id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 september 2021 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.578 Rolnummer: A. 233686/VII-41119 Zaak: Arrest 251578 - Milieuvergunningen - 23/09/2021 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-10-04 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-11 07:35 Fiche Arrest nr 251.578 van 23 september 2021 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 251.578 van 23 september 2021 in de zaak A. é.686/VII-41.119 In zake: Lieven JOYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelsesteenweg 472 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 9600 Ronse Grote Markt 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 17 mei 2021, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 15 maart 2021 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos van 26 november 2020 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond wordt verklaard en de opgelegde bestuurlijke maatregelen worden bevestigd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. VII-41.119-1/8 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 september
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Adjunct-auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Het geding heeft betrekking op een akkerland, gelegen aan de Verlorenhoekbeek te Zonnebeke -kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nr. 179c- dat volgens het toepasselijke gewestplan bestemd is tot agrarisch gebied. 3.
- Op 26 november 2020 stelt een natuurinspecteur van het Agentschap voor Natuur en Bos (hierna: ANB) proces-verbaal op, waarin de volgende vaststellingen worden gedaan: “Bureau: We vergelijken de luchtfoto’s van het bovenvermelde perceel doorheen de jaren en stellen vast dat er langs de Verlorenhoekbeek, een waterloop categorie 2, vroeger een poel lag met een oppervlakte van +/- 600 m². Deze oppervlakte is inclusief de oever en vegetatierand die o.a. uit verschillende bomen bestond. Uit analyse van de luchtfoto’s stellen we vast: - Tot en met voorjaar 2014 steeds omrand met diverse bomen/struiken. - Voorjaar 2015 stellen we vast dat alle bomen/ struiken gerooid zijn en dat de poel al een deel gedempt of dicht geslempt is. - ‘zomeropname 2015’: Deze foto toont aan dat er zelfs in de zomerperiode een bepaalde waterstand aanwezig was in de poel. Dit VII-41.119-2/8 duidt er op dat de poel voldoende diep was om tijdens de zomer niet droog te vallen. - 2016: De foto toont dat de poel een stuk werd verkleind in oppervlakte, dit voornamelijk in de rechterbovenhoek. - 2017: De foto toont dat het wateroppervlak quasi is verdwenen. De poel is nog maar een fractie van hetgeen hij was. De vele tractorsporen rond de poel tonen aan dat er veel beweging is rondom. Vermoedelijk gaat het hier om aanvoer van aarde. Er is een geul gegraven richting de beek om het water af te laten. - 2018: De foto toont nog de contouren maar de poel werd volledig gedempt. Dat er aarde werd aangevoerd besluiten we uit de vaststelling dat er verschillende kleuren aarde zichtbaar zijn. De geul om het water af te laten richting de poel is nog deels zichtbaar. - 2019: Er zijn duidelijke tractorsporen zichtbaar op de akker van en naar de plaats waar de poel lag. Op de voormalige locatie van de poel werd enkele malen heen en weer gereden. Naar alle waarschijnlijkheid is dit om aarde te verduwen om de oneffenheden nog weg te werken. - 2020: Er is van de poel geen sprake meer. Op een topografische kaart met aanduiding van de gecategoriseerde waterlopen stellen we vast dat de poel eveneens staat aangeduid. De naastgelegen Verlorenhoekbeek is een waterloop categorie
- Terrein: Op 25/05/2020 is opsteller ter plaatse. We begeven ons langs de overzijde van de beek tot ongeveer op de plaats waar de poel lag. We nemen een locatiebepaling op via onze smartphone. Op de oudere luchtfoto via google maps zijn de contouren van de vroegere poel nog zichtbaar […]. We stellen ter plaatse vast dat er geen poel meer te zien is. De langslopende Verlorenhoekbeek is een beek die diep ligt ten opzichte van de naastliggende akkers. Het diepteverschil tussen de bovenzijde van de talud van de waterloop en het wateroppervlak bedraagt meer dan twee meter. Hieruit zou kunnen worden besloten dat de poel, die in de zomer van 2015 niet droog stond, een gelijkaardige diepte zou moeten hebben gehad”. 3.
- Op 26 november 2020 legt het ANB aan verzoeker de volgende bestuurlijke maatregelen op: “Herstel van de poel naar oorspronkelijke staat op perceel Zonnebeke Afd. 1 Sectie A Nr. 0179C: Locatie: De poel moet op dezelfde locatie [worden] her uitgegraven. De hieronder weergegeven foto met afstanden op vermeld, geven de locatie aan waar de poel moet worden uitgegraven. Voorafgaand aan het her uitgraven van de poel moeten de hieronder aangegeven afstanden, bij benadering, worden uitgezet door middel van houten palen. Enkel zo kan een goeie inschatting worden gemaakt van de locatie van de poel. Waar de Verlorenhoekbeek een bocht naar links maakt, moet de poel worden uitgegraven. VII-41.119-3/8 […] De locatie waar de talud van de poel start ligt op +/- vijf lopende meters van de bovenzijde van de talud van de Verlorenhoekbeek. […] Oppervlakte wateroppervlak: Het te herstellen wateroppervlak van de poel met een oppervlakte hebben van +/- 22m lopende meter. De cirkelvormige poel moet dus na herstel een oppervlakte kennen van +/- 380m². (r² x π) +/- 11 x 11 x pi (3,14) = 380m². […] Diepte van de te herstellen poel: De poel moet op het diepste, centrale punt hersteld worden tot op een diepte die gelijk is aan de diepte van de bodem van de naastgelegen waterloop. Dit kan bij aanvang van de graafwerken eenvoudig met een graafmachine en lazermeter worden uitgemeten. Het diepste centrale punt van de te herstellen poel moet een oppervlakte kennen van minimum 8m² (4m op 4m). De poel moet met een gelijk opgaande helling worden uitgegraven. De helling mag niet steiler zijn dan 30° ten opzichte van de bodem. Oppervlakte oeverzone en natuurlijke vegetatie: De oeverzone en taluds van de poel moeten gelijkaardig aan onderstaand opmetingen hersteld worden. Rondom de poel moet een aan te planten oeverzone worden vrijgemaakt van +/- 4m tot 6m breedte. […] - Na het volledige herstel van de poel inclusief de aan te planten zone zal de totale omtrek van de poel met oeverrand worden opgemeten door onze dienst met behulp van een meetwiel. De omtrek van het klein landschapselement moet na herstel +/- 82 lopende meters bedragen. Omtrek cirkel: 2 x π x r = 2 x 3,14 x 13 = +/-
- - De uiteindelijke oppervlakte moet worden uitgepaald met ten minste zes houten palen van minimaal 1 meter boven het maaiveld om zodoende duidelijk in het landschap aan te geven waar de grenzen van het landschappelijk element zich bevinden. - Alle uitgegraven aarde moet landinwaarts worden genivelleerd. Om de natuurlijke vegetatie te herstellen en erosie te voorkomen moeten volgende aanplantingen worden uitgevoerd: - Binnen de aangeduide blauwe zones op de luchtfoto van 2015 moet er per zone een aanplant van ten minste vijf schietwilgen (Salix Alba) worden uitgevoerd met een tussenafstand van minimum drie meter. De aan te planten bomen moeten bij aanplant een minimale hoogte hebben van 1,75m boven het maaiveld en voorzien zijn van een goed wortelgestel. Aanplantingen met afgezaagde takken is niet toegestaan. De aangeplante bomen moeten ondersteund worden d.m.v. ten minste één houten paal en binddraad. De aanplantingen gebeuren bij voorkeur voor eind februari om afsterven door droogte te vermijden. - Binnen de aangeduide groene zones op de luchtfoto van 2015 moet per zone een aanplant van ten minste 10 inheemse struiksoorten worden uitgevoerd. De aanplant moet worden uitgevoerd met een mix van VII-41.119-4/8 Meidoorn (Crataegus monogyna), Gelderse roos (Viburnum opulus), Gele kornoelje (Cornus mas), Hazelaar (Corylus avellana) en/of liguster (Ligustrum vulgare). De aan te planten struiken moeten bij aanplant een minimale hoogte hebben van 1,25m boven het maaiveld en voorzien zijn van een goed wortelgestel. Aanplantingen met afgezaagde takken is niet toegestaan. De aangeplante struiken moeten in de grond [ondersteund] worden d.m.v. ten minste één stok en binddraad. De aanplantingen gebeuren bij voorkeur voor eind februari om afsterven door droogte te vermijden. […] - Bij het afsterven van het jonge plantgoed dient dit voor het einde van het daarop volgende plantseizoen opnieuw aangeplant te worden. - de kruidvegetatie in de oeverzone en taluds van de waterpartij moet zich op een natuurlijke manier kunnen herstellen. Het gebruik van pesticiden in de dichte omgeving van de waterpartij is verboden. Enkel een periodieke maaibeurt (max. 2x per jaar) van deze perceelsrand is toegestaan waarbij alle maaisel verplicht uit de perceelsrand moet worden verwijderd. Zodoende zal een voedselarme perceelsrand ontstaan met minder overlastsoorten”. 3.
- Tegen voormelde beslissing stelt verzoeker op 11 december 2020 bestuurlijk beroep in bij de bevoegde Vlaamse minister. 3.
- Op 20 januari 2021 wordt een digitale hoorzitting georganiseerd. 3.
- Met het thans bestreden besluit van 15 maart 2021 verklaart de Vlaamse minister het beroep ongegrond en bevestigt zij de opgelegde bestuurlijke maatregelen. IV. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII-41.119-5/8 Spoedeisendheid Uiteenzetting van verzoeker
- De spoedeisendheid van de vordering wordt in het verzoekschrift als volgt beargumenteerd: “Het besluit van 26.11.2020, bevestigd door de Minister bij bestreden besluit, legt de verplichting op dat het herstel van de poel dient afgerond te zijn tegen 30.08.
- De vegetatie dient herplant te zijn tegen 15.11.
- Verzoeker kan voor de termijn van 30.08.2021 geen nietigverklaring van Uw Raad bekomen voordien. Verzoeker zal derhalve kosten dienen te maken voor het uitgraven van de poel, desgevallend onder verbeurte van een bestuurlijke dwangsom, nog vooraleer de vordering in nietigverklaring door Uw Raad werd behandeld. Er bestaat voor verzoeker hiervoor geen alternatief, bij gebreke waarvan een dwangsom zal worden opgelegd”. Beoordeling
- Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Het doel is dan ook het kort geding te hanteren wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne opgelost kan worden. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak spoedeisend is op aan om van die urgentie te overtuigen. Zij dient daartoe aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, VII-41.119-6/8 gelet op de nadelige gevolgen die een -voortdurende- tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt. Het volstaat in dit verband niet enkel aan te voeren dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- Op grond van voormelde beginselen kan verzoeker vooreerst niet met goed gevolg de omstandigheid aanhalen dat de bestreden bestuurlijke maatregelen uiterlijk tegen 30 augustus 2021 moesten zijn uitgevoerd. Voorts blijkt uit de verklaringen ter terechtzitting niet dat aan verzoeker effectief een bevel werd gericht om de opgelegde bestuurlijke maatregelen tegen een bepaalde termijn uit te voeren onder verbeurte van een dwangsom, zodat aangenomen moet worden dat de uiteenzetting in het verzoekschrift een hypothetisch karakter heeft.
- De spoedeisendheid van de zaak wordt niet aangetoond.
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-41.119-7/8 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig september tweeduizend eenentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-41.119-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.251.578 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.902 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div