het toelatingsexamen georganiseerd in 2021 zijn door de examencommissie vastgesteld in het ‘Werkingsreglement en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2021’ (hierna: het werkings- en examenreglement 2021). IX-9937-3/21 3.3. Verzoekster neemt op 6 juli 2021 deel aan het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts. 3.4. Na beraadslaging kent de examencommissie haar de volgende punten toe: 57 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, 76 op 120 punten voor het examenonderdeel ‘generieke competenties’ en 133 op 240 punten in het totaal. De cesuur is door de examencommissie bepaald op 135 op 240 punten. De examencommissie besluit dat verzoekster niet gunstig gerangschikt is om te worden toegelaten tot de beoogde opleiding, omdat zij niet geslaagd is voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’. 3.5. Verzoekster stelt op 23 juli 2021 tegen die beslissing van de examencommissie een beroep in bij de “interne beroepsinstantie” (hierna: de beroepsinstantie), die luidens artikel 67 van het werkings- en examenreglement 2021 is samengesteld uit “de examencommissie met de voorzitter van de examencommissie als voorzitter”. In haar beroepschrift maakt zij als volgt melding van pc-problemen waarmee zij tijdens het examen te maken heeft gekregen: “In de voormiddag – tijdens het examengedeelte ‘Kennis en inzicht in wetenschap’ (hierna: KIW) – beweegt de computermuis zonder besturingshandelingen en/of oncontroleerbaar. De besturing verliep zeer moeizaam. Hierdoor openen zich regelmatig ook andere applicaties op het scherm. Eén van de toezichters heeft beroepsindiener toen aangeraden om de computermuis te ontkoppelen en vervolgens terug in te pluggen. Zij heeft dit vervolgens herhaaldelijk moeten doen. Tijdens het examengedeelte ‘Generieke Competenties’ (hierna: GC) na de middag verergeren de vermelde pc-problemen. Er openen en sluiten zich voortdurend afzonderlijke vensters op het pc-scherm. Tien minuten voor het einde van het examen sloeg de pc volledig tilt en crashte. Er was geen beweging IX-9937-4/21 meer op het scherm, waarna beroepsindiener de ter beschikking gestelde laptop ostentatief voor zich uitgeschoven had in de hoop dat de examentoezichters hieraan zouden kunnen verhelpen. Eén van de toezichthouders heeft dan een andere laptop ter beschikking aangeboden. VIA Tienen, de betrokken examenlocatie, heeft hiervan proces-verbaal opgesteld, waarin het volgende staat te lezen (bijlage l): ‘De computer van Svenja Van Driessche crashte 10 min voor het einde. We hebben onmiddellijk een reserve ingeschakeld zodat ze kon doorwerken. Helaas heeft ze toen 5 min verloren hierdoor. Op vraag van haar en mij is er 5 min extra aangevraagd en gekregen.’ Vervolgens werd dit aan de examencommissie gemeld. Voor zoveel als nodig, wenst beroepsindiener hierbij op te merken dat zij meer dan vijf minuten verloren is tijdens het examengedeelte GC. Het is nogal relatief te stellen dat onmiddellijk een reserve ingeschakeld werd. Eerst deed de pc-crash zich voor; daarna hebben de toezichthouders het probleem moeten vaststellen; zij hebben contact opgenomen met de examencommissie om toelating te vragen om extra tijd te kunnen werken; ... Daarnaast mag het niet uit het oog verloren worden dat gedurende deze vijf minuten extra tijd de overige deelnemers hun examen net hadden afgesloten en rumoer veroorzaakte bij het verlaten van de examenlokaal. VIA Tienen heeft het geciteerde PV niet laten nalezen door beroepsindiener. Zij heeft dit ook niet moeten ondertekenen. Beroepsindiener heeft hier zelf niet meer aandacht aan besteed. Zij trachtte immers vooral bijkomende tijd te verkrijgen die zij vervolgens nuttig moest aanwenden door het examen verder in te vullen. Hierdoor staat in voormeld PV geen verdere toelichting over de aard en de duur van de pc-problemen waarmee beroepsindiener gedurende het volledige examen te maken heeft gekregen. […] Cliënt kan zich niet akkoord verklaren met de genomen beslissing om haar niet geslaagd te verklaren, omdat ingevolge de gestelde pc-problemen het examenresultaat de kennis van beroepsindiener niet weerspiegelt.” Zij vermeldt voorts: “Indien de examencommissie dit wenselijk acht, verzoekt beroepsindiener om overeenkomstig artikel 67, achtste lid van het Werkings- en Examenreglement om persoonlijk gehoord te worden. Zij is steeds bereid om de gebeurtenissen tijdens het examen verder toe te lichten. Mogelijk kan de examencommissie de betrokken siteverantwoordelijke en/of toezichters van VIA Tienen horen.” Ter “[m]otivering van de ingeroepen bezwaren” voert zij aan: IX-9937-5/21 “De Raad van State heeft in het arrest nr. 242.676, 16 oktober 2018 […] geoordeeld, zoals volgt: […] Hierbij heeft de Raad van State een beslissing van de examencommissie, die onder de Franstalig gemeenschap ressorteert, geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Beroepsindiener bevindt zich in soortgelijke omstandigheden, waarbij ingevolge de pc-problemen op het examen een aantal antwoorden op haar examen niet op de door haar beoogde wijze staan geregistreerd. Het resultaat weerspiegelt bijgevolg haar kennis niet.

  1. a)Bespreking van de onjuist geregistreerde antwoorden tijdens GC Beroepsindiener was zich tijdens het examen KIW weliswaar bewust van de pc-problemen, maar niet van de draagwijdte ervan. Tijdens het examen GC – wanneer de ter beschikking gestelde laptop effectief crasht – heeft beroepsindiener opgemerkt dat een aantal van haar antwoorden foutief geregistreerd staan, aangezien de besturing van de muis moeizaam verliep en zich regelmatig vensters openden en afsloten. Op een bepaald ogenblik sloot zelfs de examenapplicatie zelf. Aan de hand van het PV van 6.07.2021 kan de examencommissie vaststellen dat zich inderdaad pc-problemen voordeden tijdens het examen van beroepsindiener (bijlage l). Zij betreurt evenwel dat in het PV de aard van de problematiek niet verder omschreven staat. Zoals hierboven toegelicht, heeft zij de kans niet gekregen om hierop opmerkingen te formuleren. Tijdens het examen was haar enige doelstelling uiteraard erop gericht de bijkomende vijf minuten zo goed mogelijk aan te wenden. Dit was ook nodig gebleken, aangezien zij effectief antwoorden heeft moeten aanpassen die niet juist geregistreerd stonden. Beroepsindiener kan zulks aantonen aan de hand van haar kladbladen die zij als stuk bijbrengt (bijlage 2). […]
  2. b)Bespreking van de onjuist geregistreerde antwoorden tijdens KIW Tijdens het examengedeelte KIW had beroepsindiener al te maken met pc-problemen, aangezien de computermuis zonder haar tussenkomst voortbewoog en clicks genereerde. De besturing verliep zeer moeizaam. In de namiddag heeft beroepsindiener pas kunnen vaststellen dat zij hierdoor effectief antwoorden niet of foutief geregistreerd had. Beroepsindiener ervaarde de pc-problemen tijdens het examen KIW uiteraard wel al als storend, maar was zich dus niet bewust van de impact ervan op haar examen. Na inzage van haar examen stelt beroepsindiener vast dat het uiteindelijke resultaat bij drie vragen haar gewenste antwoord en bijgevolg ook haar kennis niet weerspiegelt.” Zij argumenteert vervolgens aan de hand van “haar notities op het kladpapier” dat voor de vragen 3 en 10 ‘chemie’ en voor vraag 4 ‘biologie’ haar respectieve antwoorden niet correct of helemaal niet werden geregistreerd. IX-9937-6/21 Zij besluit: “Beroepsindiener kan aan de hand van het kladpapier voor zeker drie vragen voor het onderdeel KIW aantonen dat zij niet effectief aangeklikt heeft wat zij wilde aanduiden. Het volstaat reeds dat minstens één van deze vragen weerhouden zou worden om geslaagd te zijn voor het gedeelte KIW en de cesuur te overstijgen.” 3.6. Op 25 augustus 2021 beslist de beroepsinstantie dat verzoeksters beroep ontvankelijk, maar ongegrond is en dat de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij een score van 133 op 240 punten behaalt en niet gunstig gerangschikt is, wordt bevestigd. Dit is de bestreden beslissing. Ze steunt op de volgende motieven: “U vraagt om door de beroepsinstantie te worden gehoord. Conform artikel 67 van het Werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2021 behandelt de beroepsinstantie de beroepen op stukken. De beroepsinstantie is van oordeel dat in het licht van het schriftelijk dossier dat is neergelegd, waarbij het standpunt van de kandidaat duidelijk kenbaar wordt gemaakt, het niet nodig is om de kandidaat ook mondeling te horen. De beroepsinstantie heeft geen opmerkingen wat betreft de ontvankelijkheid van uw beroepschrift. Het beroep is bijgevolg ontvankelijk. U vermeldt in het beroepschrift de volgende argumenten: • Niet correct geregistreerde antwoorden tijdens GC en KIW door haperende computermuis en het openspringen en afsluiten van vensters • Tijdstekort voor GC door gecrashte computer, waarbij niet alle tijd gecompenseerd werd De beroepsinstantie heeft integraal kennisgenomen van de argumenten zoals die zijn opgenomen in het beroepschrift en formuleert hiernavolgende beschouwingen. Middel 1 U stelt dat bepaalde antwoorden van GC en drie antwoorden van KIW niet correct geregistreerd zijn omwille van een haperende computermuis, met name vraag 3 van chemie, vraag 10 van chemie en vraag 4 van biologie, met verwijzing naar de notities van de deelnemer op het kladpapier. Wat het aangevoerde probleem met de computermuis betreft, leest de beroepsinstantie in het verzoekschrift dat een toezichter de deelnemer in dit kader had aangeraden om de computermuis te ontkoppelen en vervolgens terug IX-9937-7/21 in te pluggen, wat zij ook herhaaldelijk zou gedaan hebben. In het dossier vindt de beroepsinstantie geen aanwijzingen of meldingen terug waaruit zou blijken dat hiermee het probleem met de computermuis niet werd opgelost. De beroepsinstantie stelt bijgevolg vast dat deze beweerde technische hapering op het examen zelf op afdoende wijze kon worden geremedieerd. Er kan dan ook niet in redelijkheid worden aangevoerd dat de computermuis de deelnemer alsnog zou hebben verhinderd om het examen onder de voorziene omstandigheden af te leggen, laat staan dat dit een effectieve impact zou hebben gehad op haar examenresultaat – hetgeen de deelnemer ook niet aantoont. De beroepsinstantie wijst verder op artikelen 45 en 55 van het Werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2021, waarin staat dat notities op het kladpapier niet meetellen voor het examenresultaat en enkel de antwoorden in het online examenplatform meetellen om het examenresultaat van de deelnemer te bepalen. Artikel 55 van het Werkings- en examenreglement schrijft uitdrukkelijk voor dat hierop geen uitzonderingen gemaakt worden. Bovendien stipt de beroepsinstantie aan dat het kladpapier na het examen ook wordt meegenomen door de deelnemers en geen onweerlegbaar bewijs is van de kennis van een deelnemer tijdens het examen. Er kan namelijk na het examen extra informatie aan toegevoegd of gewijzigd worden. Ook kan de deelnemer een vraag op het kladpapier wel uitgewerkt hebben, maar nog steeds onzeker zijn over het antwoord en omwille van de giscorrectie dit antwoord verwijderen. De beroepsinstantie benadrukt dat de deelnemer zelf verantwoordelijk is om te controleren of de aangeduide antwoorden in het online examenplatform kloppen. Wanneer de deelnemer navigeert naar een volgende vraag, ziet die ook duidelijk welk antwoord is aangevinkt. Voor de vragen 10 van chemie én 4 van biologie kon de deelnemer trouwens in de linkerkolom (het overzicht) duidelijk waarnemen dat er geen antwoord was aangeduid voor deze vragen. De beroepsinstantie besluit dat alle antwoorden wel degelijk correct geregistreerd werden. Conform het Werkings- en examenreglement is het niet mogelijk om aangeduide antwoorden in het online examenplatform in twijfel te trekken aan de hand van aantekeningen op het kladpapier. Het eerste middel is bijgevolg ongegrond. Middel 2 U stelt dat niet alle examentijd voor het onderdeel GC gecompenseerd werd nadat de computer tien minuten voor het einde gecrasht was. De deelnemer heeft 5 minuten extra tijd gekregen, maar dit zou niet volstaan hebben. De beroepsinstantie stelt vast dat u 6 minuten tijd bijgekregen heeft: u heeft het examen hervat om 16.08 uur en hebt gewerkt tot 16.14 uur. De beroepsinstantie heeft dit onderzocht en komt tot de vaststelling dat de deelnemer tijdens het examen of onmiddellijk nadien geen melding heeft gemaakt van te weinig gecompenseerde tijd. Door niet onmiddellijk te reageren, heeft de deelnemer mogelijk nuttige remediëring op het moment zelf onmogelijk gemaakt. Bovendien toont de deelnemer niet aan dat zij effectief meer dan de gecompenseerde tijd zou hebben verloren door technische problemen. Een examen zal nooit in een volstrekt steriele omgeving plaatsvinden. Dit geldt des te meer voor het toelatingsexamen voor de opleidingen van arts en tandarts, waaraan enkele duizenden studenten terzelfdertijd deelnemen. Gelet IX-9937-8/21 op dit gegeven is het niet onredelijk om ervan uit te gaan dat niet elke verstoring van het examengebeuren van aard is een impact te hebben op de resultaten van de deelnemer. Een deelnemer aan het toelatingsexamen moet worden geacht ertoe in staat te zijn zich voor de duur van het examen af te sluiten van omgevingsgeluiden of -situaties, althans voor zover ze de grenzen van het normaal verdraagbare niet te buiten gaan, met andere woorden voor zover ze niet substantieel hinderlijk van aard zijn. Een deelnemer die meent dat in zijn geval die grenzen overschreden zijn, moet daarvan het bewijs leveren. Hij moet elementen aanbrengen die toelaten om de concrete examenomstandigheden op een objectieve wijze vast te stellen, het substantiële karakter van de verstoring te onderkennen en de impact ervan op zijn resultaten – minstens als aannemelijk – te doen inzien. Bijkomend stipt de beroepsinstantie hierbij nog aan dat de deelnemer, overeenkomstig artikel 56 van het Werkings- en examenreglement toelatingsexamens arts en tandarts 2021, wel degelijk gecompenseerd werd voor het tijdsverlies tijdens de technische onderbrekingen. De beroepsinstantie is van oordeel dat de deelnemer niet op afdoende wijze aantoont dat de beweerde technische storingen haar hebben verhinderd om het examen onder de voorziene omstandigheden af te leggen, noch dat deze storingen ook effectief een impact hebben gehad op haar examenresultaat. De beroepsinstantie wil ten slotte benadrukken dat de deelnemer niet geslaagd is voor het examenonderdeel KIW en daardoor niet gunstig gerangschikt is. Het vermeende tijdstekort voor GC (waarvoor de deelnemer een score van 76/120 behaalde) heeft geen impact gehad op het al dan niet gunstig gerangschikt zijn. Het tweede middel is ongegrond.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-9937-9/21 V. Ernst van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 5. Verzoekster voert in een eerste middel de schending aan van artikel 67, achtste lid, van het werkings- en examenreglement 2021, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, de materiële motiveringsplicht en “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name de hoorplicht[,] het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel”, doordat de verwerende partij haar niet heeft uitgenodigd voor een hoorzitting, terwijl deze partij de feitelijke omstandigheden zorgvuldig had moeten onderzoeken om met kennis van zaken een beslissing te nemen. Verzoekster licht toe dat zij in haar beroepschrift uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft verzocht om door de examencommissie te worden gehoord, maar dat uit de motivering van de bestreden beslissing niet blijkt waarom de verwerende partij daarop niet is ingegaan. Zij wijst erop dat alhoewel artikel 67, achtste lid, van het werkings- en examenreglement 2021 erin voorziet dat de behandeling van het intern beroep in principe op basis van stukken gebeurt, daarnaast nog de mogelijkheid bestaat om de deelnemer uit te nodigen voor een hoorzitting om het beroep mondeling toe te lichten. Als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur houdt de hoorplicht evenmin de verplichting in om de bestuurde letterlijk te “horen”, maar dit neemt niet weg dat omwille van de concrete omstandigheden van het dossier een mondelinge uiteenzetting vereist is om het bestuur in staat te stellen om met kennis van zaken te beslissen. Volgens verzoekster betwist de verwerende partij niet dat tijdens het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ er technische haperingen waren, maar stelt zij dat dit afdoende werd opgelost door de IX-9937-10/21 computermuis herhaaldelijk te ontkoppelen en weer in te pluggen. Verzoekster stelt dat zij in haar beroepschrift uitdrukkelijk heeft vermeld dat zij zich tijdens het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ weliswaar bewust was van de pc-problemen, maar niet van de draagwijdte ervan. Pas na de inzage van het examen heeft zij die kunnen vaststellen. Aan de hand van haar kladnotities heeft zij voor drie vragen geïllustreerd dat haar antwoorden niet of niet correct werden geregistreerd, maar de verwerende partij ging daar niet op in omdat die notities na het examen konden zijn aangepast en aldus niet objectief zijn. Achteraf heeft verzoekster kunnen vernemen dat er zich nog “een globaal technisch probleem” heeft voorgedaan, dat de examencommissie wel geremedieerd heeft. Verzoekster argumenteert dat de verwerende partij verplicht is om de feitelijke omstandigheden te onderzoeken waarop een mondelinge hoorzitting een ander licht zou hebben geworpen. Aangezien de verwerende partij verzoeksters grieven afwijst omwille van mogelijke fraude, waarbij zij uitgaat van de veronderstelling dat verzoekster extra informatie aan de kladnotities zou kunnen hebben toegevoegd of daaraan wijzigingen zou kunnen hebben aangebracht, diende zij verzoekster uit te nodigen voor een mondelinge hoorzitting tijdens welke deze zich op een gepaste wijze had kunnen verweren. Beoordeling 6. Luidens artikel 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2018 ‘houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts’ heeft een kandidaat die oordeelt dat een ongunstige beslissing van de examencommissie aangetast is door een schending van het recht, toegang tot een interne beroepsprocedure en zijn, onder meer, de technische en praktische modaliteiten van de interne beroepsprocedure vastgelegd in het examenreglement van de examencommissie. In artikel 67, achtste lid, van het werkings- en examenreglement 2021 is bepaald: IX-9937-11/21 “De interne beroepsinstantie behandelt de beroepen op stukken. Ze kan evenwel elkeen van wie ze de aanwezigheid nuttig acht voor de behandeling van het dossier uitnodigen om gehoord te worden.” 7. Er zijn aldus reglementaire bepalingen die aangeven hoe een deelnemer aan het toelatingsexamen die een beslissing welke door de examencommissie ten aanzien van hem is genomen onrechtmatig acht, zijn grieven kan laten gelden. Die bepalingen, waarvan verzoekster de onwettigheid als zodanig niet aanvoert, voorzien niet in een verplichting voor de beroepsinstantie om de betrokken deelnemer mondeling te horen. De beslissing tot het organiseren van een dergelijke hoorzitting valt op het eerste gezicht onder de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de beroepsinstantie. 8. Ook het beginsel van behoorlijk bestuur betreffende de hoorplicht, krachtens hetwelk het bestuur tegen niemand een maatregel vermag te treffen die van aard is om zijn belangen ernstig aan te tasten, zonder dat aan betrokkene vooraf de gelegenheid wordt geboden om zijn standpunt daarover op een nuttige wijze te doen kennen, voorziet niet in een dergelijke verplichting, nog daargelaten de vraag of dat beginsel in dit geval van toepassing zou kunnen zijn. 9. In tegenstelling tot wat verzoekster aanvoert, motiveert de beroepsinstantie in de bestreden beslissing waarom zij van oordeel is dat niet moet worden ingegaan op de vraag van betrokkene om mondeling te worden gehoord. De beroepsinstantie vermeldt immers dat zij “van oordeel [is] dat in het licht van het schriftelijk dossier dat is neergelegd, waarbij het standpunt van de kandidaat duidelijk kenbaar wordt gemaakt, het niet nodig is om de kandidaat ook mondeling te horen”. Aldus voldoet zij afdoende aan de formelemotiveringsplicht. IX-9937-12/21 10. Verzoekster ontkracht de voormelde motivering op het eerste gezicht niet. De enkele omstandigheid dat zij over de gegrondheid van haar grieven en, in het bijzonder, over de mogelijkheid om daarbij acht te slaan op de notities van haar kladbladeren, een andere mening heeft dan de beroepsinstantie, doet niet anders besluiten. Verzoekster laat overigens na aan te geven welke bijkomende informatie die “een ander licht zou hebben geworpen”, buiten de stukken van het schriftelijk dossier, zij de beroepsinstantie alsnog zou hebben kunnen aanreiken in een mondelinge uiteenzetting. Verzoekster toont alzo geen schending aan van de materiëlemotiveringsplicht, noch van het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook valt het niet in te zien en toont verzoekster evenmin aan dat de beroepsinstantie met haar voormelde oordeel het redelijkheidsbeginsel zou schenden. 11. Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 12. Verzoekster voert in een tweede middel de schending aan van de artikelen 45 en 55 van het werkings- en examenreglement 2021, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, de materiëlemotiveringsplicht en “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel”, doordat de verwerende partij onvoldoende rekening houdt met het proces-verbaal ‘vaststelling van onregelmatigheid’ van 6 juli 2021, dat kan aantonen dat zich tijdens beide examenonderdelen pc-problemen hebben voorgedaan, hetgeen dan weer kan worden geduid aan de hand van kladnotities, IX-9937-13/21 terwijl de verwerende partij voor een zorgvuldige feitenvinding rekening moet houden met alle bijgebrachte stukken, en doordat de verwerende partij zich louter op veronderstellingen steunt, terwijl zij elk dossier moet beoordelen op grond van de concrete gegevens ervan. Ter toelichting van het middel herhaalt en bespreekt verzoekster vooreerst hetgeen zij reeds in haar beroepschrift voor de beroepsinstantie heeft uiteengezet, onder meer met betrekking tot de foutieve registratie van haar antwoorden op drie vragen van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’. Zij betoogt voorts dat de computercrash op het einde van het examenonderdeel ‘generieke competenties’ de “opeenstapeling” was van een probleem dat reeds de ganse dag aansleepte en waarvan zij pas bij de inzage van haar examen de draagwijdte heeft kunnen vaststellen, namelijk “dat er een discrepantie bestaat tussen de aangeduide antwoorden met de geregistreerde antwoorden”, “hetgeen zij nader heeft kunnen duiden aan de hand van haar kladnotities”. Volgens verzoekster kon de beroepsinstantie dan ook niet terecht oordelen “dat de beweerde technische hapering op het examen zelf op afdoende wijze kon worden geremedieerd”. Volgens haar houdt de beroepsinstantie onvoldoende rekening met de gebeurtenissen in het examenonderdeel ‘generieke competenties’ om “de haperingen van de pc-muis in het eerste examenonderdeel KIW te beoordelen”. Vervolgens doet verzoekster gelden dat de overwegingen van de bestreden beslissing dat zij tijdens het examenonderdeel ‘generieke competenties’ zes minuten in plaats van vijf minuten langer heeft kunnen werken en dat een examen nooit in een volstrekt steriele omgeving zal plaatsvinden, niet dienstig zijn in het licht van haar grief en bijgevolg “overtollig” zijn. Verzoekster argumenteert voorts dat haar kladnotities ten onrechte niet in aanmerking werden genomen. Zij zoekt in dit verband steun in arrest nr. 242.676 van 16 oktober 2018 van de Raad van State. Volgens haar zijn de artikelen 45 en 55 van het werkings- en examenreglement 2021, waarop de IX-9937-14/21 beroepsinstantie zich beroept, slechts werkbaar “voor zover de ter beschikking gestelde pc en het IT-systeem correct werken”. Door de kladnotities niet te aanvaarden, wordt haar iedere mogelijkheid ontnomen om het bewijs van de impact van het technisch probleem te leveren. Verzoekster voegt er nog aan toe dat uit de handelwijze van de examencommissie ten aanzien van 29 andere deelnemers bovendien blijkt dat zij artikel 55 van het werkings- en examenreglement 2021 niet strikt toepast. Gelet op een technisch probleem heeft de examencommissie immers drie punten toegekend aan deze deelnemers wier antwoord niet meer kon worden achterhaald. Ten aanzien van de overweging van de bestreden beslissing dat de deelnemer een vraag op kladpapier wel uitgewerkt kan hebben, maar ze omwille van onzekerheid en een dreigende giscorrectie verwijderd kan hebben, doet verzoekster gelden dat een vergelijking tussen de kladnotities en alle antwoorden leert dat zij – op de aangehaalde vragen na – de omcirkelde antwoorden telkens heeft aangeduid. Daaruit blijkt volgens haar dat zij geen dergelijke “antwoordstrategie” heeft aangenomen. Dat de controle aan de hand van het kladpapier, dat niet diende te worden ingeleverd, mogelijk niet objectief zou zijn, is volgens verzoekster geheel aan de organisatie van het examen te wijten. Ten slotte kan de verwerende partij “de haperende techniek niet vergoelijken door de verantwoordelijkheid hierover door te schuiven naar een zogenaamde controleverplichting van de deelnemer”. Voor een dergelijke controle, aldus verzoekster, was er te weinig tijd, nu zij reeds veel tijd had verloren ingevolge de haperende pc-muis. Door de moeilijk controleerbare pc-muis zouden de missingen ook tijdens de controle hebben kunnen plaatsvinden. Beoordeling 13. Voorafgaandelijk wordt opgemerkt dat verzoekster alleen maar een gunstige rangschikking kan verkrijgen als geslaagde deelnemer aan het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts indien zij ook als geslaagd zou moeten IX-9937-15/21 worden beschouwd voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, aangezien het vereist is dat elke deelnemer slaagt voor beide examenonderdelen. Verzoekster is volgens de bestreden beslissing met 57 op 120 punten niet geslaagd voor het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’. 14. Verzoekster heeft het voorgaande ook zo begrepen, aangezien zij betoogt dat haar antwoorden op drie vragen van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ foutief werden geregistreerd of niet werden geregistreerd, waardoor zij telkens punten heeft gemist om te slagen voor dit examenonderdeel. Volgens verzoekster is dit te wijten aan technische problemen met de computer en zij zoekt daarvoor steun in het proces-verbaal ‘vaststelling van een onregelmatigheid’ dat door een toezichter werd opgesteld tijdens het onderdeel ‘generieke competenties’ van het toelatingsexamen. Volgens verzoekster heeft de examencommissie bij de beoordeling van haar prestatie op het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ onvoldoende rekening gehouden met dat proces-verbaal, dat kan aantonen dat zij tijdens beide examenonderdelen pc-problemen heeft ondervonden, die hebben teweeggebracht dat haar antwoorden op de drie bedoelde vragen foutief werden geregistreerd of niet werden geregistreerd, wat zij meent te kunnen staven met haar kladnotities, die evenwel door de beroepsinstantie – ten onrechte, zo stelt verzoekster – niet in aanmerking zijn genomen. 15. Het door verzoekster bedoelde proces-verbaal ‘vaststelling van een onregelmatigheid’ vermeldt dat op 6 juli 2021, om 15.50 uur, dit wil zeggen tijdens het examenonderdeel ‘generieke competenties’, volgende onregelmatigheid werd vastgesteld: “De computer van Svenja Van Driessche crashte 10 min voor het einde. We hebben onmiddellijk een reserve ingeschakeld zodat ze kon doorwerken. Helaas heeft ze toch 5 min verloren hierdoor. Op vraag van haar en mij is er 5 min extra aangevraagd en gekregen.” IX-9937-16/21 Op het eerste gezicht kan uit de vaststelling van dit proces-verbaal niet worden afgeleid dat verzoekster ook tijdens het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ pc-problemen heeft ondervonden, laat staan dat ten gevolge van dergelijke problemen verzoeksters antwoorden op de drie door haar aangewezen vragen niet of foutief werden geregistreerd. Het valt dan ook niet in te zien dat, zoals in het middel wordt aangevoerd, de verwerende partij bij de beoordeling van verzoeksters prestatie op het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ onvoldoende rekening heeft gehouden met het desbetreffende proces-verbaal. Niet ten onrechte, zo lijkt, doet de beroepsinstantie in de bestreden beslissing gelden dat in het dossier geen aanwijzingen of meldingen terug te vinden zijn dat het door verzoekster tijdens het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’ gesignaleerde probleem met de computermuis niet werd opgelost nadat de toezichter haar had aangeraden om de computermuis te ontkoppelen en vervolgens terug in te pluggen. Op het eerste gezicht al evenzeer terecht vermocht de beroepsinstantie daaruit te besluiten dat “dan ook niet in redelijkheid [kan] worden aangevoerd dat de computermuis de deelnemer alsnog zou hebben verhinderd om het examen onder de voorziene omstandigheden af te leggen, laat staan dat dit een effectieve impact zou hebben gehad op haar examenresultaat – hetgeen de deelnemer ook niet aantoont”. 16. Om ervan te overtuigen dat computerproblemen toch hebben geleid tot het niet of foutief registreren van verzoeksters antwoorden op de vragen 3 en 10 ‘chemie’ en vraag 4 ‘biologie’ van het examenonderdeel ‘kennis en inzicht in de wetenschappen’, steunt verzoekster zich op de notities die zij heeft aangebracht op haar kladbladen, waarmee de beroepsinstantie volgens haar ten onrechte geen rekening heeft gehouden. IX-9937-17/21 Tevergeefs zoekt verzoekster steun voor haar argumentatie in arrest nr. 242.676 van 16 oktober 2018 van de Raad van State dat een wezenlijk andere feitelijke situatie betrof welke de desbetreffende zaak op het eerste gezicht niet vergelijkbaar maakt met de thans voorliggende zaak. De bestreden beslissing refereert in dit verband terecht aan de artikelen 45 en 55 van het werkings- en examenreglement 2021, die luiden als volgt: “ Artikel 45 Tijdens het examen mogen deelnemers enkel gebruik maken van de volgende elementen om het examen op te lossen: - Online examenplatform (vragen, antwoordmogelijkheden en indienen van antwoorden) - Rekenmachine in het online examenplatform (geen andere rekenmachine) - Formularium - Kladpapier dat door de organisatie wordt voorzien. Voor elk onderdeel van het examen (KIW en GC) wordt afzonderlijk kladpapier voorzien dat enkel tijdens dat onderdeel gebruikt mag worden. Notities op kladpapier tellen niet mee voor het examenresultaat. Ten aanzien van deelnemers die wel notities nemen op andere documenten of gebruik maken van andere software/webpagina’s dan het online examenplatform, zal de examencommissie sancties treffen volgens artikel 46.” “Artikel 55 Het examen wordt afgelegd in het online examenplatform. Alle vragen, teksten, afbeeldingen en antwoordmogelijkheden worden digitaal weergegeven. De deelnemers duiden in het online examenplatform de volgens hen correcte antwoorden aan. Alleen deze antwoorden tellen mee om het examenresultaat van de deelnemer te bepalen. Aantekeningen op het kladpapier worden niet in rekening gebracht. Hierop wordt geen uitzondering gemaakt. Als de deelnemer het examen vroegtijdig beëindigt, kan dat examenonderdeel niet meer herstart of verdergezet worden. Dat examenonderdeel is dan onherroepelijk afgesloten voor die deelnemer.” Deze bepalingen, waarvan verzoekster de onwettigheid niet aanvoert, laat staan aantoont, lijken er uitdrukkelijk aan in de weg te staan dat de beroepsinstantie verzoeksters notities op haar kladwerk alsnog in aanmerking zou nemen in plaats van hetgeen digitaal werd geregistreerd of onbeantwoord is IX-9937-18/21 gebleven, zonder dat er overtuigende aanwijzingen zijn dat de digitale registratie foutief is gebeurd. Verzoekster lijkt tevergeefs aan te voeren dat haar notities de enige weg zijn om een foutieve registratie aan te tonen. Zij weerlegt immers niet de overweging van de beroepsinstantie dat de deelnemer zelf vermag te controleren of de aangeduide antwoorden op het onlineplatform kloppen en dat wanneer de deelnemer navigeert naar een volgende vraag, hij duidelijk ziet welk antwoord is aangevinkt. De repliek van verzoekster dat er daarvoor te weinig tijd is, waarvan zij al “veel verloren is ingevolge de haperende pc-muis”, vindt geen steun in het dossier en haar standpunt dat ook bij zulke controle “missingen [zouden] hebben kunnen plaatsvinden” is niet meer dan een loutere bewering. 17. Het argument van verzoekster dat de examencommissie ten aanzien van 29 andere deelnemers artikel 55 van het werkings- en examenreglement 2021 niet strikt heeft toegepast, gaat op het eerste gezicht niet op. Ter terechtzitting legt de verwerende partij immers uit dat het bedoelde voorval een specifiek probleem betrof bij het afsluiten van het examen, dat in niets vergelijkbaar is met hetgeen verzoekster in haar middel aanvoert. Verzoekster weerlegt dat in de huidige stand van de rechtspleging niet. 18. Ten slotte toont het standpunt van verzoekster dat de overwegingen van de bestreden beslissing luidens welke zij tijdens het examenonderdeel ‘generieke competenties’ zes minuten in plaats van vijf minuten langer heeft kunnen werken en een examen nooit in een volstrekt steriele omgeving zal plaatsvinden, niet dienstig zijn in het licht van haar grief en bijgevolg “overtollig” zijn, evenmin de schending aan van de in het middel aangevoerde wettelijke en reglementaire bepalingen en beginselen. 19. Het tweede middel is evenmin ernstig. IX-9937-19/21 20. Aangezien verzoekster geen ernstig middel aanvoert, is er niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, opdat een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid zou kunnen worden ingewilligd. IX-9937-20/21 BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt de vordering. 2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-9937-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.563 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.