← België

Arrest 251565 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.565 Rolnummer: A. 228958/XIV-38138 Zaak: Arrest 251565 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-29 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-11 07:30 Fiche Arrest nr 251.565 van 22 september 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 251.565 van 22 september 2021 in de zaak A. 228.958/XIV-38.138 In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61 A tegen : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bobber Loos kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 28 augustus 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 224.254 van 24 juli 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 13.493 van 2 oktober 2019.s Verweerder heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-38.138-1/4 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2021, om 14.45 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Charlotte Vanbeylen, die loco advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Bobber Loos verschijnt voor verweerder, zijn gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verweerder dient op 15 januari 2019 een aanvraag in om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9ter van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet). Op 7 februari 2019 neemt de verzoekende partij in hoofde van verweerder een beslissing tot uitsluiting van het voordeel van het voornoemde artikel 9ter. XIV-38.138-2/4 Verweerder stelt op 5 april 2019 tegen deze beslissing een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 24 juli 2019 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing van 7 februari
  5. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  6. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar raadslieden van 30 augustus 2021 deelt de verzoekende partij mee dat verweerder op 15 juli 2021 in het bezit is gesteld van een F-kaart, geldig tot 30 juni
  7. Zij deelt mee bijgevolg niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief is een stavingsstuk gevoegd. Nu de verzoekende partij verweerder blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht van onbeperkte duur, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerdere beslissing tot uitsluiting van het voordeel van artikel 9ter van de vreemdelingenwet in hoofde van verweerder werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan. XIV-38.138-3/4 Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. V. Kosten
  8. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het beroep.
  10. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verweerder. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, kamervoorzitter, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.138-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.