← België

Arrest 251569 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/09/2021

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.569 Rolnummer: A. 228666/XIV-38106 Zaak: Arrest 251569 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-09-29 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-11 07:32 Fiche Arrest nr 251.569 van 22 september 2021 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 251.569 van 22 september 2021 in de zaak A. 228.666/XIV-38.106 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annelies Bottelier kantoor houdend te 8501 Kortrijk-Heule Kortrijksestraat 35 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Asiel en Migratie, thans de staatssecretaris voor Asiel en Migratie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 20 juli 2019, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 224.104 van 18 juli 2019 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 13.483 van 24 september
  3. Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV-38.106-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 september 2021, om 15.00 uur. Kamervoorzitter Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Bottelier, die verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 9 juli 2019 neemt de verwerende partij in hoofde van verzoeker een beslissing tot vasthouding met het oog op verwijdering (hierna: de aanvankelijk bestreden beslissing). Verzoeker stelt op 15 juli 2019 tegen deze beslissing een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 18 juli 2019 stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vast dat hij ter zake geen rechtsmacht heeft en verwerpt hij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Dit is het bestreden arrest. XIV-38.106-2/5 IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep – belang.
  6. Met een brief van zijn advocaat van 2 oktober 2019 deelt verzoeker mee dat hij “op 17.08.2019 werd gerepatrieerd naar Afghanistan”. Bij die brief is een stavingsstuk gevoegd. Ter terechtzitting gevraagd naar zijn belang bij het cassatieberoep, specificeert verzoeker dat hij niet gedwongen werd verwijderd maar ervoor heeft gekozen zelf te vertrekken naar Afghanistan. Hij deelt tevens mee dat hij op 23 augustus 2021 uit Afghanistan werd geëvacueerd naar België met een Belgische repatriëringsvlucht en hij legt ten bewijze daarvan een stavingsstuk over. Verder blijft verzoeker van mening dat het bestreden arrest in strijd is met de aangehaalde regelgeving.
  7. De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen.
  8. Daargelaten de vraag of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen rechtsmacht had om zich uit te spreken over een vordering tot schorsing tegen een beslissing tot vasthouding met het oog op XIV-38.106-3/5 verwijdering, hetgeen betrekking heeft op de gegrondheid van het huidige cassatieberoep, blijkt dat verzoeker geen belang heeft bij dit cassatieberoep. Verzoeker blijkt immers het grondgebied van het Rijk reeds te hebben verlaten, zodat de (aan een eventueel vertrek of effectieve verwijdering voorafgaande) beslissing tot vasthouding met het oog op verwijdering geen voorwerp meer heeft. Ook nu verzoeker terug is overgebracht naar België kan hij op grond van de aanvankelijk bestreden beslissing niet meer opnieuw worden vastgehouden. Met verzoekers standpunt dat het bestreden arrest “in strijd met de aangehaalde regelgeving” is, maakt hij in die omstandigheden niet aannemelijk dat hij enig voordeel zou kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Tot slot verklaart verzoeker zowel in de toelichtende memorie als ter terechtzitting zich in ondergeschikte orde “naar de wijsheid” te gedragen wat het gebrek aan belang betreft. Uit het voorgaande blijkt dat verzoeker geen actueel belang heeft, minstens geen actueel belang aantoont, bij de cassatie van het bestreden arrest, waarmee zijn vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid tegen de aanvankelijk bestreden beslissing werd verworpen. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  10. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-38.106-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, kamervoorzitter, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-38.106-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.